JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Geboeid door geld en goed

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geboeid door geld en goed

Over de gereformeerde gezindte tussen materialisme en vreemdelingschap

13 minuten leestijd

Een boeiend gesprek mei één van de auteurs van 'Geboeid door geld en goed'. We spraken met H. de Vries. redakteur bij Terdege, naar aanleiding van het boek over de gereformeerde gezindte tussen materialisme en vreemdelingschap. Honderden mensen heeft hij al geïnterviewd, en nu mocht hij er zelf aan geloven. Goed voorbereid en heldere antwoorden formulerend legt hij op een bewogen wijze de vinger bij een zere plek. Als het goed is raakt dat je.

Wat was uw drijfveer om dit boek te schrijven?

De aanleiding was het algemeen heersende gevoel dat het in de gereformeerde gezindte niet goed gaat. Je bespeurt een geestelijke ingezonkenheid en geesteloosheid. De vraag hoe dat nu komt, houdt veel mensen bezig. Jc hoort grofweg drie geluiden.

Er zijn mensen die zeggen dat er sprake is van een algemene godsverduistering, die de gereformeerde gezindte niet voorbij gaat. Deze visie vind jc bijvoorbeeld bij prof. Graafland en bij drs. L. van Driel. Een andere groep ziet dc doorwerking van de theologie van Karl Barth in de gereformeerde gezindte als oorzaak. Een derde groep zegt dat het juichend christendom die oppervlakkigheid veroorzaakt.

Deze verklaringen bevredigen ons eigenlijk niet. De mens blijft clan zo buiten schot. Ik denk dat het veel meer in onszelf zit. Hoe komt het nu dat er zo weinig van dc gereformeerde gezindte uitgaat? Ik ben er in toenemende mate van overtuigd geraakt dat één van de wezenlijkste kenmerken van het christen-zijn het vreemdelingschap is. In Hebreen 11 spreekt Paulus over het geloof van de patriarchen. Hij komt op een gegeven moment tot de konklusie dat die mensen als gast cn vreemdeling hebben geleefd. Abraham had een bloeiend bedrijf en was rijk. Maar hij leefde, als een sober man in een heidense omgeving, als een vreemdeling. Bij ons is nu precies het omgekeerde gaan gelden: wc leven in een eigen reformatorisch wereldje van 'ons soort mensen' vaak als een wercldling.

Twee jaar geleden typeerde iemand in Intermediair de gereformeerde gezindte als een welgestelde bevolkingsgroep. die het naar het vlees aardig goed gaat. hun eigen leventje leidt, met wat opvallende kenmerken, maar waar je voor de rest geen last van hebt. Hij sloeg, vrees ik, de spijker op z'n kop. Wij zouden moeten leven als ccn gast en vreemdeling en dat is niet het geval. Hoe komt dat nu? In de hele Bijbel kom je steeds tegen dat uiterlijke voorspoed vaak aftrekt van de Heere en Zijn dienst. Je ziet dat ook bij godvrezende mensen als Lot en Salomo.

Als auteurs zijn we er alle drie van overtuigd dat de geesteloosheid cn ingezonkenheid niet in de eerste plaats te verklaren is vanuit allerlei theologische invloeden maar veel meer vanuit het feit dat we ons hebben laten inpakken door de welvaart. Dat is de god die we zijn gaan dienen. In het ontbreken van het vreemdelingschap ligt naar mijn overtuiging ook de verklaring voor het toenemend tv-bezit in christelijke kring. Als het vergezicht op het hemelse vaderland verdwijnt, ontstaan vanzelf de behoeften om déze wereld in huis tc halen. Dat waren de achterliggende gedachten waarom we dit boek wilden brengen, temidden van al die publikaties die de geesteloosheid benaderen vanuit een theologische achtergrond.

Paulus stelt in zijn brieven de geldgierigheid op een lijn met afgodendienst en hoererij. Het vastzitten aan geld en goed tekent de Bijbel als één van de ergerlijkste zonden. Daarbij is het goed om vast te stellen dat uiterlijke welvaart en materialisme niet per definitie samengaan. Materialisme is een levenshouding die ook een armoedzaaier kan kenmerken. Maar de praktijk leert dat wanneer het goed vermeerdert, we er ook meer aan hangen. De Heere Jezus leert ons in de geschiedenis van de rijke jongeling dat rijkdom een groot struikelblok is op weg naar de hemel.

