Gemeente-zijn
Met het oog op de startdag van de Jeugdbond in Utrecht, waar het onderwerp 'Gemeente-zijn' aan de orde zal komen, is onderstaand vraaggesprek gehouden. Al lezend zul je bemerken dat het meer een kringgesprek is geworden. Het is fijn dat een zestal jongeren aan dit gesprek wilde deelnemen, over een niet zo gemakkelijk onderwerp! Betrokkenheid bij het onderwerp was echter volop aanwezig. Harry Blok uil Zeist doet het basisjaar van de Evangelische Hogeschool in Amersfoort en hoopt vervolgens rechten te gaan studeren. Hij zit op de jeugdvereniging van de gemeente in Zeist. Anthonie Golvcrdingen uil Ridderkerk zit op de PABO en is ook lid van de jeugdveren iging. Matthijs van de Heuvel uil Voorscholen studeert natuurkunde op de Technische Universiteit en woont in verband met zijn studie in Delft. Hij is lid van de jeugdvereniging in Leiderdorp en zit daarnaast op de CSFR-vereniging. Hctnnct Janse uit Waddinxveen studeert Indonesisch in Leiden. Ze zit op het moment niet op de jeugdvereniging, maar wel op de CS FR - veren iging. Frans Nieuwelink uil Soest zit op de MTS en studeert voor het vierde jaar elektronika. Frans is via de fotografenklub van de 'Daniël' betrokken bij het jeugdwerk. Carla Voorwinden uil Ridderkerk is verpleegkundige in het Ikaziaziekenhuis in Rotterdam en is lid van cle jeugdvereniging in Slikkerveer. Namens de redaktie werd dit gesprek geleid door de heer J. H. Mauritz, direkteur van de Jeugdbond te Woerden. Annemarie van Dijk uit Rotterdam-Alexanderpolder, werkzaam als sekretaresse op het B.G.S., de reformatorische schoolbegeleidingsdienst in Ridderkerk, heeft vooral voor de uitwerking van dit gesprek gezorgd.
Enkele aspekten van het gemeente-zijn
./. H. Mauritz: Jullie komen allemaal uil een kerkelijke gemeente. Waar denk je het eerste aan als je het woord 'gemeente-zijn' hoort? Carla: Het belangrijkste is dat je als gemeente bij elkaar komt om Gods Woord te horen, waardoor je ook een band met elkaar hebt. Anthonie: Het gaat inderdaad om Gods Woord, maar ook de betrokkenheid als gemeente op elkaar.
Harry: Ik denk aan een eenheid tussen mensen, die er zou moeten zijn en die cr te weinig is. een gemeente waarin gevolgen gevonden worden. Dat geloof zou in de praktijk in de gemeente moeten funktioneren.
Matthijs: Ja. het gaat om een j onderlinge band. Daarin is ' het geloof ook heel belangrijk. Als het goed is. komt daar dc onderlinge liefde in dc gemeente uit voort. Frans: Binnen de gemeente moeten we elkaar helpen, bijstaan in nood. Dat zou uit geloof gedaan moeten worden. maar dat gebeurt te weinig.
1 janna: Gemeente-zijn is ook een stuk verbondenheid waarin dezelfde sfeer is. dezelfde interesses en soort mensen zijn. Binnen de gemeente kun je spreken over dezelfde dingen, maar vooral over het geloof.
Annemarie: Ik denk ook dat het elkaar tot een hand cn een voet zijn in de gemeente heel belangrijk is. dat cv met elkaar meegeleefd wordt. Ook is het belangrijk dat wc elkaar in het gebed opdragen als er noden of moeilijkheden zijn.
Gemeente in bijbels licht
./. H. Mauritz: Laten we eens kijken wat de Bijbel en onze belijdenisgeschriften over de gemeente zeggen. In artikel 27 van de N.G.B. worden de kenmerken van de algemene christelijke kerk beschreven. Als je dit artikel leest, vinden jullie dan de door jullie genoemde kenmerken van de gemeente terug?
Harry: Uil dit artikel blijkt dat de gemeente in de eerste plaats een vergadering van
ware chrislgclovigen behoort tc zijn. In de gemeenten zijn de mensen bijeengebracht die het geloof in Christus zouden moeten kennen.
