Levenslied
Wanneer ik eens gestorven ben. - maar ik zal nimmer stenen - en iemand vindt mijn schedel dan. die alle licht moet derven;
dan predike die schedeI nog: ik zie Hem zonder ogen, ik mis verstand, toch grijp ik Hem. zal eeuwig Hem verhogen.
Ik heb geen lippen en geen tong. maar kus Hem. mag Hem loven met de belijders van zijn Naam op aarde en hierboven.
Ik. hard en dood, ben wonderbaar versmolten in zijn liefde, want Hij ging uit naar Golgotha. waar 't zwaarste leed Hem griefde.
Ik ben hier ver van 't paradijs, op sombere dodenakker, toch leef ik 't volle leven nu; zijn liefde riep mij wakker.
Ik ben een dorre schedel slechts, maar alles trilt van 't leven, dat zijne liefde, wonderbaar, mij, arme. wilde geven.
En alle leed is nu voorbij, omdat Hij. wreed geslagen, de vloek van zonde en van dood voor mij heeft weggedragen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 juni 1991
Daniel | 32 Pagina's