Echt geloof blijft
Verslag jongerenbijeenkomst Beekbergen, 24 november 1990
„Wij wilden Jezus wel zien. ' Dit zeggen sommige Grieken tegen Filippus. Ze baden hem, staat er. Is dit ook onze vraag? Nee? Als dat zo is, moet ik zeggen: buiten Jezus is geen leven. Pas als de Heilige Geest het geloof' in onze harten werkt, kunnen we Jezus zien. Iemand zei eens: pas als Jezus op de zondaar ziet, en de zondaar op Jezus, zullen deze twee eeuwig samen zijn.”
Hiermee opende de heer J. H. Mauritz de regionale jongerenbijeenkomst in Beekbergen. Het was een avond rond het thema 'Echt geloof blijft', als afsluiting op de zojuist gehouden najaarskonferentie in Dalfsen en Haamstede. Na een orgelsolo van Jan Jansen nam de inleider, ouderling W. Visser uit Nunspeet het woord.
Problemen
We leven in ccn tijd met een grote dreiging, met veel problemen. Denk maar aan de Golfkrisis. het milieu, de groei van de wereldbevolking, de echtscheidingen, aids enzovoort. Niets schijnt meer zeker tc zijn in deze onzekere wereld, en is dat juist niet de oorzaak van het feit dat onder jongeren van 12 tot 19 jaar zelfmoord doodsoorzaak nummer één is?
Er kunnen ook problemen zijn van totaal andere aard: geloofsproblemen. Vragen omtrent het bestaan van God. over het leven na dit leven. over hel en hemel. Ook kan het zijn dat we worstelen met dc vragen: „Is God wel echt in me begonnen? Bedrieg ik mezelf niet? Is mijn geloof wel echt? ”
Bij het stellen van zulke vragen kan ik jullie wijzen op de profeet Habakuk. Het volk Israël had zich van God afgekeerd en nu worden dc Chaldeeën als een roede in Zijn hand gebruikt. Habakuk roept dan uit: Als ik het hoorde, zo werd mijn buik beroerd: oor de stem hebben mijn lippen gebeefd." Maar temidden van alle angst en vrees getuigt hij van de kracht en vreugde in het nochtans van zijn geloof: Zo zal ik nochtans in de HEERE van vreugde opspringen, ik zal mij verheugen in de God mijns heils. De Heere HEERE is mijn sterkte" (Habakuk 3:16).
Hoe is jouw leven?
De inleider legt ons een aantal vragen voor. vragen van levensbelang. „Is jouw leven als dat van Habakuk? Is jouw hart ook verbroken voor God? En wat doe jij met het Woord, zoals dat tot jc komt? ”
Ontelbare malen heeft Hij al geklopt: „Verhardt u niet. Geloof Mijn heil en Mijn troostrijk woord." Hij zoekt het weggedrevene. Hij heeft geen lust in de dood van de goddelozen. De Dordste Leerregels zeggen ervan:
„Want God betoont ernstiglijk en waarachtiglijk in Zijn Woord, wat Hem aangenaam is; namelijk, dat de geroepenen tot Hem komen." En wat is de uitwerking? Wij hebben niet gewild. Wij hebben de duisternis liever gehad dan het licht. We schudden het Woord van ons af zoals een hond het water van zich afschudt.
Het kan ook anders: dat ons hart bewogen wordt, dat er opmerkelijke dingen gebeuren. Zo zelfs, dat cr zijn die zeggen: „Zou God in die jongen, in dat meisje werken? " Het lijkt veelbelovend. maar ons hart is niet verbrijzeld. Het is het ware werk niet.
Het kan ook zijn dat het Woord kracht doet. We worden geraakt door het
Woord. Maar al snel komen de zorgvuldigheden van het leven. Het zaad wordt verstikt. We komen niet tot een radikalc breuk met de zonde en een hartelijke keuze voor Hem.
Bij dit alles staan we voor het raadsel van het ongeloof. Ondanks het dagelijiks, welmenende kloppen toch geen antwoord. Maar als het zaad valt in een toebereide aarde, dan komen we bij het wonder van het geloof. Dat is het echte geloof, het waarzaligmakende geloof.
