Toekomst
Huiverend loopl Inge van Donkeren door de vrijwel verlaten winkelstraat. De regen slaat haar in het gezicht. De wind is koud om haar heen.
Wie gaat er met dit weer ook naar de stad? Ieder ander is blij als hij de deur niet meer uithoeft. En zij is hier om een paar inkopen te doen. waarmee ze in het geheel geen haast hoeft te maken. Waarom loopt ze hier desondanks toch. op deze gure zaterdagmiddag? Het antwoord op deze vraag weet ze maar al te goed. Ze hield het thuis niet meer uit. Alles leek op haar af te komen. Het verleden, het heden, de toekomst. Ze heeft het gevoel dat een heleboel dingen in haar leven uit hun evenwicht geraakt zijn. Misschien zijn ze zelfs wel omvergeworpen. Moeizaam verwonen zekerheden. Een na veel strijd gevonden gevoel van rust. Dingen die ze ergens ver weg opgeborgen had. Dingen waar ze voor zichzelf muurtjes omheen gezet had. Ze wilde ze buiten haar leven van dit moment zetten. Het verleden is echter weer dichtbij gekomen. Een verleden waarvan ze dacht dat het na al die jaren voorbij was. In ieder geval was het voor haar gevoel zover op de achtergrond geraakt, dat het geen duidelijke rol meer speelde in haar leven. Maar het bleek er wel te zijn. Het leek of de vangarmen van het verleden zich uitstrekten en trachtten haar in hun greep te krijgen Hel benauwde haar /e voelde zich plotseling opgesloten thuis.
Zo weel Inge van Donkeren dal haai lopen in deze Millc winkclslraal niel-. meci cu niets mimici dan een \luchi voor hel verleden en voor zichzelf is.
Negentien is ze nu en hel begon al meer dan tien jaar geleden.
Haar vader was een man over wie door de buitenwereld met veel respekt gesproken werd. Om zijn funktie. zijn plaats in hel kerkelijk leven en de manier waarop hij mensen tegemoet trad. Niemand die vermoedde, niemand die geloofd zou hebben, dat diezelfde, alom gerespcktccrde man. zich tegenover zijn dochter misdroeg en vele keren de grenzen van een vader-dochter-verhouding ver overschreed.
Niemand die het wist. Ook de moeder en de broers niet. Zelfs zij hadden geen vermoeden.
Ja. Inge was wat stil geworden. Dat zou wel komen doordat het op school minder goed ging. Haar laatste rapport was niet zo geweldig. Dat ook die slechte cijfers er niet zomaar waren en dat de oorzaak van Inges teruggetrokkenheid veel dieper lag. realiseerde niemand zich.
Op een bepaald moment was het voorbij. Inge was toen een jaar of elf en ze heeft nooit begrepen waarom. Opgelucht was ze niet. De angst dat het opnieuw zou gebeuren, was voortdurend aanwezig. Nooit meer zou ze haar vader kunnen vertrouwen.
Over het gebeurde praten, durfde ze niet. De dreigementen van haar vader lagen haar nog te vers in het geheugen. Té vaak had hij het haar voorgehouden. Het hele gezin zou uit elkaar vallen, als zij zou praten.
Stil en in zichzelf gekeerd ' ging Inge haar weg in die moeilijke jaren. Ze had wel kontakt met andere mensen, met leeftijdgenoten, maar voor haar gevoel bleef het altijd aan de oppervlakte. Niemand peilde immers wat er werkelijk in haar omging. Tegenover niemand kon zij werkelijk zichzelf zijn. Ze kón zich niet uiten.
De gebeurtenissen hadden diep in haar leven ingegrepen. Ze was niet alleen het vertrouwen in haar vader kwijt, maar wantrouwde eigenlijk iedereen een beetje. I laar vroegere onbevangenheid was verdwenen. Niemand herkende in het stille meisje het spontane, goedlachse kind van weleer.
Toen ze zestien was, kwam op een dag hel verbijsterende bericht dat haar vader was omgekomen bij een autoongeval. Ze was totaal van streek.
Begrijpelijk, vond iedereen, maar niemand wist de ware reden. Alleen zijzelf. Vol wraakgevoelens cn vol onvergeeflijkheid was ze geweest ten opzichte van haar vader. Ze zou dat nu nooit meer goed kunnen maken.
Niemand zou haar kunnen begrijpen. Zc zouden haar niet eens geloven als ze zei wat er was voorgevallen. En God dan? Waar was God? Ze bad in haar vertwijfeling en radeloosheid tot Hem. maar er leek geen antwoord te komen. Ach. ze had immers dc afgelopen jaren al zo vaak gevraagd of Hij haar helpen wilde.
Het gevoel dat ze haar vader nooit zou kunnen vergeven, maakte in die lijd plaats voor een ontzaglijk schuldgevoel. Nog iedere dag is ze dankbaar dat God in die donkere dagen mensen op haar weg zond die haar helpen wilden.
