Beproeft de geesten
Aantekeningen bij de lezing voor de bijeenkomst voor studerenden van de Gereformeerde Gemeenten op D.V. 5 september 1992.
Vanwege zijn schepping is de mens aangelegd op het kennen van de geestelijke werkelijkheid. De mens is geschapen om in gemeenschap met God te kunnen leven. Daarbij hoort ook het kennen van de Persoon van de Heilige Geest. De verbroken verhouding met God heeft ook een verbreking van de waarachtige kennis van de Heilige Geest ten gevolge. Maar. zoals de mens na de zondeval bezig blijft om zich religieuze machten te kreëeren. zo ook blijkt de mens bezig om zich geestelijke machten voor te stellen. De mens kan in.de ban raken van deze machten, die voertuig van de satan zijn.
Ook het hart-en levensvernieuwend werk van de Heilige Geest (lees daarover in Rom. 9 en ook in de Heidelbergse Catechismus, zondag 20) wordt door de religieuze mens op allerlei manieren nagebootst. De "waarheid Gods' wordt veranderd in de leugen (Rom. 1:20-25). Voorbeelden van de manier waarop mensen proberen Gods werk na te doen kunnen we lezen in Hand. 8:9 e.v. (Simon de tovenaar) en in Hand. 19:13 e.v. (De zonen van Sceva).
Het is daarom zaak de verwarring, die er op het gebied van de geestelijke machten heerst, goed te onderkennen. Ef. 6:10 e.v. spreekt over dc wapenrusting Gods, die noodzakelijk is tegen 'de listige omleidingen des duivels'. Bij die wapenrusting hoort ook 'het zwaard des Geestes, hetwelk is Gods Woord'. En de strijd is er onder andere één tegen 'de geestelijke boosheden in de lucht'.
Daarom is het nodig de geesten te beproeven, zoals het in 1 Joh. 4:1 e.v. beschreven staat. Bij de 'geesten', die daar genoemd worden, moeten we zeker ook denken aan on-of anti-christelijke gedachtengangen en aan degenen die ze voortbrengen of onderwijzen. Centraal daarbij staat de vraag, of beleden wordt dat 'Jezus Christus in het vlees gekomen is': e kanttekeningen bij de Statenvertaling spreken in dit verband van 'het voornaamste hoofdstuk der christelijke religie, en als het geheel daarvan'. Daarin kunnen we dus een belangrijk kriterium voor het onderscheiden van de geesten vinden, of men belijdt dat de Christus 'de menselijke natuur heeft aangenomen, om ons als de enige Middelaar in deze met God te verzoenen'.
De 'natuurlijke', de 'psychische' mens, acht de dingen die de Heilige Geeste leert, voor dwaasheid: ie dingen worden ook niet gesproken met 'woorden die de menselijke wijsheid leert' (zie 1 Kor. 2). De vruchten in de levenswandel bij wie uit aardse wijsheid leeft, zijn dan ook heel verschillend van die welke voortvloeien uit dc 'wijsheid die van boven is' (zie Jak. 3:15 e.v.). Ook in Gal. 5:16 e.v. worden de werken van het vlees gesteld tegenover de vrucht van de Geest. Voor het beproeven en onderscheiden van de geesten is het dus ook nodig te zien naar de levenswandel.
Wanneer we van het bijbels spreken over de mens uitgaan, hanteren we van meet af aan een volstrekt ander mensbeeld dan we in diverse wetenschappen tegenkomen. Bijbels gesproken mag de mens nooit tot een materieel wezen gereduceerd worden. Maar ook een reduktie, die zich in de sociale wetenschappen nogal eens voordoet. - de reduktie namelijk van het geestelijke of religieuze tot het psychische - valt principieel af te wijzen. Wie gaat studeren, doet er goed aan zich het voorkomen van dergelijke redukties goed bewust te zijn.
Het lijkt er echter op dat de 'spirituele' werkelijkheid in de laatste jaren ook in de westerse wereld herontdekt wordt. Aan de ene kant komen we dat tegen binnen de zogeheten New Age-bewegingen waarin op allerlei wijzen aandacht gegeven wordt aan de geestelijke dimensie van de mens en de wereld. In het holisme gaat dat zover dat men een geestelijke 'laag' in de werkelijkheid veronderstelt, waardoor alles met alles verbonden is. Ook in de sociale wetenschappen, maar eveneens binnen sommige 'exakte' terreinen van studie, doen zich deze openingen naar het 'spirituele' voor.
Aan de andere kant vinden we een meer 'praktisch' bemoeienis met geestelijke werkelijkheden in okkulte bewegingen, herlevend spiritisme, astrologie, magische praktijken, bezetenheid, duivel-uitbanning. parapsychologie, en dergelijke.
Ook in het verleden van de westerse wereld waren er overal 'verleidende geesten" te vinden. Vaak ging het daarbij echter om sektarische bewegingen aan de rand van of naast de kerken. Nu. aan het eind van de twintigste eeuw. treden bewegingen met de verkondiging van de een of andere 'spirituele' boodschap zich veel meer als zelfstandige stromingen op. daarbij weliswaar vaak gevoed door religieuze elementen uit oosterse godsdiensten.
De vanzelfsprekende plaats van de bijbelse boodschap in de westerse samenlevingen is sterk verminderd; het gevolg is dat allerlei
alternatieven zich met meer kracht kunnen presenteren.
Soms binnen, soms naast de kerken, vinden we stijgende aandacht voor de geestelijke gaven ('charismata'), waarvan ook in het Nieuwe Testament sprake is. Daarbij valt gemakkelijk de aandacht op het buitengewone, het uitzonderlijke, zoals het spreken in tongen, gebedsgenezing, de 'doop met de Heilige Geest', en dergelijke. Ook hier is het nodig om goed te onderscheiden. Gemakkelijk kan de aandacht getrokken worden door het veronderstelde extraordinaire karakter van de 'charismata'; dan krijgt het wonderlijke van de gave. maar niet de Gever, de eer. Gemakkelijk kan ook een scheppingsgave. die lange tijd wellicht sluimerend aanwezig was en niet als mogelijkheid herkend, miskend worden en in handen vallen van door de mens gekreëerde machten (zie Jes. 44); ook dan ontvangt niet de Schepper de eer. De bijbelse boodschap kan ons leren een nuchtere en waakzame houding na te streven. Nuchter, door niet alles wat over 'spirituele' aangelegenheden verteld of geschreven wordt, zo maar als feitelijke werkelijkheid te aanvaarden. Ook op dit terrein doet zich de verleugening voor. Waakzaam, anderzijds, omdat in oost en west zelfs de satan zich verandert 'in een engel des lichts' (2 Kor. 11:14) en verleidende ideeën en verschijnselen de wereld in stuurt. Grote tekenen en wonderen zullen gedaan worden door valse Christussen en valse profeten, 'alzo dat zij (indien het mogelijk ware) ook de uitverkorenen zouden verleiden" (Matth. 24:24). De apostel Paulus roept dan ook zijn broeder Timotheüs op: Bewaar het pand u toebetrouwd' (1 Tim. 6:20-21).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 augustus 1992
Daniel | 32 Pagina's