„Het gevoel is maar een wankel fundament”
In gesprek met ds. H. Paul over het geloof
Wie het elfde hoofdstuk van de brief aan de Hebreën goed leest, /.al al snel onder de indruk raken van de kracht van het geloof. Zo worden door het geloof dingen verstaan, die we met het verstand niet kunnen beredeneren (vs. 3). Door het geloof bouwde Noach op bevel van God de ark (vs. 7) en zou Abraham zijn enige zoon geofferd hebben (vs. 17). Toch zijn ware christenen zich lang niet altijd bewust van die kracht van het geloof. Zij voelen zich eerder twijfelachtig en ongelovig. Hoe komt dat? En wat is nu eigenlijk het geloof? Is het een zaak van verstand of heeft het meer met gevoel te maken? Deze en nog meer vragen vuurden we af op ds. H. Paul in een lang en leerzaam gesprek. Onze eerste vraag was: wat is het ware geloof?
..Ik zou eerst willen zeggen dat niet alles wat zich aandient als geloof en wat voor geloof wordt gehouden, waar geloof is. Er is duidelijk onderscheid tussen het ware geloof en het nietware geloof.
Als het gaat om de vraag, wat is het ware geloof, dan kun je kort zijn met het eenvoudige antwoord van Hellenbroek: ..Het is kennis, toestemmen en vertrouwen". Je kunt ook het antwoord op vraag 21 van de Catechismus gebruiken. Die zegt: ..Een waar geloof is niet alleen een stellig weten of kennis, waardoor ik uil es voor waarachtig houd. dat God in Zijn Woord aan ons geopenbaard heeft, maar ook een vast vertrouwen, dat de Heilige Geest door het Evangelie in mijn hart werkt, dat niet alleen anderen, maar ook mij vergeving van de zonden, eeuwige gerechtigheid en zaligheid van God geschonken is. uit louter genade, alleen om de verdienste van Christus” wil”.
Het ware geloof bevat dus ccn „zekere kennis" en een „vast vertrouwen" en het werkt door de liefde. Kennis wil dan zeggen, dat alles wat God in Zijn Woord openbaart, door het geloof wordt „toegeëigend", dat het wordt gezien als geldend voor mij. Daarmee heb je direkt een belangrijk kenmerk van het geloof. Je kunt nooit spreken uit een waar geloof, wanneer je er niet persoonlijk bij betrokken bent. Het geloof richt zich op Gods Woord, niet zomaar geldend voor iedereen in het algemeen, maar als geldend voor mij.
Geloof door Geest en Woord
„Dit ware geloof wordt gewerkt door dc Heilige Geest. Hij
gebruikt daaivoot hel Woord van God. het Evangelie. Hel Woord speelt een centrale rol in ; hel ontslaan en het werken van hel gel Ooi Het i'.clool richt zich namelijk op dc zaken waar de Bijbel van spreekt Hel kan daat nooit buiten omgaan Wc Ie/en dan ook in de Bijbel ../.o is dan het geloof uit het gehoor en bet gehoor door het Woord van God" I n Christus /egt „Onderzoek de Schriften, want die zijn hei die van Mij getuigen”.”
Nu. de Heilige Geest leert het Woord met het verlicht verstand aanvaarden. Daarnaast verzegelt Hij het in het hart. waardoor de gelovige mag vertrouwen dat het voor hem of haar persoonlijk geldt. Je kunt dat ook lezen in Efeze 1 vers 13: nadat gij geloof hebt. zijt verzegeld geworden met de Heilige Geest der belofte". Een ander belangrijk punt bij de werking van het geloof is. dat deze werking een daad van God is. Het geloof is een gave van God.
Tenslotte wil ik over de werking van het geloof nog opmerken dat het een gebeuren is dat in de eeuwigheid gefundeerd is. Hiermee wil ik zeggen, dat je ook terug kunt vinden in het eerste hoofdstuk van de Dordtsc Leerregels, artikel 6, namelijk dat God sommigen in de tijd het geloof geeft, volgens Zijn eeuwig besluit. Jc kunt in het artikel dan verder lezen: „Naar welk besluit Hij de harten van de uitverkorenen, hoewel zij hard zijn, genadig vermurwt cn buigt om tc geloven". Ook hier blijkt weer duidelijk dat het een gave van God is.
