Jakob, Israël en wij...! (3)
Bijbelstudie over Hosea 12 (vs. 5b-15)
Lees ook Genesis 35:1-15!
Israël ging om met leugen en bedrog. Blijkbaar hebben ze een „aardje naar hun vaartje", want hun stamvader Jakob heeft dat ook gedaan. Het is dus een familietrek. Dat laat Hosea in dit twaalfde hoofdstuk zien. Maar dal is niet het enige. Dan had dit hoofdstuk niet in de Bijbel behoeven te staan. Het gaat vooral om de positieve lijn: dwars door alles heen was het Jakob toch om God te doen. En daar heeft hij wat voor afgeworsteld. Dat zagen we de vorige keer. In Pniël is alles weer goed gekomen tussen God en zijn ziel. Ook met Kzau kwam het in orde. Jakob kreeg zelfs een nieuwe naam: Israël. Dat betekent „Vorst Gods". Als het volk Israël uit de tijd van Hosea zich daaraan spiegelt, moeten ze toch wel beschaamd het hoofd buigen. Zeker ook als Hosea daarna nog aan Bethel herinnert. Daar heeft immers Jakob zijn afgoden opgeruimd en dc Heere heeft er dc belofte van Zijn zegen bevestigd.
In Bethel sprak Hij met ons! (vs. 5b-6)
„En aldaar sprak Hij met ons." Hier wordt de lijn doorgetrokken naar Jakobs nageslacht, het volk van Israël. De kanttekening zegt hier bij dat woordje ..ons": ..Die wij in de lenden van Jakob en onze voorouders waren; zodat het ons mede aangaat." Het is of de profeet hier dus zegt: Isracl. zo heeft de Heere Zich nu bekend gemaakt aan onze vader maar in hem tegelijk ook aan ons. Zo heeft Jakob de zegen leren zoeken bij dc Heere alleen in de weg van schuldbelijdenis cn gebed om genade. En dat voorbeeld van vader Jakob geldt nu ook voor Israël.
In het zesde vers geeft de profeet aan om welke God het in vers 5 gaat. Het is de Heere. de God der heirscharen. Dc God Die aan Jakob en aan zijn nageslacht Zijn zegenrijke belofte gaf. is niet zomaar de een of andere heidense god (de Baal of het stierkalf), maar dc HEERE. dc verbondsgod van Israël, op Wiens Woord men staat kan maken. ..HEERE. God der heirscharen." Dat wijst ook op de alomvattende macht van die God. Die aan Jakob Zijn zegen gaf in Pnicl cn dat opnieuw bevestigde in Bethel. Welnu, die getrouwe verbondsgod. Die het werk van Zijn handen niet laat varen en Die zo almachtig is. dat Hij beschikt over overwinnende engelenlegers. Die God roept het nageslacht van Jakob tot bekering.
Bekeer u tot uw God (vs. 7)
Zie je het verband met het Bethel uit Gen. 35? Daar heeft Jakob zijn afgoden weggedaan. En zo moet Israël zich nu ook bekeren. Afkeren van de afgoden, dc Baals en de Asthorets. en ook de kalverendienst in Bethel. Zij moeten deze afgoden ook wegdoen. Net als hun stamvader. En dat geldt ons uiteraard ook. jongelui! We moeten ons bekeren van de afgoden tot de dienst van de levende God. Denk maar aan de titel boven deze bijbelstudie: Jakob. Israël en wij...!
Hosea zegt ook duidelijk wat die bekering inhoudt: ..Bewaar weldadigheid en recht, en wacht geduriglijk op uw God." Deze woorden zinspelen heel duidelijk op Jakobs bedrog van zijn vader en broer, waardoor hij liefde en recht geschonden heeft en eigen middelen heeft gebruikt in plaats van „geduriglijk te wachten" op zijn God. Van daaruit spreekt Hosea zijn tijdgenoten aan met een nadrukkelijk „Gij dan". Hij roept zc tol terugkeer naar de God van het verbond. En dat zal moeten blijken in de bereidheid van het volk om weer naar de wetten van het verbond te leven. Bekering, dat is de enige weg naar het leven. En die weg is nog steeds open. want de God waarover Hosea hier spreekt is de verbondsgod, lot twee keer toe spreekt Hosea hier over „uw God". Jonge vrienden. Hij wil ook jullie God zijn. Het feit dat je gedoopt bent. is daarvan een bewijs. Hij laat Zich noemen „dc God van Jakob". dat wil zeggen van bedriegers en zondaren. Mag ik eens vragen, is het jc om de zegen van de Heere te doen? Ken je dat worstelen met God om Zijn zegen? Bekeer je tot de God van het verbond. „Wacht" op Hem. dat wil zeggen verwacht alles van Hem en niet meer van jezelf, je baan. je gezondheid en noem maar op. Die het van de Hccrc verwachten, zullen niet beschaamd worden.
