Wilhelmus à Brakel en de Redelijke Godsdienst
Bijna elke reformatorische school in ons land krijgt de naam van een bekende oudvader. Meestal laat men zich daarbij leiden door het feit, dat de vernoemde prediker voor kortere of langere tijd in de plaats heeft gestaan waar nu de school gevestigd is. Als er één uitzondering is op deze regel, dan betreft het wel de goede stad Rotterdam, waar zich enkele reformatorische basisscholen en een drietal scholen voor voortgezet onderwijs bevinden, die geen van alle de naam dragen van Wilhelmus a Brakel. Toch is a Brakel vele jaren predikant in deze stad geweest, namelijk van 1683 tot zijn dood in 1711. Hij had dus heel goed in aanmerking kunnen komen!
'Vader Brakel'
Je kunt je afvragen hoe dat komt. Zijn we bezig a Brakel kwijt te raken, is hij min of meer vergeten, worden zijn boeken niet of nauwelijks meer gelezen? Nee. dat niet. Hier en daar prijkt een school met zijn naam: soms beleeft een werk van hem een herdruk, al of niet in hedendaags Nederlands herschreven. Maar ik kan me toch niet aan de indruk onttrekken, dat de liefde voor 'vader
Brakel" tanende is. Als kind herinner ik mij dat m'n vader van tijd tot tijd 's avonds achter een dikke turf van een boek schuilging. En er klonk en warmte in zijn stem als hij enigszins plechtig antwoordde op mijn vraag, dat hij in 'vader Brakel' las. Later realiseerde ik me dat hij toen één van de twee delen van zijn Redelijke Godsdienst aan het doorwerken was. Het was een boek. dat al geruime tijd in het bezit van de familie was geweest. Op de lange winteravonden las het eenvoudige voorgeslacht met graagte in 'vader Brakel'. en dan vooral in zijn Redelijke Godsdienst. Men ging de volgende winter weer verder waar men de vorige gebleven was. Daar moet menig seizoen aan gegeven zijn. voor men de ruim 2300 pagina's kwartoformaat had doorgeploegd.
Ik vermoed dat we hier één van de oorzaken hebben dat a Brakel in onze tijd minder intensief wordt gelezen en bestudeerd: men gunt er zich in de jacht van het leven de tijd niet meer voor om zulke omvangrijke werken rustig en geconcentreerd te lezen. Daar komt het verouderde taalgebruik nog bij. dat door de meeste jongeren niet wordt gewaardeerd en vaak ook niet begrepen. Een zekere wijdlopigheid is de meeste oude schrijvers en ook a Brakel niet vreemd. Wat ook niet direkt uitnodigt tot lezen.
Levensgeschiedenis locn ik iarcn geleden met hel ge/in in Friesland op \.ik, min' w.in /, ig ik in ccn klein dorpje plotseling in dc huur! \.III dc kerk ecu straainaaniboidic Wilh .i 1$: .ikcl - .iic.it> -locn pas realiseerde ik me. dat we in Lxmorra waren verzeild: de eerste gemeente van Wilhelmus a Brakel. Het deed me echt goed. daar plotseling oog in oog te staan inet het kerkje waarin de toen 27-jarige Wilhelmus in 1662 tot predikant werd bevestigd. Met enige vreugde stelde ik vast: ze zijn deze belangrijke prediker cn schrijver uit de tijd van de Nadere Reformatie toch niet helemaal vergeten.
En wij mogen hem ook niet vergeten! Zijn levensgeschiedenis is al een voorbeeld. Van jongsaf vreesde hij echt de Heere en kon hij aan zijn vader, de eveneens bekende ds. Thcodorus it Brakel. of aan zijn moeder indringende vragen stellen over het geestelijke leven. Zij waren blij dat zc hierin dc vele gebeden voor hun enige zoon verhoord zagen. Zij wilden hem graag overgeven in de dienst van de Heere. Een theologische studie aan de toen bestaande universiteit in Franeker lag dan ook voor de hand. Na de beëindiging van zijn studie daar. heeft hij in Utrecht nog enkele jaren de colleges gevolgd van de belangrijkste figuur uit de Nadere Reformatie. Gisbertus Voetius. In de kring om Voetius heen heeft hij ook zijn vrouw leren kennen, de bekende Sara Nevius. Deze jonge vrouw was toen al weduwe: ze was namelijk eerder getrouwd geweest met ds. Vege uit Benthuizen. Als 17jarig meisje was ze met hem gehuwd: als 20-jarige weduwe keerde zc in het gezin van haar ouders tenig. die zich later in Utrecht vestigden. Zij kwam graag in huis bij Anna Maria van Schuurman, een heel begaafde en vrome vrouw die veel achting had voor Wilhelmus" vader cn ook met hem in korrespondentie stond. Hierdoor konden er kontakten tot stand komen tussen de jonge predikant en dc predikantsweduwe. F.en betere echtgenote dan Sara Nevius heeft Wilhelmus a Brakel zich niet kunnen wensen. Hij schreef dan ook met veel liefde over haar in de inleiding van haar boekje Een aandachtig leerling van de Heere Jezus, dat hij na haar overlijden uitgaf.
