De zekerheid van de volharding
Lezen hoofdstuk 5, paragraaf 9 t/m II
Er zijn wel eens mensen die de twijfel zien als kenmerk van het ware. Ontmoeten zij een kind van God dat dichtbij de Heere leeft en verzekerd mag zijn van zijn aandeel in Christus, dan vinden zij dat vreemd. Wat een hoogmoed, denken ze. Wat een grenzeloze oppervlakkigheid!
Nu is zo'n houding wel een beetje te begrijpen. Hoeveel zogenaamde zekerheid is niet anders dan inbeelding en beschouwing! Wat zijn er veel bezittende mensen die nooit arm geweest zijn! Wees daar maar bang voor. Beter duizend maal getwijfeld dan voor een eeuwigheid bedrogen. En wie nog nooit getwijfeld heeft, heeft ook nog nooit geloofd!
Toch moeten we oppassen om niet in een ander uiterste te vervallen. Dan gooien we met het badwater ook het kind weg. Dat hebben de hervormers niet gedaan. En de Dordtse vaderen al evenmin!
Zekerheid is mogelijk
Met welk een overtuiging hebben zij gesproken van de zekerheid der volharding! Par. 9 laat er geen twijfel over bestaan: ..Van deze bewaring der uitverkorenen tot de zaligheid en van de volharding der ware gelovigen in het geloof kunnen de gelovigen zelf verzekerd zijn...."!
Onze vaderen hebben dit beleden op grond van Gods Woord in een tijd van grote verwarring. Het 'ruime Evangelie' van de remonstranten bracht geen zekerheid, net zomin als het 'wettische Evangelie' van de roomsen. En geen wonder! Hoe kan er ooit zekerheid zijn. wanneer een mens zichzelf moet helpen en aan de Heere vast moet houden lot zijn laatste snik? Nee. de vastheid ligt alleen in God. Dat wordt hier beleden. Er is een zekerheid der volharding, want er is een zekerheid der bewaring. Daar heb je de keerzijde van de medaille. Wat God doet. is bepalend. Hij is de Eerste en de Laatste. Omdat Hij verkiest, bewaart en zaligmaakt. daarom zullen de Zijnen volharden lot het einde toe!
Naar de mate van het geloof
Is die zekerheid er nu ook werkelijk? De zin was nog niet afgemaakt. Gods kinderen kunnen verzekerd zijn 'en zij zijn het ook naar de mate des geloofs..."! Dat staat erachter. Het geloof kent dus trap en mate. Hel wordt door God geschonken in de wedergeboorte. maar dan moet het ook tot openbaring komen. Het moet geoefend worden. Het moet nog leren lopen. Dat gaat met vallen en opstaan gepaard. Denk maar aan Thomas. Wanneer breekt het geloof bij hem door? Op de dag dat Jezus I «an hem verschijnt als dc : opgestane Levensvolst Dan • mag hij hel belijden ..Mijn Hccic en mijn tiod!' /ekerheid wordl dus ontvangen dóór hel geloof.
Ze is ermee verbonden. Ze is er eigenlijk al een deeltje van. Het ware geloof bestaat immers uit kennis, toestemmen én vertrouwen. Dat laatste kan heel klein zijn. toch ligt het op de bodem van het hart bij allen die de Hrr.Rr. vrezen.
Maar nu is er onderscheid tussen een sterk geloof en een zwak geloof. Het eerste kent een sterke verzekering, het tweede niet. Er zijn lammeren en schapen. Er zijn zuigelingen, jongelingen en vaders in Christus. Het ene kind van God is het andere niet. Ook is Gods kind niet altijd eender. Er kunnen tijden zijn dat het geloof krachtig is. maar ook lijden dat het kwijnt. Dat moet je niet vergeten'.
Niet buiten het Woord om
Hoe komt een mens nu aan die vaste verzekering? Par. 10 geeft antwoord op die vraag. En dan wordt eerst gezegd, hoe het niet is. ..En diensvolgens spruit deze zekerheid niet uit enige bijzondere openbaring, zonder of buiten hel Woord geschied....".
Zie je de achtergrond van deze woorden? Er was in de tijd van de reformatie een beweging die dc doperse stroming genoemd werd. Voor hen was dc Bijbel maar een dode letter, goed voor pasbeginnenden. Men beriep zich op de Geest en leefde bij het inwendig licht. Men kreeg invallende waarheden die niet in dc Bijbel stonden of uit hun verband gerukt waren. Men bouwde zijn zaligheid op dromen en visioenen. Dat was pas echt! Nee. zegt Dordrecht, dal is het niet! God bindt ons aan Zijn Woord. Daarin moet je weg getekend staan. Je bevinding moet schriftuurlijk zijn. anders is het van jezelf. Staat het in Gods Woord? Komt het daaruit op? Daar gaat het om!
De beloften Gods
Die verzekerdheid waarover hier gesproken wordt, spruit
voort 'uit het geloof aan de beloften Gods. die Hij in Zijn Woord zeer overvloedig tot onze troost geopenbaard heeft...."
