Verschoven
Een milde wind speelt met de bladeren van de oude wilgen langs de gracht. Zacht ritselt het blad. De takken raken op en neer gaand het koele water. De door de warme herfstzon ontstane schaduwen geven het geheel een sprookjesachtige aanblik.
Peinzend laat Chris de sfeer van de gracht beneden hem op zich inwerken, geleund op dc vensterbank van de zolderkamer, die hij sinds kort bewoont.
De wonderlijke bekoring van het dromerige spel tussen zon, wind en bomen houdt hem geruime tijd bevangen. Het lawaai van hel verkeer blijft op de achtergrond. Het verdiept nog de rust. die langzaam bezit van hem neemt. Voorzichtig geeft Chris zich er aan over. er \oor wakend dat alleen dit moment nog maar bestaat. Hij wil nu alleen maar genieten van dit ogenblik.
Mis!!!
Door één simpel woord. Een overbekend woord, achteloos uitgesproken door twee ruziemakende schooljongens, die langs de gracht komen. „Joh, sufferd....”
Zonder zich er aan te kunnen ontworstelen vliegen de beelden van de jaren achter hem aan hem voorbij. In paniek verbergt hij zijn gezicht in zijn handen. Het helpt niet. Te duidelijk staat alles wat hij meemaakte hem weer voor de geest.
Als een gemarteld dier legt hij zijn hoofd op zijn armen, die steun vinden op de vensterbank. Terwijl zijn ogen zich vullen met tranen, kreunt hij van pijn. om alles dat hij op dit moment opnieuw beleeft.
„Sufferd, stomkop." Treiterig staat zijn broer over hem heen gebogen. Op dc grond ligt Chris, zijn zelfbedachte en met veel zorg in elkaar gezette maquette van een watermolen in stukken onder hem. Hij voelt de wieken in zijn zij prikken.
„Eigen schuld, uitslover." Maar het is niet waar. Weer ziet hij duidelijk voor zich hoe zijn broer hem welbewust pootje haakte. En hoe hij alleen maar wist te zwijgen, doodsbang dat hem anders nog ergere dingen te wachten stonden.
„Jij hebt ook nergens gevoel voor. zeg.”
Grimmig staat de juffrouw voor hem. zijn gedicht als een vodje in haar hand. „Je denkt toch niet, dat ik daar een cijfer voor kan geven? Er rijmt niks. sufferd die je bent." Ze heeft het niet begrepen. Hitst het door hem heen. Niets heeft ze er van begrepen. In elkaar gedoken wacht hij af tot ze het gedicht terug zal geven. Ze doet het niet. Vanuit zijn ooghoeken ziet hij hoe ze het verachtelijk in de prullebak gooit.
’s Avonds had hij geprobeerd het uit zijn hoofd nog eens op te schrijven. Het was niet helemaal meer gelukt. Alleen de laatste regel herinnert hij zich nog als de dag van gisteren: „Was ik maar altijd alleen”.
„Mijn zoon? Het spijt me meneer, maar dat is de grootste sufferd, die ik er bij heb. Daar kunt u toch niets mee beginnen.”
Door de kamerdeur heen hoort Chris hoe weinig toereikend de stem van zijn vader klinkt. Wie bedoelt vader anders dan hem?
De man. die bij vader is. antwoordt behoedzaam, maar vasthoudend. Waar kent hij die stem toch van? En waarom hebben ze het over hem? Hij was er niet veel wijzer van geworden op dat moment. Nadat zijn vader zich opnieuw zo negatief over hem uitliet („Als u dan persé die sufferd wilt hebben, dan moet u het
zelf maar weten"), was hij naar boven gevlucht, verbitterd dat zijn vader tegen een vreemde zo over hem sprak.
Na de diep krenkende opmerking van zijn vader, was dc uiteindelijke afloop van het gesprek de enige, weerkerende vreugde in zijn leven geworden: hij had er zijn huidige baas door leren kennen en zo was hij aan zijn fijne werk gekomen.
De gedachte aan zijn baas neemt iets van de eerdere pijn weg bij Chris. Hij denkt cr over verder, hoe de kennismaking met zijn baas verlopen is. De man. die bij vader op bezoek was en wiens stem hij hoorde, was ouderling Warnaar. Daarom had hij de stem ook herkend.
