Thomas - Didymus
Ik ken je wel. ik weet wel weit je dreef, toen je onrustig door de straten doolde: je dacht dat Gods gebouw tol as verkoolde, en niets dan wanhoop voor je overbleef.
Ik volgde je op wegen, ver van God: we lieten ons door droevig denken leiden, verheien zelfs de plaats waar medelijden de broeders samenbond in 't zelfde tol.
komst bij hen heeft mij mei jou verward, hoewel ons ongeloof hun vreugd niet overnam. Met jou heb ik Zijn goedheid dwaas getart.
Maar Hij bleef. Wie Hij was, zodat Hij nogmaals kwam. ..Mijn Heere en mijn God!" sprak je. blij en beschaamd, en ik - je tweelingbroer - heb 't stamelend beaamd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 april 1992
Daniel | 32 Pagina's