De vader van de niemandskinderen
(2)
Ja, hij hecfl dc schooiertjes juist verteld. Zingen konden dc wilde jongens niet. Bidden? Onmogelijk. Maar toen hij vertelde van de 'wilde', hebben ze geluisterd.
Over die wilde kerel op de bergen van Gadara. die uitgebroken en gevlucht was. die rauwe kreten schreeuwde en zichzelf sloeg met stenen. Iedereen was bang voor hem. Hn allen spraken over hem. over Legio.
Tot die Ene kwam. Hij was niet bang. maar liep recht op de wilde af. Keek hem diep in de ogen. En riep met een grote stem: Ga uil van hem! Legio schreeuwde nog wel. maar tevergeefs. Dc grote Medicijnmeester deed Zijn werk. En de bezetene zat geknield aan Zijn voeten. Gezond en wél bij zijn verstand. Nu is dc vertelling afgelopen. Barnardo bidt. Bidt vurig, of die grote Koning wil komen, ook in het hart van dc kleine boeven. Boeven zijn het. vloekers, eigenlijk ook wilden. Maar zij hebben het toch gevoeld, even maar: Hij regeert! Hel Boek gaat dicht.
De dokter wil weggaan, maar juist gaat de klink van de deur vanzelf omhoog, en daar staat de kleine jongen. Opgejaagd door de kou van de nacht. Arme kerel. Wat ziel hij eruit....
..Meneer, mag ik blijven? Ik zal niks doen. Laat mij vannacht hier mogen blijven, daar in de hoek op de grond. Mag het?
..Jongen, dat gaat niet. Ik ga sluiten. Ga gauw naar huis, vooruil.”
Even is hel slil. maar dan zegl de jongen: ..Ik héb geen huis.”
..Geen huis? Kom nou. maak me niets was. ga naar jc moeder.”
..'k Heb geen moeder." ..Wat zeg je me nou, geen moeder? Ga naar je vader dan en maak dat je wegkomt.”
Even is hel slil. En dan: ..lk heb geen vader." ..Waar woon je dan? ” ....
..Nergens.”
..Hoe kan dat nou. geen moeder, geen vader, geen huis? Van wie ben je dan een kind? ? ”
..Van niemand." Het hoge woord is eruit. Een kind - van niemand! Daar staat de jonge student. Veel heeft hij al gezworven door dc achterbuurt. Veel verdriet, veel zonde heeft hij al uezien. Maar dit? Een kind van niemand? Dat kan toch niet....
..O ja meneer, er zijn er nog veel meer.”
..Je kunt me nog meer vertellen: ik geloof er niets meer van. Laat maar eens zien dan. wat er waar is van je verhaaltjes.”
't Is nacht geworden. Daar lopen ze. Met z'n Iweeën. Een jonge man met aan zijn zij een kleine haveloze jongen. Het gaat steeg in - steeg uil. En Barnardo denkt: ..Hij liegt natuurlijk, hij wil medelijden opwekken.”
Maar de kleine denkt: , .'t Is een vriendelijke meneer, ik kan hem gerust alles laten zien."
..Kom meneer, hierheen nu." Hij kent de weg op zijn duimpje.
De dokter volgt, 't Wordt een lange tocht. Maar hij zag.... niets. Hij had een doosje lucifers bij zich. Hij keek in portieken, in karren. Ook onder bruggetjes zochten ze. Ze vonden niets. Daar komen ze bij een muur. een afgebrokkelde, scheve muur. Op z'n blote voeten klimt de jongen cr tegenop, zo lenig als een kat.
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 oktober 1991
Daniel | 32 Pagina's