Het kubisme (1)
Wanneer je een jïjne verjaardag hebt gehad, is het aardig wanneer er iemand foto's heeft gemaakt: de herinnering aan die fijne dag wordt zo vastgehouden. Misschien maak jij zelf wel foto 's. Dat doen veel mensen tegenwoordig. Van onze kinderjaren zijn ook wellicht weI foto-albums vol. 7.o is dat ook met onze vakantieherinneringen: de foto's ervan helpen ons de belevenissen te onthouden. Maar dat niet alleen: ook de toegangsbewijzen, de stickers, de papiertjes, de souvenirs, de prulletjes en nog veel meer van die dingen houden met elkaar de belevenissen vast: ze drukken iets uit, ze delen mee hoe die vakantie, die verjaardag is geweest en hoe je dat hebt ervaren. Vee! mensen hebben dat in het verleden, toen er nog geen foto 's gemaakt konden worden, ook gedaan. Ze voelden een behoefte om hun ervaringen en belevingen vast te houden. De meeste van die herinneringen zijn in de loop van de jaren en eeuwen in de pruüebak en op de vuilnisbelt terecht gekomen. Er zijn ook dingen bewaard gebleven. Dat zijn de voorwerpen die je meestal in het museum vindt.
Op de vraag van één van onze lezers over kunststromingen van deze tijd wil ik in het onderstaande artikel ingaan. Het zal hier slechts over ccn verschijnsel gaan: het kubisme. De vraag naar de beweging van het kubisme betreft het terrein van de beeldende kunsten: de bouwkunst. de beeldhouwkunst cn dc schilderkunst. Het kubisme is een werkvorm geweest die begonnen is in de schilderkunst en beeldhouwkunst. en haar uitwerking en toepassing ook in de bouwkunst heeft gekregen.
Belangstelling voor het primitieve
De plaats en het ontstaan van het kubisme is vrij nauwkeurig aan te geven:1906 - 1907 in Parijs, waar de jonge schilder Pablo Picasso woonde cn werkte. Deze stad was ook toen reeds een centrum van de wereld. Veel nieuwe indrukken en impulsen kon men daar opdoen: eranderingen op het gebied van de kuituur waren daar wel 50 jaar eerder merkbaar dan in Nederland. Eén van die veranderingen was dc groeiende aandacht bij ccn breder publiek, op dc wereld die buiten Europa lag: apan en China cn vooral ook Afrika. Dc vreemde volkeren oefenden een grote aantrekkingskracht uit vanwege hun anders-zijn.
Deze belangstelling is in de gehele 19e eeuw reeds bespeurbaar, zo ongeveer te beginnen met Napoleons veldtocht in Egypte. Er was geen afwijzing meer van het vreemde of exotische, maar een nieuwsgierige kennisname van al dat vreemde dat die verre wereld bood.
In het begin van de 20e eeuw brachten missionarissen (r.k.), die in Afrika hun zendingswerk hadden verricht, houten beelden uit dit werelddeel mee, niet om te verbranden maar om te verkopen. Schilders cn beeldhouwers zagen en kochten deze houten beelden, omdat zij diep onder de indruk waren van de heftige uitdrukkingskracht. die (zogenaamde) primitieve mensen hadden weten te bereiken. Het ging hun dus niet om de religieuze betekenis van deze beelden, maar om de expressie, op zichzelf genomen, d.w.z. losgemaakt vanuit de wereld.
waar ze een (religieuze) funktie hadden gehad. Dat deze beelden echter in hun krachtige vormen cn kleuren juist een angst en bezetenheid uitstralen voor de goden en demonen, dat ook een westers mens dit kan invoelen, dat speelde geen rol van betekenis.
Maar niet alleen vreemde volkeren, ook volkeren dielang geleden geleefd hadden, waren in de belangstelling gekomen: Europa ging zich intensief bezighouden met zijn eigen verleden: vooral dc Middeleeuwen vond men heel spannend.
Men had daarvan nog het idee van dc 'duistere' periode, die erg lang had geduurd en waarin mensen ccn zeer kommervol bestaan hadden gehad. Aan de andere kant werd het leven in dc Middeleeuwen zeer romantisch voorgesteld: lieve prinsessen en dappere, aantrekkelijke ridders die fraaie kastelen bewoonden, enzovoort. Dc eerste expositie van Middeleeuwse schilderijen cn boekwerken werden voor het eerst gehouden in het begin van deze eeuw.
Picasso en Braque
Picasso werkte als jonge man in Parijs, waar hij de negerbccldcn leerde kennen en waarderen. Hij reisde ook veel naar zijn geboorteland Spanje, waar hij zeer geboeid raakte door de beeldjes uit de vroege Middeleeuwen, die zelfs vele kleine kerkjes, in zijn geboorteland sieren.
Deze beelden zijn zeker niet vloeiend en zoet van vorm, maar fors, heftig en met pit. een krachtige expressie dus. Vanuit deze nieuwe impulsen, op zoek naar een nieuwe stijl (wat het kubisme zou opleveren), werkte Picasso en verwerkte deze nieuwe indrukken.
Het is opmerkelijk dat hij niet de enige was op zoek naar meer vastigheid in vorm en kleur. De periode van het impressionisme had de kleurige vlekken haar begrenzing ontnomen, het schilderij was vager, onvaster geworden, de voorstellingen drukten ook slechts ccn 'momentopname' uit: weinig duidelijke vormen waren overgebleven.
In Zuid-Frankrijk schilderde George Braque landschappen in de stijl van ccn schilder die hij zeer bewonderde: Paul Cézanne. Cézanne had reeds ccn aanzet gegeven tot deze nieuwe stijl (het kubisme). Hij had in het zuidfranse landschap - met rechthoekige akkers en wijngaarden, die tegen de berghellingen lagen - het hoekige en geometrische patroon opgemerkt. Van dit hoekige patroon had hij veel schilderijen gemaakt. Alle natuurvormen, zo zou hij gezegd hebben, dienen herleid tc worden tot een kubus, kegel of cilinder. Cézanne was echter gestorven. Zijn vrienden eerden hem met een herdenkingstentoonstelling (1906). Deze expositie, die door veel schilders en beeldhouwers bezocht werd, gaf een nieuw zicht op de eigentijdse wijze van schilderen. Cézanne had weliswaar zelf geen kubussen of kegels gemaakt, maar zijn opmerking werd door de jongere generatie wel serieus genomen. Een ieder gaf daar zo zijn eigen uitleg aan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 september 1991
Daniel | 36 Pagina's