Vasten - waarom niet?
Is vasten bijbels of rooms?
Is vasten bijbels of rooms?
Je kunt de vraag stellen, waarom er in onze tijd niet meer over vasten wordt gesproken. Komt het, omdat vasten onbijbels is, of is het soms een gebruik van roomse oorsprong? Waarom dus niet?
Laat ik beginnen met te zeggen dat vasten een voluit bijbels begrip is. Zowel in het Oude Testament als in het Nieuwe Testament kom je het tegen. In het Oude Testament lees je het eigenlijk pas na het boek Richteren. Ook na de ballingschap. bijvoorbeeld bij Nehemia en Ezra. kom je het vasten tegen, en wel in verband met het bidden. Het vasten is als een voorbereiding op het gebed bedoeld. Vasten is niet alleen een uitdrukking voor het laten staan van eten en van drinken, maar het vasten bestaat ook in een verootmoediging voor God.
Een verootmoediging vanwege de zonden van het volk of vanwege persoonlijke zonden.
De verootmoediging maakt een zeer wezenlijk deel uit van het vasten. Ontbreekt de verootmoediging. dan is het geen vasten meer te noemen. Verootmoediging wil zeggen dat wij de zonden belijden voor dc Heere, dat wij opnieuw verkiezen om in de wegen van de Heere te wandelen en dat wij de zonden vaarwel zeggen.
Duidelijk blijkt dat, wanneer de Heere door Jesaja tot Israël laat zeggen: s niet dit het vasten, dat Ik verkies, dat gij losmaakt dc knopen der goddeloosheid? (Jes. 58:6).
In het Nieuwe Testament lezen we nergens dat dc Heere het vasten heeft afgeschaft. Integendeel zou ik willen zeggen.
In de bergrede (Matth. 5 t/m 7) beveelt dc Heere Jezus, dat, wanneer men vast, men dit niet aan de mensen moet laten zien. Je moet het zo doen. dat wanneer je onder de mensen komt, zij het niet kunnen merken. Bovendien schrijft ook Paulus op verschillende plaatsen over het vasten, bijvoorbeeld in 2 Korinthe 6:5 - in arbeid, in waken, in vasten...
Verder onder meer in 2 Korinthe 11:27 - in honger en dorst, in vasten menigmaal...
En in Handelingen 14:23 lezen wij dat Paulus en Barnabas in elke gemeente ouderlingen hadden verkozen, met opsteken der handen (ze hadden dus gestemd!), nadat zij gebeden hadden met vasten... Het verkiezen van ouderlingen was dus een zeer ernstige zaak! Wij lezen ook van Anna, de profetes, die niet week uit de tempel, met vasten en bidden.
God dienende dag en nacht (Luk. 2:37). En de Heere zegt in Mattheüs 17:21 naar aanleiding van het uitwerpen van dc boze geest uit de maanzieke knaap: Maar dit geslacht vaart niet uit. dan door bidden cn vasten".
Het misbruik van het vasten
Vasten is dus heel duidelijk een voluit bijbelse zaak. Dat je er mee om kunt gaan op roomse wijze is iets anders. Zodra je het vasten als een wettische plicht aan anderen of aan jezelf gaat opleggen, cn zodra je aan het vasten een grote verdienstelijkheid toekent, dan ben je op roomse wijze bezig.
Een farizeër deed dat ook. Ik vast tweemaal per weck, zei de man (Luk. 18:12).
Maar zo kun je vanzelfsprekend alle bijbelse zaken verkeerd gebruiken. Zo kun je het gebed tot een vormendienst maken. Het sleurgebied kan bij ons groeien. Daarom mogen wij echter het bidden nog niet nalaten. Wij moeten vragen:
Heere. leer ons bidden!
Kerkgaan kun je ook maken tot sleur. Van de kerkdienst zelf kunnen we een vormendienst maken, of er verdienstelijkheid in zoeken te leggen. Dan ben je rooms bezig: als het werk maar gedaan is, zeggen we dan.
Maar daarom mag je het kerkgaan nog niet nalaten. Zo ongeveer ligt het met het vasten ook. Maar het ligt niet helemaal gelijk. Want de dienst van het Woord is een geboden inzetting van de Heere: Laat ons onze onderlinge bijeenkomst niet nalaten, gelijk sommigen de gewoonte hebben..." (Hebr. 10:25a). De catechismus laat ons dat horen in zondag 38. Het gebed is verplicht. De Heere wil om alle dingen die Hij geboden heeft van Hem te bidden, gevraagd zijn. Zo is het met het vasten niet. Het vasten is nergens geboden, het is wel aanbevolen.
