De vereniging van 1907
1907 - 1992
Dit jaar is het 85 jaar geleden dat de Kruisgemeenten en de Ledeboeriaanse gemeenten besloten te verenigen. Zonen van 't zelfde huis besloten om voortaan ook als broeders saam te wonen als Gereformeerde Gemeenten. Over de 'Vereniging van 1907' is al veel geschreven. Toch is het goed om voortdurend kennis te nemen van de geschiedenis van onze gemeenten cn er lering uit te trekken.
De Kruisgemeenten
Spoedig na de Afscheiding van 1834 bleek dat er in de afgescheiden gemeenten grote verschillen waren in opvattingen over kerk. belijdenis en doop. Toen daar nog bij kwam dat dc Dordtse Kerkorde door een nieuwe kerkorde vervangen werd en men erkenning door de overheid vroeg als "Christelijke Afgescheidene Gemeenten'. waardoor men de naam 'gereformeerd' prijsgaf, ontstond een breuk. Als 'Gereformeerde Kerk onder het Kruis' bleven zij voortbestaan die de oude gereformeerde leer handhaafden en niet voor een aardse vorst wilden buigen. In de loop der jaren groeiden Afgescheidenen en Kruisgezinden echter weer naar elkaar toe.
In 1869 vond landelijk een vereniging plaats. De naam van het nieuw gevormde kerkverband werd Christelijke Gereformeerde Kerken die in 1892 samengingen met de dolerenden. Dc gemeenten die toen niet meegingen bleven voortbestaan als Christelijke Gereformeerde Kerken.
Niet alle gemeenten stemden toe in de vereniging van 1869. Verschillende Kruisgemeenten handhaafden de oude standpunten. Gaandeweg sloten meer gemeenten zich bij die Kruisgemeenten aan. Rond 1880 was ds. Elias Fransen de centrale figuur in het kerkverband. In 1907 waren er 14 kruisgemeenten.
De Ledeboeriaanse gemeenten
Nadat de Heere dc ogen van ds. L. G. C. Ledeboer geopend had. kreeg hij de waarheid niet alleen lief. hij streed er ook voor. In die tijd was hij predikant van dc hervormde gemeente van Benthuizen. Zijn verzet tegen de reglementen en de gezangenbundel resulteerde in zijn afzetting als hervormd predikant. Ook ds. Ledeboer wist van geen wijken. Ondanks hoge boeten en gevangenisstraf ging hij door met het Woord van God te verkondigen. Hij stichtte vele gemeenten. Het predikantentekort in de Ledeboeriaanse gemeenten is steeds erg groot geweest. Lange tijd was men in het bezit van slechts één predikant.
In 1886 vond de Doleantie plaats. Onder leiding van Abraham Kuyper verlieten toen velen dc Nederlands Hervormde Kerk.
In 1887 zochten de Dolerenden toenadering tot de Ledeboerianen. Dc lovende woorden van Kuyper over de psalmen van Datheen moeten de Ledeboerianen als muziek in de oren geklonken hebben. Het bleek echter dal men verre van eensgeestes was. In 1907 waren er 22 Ledeboeriaanse gemeenten.
Zonen van 't zelfde huis
..Eén leraar diende zovele plaatsen cn tal van gemeenten gingen op. zondag na zondag, jaar in jaar uit. onder het lezen van een predikatie. De oude schrijvers bleven het volk lief. wijl hun nagelaten werken bouwden op het vaste fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus de uiterste Hoeksteen is. Dc Hccrc was een beschutting over
die gemeenten. Jong en oud zette zich vertrouwend onder de waarheid neder". Zo omschreef in 1932. bij de herdenking van de 25-jarige vereniging, ds. G. H. Kersten het geestelijk klimaat in de Ledeboeriaanse gemeenten. En hij voegde eraan toe: „In dat zoeken van en scharen om de aloude, beproefde waarheid, waren die gemeenten met de kerken onder het kruis écn".
Dat had kruisdominee Wolter Wagter Smitt al in 1845 ook geschreven: „Er zijn hoegenaamd geen verschillen, noch in de leer. noch in ons kerkelijk standpunt". Als enig punt van verschil zag hij de psalmen van Datheen. Dit achtte hij echter geen wezenlijk verschil. „Een vereniging zou daarom zeer wel tot stand kunnen komen". Het zou nog lang duren...
Samenwonen als broeders
Na 1900 waren er over en weer verschillende kontakten tussen de Kruisgemeenten cn Ledeboerianen. De kruisgezinde oefenaar Kersten sprak op de begrafenis van dc Ledeboeriaanse dominee David Janse. Ds. J. R. van Oordt en ds. H. Roelofsen. twee Kruisdominees. namen beroepen van Ledeboeriaanse gemeenten aan. De Ledcboerianen verwonderden zich. aldus ds. Kersten, dat de bevindelijke prediking ook buiten dc kring van hun gemeenten gebracht werd. Men kwam tot het besef dat men innerlijk één was. Op 25 juli 1907 vergaderden te Rotterdam deputaten van de beide kerken. Men vond elkaar in gehoorzaamheid aan Gods Woord. De eenheid werd niet gemaakt, maar geboren, zo schreef ds. Kersten. „Die vereniging werd voorbereid in dc harten van Gods kinderen". Men stelde een dertiental artikelen op. die in oktober 1907 door de Algemene Vergadering bekrachtigd werden.
In Artikel 1 van dc Bepalingen werd vermeld dat als akkoord van kerkelijk gemeenschap aanvaard werd en gehandhaafd bleef dc Dordtse Kerkorde.
Daarmee gaf men te kennen dat men wilde terugkeren naar het op grond van Gods Woord gegronde kerkrecht. Geen oude gewoonten en geen menselijke inzettingen, maar gehoorzaamheid aan het bevel van de Heere: „Laat alles eerlijk en met orde geschieden".
Welk antwoord geven wij?
In één van de samenspraken van Bart en Kees van de bekende ds. Van Reenen komen we een stukje kerkgeschiedenis tegen. De beide vrienden bespreken uit het Hooglied de volgende tekst: „De kinderen van mijn moeder waren tegen mij ontstoken".
„Moeders kinderen", dat zijn volgens Bart dc hervormden. Hij vraagt: „Wie hebben in 1834 Gods knechten cn volk de kerk uitgedreven? Waren het niet móeders kinderen? En wie waren de oorzaak dat ds. Ledeboer en ds. Van Dijke cn meer andere lieve kinderen Gods in dc kerker moesten zuchten? Móeders kinderen!" En, gaat Bart verder, dc boosheid van moeders kinderen drijft Gods volk juist op hoopjes bij elkaar. Daardoor zijn nu juist ontstaan die gemeenten, waar men de zuivere waarheid nog kan horen preken of lezen. Waren moeders kinderen in 1834 niet zo bitter ontstoken geweest tegen Gods volk. dan waren er nooit Ledeboerianen. Bakkerianen. Kruisgemeenten, Afgescheidenen enzovoorts geweest.
Kees vraagt: „Zo! is dat alles een gevolg daarvan dat de kinderen van onze moeder tegen dc bruid des Heeren ontstoken waren? "
Bart antwoordt: „Naar mijn bescheiden mening wel. Ge kent toch ook wel iets van de kerkgeschiedenis van 1834 en daarna? " Kees geeft geen anlwoord op die vraag; hij stelt een andere vraag. „Zijn het bij jullie nu allemaal Vaders kinderen? " Het antwoord van Bart: „Kees. het is mijn tijd om te gaan, jongen".
Welk antwoord geven wij? Kerkelijk? Persoonlijk?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 juli 1992
Daniel | 32 Pagina's