Het recht van de kerk
A Brakel heeft veel mogen betekenen voor de kerk in zijn tijd. Hij was een geliefd prediker, die als Boanerges kon donderen, als Barnahas kon troosten, als Paulus kon onderwijzen cn als Johannes kon lokken, zoals Hellenbroek zei in de rouwpreck naar aanleiding van het overlijden van a Brakel. Hij was een geleerd man. die echter ook geoefend was in de praktijk der godzaligheid. Ook voor het recht der kerk durfde hij opkomen. Toen hij voorzitter was van ccn Friese synode, heeft hij verklaard dat de overheid niet het recht heeft predikanten af te zetten. Hi j protesteerde daarmee tegen de gang van zaken die ds. Jacobus Koelman trof. die immers in de gemeente Sluis was afgezet door dc Staten van Zeeland onder andere vanwege het niet willen bidden van de formuliergebeden. A Brakel had zelfs de moed om Koelman in zijn plaats in Leeuwarden tc laten preken. En later in Rotterdam ging hij tegen de stedelijke overheid in. die een beroep van de kerkelijke gemeente durfde te weigeren. Hij trotseerde zelfs dreigementen van schorsing cn verlies van traktement, omdat hij in deze zaak meer de Koning van de Kerk wilde dienen dan de zondige praktijk van overheidspersonen volgen.
Conventikels
Ook a Brakels houding tegenover de zogenaamde conventikels is opmerkelijk. Deze kwamen in zijn tijd vooral op als een soort tegenwicht tegen een beginnende dorre predi-
kin» in de kerk. De meesten waren erg hang van deze gezelschappen, die buiten de kerkdienst om samenkwamen om tc spreken over dc dingen van het hart cn dc omgang met de Heere. Zij vreesden namelijk, dat daar afscheiding uit kon voortkomen. Dat gevaar zat inderdaad in dc lucht. Jean de Labadie had zich immers van de in zijn ogen dóór en dóór geesteloze kerk afgekeerd en ccn huisgemeente gesticht van alleen maar wedergeborenen. Ook de vroegere vriendin van a Brakels vrouw. Anna Maria van Schuurman, had zich bij de gemeente rond De Labadie gevoegd. Hierdoor kwam een eventuele afscheiding ook voor a Brakel wel erg dichtbij. Maar hij is ondanks aanvankelijke twijfel de kerkelijke weg blijven bewandelen. Des tc opmerkelijker is het daarom dat hij de conventikels zo gunstig gezind bleef, mits zij stonden onder leiding van een predikant. Daarom vormde hij in Leeuwarden zelf zo'n kring, wat hem overigens nog genoeg moeilijkheden met zijn kerkeraad opleverde. We zien hieruit levens dat het a Brakel vooral ging om de oefening in de godzaligheid. Wat hij anderen voorhield, beoefende hij ook zelf.