Echt geloof blijft
Dit is het geloof dat door de Heilige Geest gewerkt wordt. God roept de Zijnen cn begiftigt hen met bekering (D.L.. 111/IV. art. 10). Dan wordt ons hart verbrijzeld. De Heere opent het hart dat gesloten is. De zondaar die dood was. wordt levend en wordt door de Heilige Geest ingelijfd in Jezus Christus. Dit geloof kan niet ontstaan, bestaan en voortbestaan zonder het Woord. Het wordt echter wel voortdurend aangevallen door de drie doodsvijanden. En hoe vaak komt het niet voor dat het weer verzondigd wordt? Als Gods kinderen zondigen, wordt God vertoornd en zij „bedroeven de Heilige Geest, verbreken voor een tijd de oefening des geloofs. verwonden zwaarlijk hun consciëntie, en verliezen somwijlen voor een tijd het gevoel der genade" (D.L. V, art. 5). Het geloof zelf blijft echter wel bestaan, omdat de verkiezende God getrouw is. Hij zegt tegen de satan: „Ik ben het Die Jeruzalem verkiest" (Zach. 3). Hij is de Onveranderlijke voor onverbeterlijkcn in zichzelf. Hij zal nooit laten varen het werk dat Zijn hand begon. De roeping en verkiezing Gods zijn onberouwelijk.
Troost
Missen wij dit geloof, dan is er nog raad en uitkomst. In de Openbaring van Johannes staat: „Ik raad u, dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur. opdat gij rijk moogt worden." Nog staat de deur open. Nog klinkt de roep: „Er is nog genezing." Jezus stond wenend voor Jeruzalem: „En als Hij nabij kwam. en de stad zag, weende Hij over haar. zeggende; Och. of gi j ook bekendet, ook nog in dezen uw dag, hetgeen tot uw vrede dient!"
En zo staat Hij nu nog!
Vragenbeantwoording
Na de pauze werd door middel van de vragenbeantwoording nog voortgeborduurd op de inleiding. Een greep eruit:
Wat is het verschil tussen het tijdgeloof en het zaligmakende geloof?
Laat ik als voorbeeld nemen koning Saul. Hij heeft zichzelf nooit leren kennen als een verloren zondaar. Als God in ons werkt dan gaan we inzien dat we ongeneeslijk ziek ziujn. dat er geen geneesmiddel voor is en dat alleen het zien op Hem zaligheid geeft. Denk hierbij aan de geschiedenis van de koperen slang.
Bestaat er een verband tussen psychologische opluchting en geloofsbeleving?
Als afsluiting van ons najaarsthema 'Verkiezing en verantwoordelijkheid' was op zeven plaatsen een jongerenbijeenkomst gepland, met het thema 'Echt geloof blijft'. We plaatsen een verslag van de bijeenkomst in Beekbergen.
Stel dal wc erg gevoelig, erg labiel gestemd zijn. Dan is het gevaar groot dat. als een tekst bij ons gevoel aansluit, we dit als geloofsbeleving zien. Daar moeten we voor waken. Als het Woord beleefd wordt, richt zich dat altijd op Christus, niet op onszelf.
Mag je deelnemen aan het Heilig Avondmaal wanneer je geen volkomen geloof hebt en toch niet meer zonder Hem kunt leven?
Het formulier zegt: „Daarom, al is het, dat wij nog vele gebreken en ellendigheden in ons bevinden, als namelijk: dat wij geen volkomen geloof hebben (....) zo zullen wij gewis en zeker zijn, dat geen zonde noch zwakheid (....) ons kan hinderen, dat ons God niet in genade zou aannemen." Jc begrijpt dat het dan wel een echt geloof moet zijn; we moeten inderdaad niet meer zonder de Heere kunnen leven. En dit onvolkomen geloof moet ons ook tot smart worden.
Als afsluiting van de avond las de heer Mauritz een indrukwekkende brief voor van één van de zendingswerkers in Bomela over de brand die daar heeft gewoed. De heer Visser liet nog zingen Psalm 33 vers 6 en 11: Maar d' altoos wijze raad
des HEEREN
Houdt eeuwig stand. heeft altoos Niets kan Zijn hoog besluit ooit 't Blijft van geslachte kracht: keren: tot geslacht.
André Haase
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 december 1990
Daniel | 33 Pagina's