Geboeid door Schotse schrijvers
De heer L. J. van Valen uit Dordrecht werd sinds zijn zeventiende jaar zo geboeid door Engelse en Schotse 'oude schrijvers' dat hij er zelf boeken over is gaan schrijven. Met name de Schotse predikers trokken zijn bijzondere belangstelling. Voor zijn persoonlijk geestelijk leven hebben deze schrijvers veel voor hem mogen betekenen. Vooral de preken van Ralph en Ebenezer Erskine hebben een onuitwisbare indruk nagelaten. Begin januari hadden we op écn van de weinige winterse dagen een vraaggesprek met hem. Op boeiende en bewogen wijze vertelde hij over zijn liefde voor dc Schotten. De heer Van Valen (geboren in 1946) is getrouwd en heeft vijf kinderen. Na de middelbare school vond hij zijn loopbaan in de financieel-administratieve sektor. Hij werkt nu bij een internationaal opererend Westlands bedrijf als financieel controller. Zijn schrijf-en vertaalwerk is echter méér dan een vorm van vrijetijdsbesteding alleen. Hij voelt zich gedreven om de schatten van de Schotse kerkgeschiedenis op te delven en te verwoorden.
Hoe bent u ertoe gekomen boeken te schrijven en waarom juist over de Schotse kerkgeschiedenis.'
Dit heeft in de eerste plaats te maken met de belangstelling voor de oude schrijvers, die ik sinds mijn zeventiende jaar heb. Het eerste boekje dat ik las was: 'God de Kassier der armen, of de geloofsbank' van de Engelse methodist William Huntington. Enige tijd daarna kocht ik een Hollandse uitgave in de oude druk van 'Des Christcns groot interest' van de Schot William Guthrie. Mede door mijn interesse voor geschiedenis in het algemeen, wilde ik meer weten over het leven van deze mannen en over dc tijd waarin zij leefden. Zo las ik veel levensbeschrijvingen van Engelse godgeleerden en ook verdiepte ik mij in de godsdienstige opwekkingen die in de engelstalige wereld in het verleden veelvuldig voorkwamen.
Van lieverlee werd mijn aandacht meer op Schotland gericht. Daar heeft, meer nog dan in ons land. de Reformatie heel diep doorgewerkt. niet alleen in de theologie, maar ook in het nationale leven. De handelingen van God zijn daar meer dan in enig land in het volksleven openbaar geworden. Dc Heere heeft er wonderlijk gewerkt en krachtige opwekkingen gegeven, vooral in de noordelijke Hooglanden. Daar kwam ik diep van onder dc indruk wat een impuls betekende om hierover te gaan schrijven.
Kunt u in het kon iets over de kerkgeschiedenis Schotland? zeggen van
Sinds dat het Schotse Parlement in 1560 de leer van de Reformatie bekrachtigde, werd de geschiedenis van kerk en staat vooral beheerst door een scherp kon/likt tussen de Stuart-koningcn en de h ervormi ngsgezi ndcn. Deze strijd ging vooral over de invoering van bisschoppen en het gezag van de vorst in kerkelijke zaken.
De belangrijkste reformator was John Knox. Hij had in Genève kennis genomen van het werk van Calvijn. dat hem zeer aansprak. Geen wonder dat hij in zijn land de basis legde voor de presbyteriale kerkvorm. Enkele leden van de hoge adel steunden hem. Zij verenigden zich in 1557 in een verbond - in het Engels 'Covcnant'. De vele hierna gesloten en vernieuwde nationale ver-
bonden speelden een belangrijke rol in dc strijd tegen de overheersing van dc koningen. De strijd van de Covenantcrs spitste zich vooral toe na het jaar 1603. toen koning Jakobus VI ook koning van Engeland werd. De anglicaanse kerkvorm van het buurland sprak deze vorst erg aan. Zijn zoon Karei I wilde de Schotse kerk behalve de bisschoppen ook de anglicaanse liturgie dwingend opleggen.