Redelijke Godsdienst
Wilhelmus a Brakel heeft ook veel geschreven. Daar hoort Leer en leidingen der Lahadisten bij. ccn uitvoerige waarschuwing tegen de mensen die De Labadie gevolgd waren en niet langer deel wilden uitmaken van ccn kerk waarin zowel bekeerden als onbekeerden leefden. In dezelfde lijn ligt zijn boek Waarschuwende besturing tegen de Piëtisten en Quiëtisten. dat een waarschuwing i.s om het niet in het extreme te zoeken. Een heel mooi boek is ook zijn Hallelujah of Lo f des Heeren over hel Genadeverhond uit 1687, dat naar aanleiding van Psalm 8 een prachtige beschouwing geeft over het verbond der genade. Dit boek is een aantal jaren geleden herschreven door ds. C'. J. Meeuse. waardoor het weer heel toegankelijk is geworden. Eigenlijk een uitwerking hiervan is zijn verreweg bekendste werk De Redelijke Godsdienst, dat in 1700 de eerste druk beleefde cn door vele herdrukken zou worden gevolgd. Hierin worden de goddelijke waarheden van het genadeverhond verklaard, tegen partijen beschermd en tot beoefening aangedrongen. Vooral dit laatste past helemaal bij a Brakel! Het boek is echter veel meer dan alleen een verhandeling over het verbond: het i.s een komplele dogmatiek, niel in de eerste plaats bedoeld voor theologen maar voor het eenvoudige kerkvolk.
Deel I begint met de leer van de openbaring van God cn Zijn besluiten. Daarna volgen hoofdstukken over het verbond der verlossing, de schepping en dc voorzienigheid, het verbond der werken en de zonde. Hierna volgt een brede uiteenzetting van het genadeverhond en over dc Borg van dit verbond, namelijk de Heere Jezus Christus. Heel belangrijk zijn dc nu volgende hoofdstukken waarin geschreven wordt over de wegen waarlangs de Heere de bondgenoten overbrengt in het genadeverhond. namelijk over de roeping, de wedergeboorte. het geloof en de rechtvaardigmaking. Tenslotte volgt een bespreking van dc sakra inenten.
Elke keer weer legt a Brakel de nadruk op de toepassing, op de beleving, de bevinding van Gods kinderen.
Dat toepasselijke blijkt ook heel duidelijk uit deel II dat betrekking heeft op het leven van de ware bondgenoten. Dat betekent, dat nu vooral de heiligmaking besproken wordt, dus met name de wet en het gebed.
Tenslotte volgt deel III dat kort de weg van het verbond aangeeft zoals die tot uitdrukking kwam in de handelingen van God met Zijn Kerk in het Oude en Nieuwe Testament. Hierop volgt als een heel uitgebreide toegift een volledige verklaring van het hoek Openbaring.
Nadruk op de beleving van Gods kinderen
Als je a Brakel leest, merk je hoe evenwichtig hij de zaken benadert. Hij luistert daarbij zorgvuldig naar wat Gods Woord tc zeggen heeft, waarbij hij zijn uitgangspunt neemt in het wondere feit dat de Heere met mensen te doen wil hebben. In het genadeverbond belooft de Heere immers de verlossing van alle kwaad en de zaligheid uit genade door de Middelaar Jezus Christus. De mens stemt toe in dc beloften, hij neemt ze aan cn geeft zich in het verbond over. Door de sakramenten wordt het verbond verzegeld om de bondgenoten te verzekeren van hun zaligheid. Dit zou je de kern van a Brakels Redelijke Godsdienst kunnen noemen. We moeten daarbij wel beseffen, dat de Heere Zijn verbond slechts met de uitverkorenen sluit. Dal is de reden dat ii Brakel niet zo zeer van een uitwendig verbond wil spreken. Vallen verbond en verkiezing dan geheel samen? Nee. er is heel duidelijk plaats voor de aanbieding van het genadeverbond in de prediking aan allen die onder de bediening van het Evangelie leven. A Brakel zegl: ..Sommigen beginnen in zichzelf en werken - om zo te spreken - van onderen af aan. Zij gaan na. of zij al willen, of zij al verbroken zijn. of ze bekeerd zijn en leven hebben, of zij geloven. Zij gaan tot Jezus om rechtvaardigmaking en heiligmaking. worstelen, bidden, smeken, om Christus le bewegen, opdat Hij hen toch zal aannemen. Maar zij krijgen er geen troost noch vrede door. Alleen blijft er een hoop. dat Jezus Zich nog wel eens tol hen mocht wenden. En als zij eens verzekerd zijn. vrede genieten in hun geweten en blijdschap des Geestes. dan is het snel voorbij en vallen zij al gauw terug in hun vorige benauwde toestand. Dit komt doordat men niet van bovenaf werkt, omdat men niet ziet. dat Jezus Zichzelf en al Zijn
