De hemel geeft
Wanneer de hemel geeft zijn zegen Van ene schone zomerregen. Zo valt de gaaf we! overal Maar al wat hoog is en verheven Daar komt het water afgedreven En vloeit in 't allerlaagste dal.
Dat is wat schoons om mij te leren: Zo vloeit de milde Geest des Heeren In 't nederig en ootmoedig hen. O nedrigheid. zo hoog te roemen. Wat draagt uw grond al schone bloemen! Och. of mijn berg een diepte werd!
Och. konde ik klein zijn en gebogen En God in mijne ziel verhogen. Wat zou er van die hoogten af Al lieflijk water in mij vloeien En doen mijn geest zo lustig bloeien Als ene schone rozenhof.
Daar zou zich Jezus, mijn Beminde. Zo zoet en vriendlijk laten vinden.
Jan Luiken (1649-1712)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 november 1992
Daniel | 32 Pagina's