Regionale vergadering te Dirksland
Het is 17 september 1990. Vele leden van vrouwenverenigingen zijn naar Dirksland gekomen. Zij en andere belangstellenden zullen luisteren naar een referaat van ds. A. J. Gunst uit Tholen over Schortinghuis en de Praktijk der godzaligheid.
De avond wordt geopend door ds. J. Koster en hij leest, na het zingen van Psalm 25:6. Psalm 86 de verzen 1 tot en met 11. Dominee gaat ons daarna voor in gebed. In het openingswoord spreekt ds. Koster over een gedeelte van het elfde vers: .Verenig mijn hart tot de vreze Uws Naams". Hij zegt: Wie heeft lust de Heere te vrezen? Niemand! Maar toch is er een volk op aarde, dat wel eens zeggen mag: .Ik Heere!" Het is geen vrucht van eigen akker, maar ik heb lust gekregen om U te vrezen." Wie de Heere vreest, leeft dichtbij God. Dat is het nabije, zoete leven aan Gods voeten. Dat leven kan niet zonderde praktijk van de godzaligheid, cn de praktijk der godzaligheid kan niet zonder de vreze des Heeren. Het is één zaak! David. cn Gods volk met hem. moet echter bekennen, dat hij de Heere niet vrezen en dienen kan. Er is nog zoveel dat verkeerd en zondig is in het hart! De bede: Verenig mijn hart tot dc vreze Uws Naams" blijft altijd nodig. Uit deze bede blijkt dat David Godskennis, zelfkennis en Christuskennis had. Godskennis, want de Heere is het waardig gediend cn gevreesd tc worden; zelfkennis, want mijn hart moet verenigd worden - ik kan het zelf niet: n Christuskennis, want buiten Christus is er geen vreze des Heeren mogelijk.”
Schortinghuis en de praktijk der godzaligheid
Na het zingen van Psalm 86:6 krijgt ds. A. J. Gunst het woord. Allereerst wijst hij erop. dat de kerkgeschiedenis binnen onze gemeenten op de achtergrond gekomen is. Wc hebben het erg druk met ethische problemen in deze stormachtige tijd. De les der geschiedenis mogen we echter niet vergeten. Iedere tijd heeft zijn eigen moeilijkheden gehad. Dc godvruchtige vaderen mochten een schriftuurlijk antwoord geven, en daarop mogen wij ook vandaag nog letten. In de Hebreënbrief staat: Gedenkt uwer voorgangeren. die u het Woord Gods gesproken hebben cn volgt hun geloof na. aanschouwende dc uitkomst hunner wandeling.”
Dominee Gunst verdeelt zijn referaat in twee delen: I) het leven van Schortinghuis; 2) de praktijk der godzaligheid, waarin het boek ..Het innige Christendom" ter sprake komt.
Het leven van Schortinghuis
Schortinghuis was een man van de Nadere Reformatie, de periode, waarin de heiliging des levens veel nadruk kreeg. Bij dc leer der Reformatie hoort de praktijk der godzaligheid, waartoe dc zogenaamde oude schrijvers (1600-1800) uit de Nadere Reformatie oproepen. Schortinghuis is als oude schrijver onder ons niet zo bekend. Wij horen namelijk nooit preken van hem lezen, omdat er geen preken zijn. Wel schreef hij ccn boek over het genadeleven, zoals de Heere dat aan Zijn kerk leert.
Willem Schortinghuis leeft in dc tweede periode van de Nadere Reformatie. Hij wordt geboren in 1700 in Winschoten (Groningen). Zijn vader cn moeder zijn wel godsdienstige, maar geen godvrezende mensen. Vader Schortinghuis is diaken in de Hervormde Kerk. Het levensleed is Willem niet bespaard gebleven. Op 4-jarige leeftijd overlijdt zin moeder, en op U-jarige leeftijd is hij al wees. Daarom kan hij. hoewel gezegend met een helder verstand, toch niet doorleren. Pas als hij 17 jaar is, mag hij naar dc Latijnse school. Daarna studeert hij theologie aan de universiteit van Groningen, want dat vindt hij wel een mooi vak en het predikantschap is een ere-ambt voor hem. Van ware godsvrucht is hier nog geen sprake. Op 22jarige leeftijd komt Schortinghuis terecht in de pastorie van Wener in Oost-Friesland. Zijn kollega daar is ds. Klugkist, ccn man, die onderscheidenlijk preekt en veel van Gods kinderen houdt. Schortinghuis daarentegen is wel rechtzinnig en voorwerpelijk maar laat het leven van Gods kinderen liggen. Van zichzelf zegt hij later: .Ik was vol dorre doodsbeenderen". De twee predikanten spreken veel met elkaar en in een van die gesprekken - het is naar aanlcidinig van Ezechiël 13:22: Omdat gijlieden het hart des rechtvaardigen door valsheid hebt bedroefd gemaakt...." - wordt ds. Klugkist heel scherp. Hij
zegt tegen Schortinghuis: „Dat doe jij! Jij geeft stenen voor brood!" De Heere wil deze scherpe pijl gebruiken en Schortinghuis wordt onbekeerd, jammerlijk, blind cn naakt voor God. Alles wat hij verstandelijk wel leerde, moet hij nu gaan ondervinden. Hij brengt zijn ongeluk ook op de preekstoel en belijdt zijn schuld met ontroerende woorden. „Het is mijn schuld", zegt hij. „ik heb u bedrogen en niet gewaarschuwd. Ik heb gepleisterd met loze kalk..." Als alle hoop hem ontvalt, geeft de Heere hem echter een blik op de heerlijkheid en dierbaarheid van Christus. Het is een totale verandering, een vernieuwing des harten, die Schortinghuis meemaakt. Dat wordt door de buitenwereld wel opgemerkt. Het hart paart zich met zijn daden. Schortinghuis schrijft bijvoorbeeld gedichten, waarin Gods kinderen het hart verklaard vinden. Jarenlang werden deze gedichten op gezelschappen gezongen. Schortinghuis' weg wordt na elf jaar geleid naar Midwolda. Van heinde en ver komen de mensen om naar hem te luisteren. Het gaat echter om de vrucht. In oude notulen lezen we. hoe Schortinghuis achter dc naam van elke belijdeniscatechisant een persoonlijke notitie zet. zoals „een belijdenis met mond en hart", of „een bevindelijke geloofsbelijdenis", en hij benadrukt telkens in de preek: „Is uw kerkgang, uw avondmaalsgang wel oprecht? " In deze tijd schrijft Schortinghuis zijn boek „Het innige Christendom”.