Calvijn en è Brakel
Hoe keken de reformatoren er tegen aan? Ik heb mij beperkt tot Calvijn. In de Institutie heeft Calvijn op nogal wat plaatsen over het vasten gesproken. In het derde cn vierde boek van de Institutie vooral heeft hij daarover geschreven. Het vasten heeft hij positief gewaardeerd, al is het dat hij het misbruik op de hem eigen wijze scherp afkeurde.
Hierna zal ik daar meer over vertellen. Eerst wil ik erbij zeggen, dat ik in de Redelijke Godsdienst van Wilhelmus a Brakel ook een hoofdstuk over het vasten vond, waarin je de notities van Calvijn heel duidelijk terug kunt vinden. W. a Brakel gaat in het aanprijzen van het vasten verder, dacht ik. dan Calvijn. Dat is te begrijpen. Want Calvijn stond veel dichter dan W. a Brakel bij het gebruik van het vasten, zoals dat door de Roomse kerk werd aanbevolen. Denk met name aan de vasten, dat zijn de veertig dagen voor het paasfeest, die door de Roomse kerk werd onderhouden.
Formeel althans. Wat er praktisch van het vasten in de vastentijd terechtkwam, laat zich alleen maar raden. W. a Brakel stond in een totaal andere situatie. Brakel klaagt zelfs over het achterwege laten van het vasten in zijn dagen.
Hij acht dit een teken van groot verval in de kerk. Hij is er bedroefd over. Vasten op de juiste plaats en tijd cn met het bijbelse doel achtten hij en ook anderen een oefening van godzaligheid. Niet alleen toen, dat was in de 18e eeuw. maar ook in de vorige eeuw werd het vasten een oefening van godzaligheid geacht in de kringen van de afscheiding en de doleantie. Hier zien we dus, dat we van een overschatting van het vasten in de Roomse kerk zijn terechtgekomen bij het totaal afschaffen in onze dagen. Ds. Wilhelmus a Brakel was een groot man in onze vaderlandse kerk. Als je een boek kunt schrijven, zoals hij, dat nu al enkele eeuwen in de kerk een plaats heeft, dan is dat niet gering. En deze predikant was bedroefd over het in onbruik raken van dit bijbels middel.
Doeleinden van het vasten
Waartoe diende het vasten? Als je de bijbelse gegevens nagaat, dan kom je tot drie doeleinden.
Calvijn somt ze voor ons op in de Institutie (IV. XII, 15; deze aanduiding betekent: boek vier, hoofdstuk 12, paragraaf 15):
- Wij gebruiken het vasten om het vlees (de oude mens) te verzwakken en te onderwerpen. opdat het niet losbandig worde.
- Wij gebruiken het vasten opdat wij beter toebereid zouden zijn tot heilige overdenkingen. (Hierbij denkt Calvijn, zo blijkt uit het vervolg, aan de gebeden).
- Wij gebruiken het vasten opdat het een belijdenis zou zijn van onze verootmoediging voor God. wanneer wij Hem onze schuld willen belijden.
Voor wij hier nog wat over zeggen willen, is het nodig dat wij weten welke soorten vasten, zowel Calvijn als a Brakel onderscheiden.
Welke soorten van vasten?
Men onderscheidt dan het openbare vasten, waarbij zowel Calvijn als a Brakel denken aan het vasten door de overheid uitgeschreven of door de kerken, door middel van een synode. Deze openbare vastendagen, gekoppeld aan biddagen, werden in bijzondere tijden uitgeschreven. Wanneer gevaren dreigden; gevaren van oorlogen, bij grote droogten of bij het tegenovergestelde, namelijk aanhoudende regen, bij pest-epidemieën of hongersnood. en andere soortgelijke noodtoestanden. Dan werden bededagen uitgeschreven met een algemeen vasten.
Daarnaast kende men het persoonlijke vasten. Dat wil niet altijd zeggen het vasten van een persoon alleen.
Daaronder werd ook verstaan het vasten van een groep vrienden, of van een heel gezin.
Maar heel goed mogelijk is ook het vasten van iemand in privé.
Men vastte zowel op openbare vastendagen als in privé van de ene avond tot de andere. Men liet eten en drinken staan, men sliep kort. men onthield zich ook van allerlei vermaak. In het Oude Israël kleedde men zich zelfs in zak en as. Teken van rouw, van verootmoediging en boete. Zo wilde men in vroeger dagen, dat tijdens het vasten alle sieraden werden afgedaan.
