Gespreksvragen
1. Vergelijk eens 'een wedergeborene op z'n slechts', zoals Simson, met 'een onwedergeborene op z'n best', zoals Judas.
2. De tweede grote val van David in de zonde was zijn volkstelling. Lees 2 Sam. 24:1 en I Kron. 21:1. Wat valt je op? Hoe moet je dat verklaren?
3. De Dordtse Leerregels spreken ook van 'andere heiligen die gevallen zijn'. Aan wie kun je denken? Wat valt er uit te leren?
4. Als de oefening des geloofs verbroken wordt, is er nog wel het 'geloofsvermogen' maar niet langer de 'dadelijkheid van het geloof. Wat wordt met deze uitdrukkingen bedoeld?
5. Wat is het verschil tussen het 'bedroeven' van de Heilige Geest (par. 5) en het 'zondigen' tegen de Heilige Geest (par. 6)? Betrek par. 4 van de Verwerping der dwalingen hierbij.
6. In Gods Woord lezen we van een geloof dat schipbreuk lijdt en van een afval in de laatste dagen (1 Tim. 1:19 en 1 Tim. 3). Hoe moeten wij dat zien?
7. 'Waar de Heere is gekomen, zal Hij nooit meer afscheid nemen'. Geldt dat ook van een gemeente of een landstreek?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 juli 1992
Daniel | 32 Pagina's