Meneer Warnaar. direkteur van een houthandel, was op zoek naar geschikt vakantiepersoneel. Hij wist dat Chris nog geen werk gevonden had na het behalen van zijn MTSdiploma. Nu kwam hij vragen of Chris hem voorlopig wilde komen helpen.
De opmerkingen van zijn vader vergetend, had Chris verheugd toegestemd. Hij mocht ouderling Warnaar graag cn knutselen was zijn grootste hobby. Wie weet. mocht hij al en toe wat hout mee naar huis nemen.
Het werk lag hem wel. Hij verdiepte zich in dc verschillende houtsoorten en hun mogelijkheden.
Door het werk maakte hij kennis met allerlei houtkopers. Eén van hen was Van Harlingen. In een gesprek met hem vertelde Chris over zijn liefhebberij: het zelfontwerpen en uitwerken van maquettes van molens. Van Harlingen had geïnteresseerd geluisterd. Later was hij op dit gesprek teruggekomen. Hij vroeg Chris om zi jn medewerker tc worden in zijn meubelmakerij. Hij had er niet lang over na hoeven denken. En zo verwisselde hij na enkele maanden zijn werk bij Warnaar voor de baan in de I meubelmakerij aan de Visserssteeg.
Een fijne bijkomstigheid van dit werk is. dat hij te ver van huis woont om heen en weer te reizen. Via kennissen van Van Harlingen is hij aan deze kamer op dc gracht gekomen. Hij heeft het er goed naar zijn zin. Eindelijk kan hij een eigen leven opbouwen, zichzelf zijn. zonder de voortdurende kritiek van zijn vader cn broer. Hij ziet hen zelden meer.
„Da's pech hebben, vriend." ...la. zeg dat.”
Wat terughoudend antwoordt Chris op dc haast vrolijke konstalering van de afstappende voorbijganger. Op zijn gebruikelijk geworden zaterdagse fietstocht heeft dc nodige lucht dooreen piepklein gaatje zijn achterband verlaten. Het meeleven met deze minder handige toestand komt van een jongen, die zo te zien niet veel in leeftijd met hem scheelt. ..Moet je ergens op tijd zijn? ", vraagt dc onbekende jongen. ..Nee. ik was zomaar aan het fietsen.”
„Oké. laten wc dan samen op mijn fiets gaan. dan rijd ik met twee fietsen. We zijn vlak bij mij thuis. Daar kunnen we hem op ons gemak plakken. En mijn moeder heeft vast wel een kopje thee voor ons.”
„Goed. maar laat mij dan fietsen? ”
„Het spijt me meneer, maar dc overeenkomst is alleen van kracht op mijn voorwaarden." Chris, die de olijke twinkeling in de ogen van de spreker heeft gezien, glimlacht wat onwennig.
„Goed dan. En deze meneer heet Chris.”
„Joost Vanekam.”
„Kan ik mijn fiets niet beter vasthouden? ”
„Dat is ook best. Zullen we dan maar? ”
Na wat gewiebel hebben Joost en Chris dc beide fietsen in evenwicht.
„Daar gaan we.”
„Hoever woon je hier vandaan? ”
„Ik schat zo'n twee kilometer." ..Mooi wonen hier.”
Bewonderend laat Chris zijn blik gaan over de wijdsheid van de polder.
„Ja, dat vind ik ook. Wij hebben een boerderij.”
„Werk jij daar ook? ”
„Nee. nog niet. Ik ben het vak nog aan het leren op dc Hogere I.andbouwschool.”
„Moet je nog lang? ”
„Volgend jaar eksamen. Wat doe jij? ”
„Ik ben meubelmaker cn restaurateur. Nog grotendeels in opleiding, hoor.”
„Waar werk je? "
„Bij Van Harlingen in de Visserssteeg.”
„Dat leuke antieke zaakje? " ..Ja. zc hebben er van alles. Achter de winkel is dc werkplaats, waar wc ook meubelen op bestelling maken.”
„Dan kom ik vast eens kijken.' „Namens de firma Van Harlingen heet ik je van harte welkom.”
„Zie je soms een klant in me. dat je zo officieel doet? " ..Je weet maar nooit." „Gelijk heb je", grinnikt Joost. „Waar woon je? " „Op de Nieuwe Gracht, schuin tegenover het kantoor van De Groot. Ik woon sinds kort op kamers."