In 1637 volgde een reaktie die in het daaropvolgende jaar massale vormen aannam. In de Greyfriars kerk en in het omliggende kerkhof kwamen onder leiding van Alexander Henderson duizenden bijeen, om het nationale 'covenant' met God te vernieuwen. Velen plaatsten hun handtekening onder het verbondsdokument. Sommigen zetten achter hun naam 'until death' (tot in de dood); anderen tekenden met hun bloed. Men maakte zichtbaar wat in hun hart leefde. De Heere wilde men dienen naar Zijn Woord. Dc anglicaanse liturgie werd afgezworen, de bisschoppen werden verjaagd. Een opstand tegen de koning brak uit. waarbij het Parlement en de landsadel hem wezen op de rechtsgeldigheid van het Covenant, dat eigenlijk terugging naar de tijd van dc hervorming. Deze beweging, die tot aan 1660 het gezicht van land en kerk bepaalde, wordt wel de 'Second Rcformation' genoemd.
Als je nu in Schotland komt. is er dan nog iets te zien dat herinnert aan deze 'Second Refonnation'?
Jazeker. De kerk van de Greyfriars en het kerkhof in Edinburgh. waar dit geweldige gebeuren plaatsvond, zijn nog te bezichtigen. Daar vinden wij ook het martelarenmonument. gewijd aan hen die vanaf 1660 hun leven lieten in de strijd voor het Covenant. of zoals zij het beleden, voor de 'Kroonrechtcn van Christus'. Toen brak het woestijnleven aan voor de vervolgde kerk. een tijd van zware vervolging maar ook van grote zegen. Dc kerk onder het kruis kwam veelal bijeen onder de open hemel. Op hetzelfde kerkhof vinden wij de 'Covenanters' prison'. een gevangenis in de open lucht waar in 1679 meer dan duizend covenanters vastzaten. Ook zien wij hier de grafmonumenten van Alexander Henderson en van William Carstares: de laatste was cén van de hofpredikers van 'onze' Stadhouder-Koning Willem III. Wanneer kwam er een einde aan deze tijd van vervolging?
Toen Willem III met zijn vrouw Mary Stuart in 1688 Engeland te hulp kwam om zijn roomse schoonvader Jakobus II te verjagen. Een jaar later werden de Stuartgezinden. de "Jacobites". ook in Schotland verslagen. Carstares had als taak om binnen de gevestigde kerk orde op zaken te stellen. De tijd van rust, die nu aanbrak, kende ook een schaduwkant. Dc eeuw van verlichting die weldra werd ingeluid betekende ook voor Schotland een tijd van verval en van ingezonken geestelijk leven.
Hoe ging het in de 18de eeuw?
De aloude strijd over de vrijheid van dc kerk laaide weer op. In 1733 scheidden Ebenezer Erskine met enkele predikanten zich van dc Staatskerk af. Het struikelblok vormde het zogenaamde patronaatsrecht. Daarbij ging het over de vraag wie de predikanten benoemde, dc kerk of de overheid. De Sccession Church van de Erskincs heeft tot ongeveer 1830 een zegenrijke invloed gehad.
Een bekende theologische strijd was de zogenaamde 'Marrow controversy'. waarbij het ging over de verhouding van wet en evangelie. Voor meer informatie hierover verwijs ik naar een artikelenserie van ds. C. Harinck. nog niet zo lang geleden in "De Saambindcr'.
Kunt u iets zeggen over de 19de eeuw?
Toen in 1843 de tweede grote afscheiding plaatsvond, de 'Disruption'. hield deze ook verband met het patronaatsrecht. Ongeveer 350 predikanten braken met de-Staatskerk en stichtten de Free Church. Hun leider was Thomas C'halmers. een intens godvruchtig en sociaal bewogen man.
Vijftig jaar later ontstond de Free Presbytcrian C.'hurch. Nu ging het niet over hel patronaat maar over de afzwakking van de leer van de uitverkiezing en van de onmacht van de mens die binnen de Free Church naar voren kwam. Dc huidige kleine 'Wee' Free Church is overigens trouw aan de oude Belijdenis van Westminster. Het is een overblijfsel van de grote Free Church. die na vereniging mei de Erskinekerken in 1900. dertig jaar later uiteindelijk in de boezem van de 'Big' Church terugkeerde. Vooral de schriftkrilick heeft in de 'Big' Church grote verwoestingen aangericht. In de huidige Church of Scotland zijn nog wel rechtzinnige predikanten, tegenover hei merendeel van hen die een liberale en barthiaanse inslag hebben..