In het huwelijk heeft Schortinghuis veel leed ondervonden. Van zijn elf kinderen bereikten slechts één dochter cn vijf zoons de volwassen leeftijd. Zijn vijf zoons mogen allen in het predikambt dienen. Schortinghuis heelt echter alleen de oudste kunnen bevestigen. Hij is zwak, hoest veel cn zware koortsen slopen zijn lichaam. Bovendien lijdt hij onder de strijd rond zijn boek ..Het innige Christendom" en hij ervaart steeds weer, dat hier op aarde de rust niet gevonden wordt. Het i.s een gedurige strijd, totdat Schortinghuis op 20 november 1750 door de Heere van zijn post wordt afgelost en - nagestaard door bedroefde kinderen Gods - het hemelse Sion in mag gaan.
De praktijk der godzaligheid
Schortinghuis' bock: „Het innige Christendom" roept veel bezwaren op. Velen moeten niets hebben van het bevindelijke leven, anderen hebben bezwaren tegen bepaalde uitdrukkingen.
Het boek begint met een voorwoord, waarin ds. Schortinghuis het verschijnen van dit boek verantwoord: „Velen hebben genoeg aan doop en avondmaal, maar leerden nooit de belijdenis der kerk bevindelijk kennen." Hierna vinden we 25 samenspraken, waarin Onbegenadigde. Kleingelovige. Begenadigde en Geoefende naar voren komen. Deze personen worden in iedere gemeente gevonden. „Bij wie hoort u? ", vraagt ds. Gunst.
Over één van de samenspraken krijgen we wat meer tc horen, namelijk over het bevindelijke leven. Allerlei vragen worden gesteld: Hoe moet de predikant met de gemeente handelen? Hij mag niet ijverloos cn flauw zijn. de mensen niet zonder grond geruststellen en hen met broeders cn zusters aanspreken. Hij moet niet beginnen met de Heere te danken en allen van eeuwigheid verkoren noemen, terwijl velen niet bekeerd zijn. Dat valt bij Onbegenadigde verkeerd. „Ik ben gedoopt, heb belijdenis gedaan en ga aan het avondmaal, dus ik ben een goed christen en lang niet zo goddeloos als andere mensen." Wat is er toch veel verschil tussen ware en valse overtuiging. De ware gelovige leert, dat hij gezondigd heeft tegen een heilig cn goeddoend God cn ontbloot, verbrijzeld vlucht hij tot Christus. Die alles voor de zondaar doen wil. In de algemene genade (dc valse overtuiging) leert men wel. dat men Gods geboden overtreden heeft, maar men laat zich gemakkelijk troosten. Men bouwt op gestalten, op hout. hooi en stoppelen, maar heeft Christus niet nodig als enige en eeuwige grond tot behoud.
In de veertiende samenspraak komen dc bekende „vijf nieten" naar voren: ik wil niet, ik kan niet. ik weet niet. ik heb niet en ik deug niet. Wat is er veel tegen deze leer aangetrapt, maar toch leert God het zo aan Zijn kerk. Het is de praktijk der godzaligheid. Schortinghuis blijft echter ook niet in het gestaltelijke leven hangen - gestalten houden Gods kind niet staande - maar het is noodzakelijk om in Christus geborgen te zijn. Dat geldt ook in deze tijd: een mens moet wedergeboren worden! Verstokte belijders die nooit daders des Woords geworden zijn. zijn beklagenswaardige schepsels. Bij God vandaan kan dat echter veranderen: het bok kan een schaap, de doorn een denneboom cn dc distel een mirteboom worden! En Gods kinderen? Dat zij met het besproken bock maar winst mogen doen. zo wenst de dominee.
Hierna zingen we Psalm 84:3 en 6. terwijl cr gekollekteerd wordt voor de vakantieweken voor gehandicapten. Deze kollekte bracht ƒ 950.40 op. Na de pauze leest mevr. A. Grootenboer-Treur , een prachtig gedicht voor. getiteld: Hanna's gebed". Dit gedicht kunt u vinden in de nieuwe gedichtenbundel, deel IV.
Ds. Gunst krijgt nu de gelegenheid een aantal vragen betreffende het gehouden referaat te beantwoorden. Na het dankwoord, uitgesproken door ds. Koster, sluit ds. Gunst deze leerzame avond.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 oktober 1990
Daniel | 40 Pagina's