Hanna: Het gaat vooral om de laatste zin van dit artikel: "dc gemeente hoort met hart cn wil in éénzelfde wil. door de kracht des geloofs. samengevoegd cn verenigd tc zijn'.
Matth ijs: Ik heb het idee dat binnen onze gemeenten het geloof vaak heel persoonlijk beleefd wordt en dat cr over het geloof nauwelijks met elkaar gesproken wordt. Het wordt niet naar buiten of naar elkaar uitgedragen. Er wordt in de gemeente niet die eenheid in het geloof gevonden, waarvan in dit artikel gesproken wordt. Annemarie: De gemeente hoort ten diepste een afspiegeling te zijn van dc bruid van Christus. Zo zou je leven moeten zijn. Carla: Het zou moeten zijn zoals het in 1 Korinthe 12 beschreven staat, waar gesproken wordt over leden van één lichaam!
Harry: Inderdaad, alle leden vullen elkaar aan tot één lichaam. Het ene lid hoort een relatie met het andere lid te hebben. Ze horen bij elkaar. Ik denk dat jc het zo mag zien: ik ben er als lid van het lichaam voor de gemeente en dc mensen uit de gemeente zijn er als leden voor mij. Dat geldt voor iedereen. Zo kun je als gemeente iets voor elkaar betekenen.
Matthijs: Ik denk dat alles in de eerste plaats op Christus gericht moet zijn. als Hoofd van Zijn gemeente. Het hoort een heilige vergadering van ware christgelovigen te zijn. J. H. Mauritz: Het is natuurlijk wel de vraag: behoort iedereen wezenlijk tot die vergadering van christgelovigen? De Bijbel spreekt toch ook over kaf cn koren? Carla: Uiterlijk horen allen erbij, maar niet iedereen behoort tot het wezen van dc gemeente, terwijl dat wel heel erg is. We hebben het recht niet om onbekeerd tc zijn. fhtrry: Je verzaakt je plicht als je onbekeerd in het midden van de gemeente slaat. Dat werkt in alles door. Matthijs: Ik denk dat kaf en koren samen de gemeente vormen. Kijk bijvoorbeeld naar Ananias en Saffira. Hoew ; el ze niet tot het wezen van de gemeente hoorden, waren ze wel uiterlijk in dc gemeente opgenomen.
Hanna: Ook in de brieven van Paulus vind je dat terug. Paulus richt zijn brieven aan de gelovigen, maar noemt in die brieven wel dc dwalingen die er gevonden worden in de gemeente en bestraft deze. Hij spreekt ze aan zoals ze behóren te zijn. namelijk: gelovigen. Paulus gaat dan in zijn brieven wel separeren of ze ook werkelijk gelovig zijn.
Rond Gods Woord
.j. H. Mauritz: Er blijft ccn spanningsveld als we over de gemeente spreken. Niet alle leden behoren wezenlijk tot de gemeente van Christus, maar wel worden alle leden aangesproken op hun verantwoordelijkheid. Maar nu een ander aspekt. In de gemeente waar wij mogen samenkomen, staat het Woord centraal. Vinden jullie dat Gods Woord het belangrijkste is binnen dc gemeente?
Frans: Heel duidelijk. In de gemeente draait alles wat we doen om Gods Woord: in de prediking, de jeugdvereniging, tijdens bijbelstudies, enzovoort. Alles behoort daarop gericht tc zijn.
Anthonie: oe de gemeente behoort te zijn. zie jc duidelijk beschreven in Handelingen 2:42-47. Er staal bijvoorbeeld dat de gemeenteleden al hun goederen en have verkochten en die verdeelden aan degenen die behoeftig waren, dat ze dagelijks eendrachtig in de tempel bijeenkwamen. God prezen cn genade hadden bij het ganse volk.
.j. H. Mauritz: Wat is volgens jullie dc roeping van de gemeente als je dit hoofdstuk leest?
Hanna: De gemeente moet een lichtend licht cn een zoutend zout zijn. ook in de getuigenis naar buiten. Anthonie: Dc gemeenschap, het elkaar dienen is belangrijk.