Was er veel speurwerk nodig voor het schrijven van uw boeken?
Ik maak voornamelijk gebruik van boeken uil eigen kollektie. De vele levensbeschrijvingen bieden veel informatie. Het gaat mij niet om archief-en bibliotheekonderzoek - daarvoor ontbreekt mij de tijd - maar meer om hel stichtelijk karakter van het leven cn werk van de Schotse predikers.
War hebt u tor dusver geschreven?
In 1973 stuurde ik voor het eerst een bijdrage op naar hel R.D. Dit artikel ging over de-Schotse kerk in Rotterdam. Eerst publiceerde ik anoniem, later onder eigen naam. Behalve in het R.D. schreef ik jarenlang voor het inmiddels opgeheven blad van de 'F.ben Haczcr-zcnding'. Uitgeverij 'Dc Banier" vroeg mij een boek te schrijven over de Pelgrimfathers. Engelse separatisten die in 1620 vanuit ons land naar Amerika emigreerden. Dit werd mijn eerste boek: 'Gasten en vreemdelingen', dal in 1978 verscheen.
Intussen had ik mij al verdiept in de fascinerende geschiedenis van de revivals in de Schotse Hooglanden. Veel materiaal hierover verwerkte ik in mijn tweede bock. 'Gelijk de dauw van Herrnon'. dat in 1981 van de pers kwam. Vorig jaar kwam van dit boek een herdruk uit. In 1989 verscheen 'Die aan alle wateren zaait', een levensbeschrijving van de vriend van MacCheyne, de zendeling William Burns, die jarenlang in China werkte.
Een jaar later volgde Thomas Boston, een visser der mensen', een vriend en medestrijder van de Erskines. Het meest heb ik mijzelf gegeven in 'De rotssteen van mijn hart', het leven van 'rabbi' Duncan (1796-1870). één van de meest markante personen uit de Schotse kerkgeschiedenis. Ik heb een bijzondere betrekking op deze begenadigde professor van de Free Church. omdat ik mijn eigen geestelijk leven herken ik de vele strijd en aanvechtingen die hij heeft doorgemaakt. Ik verdiepte me in zijn leven na de jaren dat ik zelf ook diepe geestelijke depressies doormaakte.
Bent u al weer met een boek bezig? nieuw
Ik heb een manuscript klaar over de geschiedenis van de Covcnantcrs. Het heet 'Naftali. een losgelaten hinde'. Den Hertog uit Houten hoopt dit boek in het najaar uit te geven. Verder ben ik bezig met een nieuwe levensbeschrijving van Robert Murray MacCheyne. Als titel koos ik 'Gedreven door de liefde van Christus'. Volgend jaar zal hel 150 jaar geleden zijn dat deze rijk begenadigde godsgezant in Dundcc overleed. Voor dit boek doe ik wel bronnenonderzoek in Schotland.
Hoe vindt u de lijd om zoveel schrijven? te
Vorig jaar kon ik een tijdlang een dag per week van mijn werk vrijmaken om te schrijven. Verder doe ik alles in mijn vrije tijd. Ook doe ik wat vertaalwerk van kleine boekjes. Zo bewerkte ik enkele pastorale werkjes van Horatius cn Andrew Bonar. zoals het bekende boekje voor zoekende zielen. 'Gods weg van vrede' en ook een boekje van MacCheyne. Binnenkort verschijnt een vertaling van "Opzien naar het kruis, of het recht gebruik van genadekenmerken'. geschreven door Horatius Bonar en William C'udworth. Voor een serie boeken met als thema 'Opwekking', die bij uitgeverij Groen in Leiden zal verschijnen, verzorgde ik de eerste uitgave: 'Stromen op het droge', een bezielend geschrift van een tijdgenoot van MacCheyne. William Reid.
