De waarde van de belijdenis
Als we vanavond met elkaar willen nadenken over de belijdenis en haar waarde, dus haar plaats en haar funktie, zal het u duidelijk zijn. dat het hierbij gaat om de gezamenlijke geloofsartikelen die door de kerk der Reformatie in ons vaderland cn ook door onze gemeenten als zodanig zijn aanvaard. Daarin spreekt de kerk uit. wat de Hccrc haar in Zijn Woord heeft bekend gemaakt. Maar ook wat door de Heilige Geest haar geloofseigendom geworden is. Paulus schrijft aan Timotheus in 2 Tim. 1:13 + 14 ..Houd het voorbeeld der gezonde woorden, die gij van mij gehoord hebt in geloof en liefde, die in Christus Jezus is. Bewaar het goede pand, dat u toebetrouwd is. door de Heilige Geest. Die in ons woont".
Het behoort tot de taak van de kerk op aarde om de waarheid, die door dc openbaring van God in Zijn Woord tot haar kennis gekomen is te verstaan, te bewaren en uit te spreken. In eigen kring dient ze de waarheid te belijden en tot onderwijs aan onkundigen en dc jongeren door te geven. Tegenover dwalenden en tegensprekers dient zij zich te wapenen. Ook geeft zij rekenschap van haar geloof tegenover hen die buiten haar zijn. en doet zich zo aan hen kennen. Zij is haar banier en haar veldteken. Zij is ook hetgeen de gemeente samenbindt en norm voor haar handelen is. Dan doet zich echter de vraag aan ons voor: wat is haar plaats ten opzichte van het Woord van God. Heeft de gemeente in Gods Woord niet alles wat voor leer en leven nodig is? Laten we voorop stellen dat Gods Woord de centrale plaats dient te ontvangen die haar toekomt. Het Sola Scriptura van de Reformatie dient onaangetast bewaard te blijven. Het Woord van God staat boven dc kerk en gaat over de kerk in al haar geledingen. De leer der kerk dient in het Woord verankerd te zijn cn dc gemeente dient zich overeenkomstig dit Woord te gedragen. Het Woord richt de Kerk. Vermaningen in dit Woord uitgesproken zijn evcnzovele veroordelingen. Leest de brieven maar. die Christus aan de zeven gemeenten van Klein-Azic liet schrijven. De kerk heeft nodig bij dit Woord bewaard te blijven.
We mogen daarbij tevens zeggen dat de Kerk hel Woord heeft als een schat haar toebetrouwd. waarbij het Gods Woord blijft. De kerk doet van dat Woord en van dc daarin vervatte waarheden belijdenis. Zij belijdt immers Gods Naam, die in het Woord is geopenbaard. De Heilige Geest leert de waarheden van Gods Woord aanvaarden, omdat Hij ervan overtuigt. Geloven is overtuigd worden en het belijden van hetgeen wordt geloofd, is de vrucht. Hierbij geldt: ik geloof, daarom heb ik gesproken'. Het geloven gaat aan het spreken van de gelovige vooraf. Daarom lezen we in artikel 1 van de N.G.B.: .Wij geloven allen met het hart en belijden met de mond". Dit is in overeenstemming met Rom. 10:10: .Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid
en met de mond belijdt men ter zaligheid". Daarover straks meer.
Vóór alles dient dus vast te staan het eigen karakter van Gods Woord. Hiervan erkennen we dat dit Woord eertijds niet is voortgebracht door de wil van een mens. Maar dat de heilige mannen Gods door de Heilige Geest gedreven, dit Woord gesproken en geschreven hebben. „Daarna heeft God", zegt artikel 3 van de N.G.B.. „door een bijzondere zorg. die Hij voor ons en onze zaligheid draagt. Zijn knechten de profeten en apostelen geboden Zijn geopenbaarde Woord bij geschrift te stellen". Artikel 4: „Wij geloven zonder enige twijfeling al wat daarin begrepen is en dat niet zozeer omdat ze dc kerk aanneemt en voor zodanig houdt maar inzonderheid omdat ons de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten, dat zij van God zijn". Het spreken Gods is dus bepalend voor de Schrift. Al is zij mede door mensenarbeid tot stand gekomen, dit bepaalt haar karakter niet. Dit wordt bepaald door Gods spreken.
