Onesimus,
de weggelopen slaaf
deel 1
De mensen dringen naar voren. De geldkoorts heeft hen te pakken en ze haasten zich om hun naam op te geven. De gladde koopman komt handen tekort om naam en bedrag te noteren op het schrijftafeltje, dat hij bij zich heeft.
Wie zou er letten op die jonge man, die haastig het plein oversteekt? Immers niemand. Wie zou hij eigenlijk zijn? Hoe zou hij heten?
In Kolosse, een stad in Klein-Azië, staat een groot huis. Je kunt wel zien dat daar een aanzienlijk man woont. Op dc grote binnenplaats is een prachtige fontein, de mime kamers zijn rijk gemeubileerd. En de vele slaven, die er rond lopen, getuigen van de rijkdom van de eigenaar. Zouden de slaven, net als bij alle andere rijke mannen, hier ook slecht behandeld worden? Zou hun meester ze slaan? Zou hij net doen. alsof het leven van een slaaf niets waard is?
O. als je in die tijd een slaaf was had je meestal een vreselijk leven. Je meester mocht immers doen met zijn slaven, wat hij wilde! Ze hadden nergens recht op.
Wie zou er wonen in dat mooie huis?
Hoe zou hij heten?
Tussen het vaste land van Italië en het eiland Sicilië vaart een schip. Het is geheel van hout cn heeft één groot vierkant zeil. dat bij stormweer vervangen wordt door een kleiner zeil, dat veel sterker is. Het schip heeft verschillende ankers aan de voor-en achterkant en twee roeren. Een groot oog is aan weerskanten geschilderd. Zo lijkt het schip net een griezelig zeemonster. Vooraan zijn de beschermgoden van de scheepvaart afgebeeld: Castor en Pollux.
De zuidenwind duwt het schip stilletjes naar het noorden. Naar de baai van Napels, een inham van de Tyrreense Zee. Aan die baai ligt Putéoli. waar heel wat mensen van boord gaan om te voet verder te reizen naar Rome. Het schip zelf vaart door naar Ostic, dc haven van Rome. om daar zijn lading te lossen.
Door de straten van Kolosse loopt een jonge man. Aan de manier, waarop hij zijn weg vindt door de stad is tc zien, dat hij er bekend is. Geen ogenblik aarzelt hij bij een kruising, maar rechtuit en zeker loopt hij straat in straat uit. Hij is alleen, doch dat schijnt hem niet te deren, 't Is net, alsof hij met een bepaald doel voor ogen dc stad verlaat-Even kijkt hij om. Zijn vlugge voeten brengen hem wel waar hij wezen moet. Ja, zijn voeten dragen hem steeds verder van Kolosse af. maar z'n gedachten toeven daar. waar hij vandaan komt.
Wie zou deze jonge man wel zijn? Waar zou hij heengaan? Het is Onesimus, één van de slaven van Filémon. Zijn meester heeft hem zeker op een boodschap uitgestuurd. Naar Laodicea misschien of wellicht naar Efeze. Efeze is een grote stad. Er wonen wel 200.000 mensen. Dc Romeinen hebben deze plaats tot hoofdstad gemaakt van de provincie Asia. Het is een handelsstad. Even buiten Efeze staat een groot theater, een schouwplaats. Er kunnen wel 30.000 mensen in. De zitplaatsen zijn uitgehouwen in de rotsen. Als je in het theater staat, kun je de hele stad overzien. Maar het meest beroemd is toch wel de tempel van Diana. Diana is de godin van de Efeziërs. Bekende kunstenaars hebben het gebouw versierd met schitterend beeldhouwwerk en prachtige schilderijen. De tempel is 120 meter lang en 160 meter breed. Rondom dit beroemde bouwwerk is een zuilengang van 127 marmeren pilaren.
(wordl vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 september 1990
Daniel | 33 Pagina's