War is volgens u het karakteristieke van de prediking van de Schorren?
Hun prediking is sterk christocentrisch. Christus cn Zijn verzoenend werk staan ccntraal. Dc Heere Jezus wordt in Zijn staten, naturen, namen, ambten en weldaden rijk uitgestald en een ieder wordt opgeroepen tot Hem te
komen. Behalve de nadruk op de heilsfeiten is er veel aandacht vooi het werk van : dc Heilige Geest Hel geloof. : de wedcrgcbooitc. dc rechtvaardiging cn dc heiliging, met dc daarbij behorende facetten van strijd cn aanvechting worden niet verwaarloosd. De prediking is m e e r p ra k I i s c h - b e vi n d e 1 i j k dan exegetisch. De kenmerken van genade worden wel genoemd, maar hebben geen overheersend karakter.
Zij dienen niet als grond van de zaligheid maar als aansporing om steeds nauwer aan Christus verbonden te worden, opdat Hij alleen een gestalte in het hart mag krijgen. Gods kinderen worden niet op zichzelf teruggeworpen maar steeds van zichzelf afgewezen naar het kruiswerk op Golgotha. De leer van de uitverkiezing wordt bij de een meer benadrukt dan bij dc ander. De Schotten preken heel diep de val van de mens, zijn onmacht en onwil, maar vooral zijn ongeloof en vijandschap. Iedereen wordt bij de prediking betrokken. Er wordt een sterke aandrang op de hoorders uitgeoefend om zonder uitstel tot Christus te komen. Degenen echter die in hun ongeloof volharden, worden de ontzettende bedreigingen voorgehouden waarmee de Heere in Zijn Woord dc onbekeerlijken van hart waarschuwt. Zo zijn de Schotse predikanten als het ware steeds in gesprek met hun hoorders om tegenwerpingen te weerleggen cn tc ontzenuwen.
Hadden de Schotten ook belangstelling voor de positie van Israël en het Joodse volk?
Ja! Die belangstelling voor Israël was er al in de tijd van Covenanters. Samuel Rutherford geeft in zijn prachtige brieven op meerdere plaatsen uitdrukking aan een intens verlangen naar de komende bekering van dc Joden. Bekend is de preek van Boston, waarin hij aanspoort om voor de bekering van het oude bondsvolk te bidden. MacCheync besteedde elke dag een uur aan gebed en meditatie voor het Joodse volk. Hij maakte in 1839 met nog drie predikanten in opdracht van dc Schotse kerk een oriëntatiereis naar Palestina. Deze reis was de aanleiding tot Gods wonderlijke voorzienigheid in het zenden van 'rabbi' Duncan. als eerste zendeling onder dc Joden in Hongarije. Hoe werd zijn werk in Boedapest voor veel Joden tot een eeuwige zegen!
De Schotse gemeenten kennen speciale a von dn taaist ij den. Hoe zijn die ontstaan en wat is het bijzondere ervan?
Ten tijde van John Knox werd in Schotland op dezelfde wijze Avondmaal gevierd als bij ons. vier keer per jaar. In de dagen van de 'Second Reformation'. ten tijde van Andrew Gray en James Durham, besteedde men meer aandacht aan de voorbereiding. Men begon dagen af te zonderen voor vasten en gebed. Bij eetr opwekking in het plaatsje Kirk of Shotts in 1630. onder een preek van John Livingstone. werd de behoefte gevoeld om de maandag na de viering te bestemmen als dankdag.