Carla: Ik denk dat het in dc eerste plaats om de gemeen-
schap der heiligen gaat. het elkaar dienen binnen de gemeente, de zorg voor elkaar, de huisgenoten des geloofs. En dan pas de getuigenis naar buiten toe. Anthonie: Ik vind dat de gemeente eigenlijk veel te weinig naar buiten toe getuigt.
Ilarry: Dat komt denk ik ook door onze houding. De gemeente in de tijd van Paulus was heel anders gericht op de wereld waarin ze stond dat de gemeente in onze tijd. Wij nemen een verdedigende houding aan tegenover de 'boze wereld' cn trekken ons terug in ons eigen wereldje.
Hanna: Misschien moet jc eerst de verbondenheid voelen als gemeente, wil je hel uit kunnen dragen. Frans: Ik denk dat getuigen naar buiten loc moeilijk is als je het onderling niet eens bent.
Mauhijs: Dat vind ik niet. Ook al zijn we het onderling niet eens. neemt dat onze plicht om tc getuigen niet weg! We moeten toch handelen, zoals beschreven staat in Handelingen 2. Je leest dat er dagelijks tot dc gemeente toegedaan werden. Anthonie: De gemeenten in de tijd van Handelingen zijn natuurlijk wel heel anders en op een bijzondere manier tot stand gekomen dan de gemeenten van nu. Volgens mij kun je de kenmerken van de gemeente, genoemd in Handelingen 2. niet zomaar op onze tijd toepassen.
./. H. Mauritz: Ik denk dat we inderdaad een onderscheid kunnen maken tussen onze tijd en de tijd. waarin dc gemeente van Handelingen, kort na Pinksteren, ontstond. Toch worden er ook kenmerken genoemd die wel in onze gemeenten teruggevonden zouden moeten worden.
Ik zou hier ook de brieven aan de zeven gemeenten uit Openbaring 2 en 3 willen noemen. De verschillende situaties van de gemeenten die daar genoemd worden, kun je door de tijd heen terugvinden en ook vandaag nog.
Carla: Ik denk dat de brieven aan die gemeenten voor ons ter waarschuwing en tot beschaming slaan opgetekend: het kan ook met onze gemeenten zo gaan. Alles wat in deze brieven beschreven slaat, is heel herkenbaar. Door zelfonderzoek zouden we iedere keer ons hart ernaast moeten leggen, opdat het tot bekering zou leiden.
Gemeente-zijn in onze tijd
./. H. Mauritz: Nu dc bijbelse uitgangspunten aan de orde zijn geweest, wil ik met jullie spreken over dc gemeente in onze lijd. Er is een aantal praktische zaken tc noemen die mei het gemeente-zijn in onze tijd le maken hebben, bijvoorbeeld tic laak van de gemeente met betrekking tot de zorg voor elkaar, de ambten, hel zendings-en evangelisatiewerk.
Anthonie: Als je bedenkt dat de behoefte om zending en evangelisatie te bedrijven de graadmeter van dc kerk is. vind ik het er maar somber uitzien. De mensen zijn binnen de gemeenle meer op elkaar gericht dan naar buiten. Je ziet dat de belangstelling voor het zendingswerk afneemt, terwijl het toch zo'n wezenlijk element van de gemeente behoort tc zijn.
Carla: Als er in de gemeenten uitgezien zou worden naar de wederkomst, zou er ook een verlangen zijn naar de uitbreiding van Gods Koninkrijk in deze wereld door middel van de zending. Matthijs: Zending is een heel wezenlijk element in het gemeente-zijn. Als je bijvoorbeeld naar de christenen in Rusland kijkt, gaat daar echt iets van uit. De jongeren gaan daar met een groep de straat op om evangelisatie tc bedrijven. Zo zou het behoren le zijn.
Annemarie: Ik denk dat cr meer behoefte zou zijn om Gods Woord uil le dragen naar anderen toe. als er meer geloof in de gemeenten gevonden zou worden. Doordal het geloof ontbreekt, voelen we de nood van onszelf niet en zien daardoor ook de nood van die ander niet. die de Bijbel cn de God van de Bijbel niet kent en die we zomaar verloren laten gaan.