„Naar je zin? ”
„Ja. het is er fijn wonen."
Terwijl zc het laatste gedeelte zwijgend afleggen, verbaast Chris er zich over dat hi j zich bij deze vreemde jongen zo snel op zijn gemak voelt. Dat heeft hij nog niet eerder meegemaakt.
Hij kent zichzelf alleen maar als het kind aan dc zijlijn, zonder vriendjes of speelkameraden. Per gratie mocht hij af cn toe meedoen met spelletjes voor de hele klas. maar het ging nooit om hemzelf. Er was niemand die zich in hem interesseerde. Hij voelde zich ook nooit op zijn gemak bij anderen. Ondanks dc pijn. die het hem kostte, was het vertrouwder om op zijn plaats aan dc kant te
blijven. Want dat het ook met zijn eigen houding te maken had. dat niemand naar hem omkeek, heeft Chris sinds kort onder ogen durven zien. Blijkbaar beeft zijn werk en het kontakt met zijn baas hem de laatste lijd goed gedaan, dat hij nu wat vrijer durft te zijn.
„Zo. we zijn er." Joosts opmerking doorkruist zijn gedachten. Terwijl zc het erf oprijden, neemt Chris dc omgeving in zich op. Hij ziet een vrij moderne, goed verzorgde boerderij met enkele gebouwen ernaast. Twee jongens zijn op het erf aan het voetballen. !
Als ze Joost zien met dc twee fietsen, rennen ze naar hem toe.
„Ha Joost! Heb je visite bij je? Dat is gezellig!?
Chris luistert verwonderd naar de ontwapenende vraag van het broertje van Joost. Meent hij zijn vraag echt? Het antwoord van Joost, die de fietsen tegen de muur neerzet, verdiept zijn verbazing. Een dergelijke spontane hartelijkheid is hij niet gewend. :
„Ja Tim. deze jongeman is vanmiddag onze speciale gast. Vraag maar aan moeder of ze thee wil zetten." Voor Tim het huis bereikt heeft, is mevrouw Vanekam al buiten. Vanuit het keukenraam heeft ze Joost thuis zien komen.
„Ha ma. dit is Chris. Hij heeft een lekke band. Zeg. hoe heet je eigenlijk verder? ”
Vragend draait Joost zich naar Chris.
Deze loopt op mevrouw
Vanekam toe en stelt zich voor. „Chris ter Borg.”
„Welkom Chris. Jullie lusten zeker wel een kopje thee'.'" „Graag mevrouw.”
„Dat wilde ik net komen vragen, mam. Joost heeft cr ook zin in.”
Plagerig wil Joost, na de bijdehante opmerking van zijn broertje. Tim bij zijn nek pakken. Deze is hem echter te vlug af. Joost zet dc 1 achtervolging in. Ook Gerben. het andere broertje, mengt zich in de strijd.
Chris volgt het drietal met zijn ogen, In een Hits ziet hij zichzelf en zijn broer voor zich. Een trek van pijn vleugt over zijn gezicht.
„Kom maar Chris, als die aan het stoeien zijn. duurt het wel even. Laten wij vast naar dc thee gaan.”
Binnen wijst ze hem een stoel. Bij het aanrecht redderend, informeert zc naar de toedracht van de lekke band. Als even later Joost en zijn broertjes binnenkomen, voelt Chris zich al redelijk thuis.
„Hè. hè. is me dat rennen!" Nog napuffend komt Joost bij i Chris aan tafel zitten. Ook Tim en Gerben ploffen zuchtend cn hijgend op een stoel neer.
„Gerben. roep jij Nanny even voor dc thee? ”
Vlet een extra zucht staat Gerben op om zijn zus te roepen.
Nadat Nanny kennis heelt gemaakt met Chris, neemt ze hem een poosje zwijgend op. „Volgens mij kom jij 's zondags wel eens bij ons in de kerk", richt zc zich hierop vragend tot Chris.
„Naar welke kerk gaan jullie? " ..Bij dominee Van Maren. Je zit meestal een beetje achteraan." „Dat klopt", antwoordt Chris haar. ..Als ik dc zondag over in de stad ben. ga ik daar naar de kerk.”
„Chris woont op kamers", licht Joost toe.