De avondmaalstijden zoals die nu in dc Frce en Free Prcsbyterian Church nog in gebruik zijn. kregen pas in de 18de eeuw hun huidige vorm. Iti de tijd van Boston en van de Erskines kwam men van donderdag lot maandag bijeen uit verschillende gemeenten. In de Hooglanden kwam het gebruik in zwang om op vrijdag de 'Fcllowship meeting' te houden. Oorspronkelijk waren het de 'Men' die dan spraken over de kenmerken van genade.
als toetsing voor een rechte avondmaalsgang. De eerste toelating was afhankelijk van een onderzoek door de kerkeraad. De 'Communion tokens', de avondmaalspenningen. die doorgaans op zaterdag werden uitgereikt, gaven een kerkelijk recht tot de viering van de heilige Dis. Vooral bij de Free Presbyteria ns worden deze gewoonten nog stringent gevolgd en dient de "fencing ol' the tables', voordat de viering op de 'Sabbath' plaatsvindt, nog eens als een extra waarschuwing voor een 'onwaardig eten en drinken'. Het bijzondere en mooie van deze avondmaalslijden ligt in de ontmoeting met kinderen van God. niet alleen uit de eigen gemeente maar ook uit andere plaatsen, waarbij de gelegenheid geboden wordt met elkaar over het werk des Heere te spreken.
Welke boodschap wilt u in uw boeken uitdragen'.'
Het getuigenis dat op zo'n rijke wijze naar voren komt in het leven en de prediking van de Schotten, dat Christus in de wereld gekomen is om zondaren zalig te maken en dat niemand te slecht is om tot hem te komen. Ik hoop dat door mijn boeken ook jongeren de geschriften van de oude Schotse schrijvers gaan lezen. Zij bepalen je bij jc val en ongeloof, bij de onmogelijkheid om uit jezelf tot het heil te komen, maar ook bij de verzoening die Christus heeft aangebracht voor de grootste van de zondaren.
Ik weet dat er ook onder de jongeren zijn die worstelen met dc vraag: ..Hoe kom ik met God verzoend? " Hoeveel onbegrip en misvattingen zijn cr niet over dc 'toclcidende weg' tot het heil. Hoeveel barrières van voorwaarden en geschiktheden verduisteren het evangelie van vrije genade. Aan het einde van dit vraaggesprek wil ik vooral waarschuwen voor twee 'klippen'. Dc eerst zou ik willen noemen de 'werkkamer' van plichten en verstandsgeloof. waar men geen weet heeft van schuld en verlorenheid, van het wonder van Gods genade in Christus aan verloren zondaren bewezen. Fr is sprake van een oppervlakkig 'neem maar aan en geloof maar". Boston wijst erop dat de mens de bekering dan als vanuit zijn ingewanden probeert uit te werken. Dc tweede 'klip' is de 'wachtkamer' van valse lijdelijkheid, waar men een verkeerd gebruik maakt van dc leer van de uitverkiezing en zich verschuilt achter eigen onmacht. Men ziet voorbij aan het aanbod van genade en de zonde van het ongeloof, door de Schotten de grootste zonde genoemd. De Schotten proberen steeds het bijbelse evenwicht te bewaren. Dr. H. Bavinck zegt over de Erskines dat zij zich steeds bewegen tussen dc beide polen van wel en evangelie. Christus zonder onderscheid aangeboden aan verloren zondaren en door het geloof omhelsd als persoonlijke Verlosser door de werking van Gods Geest. is de rijke inhoud van hun prediking. Hoe rijk wordt Christus in hun geschriften voorgesteld! Hoe dierbaar werd het allesreinigend bloed van de Middelaar verkondigd!
Ik denk aan Thomas Chalmers. die nogal eens de gewoonte had zich op de preekstoel voorover le buigen en zijn hoorders toe te roepen: ..Het bloed van Jezus Christus reinigt van alle zonde, en waarom niet van de uwe? "
Ik probeer in mijn boeken iets te laten zien van de vurige begeerte die de Schotse schrijvers hadden om zondaren uit te drijven lot het kruis van Golgotha. opdat zij door de werking van de Heilige Geest vrijmoedig mogen belijden: ..Ik leef, doch niet meer ik. maar Christus leeft in mij.... Die mij liefgehad heeft en Zichzelf voor mij heeft overgegeven".
Mijnheer Van Veilen, hartelijk dank voor dit fijne vraaggesprek!
Kamerik J. H. Mauritz
Geldcrmalsen Z. Crum-Nieuwland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 maart 1992
Daniel | 32 Pagina's