Geloof richt zich op het Woord
Iemand die gelooft, gelooft ergens in of in iemand. Met andere woorden, het geloof richt zich ergens op. Het ware geloof, en dat zei ik zoeven al, richt zich op de Heilige Schrift. Het heeft dc vastheid van de Schrift nodig, want buiten de Bijbel vinden we alleen maar waarschijnlijkheden. Alleen in de Schrift vinden we vastigheid.
Wanneer ik het over de Schrift heb, bedoel ik de hele Heilige Schrift, dus Wet en Evangelie beide: bedreiging en belofte. Het geloof in ruimere zin richt zich op de hele Schrift, dus ook op de bedreigingen. Die worden door het geloof aanvaard, want ze komen uit de mond van God.
Hiermee wil ik niet zeggen dat het geloof deze zaken gelijktijdig en op dezelfde wijze aanvaardt. Wanneer God het geloof schenkt, richt het zich eerst op dat. wat ons veroordeelt, dus op de Wet. Op Zijn tijd richt de Heilige Geest het geloof op de beloften van God, die in Christus vast zijn.
Wanneer het geloofde woorden van de Schrift aanvaardt, gebeurt dat met instemming en hartelijke overgave. Het onderwerpt zich aan de Schrift. Dit is geen slaafse onderwerping, maar een onderwerping met het hart. Het gaat gepaard met liefde.
Het gaat erom dat ik kan zien, niet of ik goede ogen heb
Het ware geloof richt zich dus niet op het geloof zelf. Het vraagt zich niet af: geloof ik wel? Nee. het geloof richt zich op de waarheden in de Bijbel en wel in het bijzonder op de beloften van het Evangelie.
Wanneer wij worden opgeroepen onszelf te onderzoeken, of we in het geloof zijn. moeten wij ons daarom niet alleen afvragen of we het ware geloof wel bezitten. We moeten dan zoeken naar hetgeen door een waar geloof verkregen wordt.
Dat is: dat ik mag weten dat Christus voor al mijn zonden betaald heeft en dat ik een hartelijk voornemen bij mijzelf bemerk mijn leven met goede werken tc sieren. Bij het zelfonderzoek moeten de werkzaamheden van het geloof centraal staan. Jc zou geloven eigenlijk kunnen vergelijken met het zien met je ogen.
Waaruit blijkt dat mijn ogen goed zijn. Als ik kan zien. En omdat ik kan zien. weet ik dat mijn ogen goed zijn.
Zelfonderzoek belangrijk
Het zelfonderzoek waar ik net over sprak, is belangrijk. Gods Woord dringt aan op zelfonderzoek. Denk bijvoorbeeld aan 2 Korinthe 13 vers 5:
„Onderzoek uzelf, of gij in het geloof zijl. beproef uzelf". Wanneer mag je nu weten dat je het ware geloof hebt ontvangen? Wel. wanneer het ..stellig weten" en het ..vertrouwen" er is. waarover vraag 21 van de Heidelbergse Catechismus spreekt, dan is dat het bewijs dat ik het oprechte geloof bezit. En laat ik het dan maar weer vergelijken met het zien. Wanneer weet ik dat ik goede ogen heb? Als mijn ogen goed funktioneren. dus als ik kan zien waar mijn ogen zich op richten. Ik weet alleen dat ik geloof heb uit de werking van hel geloof.
In artikel 12 van het eerste hoofdstuk van de Dordtse Leerregels worden zaken vermeld die met het ware geloof vergezeld gaan. Dat zijn: kinderlijke vreze Gods. droefheid naar God over de zonden en honger en dorst naar de gerechtigheid. Die zaken zal de ware gelovige met een geestelijke blijdschap en heilige verrukking bij zichzelf waarnemen.