„Ben jij dan helemaal alleen *s zondags? ", vraagt Tim.
Chris knikt bevestigend.
„Dat is ook ongezellig. Ken je niemand naar wie je eens toe kunt gaan? ", wil Joost weten. „Nee. maar ik woon ook nog niet zo lang in dc stad.”
„Kom dan een keer bi j ons. joh. Dan ga je gewoon uit dc kerk mee en dan blijf je bij ons eten", stelt Joost voor. er aan toevoegend: ..Dat vindt u toch wel goed. mam? ”
„Natuurlijk, jongen.”
Als ze het oplichten van Chris' ogen ziet. zegt ze: „Kom dan morgen gelijk, als je tenminste in de stad blijft.”
Chris neemt de uitnodiging dankbaar aan.
„Dan wil ik naast jou zitten met het eten", beslist Tim. Met een glimlach geeft Chris zijn toestem ming.
„Zo mannen, nu aan het werk. Die band moet weer gemaakt", spoort Joost aan als dc thee op is. Samen met de jongens gaat Chris naar buiten. Onder veel geplaag en gelach van zijn broertjes plakt Joost in korte tijd de band. Chris kan zijn fietstocht weer vervolgen. Met een armzwaai en een „ lot morgen", rijdt hij even later het erf af.
Over de daken van de stad heen waaiert het gebeier van de kerktoren langzaam uit. tot het verstilt in de rust van dc zondagmorgen.
Het statige klokgelui dringt door tot de zolderkamer van Chris. Hij heeft zojuist zijn ontbijt beëindigd en is zich nu aan het klaarmaken om naar de kerk te gaan.
Als hij zichzelf in de spiegel ziet. schrikt hij van zijn bleke gezicht. Hij heeft slecht geslapen vannacht. Allerlei beelden uit het verleden hebben hem in zijn dromen bezig houden. Een op de achtergrond zeurende hoofdpijn is het gevolg er van. Hierdoor ziet hij bij voorbaat al op tegen zijn bezoek aan de familie Vanekam. Kon hij er maar onderuit nu. Maar de wetenschap dat dat niet mogelijk is. maakt hem onzeker en onrustig.
Dc onrust laat zich niet verdringen. Integendeel, het neemt alleen maar toe. Naarmate de kerkdienst vordert wordt het zelfs zo sterk, dat hij alleen nog maar dc drang in zich voelt om zo snel mogelijk weg te vluchten. Hij durft niemand onder ogen te komen nu. Hij wil weg. Zo gauw mogelijk wil hij weg.
Als het einde van de dienst gekomen is. is Chris met een ongekende haast als één van de
eersten uit de kerk. Hij grist zijn fiets uit de stalling, springt er op en is in snelle vaart vertrokken. Zijn bezoek aan de familie Vanekam vindt geen doorgang.
Zijn vreemde gedrag van zondag blijft Chris de dagen daarop dwarszitten. Het is toch geen stijl om zo maar weg te gaan en niet eens je bezoek af te melden. Wat moeten ze wel niet van hem denken?
Wat moet hij doen nu? Hij durft Joost zo niet onder ogen te komen. Zal hij een brief schrijven cn het uitleggen? Maar begrijpt Joost dat dan? Hij is er nog niet uit. als hij dewoensdag erna weer voor het raam staat tc peinzen. Wat kan hij het beste doen?
Zonder belangstelling naar buiten kijkend, valt zijn oog op iemand, die beneden op straat speurend langs de huizen loopt. De gestalte komt hem bekend voor. ..Joost!", weet hij opeens.
Joost komt hem opzoeken! Hij zal hem zo echter nooit vinden: op de deur ontbreekt zijn naambordje. Hij heeft het niet nodig gevonden er één op te hangen. Waar zou hij dat ook voor doen? Niemand komt immers om hem op te zoeken? Niemand heeft hem nodig. Maar nu is Joost daar. Met een schreeuw maakt Chris kenbaar dat hij Joost gezien heeft. Verbaasd en zoekend kijkt Joost naar boven.
„Wacht even. ik kom eraan." Chris spurt naar beneden om de deur voor Joost te openen. Dc begroeting is hartelijk, al moppert Joost wel op hem. ..Dat lap je me niet nog een keer zeg. dat je me zo laat zoeken naar je", bromt hij goedmoedig.