Uw rijkdom is verrot (vs. 8, 9 en 12)
Dit is ccn uitspraak van Jakobus. Hosea zegt eigenlijk hetzelfde tegen Isracl. Ze zijn op een onrechtmatige wijze aan hun rijkdom gekomen. Bovendien, rijkdom is niet hetzelfde als zegen! Met die bedriegelijke weegschaal, die in de hand van de koopman is. laat Israël zien dat ze nog steeds bezield is door dezelfde geest van bedrog als de stamvader Jakob. De hoorders van Hosca's boodschap hebben direkt begrepen wat de profeet bedoelde, want in het volgende vers verweren ze zich tegen dit verwijt. Ze pochen zelfgenoegzaam op hun rijkdom. Het onrecht in hun handel wordt goedgepraat en niet als zonde erkend. Hun stelling is: rijkdom is een bewijs van Gods zegen over ons leven.
Dat is een grote vergissing. Dan zou de rijke man rijk gezegend zijn en de arme Lazarus niet. Maar het was net andersom. Wat erg als de voorspoed niet leidt tot bekering maar tot hoogmoed. Voorspoed is niet hetzelfde als zegen. Sukses is wat anders dan zegen. Welvaart is nog heel iets anders dan welzijn! En tegenspoed is niet hetzelfde als straf.
Do Hccre meet met andere maatstaven dan wij. Israël maakte uil de grote winsten die ze door bedrog verkregen op dat de Heere met hen was. üat is echter een grote vergissing. Hun rijkdom is verrot! En Israël zegt wel dat in hun handelswijze geen ongerechtigheid te vinden is. maar Hosea frist hun geheugen even op in vers 12 als hij spreekt over Gilead en Gilgal. In Gilead sloot Jakob een verbond met Laban (Gen. 31:47) Daar werd ook God als geluige van de waarachtigheid van het gesloten verbond aangeroepen. Hn datzelfde Gilead is nu een plaats van onrecht cn bedrog geworden.
Jakob en Mozes (13-15)
Vers 12 zinspeelt op de terugkeer van Jakob uit Paddan-Aram. Vers 13 sluit daar bij aan. In enkele woorden vat Hosea hier de verhalen van Genesis 27-30 samen. Daarmee knoopt hij ook aan bij vers 7. In plaats van op Gods belofte te vertrouwen, is Jakob zijn eigen weg gegaan. In plaats van liefde en recht te ..hoeden", is hij bij Laban vee gaan hoeden. En hoe? Ook met list. denk maar aan die „twijgjes". Jakobs vlucht naar Paddan-Aram als gevolg van zijn bedrog cn zijn dienen bij Laban fungeren voor Hosea als prototype voor Israëls leugenachtige dienstbaarheid aan de vreemde mogendheden. Dat Jakob. ..de strijder Gods" diende om een vrouw te bemachtigen is een heenwijzing naar het feit dat voor Israël de omgang met vrouwen (ook in de vruchtbaarhcidskultus) belangrijker was dan de verering van de HEERE. Zo zijn ze dus helemaal in de lijn van hun stamvader! Hosea bedoelt dat ironisch!
In vers 14 stelt de profeet opnieuw tegenover Israëls ontrouw dc aloude trouw van de HEERE jegens Zijn volk. Zo worden de tegenstellingen tussen de verzen 13 en 14 duidelijk. Terwijl Jakob het ouderlijk huis moest ontvluchten en zich in Paddan-Aram moest vernederen tot slavendienst, heeft de HEERE Jakobs nakomelingen uit de slavernij van Egypte bevrijd en hen gebracht in Kanaan. Terwijl Jakob de zware arbeid van herder moest verrichten, werd het volk gehoed door de liefdevolle zorg van de trouwe Herder Israëls. Terwijl Jakob diende en hoedde om een vrouw, werd Israël gehoed door een profeet. Dc stamvader, die moest dienen om een vrouw (dus om het aardse), wordt vervangen door Mozes. die bemiddelen mocht in Gods geestelijke genadeopenbaring aan het volk.