Niet altijd bewust van geloof
Hiermee wil ik dus niet zeggen dat er pas sprake is van een waar geloof, wanneer ik ..een zeker weten en een vast vertrouwen" ken. De Bijbel spreekt ook van „armen van geest" en „zij die treuren" en „die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid". Ook kunnen we lezen dat de Heere Jezus het geloof van de Romeinse hoofdman een groot geloof noemt en dal Hij de Kananese en de bloedvloeiende vrouw gelovig noemt. Wanneer de Heere aan deze mensen had gevraagd: „Hebt u geloof? ", dan hadden ze geen van allen ja durven zeggen. Maar ze wisten wel. dat alleen Jezus kon redden. En daar blijkt geloof uit. Als de bloedvloeiende vrouw zegt: „Als ik slechts de zoom van Zijn kleed aanraak, dan zal ik gezond zijn", dan is dat een geloofsuitspraak.
Wanneer we het geloof beoefenen, wil dat dus nog niet zeggen, dat we ons bewust zijn dat we het ware geloof bezitten. Aan de andere kant verlangt iedere gelovige die zaak te bezitten, waarop het geloof zich richt. Daarom, en dan herhaal ik wat ik net zei, het gaat een ware gelovige niet alleen om de vraag of hij geloof bezit, maar om de vraag: hoe krijg ik een genadig God? Hoe komt God aan Zijn eer in mijn leven? En dan zal de Heilige Geest in de beoefening van het geloof hierop een antwoord geven uit het Woord. Dan leert Hij op Zijn tijd de gelovige dat zijn geloof oprecht is.
Verlangen naar beoefening van het geloof
Het is dus mogelijk dat ik geloof ontvangen heb, zonder dat ik me dat bewust ben. Dit zal mij echter geen troost geven. Het gaat er mij namelijk om dat te verkrijgen wat ik alleen door het geloof kan ontvangen. Ik verlang ernaar het geloof te mogen beoefenen.
met andere woorden dat ik een ..zeker weten" cn „vast vertrouwen" mag krijgen.
Kijk, een klein kind dat wil lopen, gaat zich niet afvragen ol het wel benen heeft, o! naar zijn benen kijken of ze wel stevig genoeg zijn Nee. het ki|ki naai dc plaats waai het wil komen cn probeert et te komen Zo is het ook met het geloof 1 ii als zo'n klein kind loopt, dan is het zich helemaal niet bewust van het feit dat het zijn benen zijn die hem dragen. Dat geldt ook voor het geloof. We kunnen ons geloof beoefenen zonder dat we ons bewust zijn dat we het geloof bezitten.
Geloven is meer dan verstandelijke kennis
Zoals ik net al zei. is geloven „een zeker weten". En weten is alleen mogelijk door het verstand. Verstand speelt dus een grote rol in het geloven.
Het weten en kennen van het geloof moet echter niet worden opgevat als een louter verstandelijke zaak. Het kennen is bij het geloof „een gemeenschap hebben met". Het is kennis met een betrokkenheid. Laat ik het zo uitleggen: ik ken een man in deze laan omdat ik hem wel eens heb ontmoet. Die kennis is echter zeer oppervlakkig. Mijn vrouw en mijn kinderen ken ik heel anders. Bij dat kennen speelt ervaring en beleving een rol. Zo is het ook met geloofskennis. Het is kennis van hart en hoofd samen, die de Heilige Geest door het Woord schenkt Hierdoor is het weten van het geloof ook een zeker weten.
Wanneer het geloof zegt: ik weet het zeer stellig, dan is dat krasse taal. Maar het is ook verantwoorde taal, want de grond waarop die wetenschap rust, is het Woord. De Heere heeft het gezegd en dat is voor het geloof het einde van alle tegenspraak.
Nu is het wel zo dat het geloof niet alles kan verklaren, begrijpen of beredeneren. Maar daarom is Gods Woord nog niet minder waar. Wanneer de Bijbel zegt dat Jona drie dagen in de walvis heeft gezeten, dan kan ik dat met mijn verstand niet beredeneren. Maar hij heeft er wel ingezeten, want dc Bijbel zegt het.