In uw boek verwijst u naar een onderzoek van dr. C. S. /.. Janse. Daaruit blijkt dat 75% van de ouders het eens is met de stelling: „Zeker als je jong bent, is het een goede zaak om hard te werken aan je carrière". Hebt ti hier een verklaring voor? In de maatschappij is het carrièrc-denken een algemene tendens. Het tweede is dat onze ouders vaak in armoede zijn opgegroeid. Zc willen

graag dat hun kinderen het beter hebben dan zij. In hun kinderen willen ze inhalen wat zc zelf hebben gemist.

Maatschappelijk en financieel gezien heeft onze gezindte in een achterstandspositie verkeerd. We zijn nog bezig met de inhaalslag en daardoor zijn we waarschijnlijk meer gericht op welvaart. Uiteindelijk moetje zeggen dat het een gevolg is van de geesteloosheid. Iemand die de Heere kent. weet van een hoger goed. Daar komt bij dat in onze gezindte de gelijkenis van de talenten nogal eens wordt misbruikt. Ds. Koppelaar gaat daar in één van dc hoofdstukken op in. Mensen gebruiken die gelijkenis graag om tc staven dat je carrièregericht mag denken. In deze gelijkenis gaat het echter in beginsel om de genadegaven. De eerste vraag is dus niet: waar liggen mijn talenten? , maar: heb ik genade?

Als we in dc ban zijn van het carrière-denken, vinden we het wel aardig om er een theologische onderbouwing voor te hebben. Daar ligt. als ik me niet vergis, de verklaring voor de populariteit van deze gelijkenis. Als we zo volmondig 'ja' zeggen op de vraag of het een goede zaak is om hard te werken aan je carrière, dan staat ons geestelijk leven op z'n best op een zeer laag pitje. Wc moeten er bij onze kinderen in de eerste plaats op aandringen dat ze dc dingen zoeken die boven zijn. Ze moeten zich daar ook in hun beroepskeuze door laten leiden. Daarnaast is het goed om niet te letten op wal het meeste oplevert, maar een beroep te kiezen waarin je arbeidsvreugde kan ondervinden.

Ik denk dat de toename van de welvaart en de toename van het carrière-denken heel sterk met elkaar verbonden zijn. Als geld een grotere plaats gaat innemen in gezinnen is de verleiding groot om primair een baan te kiezen die flink wat oplevert, ook al zijn er veel schaduwzijden aan verbonden.

In de eerste christengemeente verdeelde men goederen en have. naar dat elk van node had. Heeft dit ons nu nog iets te zeggen ten aanzien van inkomensnivellering?

Bij die goederen en have ging het naar alle waarschijnlijkheid om stukken land waarin men belegd had. Ze verkochten dus niet hun eigen landbouwgrond. De christengemeente in Jeruzalem was een grote, vergrijsde gemeente waar armoede was. Dat was voor de rijkere gemeenteleden reden om die stukken land te verkopen en zo de nood te lenigen van de gemeente van Jeruzalem.

Als je je afvraagt wat dat ons nu nog te zeggen heeft, kom je uit bij wat Paulus zegt in 2 Korinthe 8:14: .Maar opdat uit gelijkheid, in dezen tegenwoordigen tijd, uw overvloed zij om hun gebrek te vervullen: pdat ook hun overvloed zij om uw gebrek te vervullen, opdat er gelijkheid worde". Het woord gelijkheid betekeni hier geen absolute gelijkheid, maar billijkheid. Dit betekent dus dal er binnen dc christelijke gemeentcn geen schrijnende tegenstellingen mogen bestaan.

Paulus roept de gemeente van Korinthe op om de gemeente van Jeruzalem te gedenken. Dil heeft nogal wat konsequenties. Het betekent dal je in het diakonaat niet alleen uit moet gaan van de plaatselijke gemeente maar van Gods kerk wereldwijd. Dat heeft ons wat te zeggen. Hel is op z'n minst de vraag of je een groot persoonlijk vermogen aan mag kweken, terwijl elders in de wereld mensen kreperen. Wal nog belangrijker is: terwijl er gebieden zijn waar het Woord van God nog nooil verkondigd werd. Dat zou onze grootste zorg moeten zijn.