In dit Woord komen we al diverse uitspraken tegen waarin het belijden van de kerk doorklinkt. De Heere Jezus spreekt in het hogepriesterlijk gebed (Joh. 17) uit van Zijn discipelen: Zij waren Uwe cn Gij hebt Mij dezelve gegeven en zij hebben Uw Woord bewaard". Dat blijkt bij diverse gelegenheden. Denk aan Petrus in Caesarea Filippi: Gij zijt de Christus, de Zoon van dc levende God". Voor het Sanhedrin legt hij belijdenis af van de enige Naam tot zaligheid gegeven (Hand. 4:12). Telkens weer lezen wc in het Nieuwe Testament dat de gemeente en ook de individuele christen moet belijden en belijdend de goede keus moet maken. Het gaat immers om de goede belijdenis, die onwankelbaar is. De gemeente des Heeren bezit het toevertrouwde pand en het allerheiligst geloof. Niet iedere belijdenis is goed. Telkens dienen de christenen zich af te vragen of hetgeen beleden wordt in overeenstemming is met de Heilige Schrift. Johannes schrijft in 1 Joh. 4:2 + 3: Alle geest die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit God. En alle geest die niet belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is. die is uit God niet. Maar dit is de geest van dc antichrist". Verder schrijft hij in vers 15: Zo wie beleden zal hebben dat Jezus de Zoon van God is. God blijft in hem en hij in God".
Zo lezen we ook van de apostel Paulus in 1 Kor. 12:3: Daarom maak ik u bekend, dat niemand die door de Geest spreekt, Jezus een vervloeking noemt en dat niemand kan zeggen Jezus de Heere te zijn. dan door de Heilige Geest". Het is dus duidelijk dat reeds bij het ontstaan van de gemeenten de woorden 'Jezus is Heere' tot de belijdenis-schat van de kerk behoorden, die zij met het hart geloofde en met de mond beleed. Prof. Polman schrijft dan ook: de gemeente van Christus heeft van dc vroegste tijden af een belijdenis, een homologia (hetgeen waarover men het met elkaar eens is) in objektieve zin, waarin zij voor zichzelf de verborgen schatten des heils. hetzij schriftelijk, hetzij mondeling heeft vastgelegd. En deze staat dan niet boven de Bijbel, maar is er aan ontleend. Zij is het antwoord van het geloof op de openbaring van God in de Schrift. Afwijking ervan is dan ook geen futiliteit, geen ongevaarlijke zaak. maar een dodelijk verderf en geestelijk schade voor de ziel" (Polman). Toen in de reformatorische kerken confessies ontstonden, bedoelden deze kerken met hun belijdenisgeschriften iets geheel anders dan de kerk van Rome onder de traditie, de kerkelijke overlevering, verstond. De traditie fungeerde en fungeert bij Rome als 'een zelfstandige bron van openbaring'. Prof. dr. Fiolet (rooms-katholick) stelt zelfs dat de traditie in het rooms-katholieke denken in de eerste plaats funktioneerde 'als een inhoudelijk en normatief surplus van de Heilige Schrift'.
Rome belijdt Schrift en traditie als twee zelfstandige bronnen van openbaring. Ze zijn aan elkaar gelijkgesteld omdat beide door de Heilige Geest zijn ingegeven. De omvang en dc inhoud van de traditie zijn echter niet nauwkeurig aangegeven. Polman merkt op dat bij Rome: „Wat de Schrift leert, door de traditie wordt bepaald". Het concilie van Trente sprak uit dat Schrift en traditie: „met een gelijk gevoel van vroomheid en gelijke eerbied moeten worden ontvangen als de boeken van Oude en Nieuwe Testament".