Harty: Zou de lauwheid rond
het zcndings-en evangelisatiewerk ook niet te maken hebben met het over-gcorganiscerd zijn? Ik heb het idee dat sommige mensen bij zichzelf denken: „Wij hoeven toch niet te evangeliseren? Daar hebben we onze evangelisten voor!". Ik geloof niet dat dat een goede houding is. Als jc de Heere kent. zal er toch ccn verlangen in jc hart zijn om Gods Woord uit tc dragen? Frans: Ik denk dat het ambt aller gelovigen niet goed funktioneert. Evangelisten zouden eigenlijk niet nodig moeten zijn. We moeten er allemaal voor uitkomen dat we christenen zijn en moeten Gods Woord allemaal door onze houding uitdragen in de maatschappij.
J. H. Mauritz: Jullie zijn dus somber over het geestelijk leven in de gemeenten en vinden da! het geestelijk leven in de gemeenten afneemt?
Anthonie: Ik denk wel dat er geestelijk leven is. maar hel funktioneert verkeerd. We zijn geen zoutend zout en lichtend licht.
Annemarie: Zoals Matthijs al zei. is dat zeker het geval als je bijvoorbeeld kijkt naar dc christenen in Rusland. Zij hebben een groot verlangen om Gods Woord daar te brengen, waar mensen het nog nooit gehoord hebben cn ze hebben er ook alles voor over. Dan zie je een groot verschil met onze gemeente. Zou het bij ons niet zo zijn dat we de zelfverloochening niet meer kunnen opbrengen om naar het zendingsvcld tc gaan?
Hannct: We mogen ons er niet achter verschuilen, maar het is natuurlijk wel zo dat er in Rusland gehunkerd wordt naar Gods Woord. Wij leven in een post-christelijke samenleving, waar mensen niet zoeken naar iets christelijks. Dat maakt het denk ik moeilijker je overtuiging uil te dragen. De omstandigheden in Nederland zijn moeilijker. Carla: Jc ontmoet niet altijd vijandschap. Er zijn ook mensen die respekt voor je geloof hebben én meer van Gods Woord willen weten. Dat merk ik soms ook in het ziekenhuis als ik bijvoorbeeld een persoonlijk gesprek heb met een patiënt. Ze komen dan met heel wezenlijke vragen. Maar het is wel moeilijk om ervoor uit te komen.
./. H. Mauritz: Wat weerhoudt jullie in feite om erover te spreken?
Annemarie: Je voelt je schijnheilig en je denkt: „Ik sta het hier allemaal wel zo mooi te vertellen, maar wat kan cn beleef ik er nu eigenlijk zelfvan? ". Dat heb ik ook gemerkt bij het nakijken van lessen van dc evangelisaliekursus. Die mensen gaan er vanuit dat je echt gelooft en stellen ook vragen over dat geloof. Zulke vragen zijn heel moeilijk, want mensen merken of het echt uit je hart komt of dal je er verstandelijk over spreekt. Harry: Dal is ook een stuk schuld. We zijn niet zoals we behoren te zijn. We schamen ons in feite dat we christelijk zijn.
Hanna: Ik denk dat dat pas echt verandert, als je door
Gods genade een ander leven leerl kennen. Als je kind van God mag wezen, weet je hoe rijk dat is. Dan gun jc dat ook graag je medemens. Maar het blijft misschien wel heel moeilijk om het uit te dragen naar buiten toe. om getuigenis te geven van jc persoonlijk geloof.
Harry: In een gesprek mei een onkerkelijke gaat het volgens mij niet in de eerste plaats om jezelf, om het getuigenis van jouw persoonlijk geloof, maar gaat het om het getuigenis van de Heere. Hanna: Maar het gaat er wel om of jc Christus kent!
, /. II. Mauritz: Er zijn dus twee kanten. Aan dc ene kant hebben we altijd de roeping om van de Heere te spreken, hoe het geestelijk ook met ons is gesteld. Aan dc andere kant moeten we met Christus verbonden zijn. persoonlijk met de dingen van Gods Woord bezig zijn en onze eigen nood leren kennen, wil het getuigen echt gestalte krijgen. Als het getuigen niet funktioneert. heeft dat tc maken met het funktioncrcn van het geestelijk leven. Het blijft intussen onze roeping om Gods Woord uit te dragen in een wereld in nood. Het zou wel heel erg zijn als over een paar jaar de laatste zendeling zou terugkeren naar Nederland....
