JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Regionale vergadering, 13 mei 1991, Zwijndrecht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Regionale vergadering, 13 mei 1991, Zwijndrecht

9 minuten leestijd

Het was voor gastvrouwe 'Lydia' - vrouwenvereniging te Zwijndrecht - een bijzondere avond op 13 mei 1991. Veel dames en enkele heren kwamen naar de 'Eben-Haëzerkerk' om de regionale vergadering te bezoeken. Ouderling M. de Bruin heette iedereen hartelijk welkom en sprak een kort openingswoord. „Vanavond zullen we iets horen over vrouwen uit de Réveilkring, maar ik wil de aandacht vestigen op vrouwen uit de Bijbel", zo sprak de heer De Bruin. Hij las daartoe Filippenzen 2. waar de gemeente van Filippi wordt vermaand om eensgezind te zijn.

Het blijkt namelijk uit de volgende hoofdstukken, dat er in deze gemeente twee vrouwen waren, die - ondanks de genade waarmee ze bedeeld waren - met elkaar in twist leefden. Euodia en Syntyche hadden veel goeds gedaan tot bevordering van het Evangelie. maar er was 'enig misverstand en twist gerezen, die de gemeente ergerlijk en schadelijk was', aldus de kanttekening. Kan dat? vraagt iemand. Ja. een ware christen, die zijn eigen hart heeft leren kennen, weet wat er in de binnenkamer huist. Zoeen zal zich niet boven deze twistende vrouwen stellen. Paulus kan deze zaak echter niet laten liggen, want dat werpt een smaad op Gods kerk en zo zal het geloofsleven tanen. Eer hij echter de zaak met name noemt, geeft Paulus eigenlijk al het middel om de kwaal te bestrijden. In het voorgelezen hoofdstuk schrijft Paulus over de troost der liefde in Christus en hij vermaant de gemeenteleden om niets te doen 'door twisting of ijdele eer. maar door ootmoedigheid achtte de een de ander uitnemender dat zichzelven' (Filipp. 2:4). Hij stelt hen dan het voorbeeld van Christus voor ogen.

Die de gestalte van een dienstknecht aangenomen heeft. Zo vermaant èn troost Paulus. En daarbij geeft hij ook aan de opzieners in Filippi een taak: .Zijt deze vrouwen behulpzaam", dat wil zeggen: rengt ze weder tot eenheid. Zullen de vrouwen de vermaning ter harte genomen hebben? O zeker, aldus dc heer De Bruin. Euodia en Syntyche zullen zich verzoend hebben en in eensgezindheid hun werk gedaan hebben. Er staat in het derde vers van hoofdstuk 4 van deze vrouwen, dat hun namen geschreven zijn in het Boek des Levens. Dat is geen vrucht van de vrouwen zelf. maar het is ook voor hen waar: w vrucht wordt uit Mij gevonden. Wat is nu de les van deze overdenking? Dat staat in Mattheüs 11:29 en dat bidden wij u allen toe: Neemt Mijn juk op u. en leert van Mij. dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart. en gij zult rust vinden voor uw zielen!" Na het zingen van Psalm 147 vers 6 kreeg drs. C. R. van den Berg het woord. Hij voerde ons mee naar een gezelschap, een 'réunion'. op de Rozengracht in Amsterdam ten huize van mr. Isaiic da Costa. Veel réveilmensen zijn daar verenigd om waarlijk onderwijs uit Gods Woord te ontvangen, elkaar te stichten en elkaar op te wekken tot naastenliefde. Regelmatig houden zij daartoe bijbellezingen, want helaas is in de kerk niet genoeg te beluisteren. Het is omstreeks 1850. de tijd van de Verlichting. De redelijke verstandelijke godsdienst predikt een deugdzaam leven. De zondeval bestaat niet. wedergeboorte is niet nodigen de belijdenisgeschriften hebben geen waarde. In de psalmberijming van 1773 zien we hier en daar sporen van deze verlichtingsgedachte.