Omdat de rooms-katholieke kerk de tweebronnen-theorie aanhangt kan zc tot uitspraken komen die niet stoelen op de Heilige Schrift. Bijvoorbeeld: ten aanzien van de ten-hemelopneming van Maria wordt erkend dat deze niet in de Schrift voorkomt. Doch er zijn immers twee bronnen waaruit dc openbaring geput wordt. De ten-hemel-opneming van Maria kennen wc. wordt gezegd, uit de overlevering. Er is echter een nieuwe visie op de traditie, die de betekenis daarvan niet ziet in het aanvullen van de Schrift, doch in de authentieke interpretatie van deze. In de 'Nieuwe Katechismus: Geloofsverkondiging voor volwassenen' lezen we aangaande de paus: „Als hoofd van het onfeilbare bisschoppencollege, bezit hij de onfeilbaarheid in bijzondere mate. Hij is de baken. Dit betekent niet dat hij de dogma's zou kunnen afkondigen zonder kontakt met de kerk. Hij kan alleen zeggen wat de algemene kerk gelooft. Hij overlegt samen met alle katholieke bisschoppen, speciaal met de sinds het concilie opgerichte bisschoppensynode. Maar omdat gemeenschap met hem een toetssteen is voor het horen bij de eenheid, is een uitspraak van hem zeker vol van de waarheid van Gods Geest, als hij tenminste - wat zeer zelden gebeurt - uitdrukkelijk als bindend en onfeilbaar verklaart te spreken."
Geheel anders is de opvatting van de kerken der Reformatie. Uiteraard hebben ook deze weet van een traditie. Zij schatten haar heel hoog. Doch nooit hebben ze de symbolen van de oude kerk als gelijkwaardig aan de Heilige Schrift beschouwd. Van twee bronnen was er in het geheel geen sprake. We kunnen zeggen dat er ook in de Reformatie, door het opstellen van de confessies, in zekere zin aan traditievorming gedaan werd. Maar er is nooit ook maar enigermate sprake geweest van nevenschikking. Wanneer het over Schrift en traditie gaat is er in de verte geen sprake van gelijk gevoel van vroomheid en van gelijke eerbied. Guido de Brés, de opsteller van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, wilde terug naar de Heilige Schrift en stond een 'reformatie op schriftuurlijke grondslag' voor.
Herman Bavinck pleitte voor een traditie in de goede zin van het woord: „Daarom is er een traditie nodig, om den samenhang te bewaren tussen de Schrift en het religieuze leven van deze tijd. Traditie in goede zin is vertolking en toepassing van de eeuwige waarheid in de sprake en het leven van hei tegenwoordige geslacht. Een Schrift zonder zulk eene traditie is onmogelijk". Hij merkt dan verder
op dat het verschil in opvatting aangaande dc traditie tussen Rome en de Reformatie hierin bestaat: „Rome wil eene traditie, die zelfstandig loopt naast de Schrift", „De Hervorming erkent alleen zulk eene traditie, die gegrond is op en voortvloeit uit de Schrift". Wanneer Bavinck het elders heeft over de macht der kerk. met name de potestas docendi. schrijft hij dat de kerk vanaf de aanvang van de tweede eeuw een bclijdeniskerk is geweest. In een wereld vol van leugen, bedrog, laster en ketterij, kan ze niet zonder regel des geloofs bestaan. Maar „met zulk ene belijdenis doet de kerk ook niet aan de volmaaktheid der Heilige Schrift tekort, maar spreekt zij niet anders uit. dan wat in die Schrift is vervat: die belijdenis staat niet naast, veel minder boven, maar diep onder de Heilige Schrift". De Schrift is alleen „onvoorwaardelijk tot geloof en gehoorzaamheid bindend, onveranderlijk". „Dc confessie is en blijft altijd examinabel cn revisibel aan de Schrift". De confessie is een norm die op haar beurt door dc Schrift wordt genormeerd.