Annemarie: Zou het niet het belangrijkste zijn. dal er veel gebed is voor het zendingswerk en hel uitstoten van zendingsarbeiders?
Hanna: Jc zou jezelf ook af kunnen vragen hoe je je gaven die je gekregen hebt. het beste kunt besteden lot nut van de ander, binnen de gemeente of naar dc ander toe. ook bij het kiezen van een opleiding.
Zorg voor elkaar
J. H. Mauritz: Wat vinden jullie van de zorg voor elkaar in de gemeente? Ervaren jullie onderlinge liefde cn meeleven met elkaar binnen dc gemeente?
Annemarie: Ik ervaar dat wel zo. Er is inderdaad veel meeleven als er bijvoorbeeld binnen dc gemeente iemand ziek is.
Harry: Het zijn wel altijd bepaalde mensen die hun meeleven lonen.
Marthijs: Binnen onze gemeente moest er heel wat aan de kerk gedaan worden. Maandenlang hebben mensen zich voor de gemeente ingezet. Dat heb ik als heel positief ervaren.
Annemarie: Ik denk dat het meeleven met elkaar ook sterk afhankelijk is van de grootte van de gemeente. Als je in ccn grote kerkelijke gemeente opgroeit, ken je elkaar vaak niet en is er daardoor waarschijnlijk al sneller minder meeleven met elkaar.
Hanna: Ik denk dat je in eerste instantie vooral binnen jc kennissenkring met elkaar meeleeft en niet met iedereen.
De ambten en de prediking
./. H. Mauritz: Toch kan ik wel konkluderen dat jullie de zorg voor elkaar binnen dc gemeente positiever ervaren als de houding van dc gemeente ten opzichte van zending en evangelisatie. Hoe slaan jullie tegenover de ambten in dc gemeente? Carla: Ik vind dat de ambtsdragers dicht bij je staan. Bij ons komt dal
waarschijnlijk ook doordat drie ambtsdragers leiding geven aan het jeugdwerk binnen onze gemeente. Harry: Ik denk dat voor veel mensen de drempel hoog is om naar een ambtsdrager toe te gaan. maar dat het uiteindelijk heel erg meevalt. Ambtsdragers staan vaak dichter bij je dan je beseft.
J. H Mauritz: Hoe denken jullie over de prediking? Hanna: De prediking hoort centraal te staan. Het is het belangrijkste binnen de kerkdienst.
Frans: Ik denk dat we blij mogen zijn met dc dominees die we hebben, namelijk omdat Gods Woord recht door hen gepredikt wordt. Harry: F.cn gemeente zonder Gods Woord is dood. Gods Woord moet doorleefd worden, want anders is het voor ons een reuke des doods ten dode.
Matthijs: De Heilige Geest moet Zijn Woord in ons hart toepassen.
Carla: Ik ben blij met onze gemeenten omdat iedere gemeente toch min of meer op één lijn zit met elkaar en ook overal de waarheid verkondigd wordt.
Taak van de gemeente ten opzichte van de jongeren
J. H. Mauritz: Vinden jullie dat de gemeente aandacht moet besteden aan de jongeren?
Hanna: Ja. het is heel belangrijk dat jongeren een stuk aandacht en begeleiding krijgen, op de huisbezoeken en door middel van de prediking van Gods Woord. Frans: Jongeren zijn ook vaak onzeker over de waarheden van het christelijk geloof en het is belangrijk ze een stuk toerusting te geven. Matthijs: Maar dat moet dan wel in het gezin beginnen! Harry: F.n vervolgens in de gemeente.
./. H. Mauritz: Jullie vinden dat Gods Woord centraal moet staan, in het gezin en in de gemeente. Is het jeugdwerk daarin ook belangrijk?
Frans: Ja. door het jeugdwerk krijgen jongeren ook een stuk bezinning mee.