Binnen de christelijke gemeenten zou er dus billijkheid en een zekere gelijkheid moeten zijn. Ik geloof niet dat je de genoemde teksl mag gebruiken om maatschappelijke inkomensnivellering te verdedigen. Kr wordt gesproken over de situatie binnen de gemeente. Ik zou zelfs willen zeggen: kun jc ergens meer verdienen dan moei je dat doen. Dan kun je ook meer weggeven.

Hoe groot mogen de verschillen dan zijn binnen de gemeente?

Ik wil geen grenzen trekken. Dan kom je snel in wctticisme en moralisme terecht: dit kan nog net wel en daar ben je de grens over. Als het goed is. wordt ons geven gekenmerkt door oprechtheid en vrijwilligheid. Op ontroerende wijze wordt

dat verwoord door David in het dankgebed dat hij opzendt nadat het volk heeft geofferd voor de tempelbouw.

Vaak wordt er gezegd: we hoeven nu onze tienden niet meer te geven, want we betalen al belasting. Hoe moeten we nu met ons geld en met de tienden omgaan?

Er wordt inderdaad vaak gezegd: wij moeten al belasting betalen, dus daar zijn de tienden bij inbegrepen. Maar dat is niet zo. Naast de tienden kende Israël nog tal van andere heffingen en persoonlijke offers. In lateitijd kwam daar dc belasting voor de koning bij. Denk aan de belasting voor de hofhouding van Salomo, waarvoor het volk grotendeels opdraaide. Het klaagde niet voor niets bij Rehabcam over het juk dat zijn vader had opgelegd.

In het licht van het Nieuwe Testament geloof ik niet dat het gebod van de tienden nog geldt. Christus is geen tweede Mozes. Wel denk ik dat de tienden in deze tijd een goede richtlijn zijn voor ons geven.

Moeten we nu zoveel mogelijk weggeven of mogen we ook sparen?

Het is een bijbelse plicht om zorg te dragen voor de toekomst. En ouders mogen sparen voor hun kinderen. Sparen en geven sluit elkaar niet uit. Maar het geven mag geen sluitpost zijn.

Ook niet voor jongeren die een baantje hebben? Jongeren mogen best ergens voor sparen. Ik denk dat het een gezonde zaak is dat ze zelf bijdragen als ze persé een bepaalde dure broek willen hebben. Maar daarnaast is het goed om al jong te leren om iets af te staan.

Kunt II ons zeggen hoe we verantwoord met ons geld en goed om kunnen gaan? Ik ben beducht voor wetticisme in de zin van: moeten we dit niet. hebben we daar niet een taak. De Bijbel spreekt anders.

Ik denk dat je daarvan drie dingen kunt zeggen. In dc eerste plaats dat we met ons geld dienen om te gaan in het besef dat het gegeven goed is. Wc hebben het ontvangen cn zullen eens rekenschap moeten afleggen. Het tweede is dat we er in dankbaarheid gebruik van mogen maken. Je mag blij zijn als je een goed salaris verdient waarmee je je gezin kunt onderhouden. Ten derde moei ons geldbeheer worden gekenmerkt door bewogenheid met de naaste. Op de huwelijksdag hebben de gehuwde mannen met ccn eed beloofd dat ze een deel van hun inkomen zullen gebruiken om in de nooddruft van anderen te voorzien. Dc Bijbel spreekt in positieve zin over het genieten van dat wat God ons geeft.

Ik kan me volledig vinden in dat wat Calvijn er over schrijft in zijn Institutie. Die spreekt in grote nuchterheid

over het genieten van het aardse goed. Maar hij doet dat p.-js nadat hij heelt gesproken over dc overdenking van het toekomende leven

In Piediker I I 9 Ie/en wc laat uw hart zich vermaken in de dagen uwer jongelingschap.... maar weet dat God. om al deze dingen, u zal doen komen voor het gericht. Hiermee wordt niet bedoeld dat je niet mag genieten, zoals wel wordt gedacht. Wat Salomo doet is het genieten in het licht van het komende oordeel stellen. Dat hoort ons in al ons doen en laten voor ogen te staan. Om het toch wat konkreter te maken: je moet je afvragen of een investering overeenkomt met het rendement.

Voor iemand die 50.000 km per jaar rijdt, vind ik het reëel dat hij een goede auto koopt, die goed zit en veilig is. Maar als je 7.000 km per jaar rijdt, staat zo'n investering in geen enkele verhouding met het rendement.