Calvijn schrijft in zijn Institutie: „Dit zij dus een vaste grondstelling, dat men geen ander Woord Gods moet hebben, waaraan men in dc kerk plaats geeft, dan wat eerst in de wet en de profeten, en verder in de apostolische geschriften vervat is, cn dat er geen andere wijze is om naar behoren in de kerk tc leren dan naar het voorschrift en de regel van dat Woord". „Wij stellen dus vast dat het de getrouwe dienaren niet meer overgelaten is. dat ze enig nieuw leerstuk smeden, maar dat ze eenvoudig moeten blijven bij de leer, aan welke God allen, zonder uitzondering, onderworpen heeft". Wanneer het gaat over het verschil Rome-Reformatie met betrekking tot deze aangelegenheid lezen we bij de reformator: „Dit is dus het verschil: zij stellen het gezag der kerk buiten Gods Woord: maar wij willen dat het aan het (Voord gebonden is, en dulden niet dat het daarvan afgescheiden wordt". „Laat daarom dc kerk niet wijs zijn uit zichzelf, en niet uit zichzelf iets bedenken, maar laat haar de grens voor haar wijsheid daar stellen waar Hij ophoudt te spreken". Het is dc kerk niet geoorloofd „enige nieuwe leer te vormen, dat is meer te leren en als Godsspraak uit te geven, dan wat de Heere in zijn Woord geopenbaard heeft". Van de Geest moeten wij niets meer verwachten „dan dat Hij onze verslanden verlicht om de waarheid van zijn leer te begrijpen". Dc kerk wordt niet „zonder het Woord door de Geest geregeerd". Zo komt Calvijn op voor de unieke betekenis van het Woord Gods. Naast dit Woord bestaat er geen tweede bron van openbaring. En wat de Heilige Geest betreft: „Calvijn wil op geen enkele wijze afbreuk doen aan het werk van dc Heilige Geest, maar hij brengt met nadruk naar voren dat de Geest niet zelfstandig naast het Woord werkt".
In allerlei uitlatingen van de kerken van dc Reformatie ontdekken we de erkenning van de geheel unieke plaats en funktie van de Schrift, de enige bron van de openbaring. Naar deze bron wordt telkens verwezen.
In de geschiedenis zien we telkens weer dat de kerk een belijdende kerk is. Waar het hart vol van is. loopt de mond van over. Vanuit het trinitarische doopbcvcl - de opdracht om te dopen in dc naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes - ontstond het Oud-Romeinse Symbool. Symbolum Romanum.
Uit deze oude belijdenis, die veel op de Apostolisch Geloofsbelijdenis lijkt en ook twaalf artikelen telt. is door toevoegingen tenslotte het Apostolicum ontstaan, dat we met recht "de belijdenis aller eeuwen' kunnen noemen. In de loop der historie heeft de kerk altijd weer nieuwe leringen vanuit de Heilige Schrift getoetst. Waar nodig heeft ze dwalingen afgewezen. Bekend is dc verwerping van de ketterij van Arius op het Concilie van Nicea in 325. G. C. Berkouwer schreef: „Hier werd een van de meest ernstige aanvallen op het eenvoudige geloof der kerk weerstaan". Hetgeen in Nicea werd uitgesproken ontving in de synode van Constantinopel (381) enige interpretatie en aanvulling. Later werd 'en de Zoon' toegevoegd bij de Heilige Geest (die van de Vader en de Zoon uitgaat). Zo ontstond de zogenaamde Geloofsbelijdenis van Nicea. korrekter aangeduid als het 'Niceno-Constantinopolitanum'. De kerk was overtuigd van de noodzaak het algemeen geloof te behouden en ongeschonden te bewaren. Zij wilde en moest opkomen voor de gezonde leer. Want de eer van God. het heil van de mensen cn dc eenheid van dc kerk waren in het geding. De 'Geloofsbelijdenis van Athanasius' begint dan ook aldus: „Zo wie zalig wil zijn. dien is voor alle dingen nodig, dat hij het algemeen geloof houde. Zo iemand dit niet geheel en ongeschonden bewaart, die zal zonder twijfel eeuwig verloren gaan". Door in de worsteling om de waarheid steeds op de Schrift terug te grijpen werd het inzicht in het Woord Gods verdiept. Het levenswerk van Athanasius is moeilijk denkbaar zonder de ketter Arius en dat van Augustinus zonder Pelagius en Donatus. Later wilde de Heidelbergse Catechismus de goede belijdenis al onderwijzend doorgeven. In een uiterst woelige tijd beoogde de opsteller van de Nederlandse Geloofsbelijdenis duidelijk te maken wat de reformatorische christenen geloven en misverstanden en verdachtmakingen omtrent hun geloofsvisie uit de weg te ruimen. „In de ogen van de roomse overheden waren alle hervormingsgezinden zonder meer rebellen. Calvinisten en anabaptisten schoren zij over een kam. Zij zagen geen verschil of wilden geen verschil zien tussen de reformatorische christenen en de wederdopers". De Dordtse Leerregels bedoelden een bijbelse weg te wijzen temidden van twisten en ketterijen die in het begin van de zeventiende eeuw de kerk der Reformatie in ons land dreigden te verscheuren. Door de Synode van Dordrecht 1618/1619 zijn de dwalingen van dc Remonstranten onderzocht cn veroordeeld als in strijd met het Woord des Heeren. Van het belijden geldt: de gelovigen kunnen, waar de boodschap van het evangelie in het geding is, het niet nalaten.