volheid hun eerst aanbiedt, cn dat hel geloot is. de liaitelijke aanneming van dit aanbod "
De nadruk wilt op de toestemming van de beloften, op hei aannemen van hel beloofde, op de overgave aan de Heere Het gelooi noemt .i Brakel een verhouwen \an het hart op Christus en door Hem op (tod. om gerechtvaardigd. geheiligd eu verheerlijkt te worden, steunende op Zijn vrijwillige aanbieding en beloften, dat Hij dal doen zal aan allen die Hem daartoe aannemen en zich daartoe op Hem verlaten. Geloof is geen zaak van het verstand, maar van het hart. de zetel van de wil. Daardoor maakt a Brakel ook zo'n duidelijk onderscheid tussen het ware en het historische geloof. De kenmerken nemen dan ook een belangrijke plaats in; daardoor kan immers het onderscheid gezien worden tussen wat van God is en wat een mens zichzelf heeft toegeëigend. Als God werkt, kan er overigen geen lijdelijk afwachten zijn. waarbij een mens heimelijk toch een lange weg uitstippelt van voorbereidingen en oefeningen in boetvaardigheid. Hierdoor is hij immers bezig de verbrijzeling van het hart. het hongeren en dorsten naar de gerechtigheid van Christus als voorwaarden te Stellen. Nee. zegt a Brakel. het zijn geen voorwaarden, maar wel gestalten' Hij wist namelijk heel goed. dat Gods gewone weg met een mens begint bij de overtuiging van zonde, het gemis van God en het besef van verdoemelijkheid. Hij geeft bij de beschrijving van die weg uitvoerige beschrijvingen van wat er in de gelovigen omgaat. A Brakel merkt hierbij echter nadrukkelijk op. dat men niet moet menen dat iedere daad bij elke gelovige zo op elkaar volgt als hij beschreven heeft. Gods weg is niet na te rekenen! Daarom zegt hij ook: ..Ik bid u. keert u toch van alles af en begeeft u tot deze Zaligmaker om uit Zijn volheid te ontvangen. genade voor genade." Hij blijft de zieleherdcr. die bezig is om zijn lezers te bewegen tot het geloof, opdat men Christus zal aannemen.
Het geloof en de ware gelovige moeten dat steeds opnieuw doen. Als het geloof met de beloften werkt, zullen er meer geloofswerkzaamheden zijn en zal het geestelijke leven toenemen. ..Daarom, in wat staat gij ook zijt. neemt een l belofte, eigent die u toe als aan u gedaan van de waarachtige God." Wie echter onbekeerd is. is nog zonder Christus, zonder God. zonder beloften en zonder hoop om zalig te worden als hij zo blijft. In dil verband kan a Brakel zelfs zeggen, dat er voor een onbekeerde geen beloften in de Bijbel staan! Hij benadrukt hiermee nadrukkelijk de noodzaak van de wedergeboorte als het begin van het leven uit God. Daarmee beklemtoont hij tegelijkertijd dc noodzaak van het geloof. Er is immers geen leven dan door de vereniging met Christus: en het geloof in Hem is het middel daartoe. Er kan alleen maar een groei in het geloof, een geestelijke wasdom zijn als Gods kinderen een verstandiger en geloviger gebruik van Christus maken. A Brakel zegt dan ook: ..Men wast in Christus, als men gedurig zich door het geloof verenigt met Christus als onze Borg tot rechtvaardigmaking. als men Hem gedurig gebruikt als de I Weg. en als de Hogepriester om door Hem tot God te gaan."
Aandacht voor a Brakel!
Aandacht vragen voor een 'oude schrijver" in een jeugdblad! Is dat wel op zijn plaats? Volledig! Ik durf zelfs te zeggen, dat je jezelf tekort doet. als je a Brakel ongelezen laat. Zijn werk is een betrouwbare gids die wil leiden naar Christus. Onze gemeenten staan in de I traditie van Reformatie en Nadere Reformatie. Daarom mogen we De Redelijke Godsdienst als één van de belangrijkste geschriften uit die tijd niet als 'verouderd' of 'onbegrijpelijk' terzijde schuiven. Laat ons voorgeslacht, dat "vader Brakel' intensief bestudeerde. ons ten voorbeeld zijn!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 1991
Daniel | 32 Pagina's