In Nederland en daarbuiten kwam een reaktie op het verstandelijke geloof en op de liberale sfeer in de kerk: het Reveil. De dichter Willem Bilderdijk was een van de mannen die hier kritiek op uitoefende. Een professoraat werd hem. vanwege zijn ouderwetse ideeën, geweigerd en daarom gaf hij privéles aan studenten als Capadose en Da Costa. Hij leerde hen. dat een persoonlijke wedergeboorte nodig is als vrucht van de vrije genade Gods. De gedachten van hun leermeester werden in het gehele land verbreid, en met recht kan Bilderdijk dan ook 'de vader van het Reveil' genoemd worden. De reveilgroep verzamelde zich in een christelijke vriendenkring en men kwam twee keer per jaar bijeen.

Voorzitter van deze kring was Groen van Prinsterer en men voerde bijvoorbeeld aktie tegen de slavernij en tegen bepaalde kerkelijke ontwikkelingen.

In de tweede fase van het Reveil kwam de naastenliefde sterk op en juist daar werden vrouwen erg aktief. Men stichtte zondagsscholen (1866). hield zich bezig met bijbelverspreiding, stichtte handwerkklasjes voor minvermogenden.

waar ook bijbels onderwijs werd gegeven. Ook ging men helpen in gezinnen. Er was toen veel armoede, slechte kleding en behuizing. onvoldoende en eenzijdige voeding zoals de aardappel. Er waren mensen die zeven dagen in dc week moesten werken voor kinderen moesten (ongezond) werk doen in de mijnen, bij de vlasverwerking en in de zoutketen. Door de industrialisatie werden de vrouwen gedwongen op de fabriek te werken, terwijl hun kinderen verwaarloosd werden. De vrouwen uit de réveilkring ondersteunden deze gezinnen en vingen dc kinderen op. Andere problemen waren de prostitutie en het alkoholisme. Ds. Heldring zette zich in en stichtte de Zettense inrichtingen. Een andere taak was de strijd voor het christelijk onderwijs. Dat kostte bloed, zweet en tranen, maar vooral gebed. De reveilvrouwen koliekteerden (uniekollekte) en sommigen werden onderwijzeres en werkten soms zelfs zonder salaris op een christelijke school.

Ook het diako nessen werk lag op het terrein van de reveilvrouwen. In uniform werkten zij voor de zieken, krankzinnigen, voor ex-gevangenen en verslaafden. De meisjes uit de gegoede kringen kwamen zo in achterbuurten terecht: daar was zelfoverwinning voor nodig! Wat had men veel voor elkaar over!

Natuurlijk riep dit in Nederland ook verzet op. Is dat op onze weg, moet dat nu zo'? In 1844 kwam er een oproep aan dc adellijke dames hun talenten en gaven in dienst van dc Heere te stellen. Zo werd in Utrecht in 1844 het eerste diakonessenhuis geopend en men kreeg veel geldbedragen cn giften in natura (een badkuip, kunstbenen, ingemaakte andijvie, een koe...). Zo waren de dames van het Reveil zeer aktief. Naar onze maatstaven bestreed het Reveil misschien iets teveel de gevolgen en te weinig dc oorzaken.