In het kort wil ik nog ingaan op de verhouding tot de buitenlandse belijdenisgeschriften, bijvoorbeeld de Westminster Confessie. Allereerst valt op te merken dat in de eerste jaren van de Reformatie de gedachte aan een nieuwe belijdenis geheel buiten het gezichtsveld lag. De reformatoren concentreerden de aandacht op de Schrift als het Woord van God cn kwamen op die wijze tot een bepaalde positiekeus in de situatie van het kerkelijk leven. Daarbij zagen zij zich echter genoodzaakt een uiteenzetting te geven van hun aan Gods Woord ontleende motieven om anderen tc overtuigen en als medestanders voor hun reformatorische arbeid te winnen. Ook was een belijdend getuigenis nodig met het oog op de overheid. In 1523 zijn er al in Zwitserland de 67 artikelen van Zwingli. De
Lutherse symboolvorming begint in 1524 met dc belijdenis van de stad Wertheim am Main. Terwijl de Calvinistische Thesen van Lousanne in 1536 als eerste gelden van de Calvinistische tak van de Reformatie.
Wat dc Westminster Confessie betreft, deze is opgesteld op de Westminster Synode (1643-1648) bijeengeroepen door het Britse Lagerhuis. Deze Synode gal' een Westminster Confessie uit. twee catechismussen, een grote en een kleine, een nieuwe liturgie en een nieuwe kerkorde.
De Westminster Synode wilde, na de reeds eerder aanvaarde confessies, zoals de 39 artikelen cn de Ierse artikelen, dc nieuwe confessie formuleren in overeenstemming met de Gereformeerde belijdenissen op het continent. Toch heeft ze haar tekst niet ontleend aan de symbolische geschriften van deze kerken. Welbewust heeft zij aansluiting gezocht bij de confessionele ontwikkeling, zoals deze reeds vroeger in het Verenigd Koninkrijk tot stand was gekomen in de zojuist genoemde artikelen. Daarnaast is gebruik gemaakt van het standaardwerk van J. Usher: A body of Divinity, van de geschriften van Calvijn en andere gereformeerde theologen. Ook deze confessie heeft haar plaats gevonden in de Anglo-Amerikaanse gemeenten van rechtse signatuur, üc belijdenisgeschriften dragen het stempel van
hun tijd. Het antwoord van het geloof in Gods Woord werd uitgesproken in een konkrete siuiatie. In die situatie was er veelal de konfrontatie met de leer van Rome. van de Wederdopers, van bepaalde opvattingen van Luther bijvoorbeeld ten opzichte van het Heilig Avondmaal en de alomtegenwoordigheid van Christus. In deze belijdenisgeschriften werd verwoord hetgeen door het geloof werd gekend en waarop werd vertrouwd. Een voorbeeld: zondag 17 H.C. bevat één vraag over de opstanding van Christus. Zondag 18 H.C. vier vragen over de hemelvaart (tegen Luther). De vraag doet zich voor of de zendingskerken zo gebaat zijn als de confessies van de moederkerken zonder meer worden overgenomen. Vindt die kerk bijvoorbeeld op Irian ook dan daarin verwoord, wat zij in haar konkrete situatie nodig heeft om te verstaan wat waar is op grond van Gods Woord? In de eerste plaats zal dc kerk winst doen met het kennis nemen van hetgeen als vrucht van doorleefd geloof haar hierin wordt aangereikt. Men zou kunnen spreken van een uitheemse potplant die hopelijk hier zal aanslaan. Daarnaast echter wordt de kerk gekonfronteerd met aktuele zaken die om een antwoord van de kerk vanuit Gods Woord vragen bijvoorbeeld met betrekking tot de polygamie, de magie, dc geestenwereld. Wij stamden uit de rooms-katholieke kerk met haar verworvenheden en bedorvenheden. De kerk op het zendingsterrein stamt uit het heidendom met haar kultus. Ongetwijfeld zal de confessie van de kerk ter plaatse uitspraken dienen te bevatten die hierop een antwoord geven: tot onderwijs aan onkundigen, als norm voor haar handelen en hetgeen de gemeenten samenbindt. Waarin zij zich tevens rekenschap geeft ten opzichte van hen die buiten zijn. Dit moet echter de kerk zelf doen cn daarbij de hulp van de Heilige Geest inroepen. In Gods Woord treffen we persoonlijke belijdenissen aan. Denk aan Petrus' belijdenis in Caesarea Filippi. Daarom zegt de Heere Jezus: ..Zalig zijt gij Simon. want vlees en bloed hebben u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader die in de hemel is". Door de Heilige Geest is Petms overtuigd van deze waarheid, die hij in het geloof heeft leren aanvaarden.
