Kerkelijke thuishulp
Vraag: Wat verstaat gij van de gemeenschap der heiligen? Antwoord: Eerstelijk dat de gelovigen, allen en een iegelijk, als lidmaten aan de Heere Christus en al Zijn schatten en gaven gemeenschap hebben. Ten andere dat elk zich moet schuldig weten zijn gaven ten nutte en ter zaligheid der andere lidmaten gewilliglijk en met vreugde aan te wenden. Zo luiden vraag en antwoord 55 uit Zondag 21 van de Heidelbergse Catechismus. Ik hoop dat uit het onderstaande duidelijk zal worden dat dit stukje uit onze Catechismus en de titel boven dit verhaal alles met elkaar te maken hebben.
De aanleiding
We horen de laatste tijd in verband met de opvang en verzorging van patiënten, bejaarden en gehandicapten in ziekenhuizen, bejaardencentra en verpleeginrichtingen meer cn meer spreken over thuiszorg. Velen van ons hebben kunnen lezen over akties die bijvoorbeeld door de Nederlandse Patiënten Vereniging zijn gevoerd om meer begrip en aandacht te vragen voor verschillende vormen van thuishulp. Hoe komt dat? Wel, in de jaren tachtig zijn we er achter gekomen dat de verzorgingsstaat waarin wij leven, toch wel tol erg zware financiële verplichtingen heeft geleid.
Daarom heeft de overheid er belang bij om de zogenaamde professionele hulp in ziekenhuizen, bejaardencentra, enzovoort eerder te verkleinen dan te vergroten. En dat houdt in, dat de zorg voor de zieke, de oudere en de gehandicapte in zijn of haar thuisomgeving moet toenemen! De motieven van de overheid zijn dus vooral van financiële aard.
Daarbij speelt helaas ook een geweldige verschuiving in de ethiek een rol, met name wat de visie op het leven betreft. Openlijk wordt bijvoorbeeld gesproken over het toepassen van sclcktieve abortus ter voorkoming van de geboorte van gehandicapte kinderen. Al met al blijkt dat er voor het zieke, zwakke en gehandicapte leven geen onverdeelde sympathie en steun meer is te verwachten. Daarnaast zijn cr ook andere ontwikkelingen in de maatschappij die de noodzaak van thuiszorg vergroten. Er is onder andere een toenemende vraag van patiënten en omgeving om thuis te mogen sterven. Er is ook een toenemende mondigheid van de patiënt die in zijn eigen omgeving zelfstandig wil zijn en de eerste verantwoordelijkheid wil dragen voor dc zorg van zijn lichaam. Een belangrijke faktor is ook dat men langzamerhand tot het inzicht terugkeert, dat de zorg voor de zieke in zijn eigen omgeving een positieve invloed heeft op het welbevinden en het ziekteverloop van dc patiënt. Om niet meer te noemen zou nog gewezen kunnen worden op de nog steeds toenemende vergrijzing van onze bevolking. Er komen steeds meer ouderen, die op een gegeven ogenblik dus ook meer verzorging zullen vragen. En die verzorging zal lang niet altijd.....
in een tehuis of inrichting kunnen plaatsvinden....
Plus en min
Aan deze ontwikkeling zitten meer en minder goede kanten. Een positief punt is in ieder geval, dat we langzamerhand tot het inzicht komen dat de verantwoordelijkheid voor elkaar moet toenemen. Die verantwoordelijkheid was door „vadertje Staat" behoorlijk uitgehold. Wc hebben veel tc veel op allerlei staatsvoorzieningen geleund, waardoor de bereidheid tot inspanning voor elkaar enorm is verkleind. Ligt hier misschien ook één van de oorzaken van het ik-tijdperk waarover we de laatste twintig jaar zoveel horen?
Vooral om ekonomische motieven speelt de overheid op deze ontwikkeling geducht in. Zij wil in ieder geval een betere verhouding tussen de drie vormen van zorg die we kunnen onderscheiden: zelfzorg, mantelzorg cn professionele zorg. De betaalde professionele zorg in dc ziekenhuizen en andere gezondheids-cn maatschappelijke instellingen mag niet toenemen. Als de zelfzorg door welke oorzaak dan ook minder wordt, moet de mantelzorg zijn steentje bijdragen. Mantelzorg is de zorg die in een groep of gemeenschap plaatsvindt waarvan de leden een onderlinge band hebben. Je begrijpt het al: dc familie of vriendenkring moet kunnen worden ingeschakeld; de buurvrouw of buurman krijgt
weer een laak cn ook.... de leden van de kerkelijke gemeente!
Zo is langzamerhand een op zuinigheid gericht klimaat geschapen in de gezondheidszorg, waarin een aantal zorgtaken naar de zogenaamde eerste lijnszorg wordt overgeheveld. Een aantal taken dat nu nog binnen instellingen verricht wordt, zal in meerdere mate ten laste komen van de eerstelijnsgezondheidszorg. Dat wil zeggen dat verzorging verricht wordt door huisarts, wijkverpleging. gezinsverzorging, enzovoort. En daar vallen allerlei vormen van thuishulp ook onder!
