JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Gehoor geven aan Gods wil

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gehoor geven aan Gods wil

9 minuten leestijd

Handelingen 4:32-37, waarover het in deze toespraak gaat, plaatst ons midden in de kerkelijke wereld van ongeveer 2000 jaar geleden: e eerste pinkstertijd. Dat is een heel bijzondere tijd geweest. De Pinkstergeest werkte op buitengewone wijze. De apostelen gaven met grote kracht getuigenis van de opstanding van dc Heere Jezus. En juist die boodschap is zo belangrijk. Wat zou de Kerk aan een dode Jezus hebben? Dan was de zaligheid wel verdiend, maar ze werd niet toegepast. De apostelen getuigden met grote kracht en de Heere gaf rijke vrucht.

Een geestelijke opwekking

Als er velen tegelijk tot de gemeente toegebracht worden, spreken we van een geestelijke opwekking. In Jeruzalem is dal begonnen op de pinksterdag. Niet onder dc prediking van de Heere Jezus Zelf. maar onder die van de apostelen. Ook niet onder een prediking over dc Heilige Geest, want de prediking van Petrus was voluit Christusprediking. Zo is in Jeruzalem de eerste christelijke gemeente van het Nieuwe Testament ontstaan.

Gemeenschap

Het eerste dat ons hier van die moedergemeente gezegd wordt, is dat er eenheid was.

„En de menigte van degenen die geloofden was een hart en één ziel." Dit was geen mechanisme, onder druk aan elkaar geslagen eenheid als lotgenoten, maar het was een gemeenschap der heiligen. Deze gemeenschap wortelt in Christus en vloeit uit de gemeenschap met Hem. Hij is het Hoofd en zij vormen samen de leden van Zijn lichaam, namelijk Zijn gemeente.

Kan ook van ons gezegd worden dat wij door het geloof met Christus verenigd zijn? Is dat absoluut noodzakelijk...? Je bent toch niet van mening dat je op een andere manier zalig kunt worden? Ik vermoed dat wij allen gedoopt en dus leden van dc gemeente zijn. hetzij belijdende leden of doopleden. Leven wij in de gemeente waartoe wij behoren ook in gemeenschap met Gods kinderen vanuit de geloofsgemeenschap met Christus? Mogelijk zegt iemand: ja. maar u moest eens weten hoe het bij ons in de gemeente is... Of: met dc kerkeraad bij ons kan ik heel niet overweg... Maar begin nu eens bij jezelf.

Hoe sta je zelf tegenover kerkeraad en gemeente? Alleen kritisch? Negatief? Of heb je ook oog voor het goede? Trekt jc hart naar dc gemeenschap met Gods kinderen omdat God hen liefheeft en zij in de Heere Jezus geloven? Heb je hen lief om Gods wil? Heb je het dan voor God mogen verliezen en leerde jc gehoor geven aan Gods wil?

Dan zal dal ongetwijfeld blijken in je leven. Wc willen dat nader bezien.

Onderscheid tussen rijk en arm

We lezen van die moedergemeente iets dat al velen heeft aangesproken. Kijk. zegt men, dat was nu een ideale situatie, er was geen onderscheid tussen rijk en arm. Dan is er geen standsverschil meer en heeft ieder evenveel. Dat moet toch wel een soort paradijsstaat op aarde brengen!

Het is haast niet te geloven, maar soms komen mensen met genade hiervan onder bekoring. Het is het evangelie en tegelijk de desillusie van de proletariërs. Is dit dan zulk een groot verschil met de praktijk van de gemeente te Jeruzalem?