Wat voor Petrus noodzakelijk was is voor ons allen onmisbaar. Namelijk dc waarheid van het Woord van God te geloven en die te belijden. Te geloven met het hart is meer. wezenlijk meer, dan het verstandelijke toestemmen alleen. Het is een aanvaarden met een verlicht verstand, waardoor deze waarheden voor mij persoonlijk waar worden, werkelijkheid worden, existentieel beleefd worden. Wie God is als een heilig, rechtvaardig God. maar ook lankmoedig en goedertieren. Daartegenover wie ik tegenover die God geweest ben en nog ben. Maar ook dat er bij de Heere vergeving is. zodat ik ook deze waarheid met een hartelijk vertrouwen aanvaard.
Waar deze zaken werkelijkheid worden, zal ik er niet van kunnen zwijgen. Dan wordt het zo'n wonderlijke ervaring dat onze belijdenis zo getrouw weergeeft-wat ik door het geloof van het Woord heb mogen verstaan. Dan is er een heilige overeenstemming tussen het Woord, de belijdenis en het persoonlijk geloof. De belijdenis met de mond is de vrucht van het geloof in het hart. Vele artikelen van de N.G.B. beginnen met de woorden: 'wij geloven allen met het hart en belijden met de mond'.
Ds. G. Boer merkt in zijn briefwisseling met dr. Berkhof op: ..Hier ligt dc verbondenheid aan de belijdenis van de kerk. ook aan dc Geloofsbelijdenis. Weergaloos vertolkt toch deze de inhoud van ons geloof. Hier ligt ook de verbondenheid van de eenvoudigen in het land aan de belijdenis verklaard. Immers hier wordt hun geloof, dat ook mijn geloof is. verklaard op een wijze die nimmer verbeterd is. In de vergelijking van het reformatorisch belijden met het huidige, merken wij een ontstellende verarming op."
Drs. Exalto merkt op in twee artikelen in 'Jij en...': „De oude formulieren bevatten een levend geloof, er staat een levende religie achter. En dat geloof en die religie zijn gelukkig nog niet uitgestorven. Daarom is er ook geen tegenstelling tussen een belijdenis hebben en aktueel belijden. Die tegenstelling kan er alleen maar zijn bij hen die zich gaarne ontdoen van dc belijdenis omdat ze innerlijk van het geloof der vaderen vervreemd zijn. daar zichzelf niet meer in herkennen!"
Tenslotte nog ingaan op:
Hoofdpunten van de belijdenis
Het is moeilijk een keus te maken uit de hoofdzaken, die in de belijdenisgeschriften zijn weerlegd. Want in deze geschriften dienen ook alleen de hoofdwaarheden van het christendom beleden te worden. Ze vormen een samenvatting en geen uitvoerige uiteenzetting van de boodschap van de Bijbel. Dit laatste vinden we meer in dogmatieke werken, zoals bijvoorbeeld: Institutie van Johannes Calvijn. De Redelijke Godsdienst van ds. W. a Brakel. De Gereformeerde Dogmatiek van ds. G. H. Kersten enzovoort.
Maar daarom zijn ze juist van zo'n grote betekenis voor het verstaan van Gods Woord. Ze dienen als een gids bij de bestudering ervan, als een sleutel voor het verstaan van het Woord. Het gevaar is anders zo groot, dat we op grond van een enkele tekst een bepaalde mening vormen, die in een ander deel van het Woord wordt tegengesproken.
omdat deze verklaring onjuist is. 'Iedere ketter heeft zijn eigen letter', gaat ook nu nog op.