Taak voor de kerk
Het is erg dat de overheid zich vooral door financiële motieven heeft laten leiden om het verzorgingsbeleid om tc buigen. Toch worden we zo, ook als christelijke gemeente, weer meer naar elkaar toegedreven, en dat is goed. Overigens is het erg genoeg, dat leden van Christus' kerk op aarde op deze wijze tot de orde moeten worden geroepen. Onze Heidelbergse Catechismus is toch duidelijk genoeg geweest: lk moet zich schuldig weten zijn gaven ten nutte en ter zaligheid der andere lidmaten gewilliglijk en met vreugde aan te wenden. En wat nog belangrijker is: et apostolisch vermaan, ingegeven door de Heilige Geest, is toch niet voor tweeërlei uitleg vatbaar, wanneer we opgeroepen worden om elkaar hartelijk cn met broederlijke liefde lief te hebben, met ere de een dc ander voorgaande (Rom. 12:10)? Er is alle reden voor om dit vermaan als leden, ook als jonge leden der christelijke gemeente ernstig te nemen! Laten we doen wat onze hand op dit terrein vindt om te doen!
Voor één ding moeten we echter oppassen: de volgorde van het hierboven geciteerde antwoord uit de Catechismus is niet om te keren! Daarin is immers eerst sprake van gemeenschap door het geloof aan de Heere Christus en al Zijn schatten en gaven.
Daarna wordt gesproken over hel gewillig en met vreugde aanwenden van zijn gaven ten nutte en ter zaligheid der andere lidmaten. Het leven met en vanuit Christus gaat voorop. Als dit wordt vergeten, wordt de beoefening van de gemeenschap iets horizontaals. Ik las ergens: „Pas de mens die zich door Christus Die een dienende Zaligmaker wil zijn. laat dienen, is geschikt tot dienstbetoon!" Moge de nood van het builen Christus zijn, waarin wij van nature verkeren, ons mogen uitdrijven tot de troon der genade. Van de gemeenschap met Christus loopt er een lijn naar dc gemeenschap onderling. Het ontvangen van het Woord leidt als het goed is tot een doen van het Woord. Woord en daad behoren in de Heilige Schrift onlosmakelijk cn in deze volgorde bij elkaar!
Als het goed is. is de gemeente ccn diakonale. een dienende gemeente. De Heere Jezus heeft Zelf het grote voorbeeld aan Zijn discipelen gegeven, toen Hij hen de voeten waste. Aan het begin van Zijn omwandeling op aarde had Hij immers ook al gesproken: „Ik ben gekomen als Eén Die dient!" En in Zijn rede over de laatste dingen heeft Hij gezegd: „Zoveel gij dit aan één van deze kleinen hebt gedaan, zo hebt gij dit aan Mij gedaan." Daarom kunnen we er niet onderuit wat in de kerkorde van één der protestantse kerken van Nederland staat: „Dc gemeente is in haar leden geroepen tot de dienst der barmhartigheid". Die dienst kunnen wc niet op de diakenen afschuiven. De opdracht van Christus geldt niet alleen hen. Het ambt van diaken dient juist gericht te zijn op de toerusting van dc gemeente. Daarom horen dc diakenen op dit punt leiding te geven cn voorop tc gaan als het gaat om de vragen hoe wc onszelf ter beschikking kunnen stellen en hoe wc de gaven, ons geschonken, kunnen dienstbaar stellen in dat deel van de wijngaard waarin de Heere ons geplaatst heeft.
We mogen dankbaar zijn voor de georganiseerde zorg van de maatschappelijke hulpverlening, die zeker nodig blijft en zich nauwelijks weg laat denken, maar wc mogen ons daarachter niet verschuilen. Gods Woord spreekt over huisgenoten des geloofs. Als het goed ligt. is dat de verhouding tussen de leden der gemeente onderling. En huisgenoten hebben toch zorg voor elkaar!
Ten diepste kunnen wc een dienende gemeente niet zelf maken, niet organiseren. Een dienende gemeente is ten diepste een wonder van de Heilige Geest. Die ons bindt aan Christus en ons zo op elkaar betrekt. Dit sluit echter onze verantwoordelijkheid niet uit. Laten we mogen verstaan dat er geen tegenstelling is tussen gevouwen handen en handen die gereed zijn om te helpen.
In een nog vrij recentejaargang van „Het gekrookte riet" las ik een uitspraak van ds. Tj. de Jong die tot nadenken stemt: „Wie heeft het recht zich te mogen onttrekken aan de diakonale roeping die er is? En wie weet heeft van Christus' Borgwcrk zal ook weet hebben van de diakonale taak ten aanzien van de naasten.”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 september 1990
Daniel | 33 Pagina's