Er was een docente van wie ze al vanaf de brugklas les had en met wie ze tamelijk goed praten kon. Deze sprak haar af en loe aan na het overlijden van haar vader. Ze
vroeg clan hoe het thuis ging. maar vooral ook hoe het met Inge zelf was. Intuïtief voelde Inge aan dat deze vrouw door bepaalde dingen heenkeek. Na maanden durfde ze haar eindelijk in vertrouwen te nemen. Voor het eerst sprak ze tegen iemand over wat was voorgevallen.
Via de betreffende docente kwam ze bij een deskundige hulpverleenster terecht. Deze hield zich met name bezig met de hulpverlening aan incestslachtoffers. Talloze gesprekken heeft Inge met haar gevoerd. Heel langzaam, maar zeker, heeft ze geleerd om met de dingen die in hel verleden zijn gebeurd, om te gaan. Ze heeft ook geleerd om gevoelens hun eigen plaats te geven. Geleerd om mensen met een beetje vertrouwen tegemoet te treden. Zo ontstond er. met vallen en opstaan, weer een zeker evenwicht in haar leven. Ze wist wel dat zc er nog lang niet was. Zeker in haar kontakten met jongens miste zij nog een stukje onbevangenheid. Ze hield altijd een zekere afstand. Desondanks was zc heel blij dat ze weer een redelijk normaal bestaan kon leiden. F.en bestaan waarin ze niet dagelijks gebukt ging onder immense en onoplosbare schuldgevoelens.
Inge zit op een koor. Ze zingt graag. Zc voelt zich veilig en vertrouwd op dat koor. Je werkt samen aan iets moois en er is daar niets dat bedreigend is. Althans, er was niets bedreigends tot voor kort. Fen paar maanden geleden is er echter een nieuw lid bijgekomen. Ze kende hem wel vaag. Hij is een jaar of tweeëntwintig en leerkracht op de school die aan hun kerkelijke gemeente verbonden is. Robert de Lange heet hij.
De eerste keer dat haar moeizaam verworven rust verstoord dreigde te worden, was toen hij tijdens een koffiepauze naast haar kwam staan. Ze hadden zomaar een praatje gemaakt over hel nieuwe stuk. dat nogal problemen gaf met instuderen. Hij had ook nog gevraagd hoe lang zij al op dit koor zat. Hel was een gesprekje dat ze met ieder ander ook gevoerd zou kunnen hebben. Toch was het haar dagenlang bijgebleven. Omdat cr tijdens dat gesprek een gevoel van warmte was geweest dat. al was hel maar even, sterker bleek te zijn dan de onbewuste afweerreaktie die altijd bij haar optrad, zodra zij in kontakt met jongens kwam. Aan het eind van het korte gesprek hadden de gevoelens van afweer toch weer de overhand gekregen. Ze wilde eigenlijk helemaal niet met hem praten. Zc kón er niet tegen als iemand zo vriendelijk tegen haar deed. Ze wilde geen onrust in haar leven.
Weken zijn voorbijgegaan. Weken waarin ze. tegen wil en dank. toch steeds toeleefde naar dc vrijdagavond. Gisteravond na afloop van dc koorrepetitie was hij plotseling naast haar geweest. Ze haalde juist haar fiets uit het rek. Ze dacht eigenlijk dat hij al weg was en had een beetje verward naar hem opgekeken. In het schaarse licht van dc buitenlantaarn aan de kerkmuur zag ze de onzekerheid in zijn ogen. En ze hoorde diezelfde onzekerheid in zijn stem. toen hij was moeizaam zijn vraag formuleerde. ..Zal ik even met jc meerijden? Je woont zo'n eind weg."
Even was ze heel warm geworden van binnen. Alsof ze iets goeds en moois had aangereikt gekregen. Toen hadden angst en afweer de overhand gekregen. 'O nee. alsjeblieft niet', had zc gedacht. Het bestond immers niet dat iets zo goed en gaaf bleef. Het zou op een bittere teleurstelling uitlopen en dat zou ze niet kunnen verdragen. Van hem helemaal niet. Om haar ontroering en onzekerheid te verbergen, kreeg haar gezicht iets hooghartigs. ..Nee. dank je. Ik ga wel alleen", had ze gezegd. ..O. nou tot ziens dan", had hij gezegd en dc teleurstelling in zijn stem cn in zijn ogen had haar pijn gedaan. Ze was in grote verwarring naar huis gefietst. Wat had zc eigenlijk gedaan? Tegenstrijdige gevoelens streden om de voorrang: afweer, spijt, verlangen, angst.
Leeg en ontredderd was ze thuisgekomen. O ja. dat was waar ook. iedereen was weg. Haar broers naar een verjaardag en haar moeder naar een vriendin.
Ze was maar dadelijk naar bed gegaan. Toen was de reaktie gekomen. Gehuild had ze. tot ze van verdriet en moeheid in slaap viel. In haar droom was Robert cr geweest. Hij fietste voor haar.