De beloften zijn dus de grond des geloofs. Laat ik proberen dat wat dichterbij te brengen. Je bent naar God bedroefd geworden. Uit dc wet ben je gaan zien hoe lelijk je er uit ziet voor de Heere. Je hebt geprobeerd om anders te gaan leven, maar het is alles bij je handen afgebroken. Nu moet je zeggen: ..Ik heb gedaan wat kwaad was in Uw oog. dies ben ik. IlKtK'. Uw gramschap dubbel waardig!" Maar hoor! Daar klinkt vanuit Gods Woord Zijn stem: „Komt herwaarts tot Mij. allen die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven!" Hoe springt je hart van vreugde op! Er is bij God nog doen aan. zelfs voor jou....! Maar dan sluipt de twijfel binnen. Zou dc Heere mij bedoelen? Is mijn zonde niet te groot? Je had gehoopt een ander mens te worden, maar zie eens wat een zonde er van binnen leeft! Zo wordt God rechtvaardig, als Hij jou voorbijgaat en verstoot. Maar nu het wonder: dat doet de Heere niet.... In de belofte van het Evangelie wordt Christus aan jc hart geopenbaard. Hij roept je toe: „Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaren tot bekering...!" Weer zo'n woord, 'tot onze troost geopenbaard'. En waar gaat het dan om?
Om Hem te mogen kennen en omhelzen! Om met God verzoend te worden door Zijn bloed! Dat wordt het uitzien van een waar gelovige. Zoals een bij speurt naar honing in een bloem, zo speurt het geloof naar Christus in de beloften van het Evangelie. Het kan pas rusten wanneer het neer mag zinken op het werk. door Hem volbracht.
Het getuigenis van de Heilige Geest
Liet is de Heilige Geest. Die daar op aan werkt. Hij leert een Adamskind zijn vonnis tekenen. Maar Hij doet ook het geheim verstaan van Goede Vrijdag: „Ik voor u. daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven!".
Dan brengt Hij bij het open graf. De kwitantie is getekend! Het recht ten leven is verworven! Nu lig! er niets meer tussen. De Rechter is verzoend, de Vader toon! Zijn vriendelijk aangezicht. Die lieve Geest gaat het verklaren, zodat Gods kind wel eens mag zeggen: Abba. Vader!" En in die verborgen omgang, in die liefdesomhelzingen, getuigt de Geest met onze geest dat wij kinderen Gods zijn (Rom. 8:15. 16). Zo wordt Gods werk verzegeld. Zo wordt de volle zekerheid ontvangen. Welzalig is de mens die het mag gebeuren...!
Een ernstige en heilige oefening
Kan zo'n mens nu daarop rusten? Nee. dan droogt zijn leven op. Dat is een arm bestaan. Daarom wijzen de Dordtse Leerregels in de derde plaats op de vruchten des geloofs: „De ernstige en heilige oefening van een goede consciëntie en van goede werken".
Met andere woorden: een nabij leven geeft ook meer vastheid in het geloof. De Heere zet geen stempel op een slordig leven. Dan wordt het zicht op Hem verduisterd. Hij doet Zijn gunst alleen ervaren aan hen die voor Hem leven. Dat is niet de grond, maar wel de vrucht van het geloof. Zo wordt de zekerheid genoten en bewaard. Zo wordt Gods Kerk bevestigd in de troost van de volharding.
Zo ik /lier had geloofd dat in dit leven mijn ziel Gods gunst en hulp genieten zou mijn God waar was mijn hoop. mijn moed gebleven ik was vergaan in al mijn smart en rouw! (Psalm 27:7)
Twijfel en aanvechting
Nu laat de Bijbel ook zien dat Gods kinderen dit volle betrouwen en deze vaste zekerheid niet altijd gevoelen. Er komt zoveel op hen af. van binnen en van buiten! Par. 11 spreek van 'twijfelingen des vleses' en van 'zware aanvechting'. Twijfels uit het eigen hart. maar ook aanvallen van de vorst der duisternis. Echte zekerheid sluit dus niet de twijfel uit. Begrijp dat niet verkeerd. In het geloof is geen twijfel, in dc gelovige wel. Denk aan Petrus op de golven. En denk aan Petrus na zijn verloochening! Hoe donker is het dan van binnen! Dan ligt Gods kind op de zeef van de satan!
De God aller vertroosting
En toch bewaart de Heere hen. ook in die bange tijden. Hij legt hun niet teveel op. Met de verzoeking geeft Elij ook de uitkomst (IKor. 10:13). De strijd kan hevig zijn. de twijfel groot, maar 'God werkt in hen de verzekerdheid der volharding weer op". Zo eindigt par. 11. God blijft Dezelfde in het leven van Zijn kinderen. Dat is hun troost. Is dat ook de onze? Bid of God daar plaats voor maken wil in jouw hart!
Gespreksvragen
1. Hoe dachten de roomsen en de remonstranten over de zekerheid van de volharding? Zie o.a. de Verwerping der dwalingen par. 5.
2. Wat is het gevaar van de doperse opvatting?
3. Wat is het gevaar van een beloftenprediking waarbij de noodzaak wordt verzwegen van het toepassende werk van de Heilige Geest?
4. Is er een verschil tussen de zekerheid van het geloof en de verzekering van het geloof?
5. Hoe spreekt de Heidelbergse Catechismus in zondag 33 over het nut van de goede werken?
6. Geef voorbeelden van ware gelovigen die in twijfel en aanvechting verkeerd hebben.
7. Is zekerheid nu echt nodig?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 oktober 1992
Daniel | 32 Pagina's