En daarom hadden al die weldaden, die God aan Israël heeft bewezen, het volk ertoe moeien brengen om de verbondenheid met het bedrog cn de ontrouw van Jakob te verbreken. Wat blijkt echter? Israël is niet beter dan de stamvader. Integendeel, ze brengen het er veel slechter af. En daarom kan de straf niet uitblijven (vs. 15). De trouw van God is alleen maar door ontrouw beantwoord. 7.e hebben dc Heere ..bitterlijk vertoornd". Ze hebben Hem krenkend behandeld, trouwbreuk gepleegd. En op die samenvatting van Israëls schuld volgt tenslotte dc aankondiging van de straf. Daarom zal de HEERE „zijn bloed op hem laten" (dat wil zeggen zijn wandaden waar de doodstraf op staat) cn smadelijke handelswijze vergelden. De ballingschap is onontkoombaar. Is dat het laatste? Nee. lees nu de verzen 10 en 11 maar eens!
Vragen
1. Hoe verklaar je het woord je „ons" in het slot van vs. 5? Wal was de inhoud van dat gesprek? Zie Oen. 35:10-12!
2. In welke verzen van dit hoofdstuk spreekt de HEERF. Zelf.' Wat is de inhoud van deze verzen?
3. Vergelijk de verzen X en 9 met Jakobus 5:1-6! Welke overeenkomsten zie je? Wat zegt de Heere Jezus in dit verband tegen de gemeente van Laodicea (Openb. 3:17)? Wat is rijk en wat is arm?
4. In de verzen 10 en 11 gaat het ten diepste over hel nieuwe verbond. Wat wordt daarmee bedoeld? Zie Jer. 31:31-34 en Hebr. 9:5-12! Welk verschil is cr mei het „oude verbond"?
Gods trouw tegenover Israëls bedrog (10-11)
Wat een rijke heilsbelofte voor een ontrouw en ongehoorzaam volk. De HEERE herinnert bij monde van de profeet aan Zijn verbondstrouw zoals die geopenbaard is in de aanhef van de tien geboden: Ik ben de HEERE. uw God. van Egypteland af. Vanaf het ogenblik, dal Hij Israël uit Egypte riep. is God dezelfde gebleven in Zijn trouw over Zijn volk. Deze woorden spreken van dc band tussen God en Israël. Hij gedenkt aan Zijn verbond. Zeker, de ballingschap komt: Hij zal ze in tenten doen wonen, net als vroeger in dc woestijn. Maar in dit oordeel ligt tegelijk de belofte van een nieuw begin, want het zal zijn „als in de dagen der samenkomst". In de tent der samenkomst ontmoette de Heere toch Zijn volk. /Vis dc HEERE cr maar bij is in de straf, dan is het nog het ergste niet. Als Hij maar niet zwijgt. Nee. Hij zal spreken, zegt vers 11. Spreken tot de profeten, dc gezichten vermenigvuldigen en gelijkenissen voorstellen. Dat wil zeggen de HEERF. zal Zich openbaren door middel van de dienst der profeten. Wat heeft Hosea zelf ook veel gesproken door gelijkenissen: hij vergelijkt de Heere met een leeuw, een beer. dc dauw. de regen, of het volk met een koe, een duif enzovoort. Alles wijst hier op die grote Profeet, van Wie Mozes al gesproken heeft. Die grootste Profeet en Leraar der gerechtigheid. Die tegelijk Priester is en schuldverzoenend voor Zijn volk is ingetreden, en Die ook Koning is om Zijn volk te verlossen, te leiden en te beschermen. Lees de kanttekening eens op vers 11! Daar wordt de lijn doorgetrokken naai de Messias en de apostelen. Maar ook naar het heden: „de overvloedige predikatie van het evangelie".
Uit het Nieuwe Testament weten wij hoe deze beloften in Christus zijn vervuld. Hij heeft de schuld van Zijn volk betaald en zo in Zi jn bloed de grondslag gelegd voor het nieuwe verbond. waardoor ook jij en ik kunnen zalig worden. Heb jij al eens ooit gebogen voor deze Koning? Jakob mocht weten: ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht en mijn ziel is gered. Jakob. Israël en wij...! Wat een les! Wij zijn toch niet beter. En wij moeten het hebben van dezelfde genade. „Zalig hij die in dit leven. Jakobs Gods ter hulpe heeft".
VUssirtgen ds. C. G. Vreugdenhil
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 december 1990
Daniel | 32 Pagina's