De weg was recht cn lang. Er leek geen eind aan te komen. Voortdurend probeerde ze de afstand die er tussen hen was. te verkleinen. Soms was ze bijna naast hem. maar dan begon hij juist weer sneller te rijden. Eén keer keek hij achterom en zei: „Ga jij maar alleen". De blik in zijn ogen was koud en hard. Ze fietste door. maar had het gevoel dat zc niet meer vooruit kwam. Toen werd ze wakker.
Lange tijd lag ze in het donker te staren. Vaag zag ze de gordijnen bewegen in de nachtelijke wind. De kille blik die zc in haar droom in dc ogen van Robert gezien had. raakte ze niet meer kwijt. Stel je voor dat hij werkelijk zo naar haar zou kijken. Ze moet er niet aan denken, maar ze heeft er eigenli jk zelf om gevraagd door zo hooghartig tc reageren. Wat moet ze toch, wat moet ze toch? Ze bidt een verward gebed: „Heere. ik wil hel niet en ik kan het niet en toch wil ik het wel. Wilt IJ mij helpen? "
Ze komt er niet uit. Ze vecht met zichzelf. Die zaterdag en de hele daarop volgende week. Het verleden heeft haar weer parten gespeeld. Haar wantrouwen tegenover anderen en de angst om bedrogen uit te komen. Ze dacht nog wel dat ze haar evenwicht hervonden had. Nu beseft ze echter hoe betrekkelijk dat allemaal was. Ze heeft zich verschanst achter de muren die ze om zichzelf heeft opgetrokken. Ze is voor de realiteit van het leven op de vlucht gegaan. Ze heeft geprobeerd haar gevoelens te verdringen, zoals ze dat al zo vaak gedaan had. Het is haar deze keer niet gelukt. Bepaalde gevoelens laten zich niet verdringen. Ze beseft dat ze te laat tot dat inzicht gekomen is. Na zo'n afwerende reaktie zal hij haar geen tweede keer iets vragen. De volgende koorrepetitie ligt als een berg voor haar. Ook Robert dc Lange voelt zich danig van zijn stuk gebracht. Toch heeft hij niet het gevoel dat hij zonder meer een blauwtje gelopen heeft. Hij kan zich toch niet verbeeld hebben dat zij eerst verrast keek, toen hij zijn vraag aan haar stelde. Hij heeft immers zelf haar ogen een moment zien oplichten. Maar daarna heeft hij iets in haar ogen gezien dat hij voor zichzelf als niets anders dan pure angst heeft kunnen interpreteren. Angst die ze probeerde te camoufleren door uit de hoogte te doen en afwerend. Hij begrijpt het niet. Zó'n ongerijmde vraag stelde hij toch ook weer niet. Hij had graag eens even met haar willen praten. Zomaar, om haar wat beter te leren kennen. Met misschien, heel in dc verte, een lichtend pcrspcklief. Te kostbaar om overhaaste dingen te doen. Zo had hij de dingen overdacht de laatste weken. Plotseling werd er echter een streep door zijn zorgvuldig overwogen plannen gehaald. Zijn verstand zegt hem dat hij zijn ideeën los zal moeten laten. Maar zijn gevoelens laten zich zo gemakkelijk niet uitschakelen. Hij merkt tot zijn verbazing dat zijn perspektief niet verdwenen is. Er is hooguit een donkere wolk voor geschoven. Hij zal haar er toch nog eens over aanspreken. Meteen volgende week maar.
De volgende vrijdagavond zoekt hij haar na afloop weer op. „Inge", zegt hij. „ik hoef niet met je mee te rijden, maar ik wil je wel graag even spreken." Weer ziet hij de verrassing in haar ogen en weer leest hij de verwarring erin. maar nu op ccn andere manier. „Je zult wel niets van me begrijpen", zegt ze. „maar fiets dan toch maar even mee. Dat praat fijner dan hier op het kerkplein."
Ze praten wat. over niet zulke erg belangrijke dingen. Dan stelt hij zijn vraag, zomaar, zonder dat er een aanleiding voor is. „Inge", zegt hij. „je keek zo bang vorige week. maar er is toch niets om bang voor te zijn? "
'Je moest eens weten', denkt Inge. 'en eens zul jc het weten". Tegelijkertijd weet ze echter dat het waar is wat hij zegt. Ze zal bij hem nooit bang hoeven te zijn. Ze weet heel goed dat het verleden haar heus nog wel weer eens parten zal spelen, misschien wel veel sterker dan ze nu denkt. Maar ze weet ook dat het verleden tijd is cn dat zc opnieuw mag beginnen. God heeft haar gebed verhoord. Robert vreest al dat ze niet in zal gaan op zijn vraag. Maar dan komt er toch nog een antwoord. Het is dc slotsom van haar gedachten en verwondering klinkt door in haar stem.
„Nee", zegt ze. „er is niets om bang voor tc zijn."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 mei 1992
Daniel | 32 Pagina's