Zo zijn de leer van de Drieënigheid. de leer van de Godheid van Christus en van de Heilige Geest fundamentele waarheden. Zij worden weliswaar tegengesproken door bijvoorbeeld Jehova's Getuigen, maar stoelen op Gods Woord en worden uitnemend vertolkt in de belijdenisgeschriften. Wat wordt daarin ook op een evenwichtige wijze gesproken over de zonde en wat zij teweeg bracht en brengt. Maar ook over de genade van God. door Christus verdiend en op welke wijze de zondaar er deel aan krijgt door dc toepassing van dc Heilige Geest.
En dan denk ik aan de Dordtse Leerregels waarin op schriftuurlijke, maar ook pastorale wijze hel leerstuk van de verkiezing wordt behandeld, cn waarbij ook de volle verantwoordelijkheid van de mens blijft beklemtoond.
De evenwichtige wijze waarop al deze zaken zijn verwoord, dwingt respekt af. Zij laat zien dat men grote eerbied had voor Gods Woord en dat men dc boodschap ervan door de verlichting van de Heilige Geest heeft verstaan. Daarom vertolken deze geschriften zo uitmuntend het geloof van de kerk der eeuwen. Zij vindt daarin verwoord, wat de Heere Zelf uit Zijn Woord heeft leren verstaan. Zc ervaart het als een echo. als een weerklank van eigen geestelijke ervaring.
Terecht schrijft een zeker theoloog: ..De belijdenis is niet bedoeld als ccn bedekking over de tekst. Zij is hulpmiddel om de tekst in het geheel van dc bijbelse boodschap le verstaan. Er valt te spreken van een wisselwerking: vanuit de tekst naar de belijdenis en vanuit de belijdenis naar de tekst. Voor een gezonde ontwikkeling van hel geloofsleven is kennis van de belijdenis onmisbaar. Het is niet: de Schrift en nog wat. Het is wel: de Schrift naar de regel van het geloof, die in dc belijdenis verwoord is.
Zo staan we in een eeuwenlange traditie. De Schriftuitleg begint niet pas bij deze generatie. Het verslaan ervan geschiedt in ccn keten van geslachten. Zoals de eerste generatic van christenen om verschillende redenen dc belijdenis nodig had. zo geldt het ook voor onze generatie en dc geslachten na ons".
Het is de trend van onze tijd. dal alles anders cn alles nieuw moet zijn. Nieuwe opvattingen, nieuwe normen, nieuwe gewoonten. Daarom ook een nieuwe belijdenis? Velen willen wezenlijke schriftuurlijke gegevens, centrale schriftwaarheden schrappen. Want men leest immers de Bijbel anders? Daar neemt men alleen uit over. wat voor onze tijd relevant is. Wat doe je nog in onze tijd met begrippen als wedergeboorte, bekering enzovoort?
Vergeet niet. dat Gods Woord eeuwig blijft. Dat zijn waarheden die eeuwig dezelfde zijn. Alleen Ciods Woord geeft op de wezenlijke noden cn behoeften van ons leven een antwoord. Alleen in dc Schrift vinden dc diepste vragen van ons hart beantwoording. En in de belijdenis is dit Woord zo zuiver vertolkt. Denk aan zondag 1 van dc Heidelbergse Catechismus. Dc enige troost in leven en sterven vinden we alleen in hetgeen daar ervan beleden wordt. Die genade wordt ook jullie verkondigd cn aangeboden. Altijd zijn er jongeren geweest die dit persoonlijk verstonden. Behoor je daar ook bij?
Zet je er toe tc bestuderen wat de inhoud is van onze belijdenis. En vraag om het licht van de Heilige Geest. Er zijn ook eenvoudige verklaringen genoeg om ze toe te lichten. Door Gods zegen leren wc zo de waarheid van Gods Woord verstaan. Door Zijn genade krijgen wc dan het Woord lief, maar ook de geschriften die haar zo uitnemend vertolken.
H. I. Ambacht
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 augustus 1991
Daniel | 32 Pagina's