U schrijft in uw hoek dal hel opmerkelijk is dat er weinig konkreet wordl gewaarschuwd tegen materialisme in onze gezindte. Hoe komt dat?

In de eerste plaats omdat ook ambtsdragers kinderen van hun tijd zijn. Het tweede is dat in de prediking veelal meer aandacht wordt besteed aan de levendmaking dan aan de levensheiliging. Dat is heel opmerkelijk. Want de nadere reformatoren, met wie we ons verwant weten, spraken hier uitvoerig cn konkreet over. Tcellinck heeft bijvoorbeeld vier preken gehouden over dc overdaad in kleding, Udemans sprak over dc koophandel cn Koelman schreef over de opvoeding. Als wc zeggen, zo op de nadere reformatoren tc zijn. laten we ze ook daarin volgen.

Als u nu mocht waarschuwen, wat zou u dan zeggen?

Ik zie het materialisme niet in de eerste plaats als een gevolg van het feit dat er tc weinig gewaarschuwd is. Ik ben veel beduchter voor een krachteloze prediking. Je bespeurt vaak binnen de gereformeerde gezindte een grote matheid en beschouwelijkheid in de prediking. Je hebt niel de indruk dat het gaat over zaken van eeuwig wel of eeuwig wee. Dat is voor mij de nood van de prediking. Als Christus met kracht wordt gepredikt, komt er oog voor Zijn geboden. De bijbelheiligen hebben zich niet afgevraagd wat zc allemaal moesten doen of laten. Ze vreesden God en leefden daarom matig, rechtvaardig en godzalig.

U beschrijft de tendens van toenemend materialisme en verwereldlijking in de gereformeerde gezindte. Kan het getij gekeerd worden?

Ik ben geneigd om de vraag met 'nee' te beantwoorden. Hel lijkt een niet te keren stroom. Aan de ene kant zie je gemeenten waar de predikanten de indruk geven dat alle leden op z'n minst kleingelovigcn zijn. Aan de andere kant bespeur ik vaak een grote mate van beschouwelijkheid, hoewel men het zelf bevindelijkheid noemt. Voor de onbekeerde is nauwelijks een woord, terwijl de bekeerde wordt aangesproken als Gods lieve volk. Maar de Bijbel spreekt daar niet over. God zegt, dat Hij veertig jaar verdriet heeft gehad van dat volk. Als je het toespitst op de wereldgelijkvormigheid dan zie jc bij de eerste groep dat ze op zondagmorgen aangesproken worden met beminde gelovigen en "s avonds aan de televisie gekluisterd zitten. Bij de

tweede groep /ie jc dal men Jc wereldgelijkvormigheid tc 1111" denkt te kunnen gaan door angstvallig bepaalde uiterlijke kenmerken vast tc houden Maar binnen ons eigen kringetic leven wc /o werelds als vv.it

I r wordl vaak gezegd: maar dc llccrc laat niet varen wat Zijn liand begon Dc Hccre vergadcil Zijn gemeente Daarbij wordt vergeten dat er niet bij staal dat Hij tot de laatste dag in Nederland zal blijven. Waar zijn de gemeenten van Klein-Azië? Als we de Heere verlaten moeten wc er niet vreemd van opkijken dat de kandelaar zich verplaatst.

Wij kunnen het getij ook niet keren, maar God is almachtig. Ook in het verleden zijn opwekkingen ontstaan in tijden van verval. Aan zo'n opwekking hebben we voor alles behoefte. Er is een algemeen gevoel van 'het gaat wiet goed'. De oplossingen die aangedragen worden, zijn legio. Maar ik zie maar één weg. Op de kniccn met elkaar cn God onze zonden belijden en het gebed bidden uit Jesaja 64:11: .Och. dat Gij de hemelen scheurde, dat Gij nederkwaamt. dat de bergen van Uw aangezicht verviolen”.

Als dat gebeurt, verandert alles. Komt er geen opwekking. dan kon het met één generatie wel eens gebeurd zijn met de hele gereformeerde gezindte.

Nog een slotopmerking?

Nee hoor. Maar dat van die opwekking dat meen ik echt.

Krimpen aan den IJssel R. Ruit-van Dodeweerd

Veenendaal

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 november 1991

Daniel | 33 Pagina's

Geboeid door geld en goed

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 november 1991

Daniel | 33 Pagina's