Letten we nu nog op enkele vrouwen uit de Reveilkring in het bijzonder. Mevrouw Ida Pierson-Ooyens was gehuwd met een suksesvol zakenman en haar kinderen waren onder andere Allard en Hendrik Pierson. Op het gezin was dc invloed van het Reveil merkbaar en men onderhield kontakten met het Reveil in Zwitserland en Engeland. Ida zelf leidde een zondagsschool, zette zich in voor een logement voor vrouwelijke personen, was in de weer voor boetvaardige prostituees, werkte onder dc Joden in Amsterdam, schreef traktaatjes en gaf opvoedkundige adviezen, ook wat betreft de godsdienstige opvoeding. In haar eigen kinderen kwam het openbaar, dat vader en moeder wel kunnen planten, maar dat dc Heere wasdom moet geven. Zoon Allard werd ccn aanhanger van het modernisme en later zelfs een godloochenaar, terwijl Hendrik predikantdirekteur werd van de Zettense inrichtingen. Ida Pierson is niet oud geworden. Voor haar dood schreef ze aan haar dochter: ..Ik weet. dat wat het eind zij. ik geborgen ben bij mijn God!" Iemand uit de reveilkring, die eveneens een ontroerend brietje schreef aan haar kinderen was Suze van Hall, een jonge weduwe. Zij stierf toen ze 28 jaar was cn haar kinderen konden pas jaren later lezen: „Lieve kinderen, laat geen dag voorbij gaan zonder Gods Woord te lezen. Het is het enige wat blijft, als alles ontvalt. Zoek veel de mensen op die God liefhebben, 't zij armen of rijken O almachtige God. verhoor mijn smekingen, mijn stervend gebed. Bekeer mijn arme kinderen, lieve Vader!"

Ook in de hoogste kringen vond men vrouwen uit de Reveilkring: Betsy Groen van Prinsterer. Door haar (kinderloze) huwelijk met Groen kwam zij in aanraking met koningin Sophie. de eerste vrouw van koning Willem III. Het werden vriendinnen en samen beijverden ze zich voor de armen van 's-Gravenhage. Zc stichtten naai-en breischolen, een hofje voor bejaarden en het eerste ziekenhuis. Onder de prediking van Merle d' Aubigny werd haar hart geraakt en ze mocht ook veel troost vinden in dc geschriften van Brakcl, Bunyan cn Da Costa.

Tenslotte: het Reveil had eerbied voor dc vrouw, erkende haar, gaf haar een taak en dat werkte mee aan de emancipatie van de vrouw, maar dan wel in de goede betekenis van het woord. Er boven stond: dienen! Tegenwoordig is dat: verdienen

Wat kunnen wij van het Reveil leren? Ook wij moeten speuren naar onze naasten en trachten te gehoorzamen aan Gods tweede gebod: „Gij zult uw naaste liefhebben als uzelvcn!".

Het Reveil ging voorbij, maar het Leven komt toch steeds weer temg. Ook in uw hart? Immers: n alle eeuwen - ook in onze tijd - zullen er mensen zijn die de Heere vrezen, zolang de zon en maan zullen zijn, van geslacht tot geslacht! (Psalm 72:5).

Na de pauze luisterden we naar een gedicht van mr. ïsaac da Costa, gelezen door mevrouw L. Blijleven-Bas en daarna beantwoordde de heer Van den Berg verschillende vragen. In dit verslag kunnen deze vragen niet allen uitvoerig besproken worden. Slechts een korte samenvatting is hier op zijn plaats. Sommigen onder de ware christenen hebben verwachting, dat in ons land opnieuw een bloeitijd zal ontstaan. De Heere houdt Zijn kerk zeker in stand, maar of dat hier of in andere werelddelen zal zijn is voor ons verborgen. Het is helaas zo in onze dagen, dat de zekerheid des geloofs niet zo duidelijk meer schittert als in de dagen van het Reveil.

Zou het komen, omdat het materialisme op ieder van ons - ook op Gods kinderen - invloed uitoefent? Het eenvoudige volk van God wordt minder gevonden. Johannes van der Kemp schreef over dit onderwerp drie brieven, die binnenkort (vertaald) uitgegeven worden. „Schaf dit eens aan!", aldus de heer Van den Berg. Spoediger dan verwacht was de avond om en na het zingen van Psalm 119 vers 1 en 32 besloot de heer Van den Berg deze leerzame regionale vergadering te Zwijndrecht. Zwijndrecht A. Teerds-Gertenbach

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juni 1991

Daniel | 32 Pagina's

Regionale vergadering, 13 mei 1991, Zwijndrecht

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juni 1991

Daniel | 32 Pagina's