„Ik zal het je uitleggen", antwoordt Chris. ..maar kom eerst verder.”
Boven gekomen bewondert Joost de gezellige kamer en het mooie uitzicht.
„Neem een stoel. Lust je koffie? ”
„Graag.”
Joost gaat zitten. Hij neemt het beeld van Chris, die bij zijn koffiezetapparaat bezig is. in zich op. Onbewust voelt hij iets van dc eenzaamheid, die deze jongen uitstraalt.
„Waar bleef je zondag? ”
„Ik durfde niet.”
„Durfde niet? ”
„Ik had hoofdpijn en toen zag ik het niet zitten om te komen.”
„Maar waarom dan niet? " De oprechte belangstelling in de stem van Joost brengt Chris ertoe om meer over zichzelf te vertellen dan hij ooit gedaan heeft.
„Ik denk vaak dat mensen mij niet moeten", bekent hij schuchter.
„Waarom dan? " Nog steeds is het Joost niet duidelijk wat Chris bedoelt.
„Ik zal het jc uitleggen, maar eerst koffie.”
Hoewel het de eerste keer is dat Chris bezoek heeft, reikt hij Joost even later als een volleerd gastheer zijn koffie aan. Chris neemt plaats in de stoel tegenover Joost. Zwijgend drinken ze hun koffie, onderwijl aftastend wat hun kontakt. dat nog maar zo kort bestaat, werkelijk voor inhoud heeft. Chris voelt dat hij Joost kan vertrouwen.
„Luister, dan zal ik je vertellen hoe het komt." Zoekend naar woorden eerst, maar later al vlugger cn vuriger, vertelt Chris het één en ander over wat hij heeft meegemaakt. Over de bedekte, maar vaak ook openlijke plagerijen thuis: over het er buiten vallen op school', over zijn gevoel van minderwaardigheid. Door zijn hele verhaal heen klinkt de vraag naar het waarom. Wat deed hij dan verkeerd, dal zc hem niet moesten? Het is een vraag, waarop voor hem nog nooit een antwoord gekomen i.s.
„Wat heb jij het ellendisi rottig gehad.”
Joost is opgestaan cn ijsbeert nu door de kamer. Het verhaal van Chris heeft hem diep geraakt. Zomaar aan de kant gezet. Voor niets bijzonders.
Hij weet niet wat hij hierop moet zeggen.
Chris warmt zich aan dc stille verontwaardiging, die uit de houding van Joost spreekt. Het dringt opeens tot hem door dat hij een vriend heelt gekregen. Iemand die luistert naar zijn verhaal cn die er niet op uit i.s om hem belachelijk te maken.
Dc avond is al ver gevorderd als Joost afscheid neemt. Ze hebben dan de afspraak gemaakt dat Chris nu de volgende zondag bij de familie Vanekam zal komen. Bij de deur bedenkt Joost opeens iets om voor Chris het bezoek makkelijker tc maken.
„Wacht op me in de fietsenstalling, dan kom ik naast je zitten in de kerk." „Goed. Ik zal zorgen dat ik er tegen kwart voor tien ben." ..Oké. Tot zondag, Chris." „Bedankt voor je bezoek. Joost. Tot ziens.”
Vermoeid na alles wat hij verteld heelt, maar vervuld van een vreemde vreugde, sluit Chris de zware voordeur als Joost de hoek van de straat is omgegaan.
De trap oplopend, laat Chris wat tussen Joost en hem gezegd is nog eens aan zich voorbijgaan. Achteraf verbaast het hem dat hij zo veel verteld heeft. Onder het uitkleden komt opnieuw het verdriet over het aan de kant gezet zijn op hem af. Als ccn troostvolle gedachte schiet het hem opeens te binnen dat het door wat er vanavond gebeurd is toch veranderd is. Hij is nu niet meer verschoven, maar zijn situatie is verschoven. Van een verschoppeling i.s hij iemand geworden, die een vriend heeft.
Een vriend, die hij zomaar ontmoette op een zonnige zaterdagmiddag. Hij kan het nog niet begrijpen, dat dit in zijn leven gekomen is.
In stille verwondering, geknield voor zijn avondgebed, dankt hij God voor deze verandering.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 november 1990
Daniel | 32 Pagina's