Hanna: Het jeugdwerk is ook belangrijk voor hel informele konlakt tussen jongeren. De catechisatie en het huisbezoek hebben meer een o n d e rwij zend karakter.
./. H. Mauritz: En ondanks de prediking van Gods Woord, ondanks het jeugdwerk zijn er (och jongeren die van de kerk algroeien en de kerk verlaten!
Anthonie: Ik denk dat dit alles terug tc koppelen is naar de gezinnen waaruit de jongeren komen. Wordt er in zulke gezinnen wel over dc preek gesproken? Wordt daar de godsvrezc gevonden? Het gezin waaruit een jongere komt. is ontzettend belangrijk.
Annemarie: Maar niet alleen het gezin. Het is ook belangrijk dat er in de gemeente bekeerde mensen zijn die de liefde van de Heere kennen en door hun levenshouding daar iets van mogen uitstralen. Dat maakt jaloers. Ik geloof dat het niet alleen jongeren jaloers maakt, die altijd trouw naar de kerk gaan. maar ook jongeren die de kerk willen verlaten. Matthijs: Wij hebben zelf ook een taak naar zulke randkerkelijke jongeren loc. namelijk door ervoor te zorgen dat de gemeente niet door onze schuld tc schande wordt gemaakt en door zelf trouw op te gaan onder Gods Woord en gebruik te maken van de middelen.
Harry: En we moeten niet alleen konsumptief de kerkdiensten bijwonen, maar ook de zorgen meedragen. Anthonie: Maar ook meehelpen! Dus niet gelijk 'nee' zeggen als ons gevraagd wordt leiding te geven op een vereniging, als de Evangeliebanier rondgebracht moet worden, enzovoort. Frans: Het is ook belangrijk
andere mensen in het gebed op tc dragen. Alles dat jij wilt dat ze voor jou doen. moet jij ook voor hen willen doen.
J. H. Mauritz: Samenvattend kan ik zeggen dat jullie twee dingen heel belangrijk vinden. In de eerste plaats dat Gods kinderen iets van hun leven met de Heere uitdragen en vervolgens dat ieder lid van de gemeente positief bij de gemeente betrokken is.
Tenslotte
./. H. Mauritz: We moeten die gesprek beëindigen. Hebben jullie nog een slotopmerking'.' Ilarry: Ik vind het een groot voorrecht dat we tot een kerkelijke gemeente mogen behoren. Dat geeft wel een gro te ve ra n twoo rd el i j k h ei d. maar het is een verantwoordelijkheid die we niet van ons
mogen afschuiven. Dal we in een gemeente leven, betekent ook dat we elkaar binnen die gemeente moeten accepteren, zoals dat staat in Romeinen 14.
Hanna: Het gaat er vooral om dat we een levend lidmaat van de gemeente mogen zijn. Dat is. als het goed is. een groot spanningsveld voor ons. Matthijs: Ik ben er dankbaar voor dat er ondanks de zonde toch nog een stuk meeleven in de gemeente gevonden wordt.
Carla: Soms verwonder ik me er weieens over dat juist ik tot een gemeente mag horen, waar Gods Woord wordt gepredikt en dat ik ouders mag hebben die de Heere kennen. Wal is dat echter ook een grote verantwoordelijkheid. want de Heere heeft daar een bedoeling mee! Annemarie: Ik denk dat het algemene genade van de Heere is. dat er ondanks de zonde en verbrokenheid nog gemeenten zijn waartoe wij mogen behoren. Dat is iets om heel dankbaar voor te zijn.
./. H. Mauritz: Inderdaad, doordat wc allemaal tot de kerk mogen behoren, hebben we heel veel voorrechten ontvangen. Dat mag voor ons wel een aansporing zijn om de Heere te zoeken, want het aangrijpende hiervan is dat we met al deze voorrechten toch verloren kunnen gaan. Dat de Heere ons daarom tol een levend lidmaat van Zijn Kerk zou mogen maken. Dan zullen we dat ook voor altijd blijven!
Jongelui, heel hartelijk bedankt voor jullie bijdrage aan dit gesprek!
Woerden/Rotterdam
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 oktober 1992
Daniel | 32 Pagina's