Hierdoor is het weten van het geloof veel zekerder dan het weten van de wetenschap. Wetenschappelijke stelsels worden voortdurend door andere vervangen, maar Psalm 19 zegt dat Gods getuigenis „eeuwig zeker is”.
Geloof is niet alleen gevoel.
Het versland neemt dus een belangrijke plaats in in het geloofsleven. Dit betekent echter niet dat het gevoel helemaal geen rol speelt. Het gevoelsleven heeft zeker zijn invloed op het geloofsleven. Het bepaalt mede het karakter van het geloofsleven. Geloofservaringen gaan immers gepaard met gevoelens. We kunnen niet de Heere liefhebben buiten ons gevoel om. En als de Heere ons onze zonden laat zien, krijgen we een diepe droefheid over de zonden. Als Hij de mogelijkheid van zalig worden laat zien. dan gaat dat gepaard met vreugde en blijdschap. Toch is er een groot verschil tussen geloof en gevoel. Verwar ze niet met elkaar, want dan zou je gevoel voor geloof aan gaan zien. Geloof wordt door de Heilige Geest gewerkt en richt zich op het Woord. Gevoel is echter een menselijke eigenschap en richt zich op ervaringen in het gemoed.
Er kunnen dan ook momenten in het geloofsleven zijn waarin het gevoel nauwelijks funktioneert. Toen Van Lodenstein op zijn sterfbed lag, vroeg er iemand aan hem hoe hij zich voelde. Zijn antwoord was: „Ik voel niets. Het is mij genoeg dat ik weet cn geloof dat in de Heere Jezus Christus een volheid van genade is en ik leg mij neer op dat zoutverbond dat onveranderlijk is." Naar mijn vaste overtuiging
zijn gemoedsaandoeningen geen voorwerp van geloof. Geloof gaat gepaard met gevoel, maar niet alle geloof is gevoel. Vooral in het begin wil de Heere gevoel geven. Maar later gaat Hij daar steeds minder van schenken. Er wordt wel eens gezegd: gevoel zijn de krukken die gebruikt worden bij het leren gaan door het geloof. Maar als je mag lopen, dus geloven, raakt het gevoel steeds meer op dc achtergrond. Je zult mij dan ook nooit horen vragen of mensen het wel eens erg benauwd hebben gehad, of da( ze wel eens een nacht wakker zijn gebleven of soortgelijke gemoedsaandoeningen hebben gehad. Ik vind dat dc Kerk veel meer gebouwd moet worden op het geloof dan op het gevoel. Het gevoel is maar ccn wankel fundament.
Strijd en twijfel
Hoewel het geloof in wezen een zeker weten is, wil dat niet zeggen dat de gelovige zelf geen twijfel kent. Die is er wel zeker. En dat levert strijd op. De strijd zal het geloof echter nooit wegnemen. Wel de blijdschap en de rust. Jc kunt dat ook lezen in de Psalmen, bijvoorbeeld Psalm 42. De dichter voelt zich daar vergeten, maar hoopt stellig dat de Heere verandering geven zal. Ook in Psalm 73 en 77 lezen we hiervan.
Wat kunnen we tegen die twijfel en aanvechtingen doen? Strijden met geestelijke wapens, zoals bijbellezen, bidden cn getrouw dc middelen waarnemen. We kunnen het geloof echter nooit in eigen kracht versterken. Het is de Heilige Geest die het geloof geeft, maar hij is het ook die het doet beoefenen. Dit ontneemt ons echter niet de verantwoordelijkheid om de middelen, die dc Heere wil gebruiken ter versterking van het geloof, waar te nemen. Tot die middelen behoren ook dc sakramenten.
De Heilige Doop en het Heilig Avondmaal zijn immers ingesteld ter versterking van het geloof. Ook de nauwe omgang met God is uiterst belangrijk. Als we dit nalaten, zal het geloof verkillen. Hoofdstuk 5 van dc Dordtse Leerregels wijst er ook op dat wc hel gevoel van genade volledig kunnen kwijtraken als we in de zonden vallen en dat we het pas weer terugkrijgen als wc ons waarachtig tot God bekeren.
