Wij willen vluchten...
Gij liet de wereld toch nier los? O God. die vlammen hel en ros; De grond zelf van dit broos bestaan Valt weg in doodsangst van vergaan.
Is dit het oordeel lang voorspeld? Sulfer-en zwavelvloed, ontweid Aan diepte van verdorvenheid. Die bliksemend wijd opensplijt?
Hebt G' al onz' ongerechtigheid In dit gericht ons uitgespreid? Een stroom, die wast van uur tot uur. Verterend als het hellevuur?
Is dit ons aller, aller schuld. Die zich vandaag aan ons vervult? Wij hebben Uw geduld getart: Wij trapten Christus op het hart.
Wij hebben met Zijn Kruis gespeeld. En vromelijk ons nog verbeeld Den diepen zin wél te verstaan; O God, vergeef want wij vergaan.
Wij willen vluchten - waar staat 't Kruis? Hier brandt G' ons weg elk veilig thuis. Geen enk!' uitweg bleef ons meer. Ontnomen hebt G' ons elk verweer.
Wij zien U niet in dezen nood; De kimmen laaien bloedig-rood. Ontdek ons in dit doodsgevaar Uw vlam van Eiefde, stil en klaar.
Dan kome 't oordeel; hoe 't ook zij, Wij schuilen in Uw medelij. En moge 't lichaam wreed vergaan. Wij sternen veilig op U aan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juni 1991
Daniel | 32 Pagina's