LETTER LIJN TOON
Wat is kunst? (2)
In het vorige artikel heb ik het gehad over het ambacht en de maatschappelijke waardering van de kunst in de zestiende-en zeventiende eeuw. Er zijn nog een paar problemen blijven liggen. Daarop wil ik nu ingaan.
Kunst als toegang tot het esthetische
Je vraagt je misschien af: heeft een schilderij met een landschap of met potten en pannen dan ook een boodschap? Leert ons dat iets. moet dat ook ontroeren? Nee. dat ligt iets anders.
Kunst is ook een middel om het schone in onze wereld aan te wijzen. We weten misschien wel wat we mooi vinden, maar veel ontgaat ons toch. Dat moet worden aangewezen. Op school of thuis worden ons dingen geleerd, die we later in ons leven pas zien als waardevol. Dan zijn we dankbaar dat onze ouders of leraren zich zo hebben ingespannen om het ons duidelijk te maken.
Die taak kan ook de kunst voor ons hebben, als het gaat om het ontdekken van het schone om ons heen. Kunst kan ons oog. ons oor gevoelig maken voor de goede dingen die God ons nog wil geven: de prachtige kleuren, in elk jaargetijde weer anders, het zonlicht dat de dauw doet blinken en schitteren; het zachte ruisen van de regen op het water van de plas. In de kunst worden deze en andere dingen vergroot en uitgetild boven het alledaagse leven.
De dingen worden dan heel nadrukkelijk gezegd, getekend of geschilderd. We zien de prachtige kleuren met een lijstje er omheen. Deze ervaringen kent een ieder in meer of mindere mate, hetzij met ogen. hetzij met de oren of op een andere wijze. Dat noemen we esthetische ervaringen.
Het esthetische is een scheppingsgegeven: het heeft God goedgedacht de werkelijkheid om ons heen zo mooi te maken (en na de zondeval nog zo mooi te laten). Het esthetische is er niet alleen, maar het wordt door (gevoelige) mensen opgemerkt: het is ook een vermogen in onze gcesl. Hel esthetische is niet iets dat je ook kunt overslaan, dat er in het leven niet toedoet. De dichter van Psalm 19 verwonderde zich over de schoonheid, pracht en ordening cn zag daar doorheen.
Hij wees de oorsprong aan: de goddelijke macht en majesteit blinkt overduidelijk uit in dc bomen, de dieren en de luchten. Het zijn vreugden, die dc mens genieten mag, maar dan wel in het juiste perspekticf, dat is: tot Zijn eer. Johannes Calvijn moest zich in zijn tijd reeds te weer stellen tegen dwepers, die gewoonweg ontkenden dat er in de geschapen werkelijkheid nog iets goeds te genieten valt. In zijn Institutie maakte hij korte metten met deze gedachten:
„Zeker, indien men naar waardigheid zou willen verklaren welk een onschatbare Wijsheid. Rechtvaardigheid en Goedheid Gods in de samenstelling der wereld uitblink!, dan zou geen schittering van woorden in slaat zijn een zo grote zaak uit te beelden. En ongetwijfeld wil de Heere dat wij ons met deze heilige overdenking voortdurend bezighouden " enz. en:
„En de natuurlijke gaven der dingen zelf tonen genoegzaam aan. waar-en in hoeverre men ze mag gebruiken. Of zou de Heere de bloemen een zo grote schoonheid geschonken hebben. die zich vanzelf aan onze ogen voordoet, een zo grote lieflijkheid van geur. die in onze reukorganen komt en zou het dan niet geoorloofd zijn. dat de ogen getroffen worden door die schoonheid of de neus door die heerlijke geur? "
Ons leven wordt rijker als we deze dingen zien als uit Zijn Hand ontvangen.
De kunsten nu
Met de verheffing van de schilderkunst zijn ook de beeldhouwkunst en de bouwkunst op een voetstuk geplaatst. Muziek behoorde al sinds de Middeleeuwen tot de bezigheden van geleerden. Maar waardering en aanzien betekenden echter nog geen goed belegde boterham. In Nederland kon men rond 1650 zowel voor twaalf gulden als voor drie duizend gulden een goed schilderij kopen. Nu hangen ze gebroederlijk naast elkaar in het museum. Ook toen reeds hadden vraag en aanbod grote invloed op de prijs. En dat is nog zo.