Dat is een fundamenteel verschil. Er wordt soms gesproken van pinksterkommunisme in onderscheid van dwingend of atheïstisch kommunisme. Het kommunisme gaat uit van de stelling: alle bezit is diefstal en al het uwe is het mijne. Het privaatbezit wordt geroofd tcrwillc van het proletariaat, desnoods met geweld en ten kosten van stromen bloed. Hoe was dat in Jeruzalem? Daar zei niemand dat iets van hetgeen hij had. zijn eigen ware. We lezen hier niet eerst wat de mensen deden. maar wat ze zeiden. Eigenlijk wat ze niet zeiden. Niemand zei: dit behoort mij toe. Met andere woorden dit is voor mij alleen. Nee. het goddelijk recht op bezit werd niet afgeschaft, dat bleef gehandhaafd. Men wilde de orde die God onder de mensen gesteld heeft niet omkeren, maar men liet zich op dat recht niet voorstaan. Voor zover nodig stelde men dit ter beschikking van de gemeente. Geheel vrijwillig. Alles werd ook niet tegelijk verkocht. Naardat cr behoefte was, werden bezittingen te gelde gemaakt, dan door deze en dan door die. Het eigendomsrecht bleef len volle gehandhaafd. Dat leerl de volgende geschiedenis ons ook heel duidelijk.

Joses - Barnabas

En nu worden twee voorbeelden ons met name genoemd. Een voorbeeld hoe het wel en een voorbeeld hoe het niet moet. Als positief voorbeeld wijst Lukas op een leviet die zich bij de gemeente gevoegd heeft. Hij heet Joses, de Griekse vorm van Jozef. Niet van zijn ouders of mensen uit zijn omgeving maar van de apostelen heeft hij de bijnaam Barnabas gekregen: zoon der vertroosting, zeggen onze statenvertalers. Hij was geboren in dc diaspora, op het eiland Cyprus. Als leviet was Joses door de Heere geroepen tot dienst bij de tempel te Jeruzalem. Die opdracht gold voor alle levieten. Natuurlijk kon Joses in de diaspora geen tempeldienst verrichten. Deze Joses is naar Jeruzalem gekomen waar zijn tante Maria en zijn neef Johannes Markus woonden.

Daar heeft Joses zich bij de gemeente gevoegd. Hij is christen geworden. De Pinkstergeest heeft het geloof in zijn hart gewerkt door de prediking van hel Evangelie. Door dat geloof heeft hij Christus erkend en aangenomen als de beloofde Messias en Zaligmaker.

Mocht Joses een akker hebben?

Deze Joses heeft een akker. Dat is hem al door velen zwaar aangerekend. Men ziet hierin een bewijs dat Joses zich niet hield aan Gods wil. ..Want" - zegt men - ..het bezitten van land was de levieten niet toegestaan. Zij mochten geen erfdeel hebben in het midden van hun broederen. Maar helaas. Joses had een stuk land. een akker, ondanks dat de Heere dit verbood. Hierin toonde Joses zijn vervreemding van Gods wel en van Gods wegen..." In het licht van de Schrift is dit echter niet vol te houden. Weliswaar kreeg de stam van Levi niet een bepaald gebied van het land ten erfdeel zoals de andere stammen, maar daarom kwamen zij niet tekort in hun bezittingen. De stam van Levi kreeg 48 steden, verdeeld over hel land. waarvan 13 steden waren voor de priesters en 35 steden voor de levieten. Deze steden hadden zogenaamde voorsteden, dat wil zeggen landerijen. Zodoende hadden zij land genoeg om gedeeltelijk in hun onderhoud te voorzien en tot voedsel voor hun vee. Verder moest het volk hen van alles de tienden geven. Zo weten wij dal Anatoth in het stamgebied van Benjamin, een priesterstad was. Daar had zelfs de hogepriester vaste bezittingen.

Toen Salomo aan de regering kwam en afrekende met degenen die de staatsgreep van Adonia hadden gesteund, spaarde hij het leven van Abjathar. de hogepriester omdat deze in alles verdrukt was geweest gelijk zijn vader David. Salomo zei tot hem: ..Ga naar Anathot. op uw akkers (meervoud!)". Daar kwam ook de profeet Jeremia, de priesterzoon vandaan. Op Gods bevel kocht Jeremia van zijn priesterlijke neef een akker die bij Anathot lag. Welke wet verbood dan aan de leviet Joses om een akker te bezitten? Het was zijn rechtmatig bezit waarop hij een goddelijk recht kon laten gelden. Maar met vreugde deed hij afstand van die akker ten dienste van de heiligen.