W. a Brakel prijst het persoonlijke vasten aan met de woorden: „Hij zal uw licht vermenigvuldigen, uw hart sterken in het geloof, gij zult u doorgaans dichter bij God vinden, gij zult meer ingetogen, bedachtzamer, teerder in geweten leven meer kracht ontvangen tegen de zonde, en meer vertroosting van de Heere ontvangen. Die zich in deze geoefend heeft, heeft het nooit berouwd, en wij willen het als
een bijzonder middel van groei aanprijzen".
Vanzelf wil ik nu ook graag Calvijn aan het woord laten komen, wanneer hij het openbare vasten aanprijst:
„Gelijk ook tegenwoordig de kerken niet kwaad zullen doen. indien zij uitroepen, dat men zich moet haasten tot vasten en wenen, wanneer ze zien. dat de hunnen verderf boven het hoofd hangt, mits ze maar met groter en meer ingespannen zorg en moeite aandringen op wat het voornaamste is, namelijk tot de harten gescheurd moeten worden en niet de klederen. Het is buiten twijfel, dat niet altijd met de boetvaardigheid vasten verbonden is, maar dat het in het bijzonder voor tijden van rampspoed bestemd is" (Inst. III, III. 17). Hier zien we de beperkingen die Calvijn aanwijst: Alleen in bijzondere gevallen, en nooit vergeten, dat niet het vasten, maar de bekering noodzakelijk is.
Wanneer dus alleen?
Calvijn noemt het vasten ccn middelmatige zaak. Dat wil zeggen het is geen zaak die door God bevolen is. Het is ook geen zaak die op zichzelf bezien noodzakelijk is. Het vasten is geen doel in zichzelf. Het moet van niet veel waarde geacht worden als er niet bijkomt een innerlijke gezindheid van het hart. een waar mishagen in de zonden en in zichzelf, een ware verootmoediging. en ware droefheid uit dc vreze Gods (Inst. IV. XII. 19).
Dat moet er bij komen. Maar als deze dingen in ons hart niet zijn. dan moeten wij het vasten niet afdoen met: Gelukkig, dat hoef ik dus niet te doen. Want als wij deze verootmoediging van het hart missen en de ware droefheid uit de vreze van God, dan zouden wij ten hoogste verontrust moeten zijn.
Dan missen wij namelijk dc vruchten van het geloof. Dan staan wij buiten het Koninkrijk van God! Uitwendige dingen behagen God nooit, wanneer daarin het hart ontbreekt, dat verbroken en verslagen is. De Heere heeft geen lust in offeranden. Het vasten heeft in zichzelf aangemerkt niets verdienstelijks. Het is een hulpmiddel zoals wij uit de geschiedenissen van het Oude en Nieuwe Testament kunnen lezen. Overigens een hulpmiddel dat we niet moeten vergeten. Wie een huis wil bouwen, heeft voor de bouw hulpmaterialen nodig, om steigers te maken. Wij kunnen zeggen, dat het niet om de steigers gaat. maar om het huis.
Maar je mag daaruit niet konkluderen: dus hebben we geen steigers nodig. Dat laatste is een onjuiste konklusie.
De reformator van Genève. Johannes Calvijn, heeft deze konklusie ook niet getrokken. Al heeft hij gewaarschuwd tegen het misbruik van het vasten, en het elke verdienstelijkheid ontnomen, toch heeft hij niet gezegd, dat wij nu nooit meer vasten.
Tenslotte laat ik nog één keer Calvijn aan het woord: .Maar zal men zeggen, het is een uiterlijke ceremonie, die evenals de andere in Christus een einde genomen heeft. Zeker, maar het vasten is ook tegenwoordig evenals het altijd geweest is. een zeer goed hulpmiddel voor de gelovigen en een nuttige vermaning om zichzelf op te wekken, dat ze niet door hun al te grote onbekommerdheid en zorgeloosheid God meer en meer zouden tergen, wanneer zij door Zijn geselen gekastijd worden. Daarom zegt Christus (Matth. 9:15: uk. 534), wanneer Hij zijn apostelen verontschuldigt, dat ze niet vasten, niet. dat het vasten afgeschaft is: aar Hij bestemt het vasten voor tijden van rampspoed en verbindt het met rouw. Die tijd zal komen, zegt Hij. wanneer de bruidegom van hen zal weggenomen worden" (Inst. IV, XII. 17).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 april 1991
Daniel | 32 Pagina's