Vaardigheid, menswaardigheid. het naar voren halen van het esthetische, vraag en aanbod spelen in iedere tijd mee. maar wel steeds op verschillende wijze.
Dat betekent dat er niet een vaste formule gegeven kan worden voor wat nu kunst is. die voor verleden en heden het probleem afdoende oplost.
De vaardigheid van het schilderen, het ambacht heeft nu een geheel andere inhoud gekregen.
Ambachtelijkheid betekent nu niet meer. het mengen van de goede kleuren, het goed vasthouden van de kwast of het nauwgezet penselen van een portret.
Nee, de moderne mens hecht nu niet zoveel waarde meer aan het ambachtelijke.
Hij wil nu graag het eigentijdse levensgevoel vertolkt zien.
De moderne mensheid heeft veel zekerheden van het verleden achteloos weggegooid: een werkelijkheid door God geschapen, bijbelse normen en waarden, die ook nu nog het dagelijkse leven leefbaar houden, enzovoort. De moderne mens staat er nu alleen voor. Het komt nu geheel aan op zijn eigen vermogen en inzicht. Hij is ook met zijn emoties door alle begrenzingen heengebroken, als door een geluidsbarrière: het uitbeelden van gevoelens is geheel op drift geraakt. De traditionele middelen zijn niet meer toereikend om onze tijd of deze gevoelsexplosics te verbeelden: het is nu zo geheel anders.
Wat in onze tijd gezegd moet worden, is vaak ook zo vreselijk.
Het zijn de kunstkenners en de kunstkritici die bepalen welke werken het beste de gevoelens van onze tijd weergeven. Dat zij vooral aandacht hebben voor hun eigen gevoeligheden, behoeft geen betoog. 'Gewone' emoties zijn daarbij niet meer interessant.
Vooral heftige kreten van ellende, grofheid, gevloek met materialen, die alle zedelijkheid schenden zijn tegenwoordig 'in'.
Bijbelse waarden en normen hebben immers voor velen hun betekenis verloren. Dat maakt voor een christenmens veel moderne kunst zo onverteerbaar.
De wetenschap is zich voor het verschijnsel 'kunst' gaan interesseren. Ze heeft ons bewust gemaakt, dat kunst uitleg behoeft: dat was omstreeks 1600 al zo met vele werken: dat is nu nog belangrijker geworden. Vooral de nieuwe ontwikkelingen in de kunst hebben deze uitleg nodig om voor de mensen begrijpelijk te zijn. Dat is niet verkeerd, maar ook niet zonder risiko. Wie hebben het in de media voor het zeggen? Wie schrijven al die verhaaltjes?
Goede uitleg werkt als reklame. Dat geldt ook voor kunst.
De kunstkenners en kunstkritici hebben dus een sterk sturende invloed op de 'kunstmarkt'.
Wat zij al schrijvende goed noemen, wordt in de musea getoond en wordt goed verkocht.
Wat zij de grond inboren of verzwijgen, blijft onopgemerkt.
Dat heeft tot gevolg dat er zowel goede als slechte werken worden aangeprezen.
Samenvatting en beoordeling
Het zal jullie inmiddels duidelijk zijn dat het vraagstuk van de kunst komplex is. Er valt op het terrein van de kunsten veel te genieten, van de goede dingen die er nog mogen zijn.
Echter ook hier is de realiteit van de zonde allerwege merkbaar. Dat uit zich niet zozeer in het verschil tussen een realistisch schilderij en een abstrakt werk. Het kwaad schuilt ergens anders, dichter bij: het betreft de wereld die van God afwijkt, willens en wetens. Het gaat om de gezindheid van de kunstenaar. Het gaat om ons hart: op welke wijze zijn we met deze dingen bezig? Dat is de kern!
Een gevaarlijk keerpunt in de geschiedenis is de Renaissance gebleken: de kunstenaars hebben zichzelf op een voetstuk geplaatst en torenen nu uit. ver boven het aards gewemel.
De bescheidenheid van de ambachtsman zou de kunstenaar van nu beter passen. Laat hij wijs zijn en zichzelf niet uitnemender achten dan zijn naaste, in het besef dat God ook deze werken zal doen komen in het gericht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 augustus 1992
Daniel | 32 Pagina's