Volhardende in de leer...

Kijk. zeggen wij dan. dat is nu nog eens een prachtmcns!

Dal is geen praatchristen maar een daadchristen. Werd dit maar meer gezien, welk een schoon getuigenis zou er dan van dc gemeente uitgaan. Soms wordt wel gezegd: het gaat in de eerste plaats over de daad cn dan worden we het over de leer ook wel eens met elkaar. Deze stelling heb ik wel vaker gehoord. Jullie ook? En de overste van deze wereld zegt het ook. Dan kun je bij veel sektarische groepen terecht. Maar voor de gelovigen is het uitgangspunt: de leer. Is het naar het Woord van God? Dat is dc vraag. Ook daarover was men het in Jeruzalem met elkaar eens. Zij waren volhardende in de leer der apostelen. Elke afwijking in de leer leidt tot doelmisscn. Daarom drukte ook Paulus dit op het hart van Timothcüs: heb acht op uzelf en op de leer. volhard daarin.... Wie geloofsbelijdenis aflegt, verklaart eerst dat hij/zij de leer onzer kerk houdt voor de zaligmakende leer. overeenkomstig de Heilige Schrift.

Vervolgens wordt beloofd in deze leer te volharden en daaraan gestalte te geven door deze te versieren met goede werken.

Daders en hoorders

Maar maak nu het laatste niet los van het eerste. De leer van de Heilige Schrift kan nooit recht beleefd worden als Gods wil geen gestalte krijgt in ons leven. Vandaar de ernstige waarschuwing van Jakobus: „Zijt daders des woords en niet alleen hoorders, uzelven met valse overlegging bedriegende".

En dat kreeg gestalte in het leven van Joses-Barnabas. Hij had zijn akker gaarne ervoor over. Later hebben velen goed en bloed ervoor over gehad.

Ook over de gemeente van Jeruzalem brak later vervolging los en dan moet alles verlaten worden.

Maar hier verkocht Joses vrijwillig zijn akker om de Heere I te dienen.

Wat heb jij over voor de dienst des Heeren?

Hoe is dat met jullie? Hebben jullie jezelf ooit iets wat je graag wilt hebben, onthouden voor de dienst des Heeren? Vraag jezelf eens af: wat is de dienst des Heeren mij nu eigenlijk waard? En dan nog iets. Joses bracht dat geld aan de voeten der apostelen. Zou Joses nu echt geen armen gekend hebben in de gemeente? Dal is heel onwaarschijnlijk. Waarom dan niet rechtstreeks die mensen geholpen? Waarom dan het geld de apostelen ter hand gesteld? Joses brengt zijn offer niet naar een filantropische instelling, maar bij de Heere. En de apostelen zijn in die dagen de ambtsdragers die Hem vertegenwoordigen. Joses hield zich aan Gods eigen instelling opdat zij het beschikbare eerlijk zouden verdelen. Dat is ook een les voor ons.

De Kerk is geen kaarsje dat uitdooft

Tenslotte wijs ik jullie op het Woord van de Heere Jezus toen Hij zei: zalig zijn degenen die het Woord Gods horen (dat wil zeggen er gehoor aan geven, eraan gehoorzaam zijn), en hetzelve bewaren. Houdt toch altijd vast aan de gezonde leer. Het is zo de moeite waard. Bid veel: ..Heere. wat wilt Gij dat ik doen zal? " Zijn dienst is zulk een zalige dienst. Het is met de Kerk des Heeren echt geen aflopende zaak hoor. Het is geen kaarsje dat uitdooft. Dan was dit al veel eerder gebeurd. Hoe donker de tijd ook is. ook nu werkt de Heere nog. Uit jullie zal Hij Zijn gemeente bouwen en laat het jullie eens bemoedigen om bij de Heere aan te houden dat Hij in Zijn Woord ons verzekert dat er nog velen zullen worden toegebracht tot de gemeente die zalig zal worden. Vraag maar veel of je erbij mag behoren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 juli 1992

Daniel | 32 Pagina's

Gehoor geven aan Gods wil

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 juli 1992

Daniel | 32 Pagina's