Neem de middelen waar
Dit getrouw waarnemen van de middelen geldt ook voor hen die moeten zeggen dat ze nooit iets van het ware geloof hebben gekend. Blijf de Bijbel lezen, bidden cn verzuim geen kerkdiensten, ook geen avondmaalsdiensten omdat ze toch niet voor ons zouden zijn. Dc Heere kan op Zijn tijd het geloof geven.
Bovendien, als de Heere zegt:
..Zoekt dc Heere. terwijl Hij te vinden is; roept Hem aan terwijl Hij nabij is", dan zijn wij verplicht dat uit gehoorzaamheid te doen. We mogen niet in ongeloof blijven doorleven. De Heere vraagt aanvaarding van Zijn Woord.
Hij vraagt geloof en bekering en verklaart ongeloof nergens legitiem. Ongeloof is altijd zonde en blijft zonde. De opstellers van de Dordtse Leerregels wijzen er in hoofdstuk 3. artikel 5. duidelijk op: ..Welke belofte allen volken en mensen, tot welke God naar Zijn welbehagen Zijn Evangelie zendt, zonder onderscheid moet verkondigd en voorgesteld worden, met bevel van bekering cn geloof". Elke uitvlucht is zonde.
We kunnen de beloften uit Gods Woord echter nooit in. eigen kracht aanvaarden. Daar is het werk van de Heilige Geest voor nodig. Er is dus duidelijk een spanningsveld. Aan de ene kant is het geloof een zuivere genadegift aan dc andere kant is ongeloof zonde. Zodra die spanning eruit is en het systeem kloppend is. is het mis. Je kunt zo'n kloppend systeem maken door te zeggen: nu dan geloof ik het. Je kunt ook zeggen: dc beloften van het Evangelie gelden mij niet. Die gelden alleen Gods kinderen. Dan is de spanning er ook uit.
Beloften uit de Bijbel
En als wc de Heere echt zoeken, mogen we ook terugvallen op Zijn beloften in het Woord. Als de Heere in Zijn Woord zegt: ..Die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden", dan mag je je vinger bij deze belofte leggen en
zeggen: „Heere. U zegt het toch Zelf'. En als cr in Psalm 72 staat dat Hij Zijn naam van kind tot kind voortplant, leg dat dan maar voor dc Heere neer met de vraag: „Wilt U dat ook bevestigen in mijn leven, naar Uw Woord." Op deze wijze mag je met de beloften bezig zijn. Die beloften heeft de Heere aan Zijn gemeente, aan Abraham en zijn zaad gegeven en je mag vragen om een vervulling van deze beloften in je persoonlijke leven. Wij kunnen ons die beloften niet zelf toccigcnen. Wij blijven altijd afhankelijk van de Hccrc. Maar Hij gaf de middelen, waaraan Hij Zijn zegen wil geven.
Openbare belijdenis
Wat voor geloof is er nu nodig om openbare belijdenis van het geloof af te kunnen leggen? Bij het belijdenis doen. wordt een hartelijke instemming gevraagd met hetgeen in Gods Woord geleerd wordt en waarin je onderwezen bent. Een hartelijk instemmen houdt in: een aanvaarding met het hele hart en ook belijden met de mond. Je mag dus nooit voor jezelf tevreden zijn met een verstandelijke aanvaarding van hetgeen in de Bijbel staat. De Heere vraagt meer. Geen mens mag onbekeerd blijven. Ook niet als je nog geen belijdenis hoeft af te leggen.
Dit betekent echter niet dat je alleen belijdenis mag afleggen als jc ten volle verzekerd bent van je geloof. Er is ook een stuk gehoorzaamheid. Jc bent verplicht je bij de ware kerk te voegen. Je kunt nu eenmaal niet als dooplid bij de kerk blijven, voor rekening van je ouders. Maar ik hoop dat de wetenschap dat belijdenis doen alleen kan door het ware geloof, spanning teweeg brengt, waarbij je geen rust vindt tot je mag weten dat de Heere je schenkt wat nodig is."
Jan de Wildt
Arjen van Trigt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 september 1990
Daniel | 32 Pagina's