De keuze
Een voorjaarsnacht. Het is al ver over twaalven. Nog steeds ligt Nienke van Herkelen met wijdopen ogen in het donker te staren. Ze heeft het warm. Ongeduldig gooit ze haar dekbed van zich af. Al anderhalf uur doet ze verwoede pogingen om de slaap tc vatten. Het lijkt echter wel alsof ze steeds helderder wordt.
Ze stapt uit bed en loopt naar het raam. Ze schuift het gordijn een eindje opzij en blikt omhoog naar de nachtelijke hemel. Een oneindig aantal sterren licht op vanuit het diepe zwart. Een gevoel van verlorenheid overvalt haar. Hoe klein is zij, vergeleken bij deze grootsheid. Hoe onbeduidend lijken plotseling de dingen die haar bezig houden. Te onbelangrijk om over te praten bijna. Maar desondanks voor haar nadrukkelijk aanwezig.
„Hij telt het getal der sterren; Hij noemt ze alle bij namen". Woorden uit één van de psalmen die onwillekeurig bij haar boven komen bij de aanblik van de wijde sterrenhemel. Vaak gehoorde en dikwijls gelezen woorden. Ze beseft voor het eerst iets van de werkelijke betekenis ervan. Niets is voor God onbekend. Niets is voor Hem te gering om er rekening mee te houden. Ook haar vragen niet. Ze voelt zich wat rustiger als ze weer ligt. Toch duurt het nog lang, voordat ze in slaap valt.
De volgende morgen wacht haar gewone werk op het kantoor van de groothandel. Brieven die de deur uit moeten, telefoontjes, bestellingen, fakturen. Het is werk dat ze gemakkelijk aankan, werk waar ze boven staat. Toch valt het haar zwaar de laatste maanden. Ze kan er maar één reden voor bedenken: het werk heeft haar hart niet.
Direkt na het behalen van haar MEAO-diploma is ze op dit kantoor terecht gekomen. Eerst was er de uitdaging van het nieuwe, het spannende van een eerste baan. Al snel verdween de onwennigheid. Nu zijn veel dingen routinehandelingen geworden. Het werk bevredigt haar niet meer.
Steeds sterker dringt de vraag zich op of ze hier wel op haar plaats is. Er is natuurlijk wel de samenwerking en de omgang met de kollega's, maar ze zou graag meer direkt met mensen werken, iets voor ze betekenen.
Ze praat er regelmatig over: met haar ouders, met haar zus. met vrienden. Na zulke gesprekken is haar hoofd vol van tegenstrijdige gedachten die opgeroepen zijn door allerlei opmerkingen. „Kind. dat is toch jammer van je MEAO-diploma!", „Tja, je moet maar doen wat jc hart je ingeeft", „Verkijk jc niet op het werk in de verzorgende sektor. Het is nauwelijks mogelijk om persoonlijke aandacht te schenken aan dc mensen , „Voor het werk dat jc nu doet, zijn toch ook mensen nodig". „Vraag aan de Heere waar je weg heenleidt".
Ze komt cr niet uit na alle gesprekken, de goede bedoelingen van iedereen ten spijt. Wel weet ze dat de laatste opmerkingen de beste is. Ze zal zelf moeten kiezen. Leven betekent telkens weer kiezen, maar wel in afhankelijkheid van God.
Twee weken later ziet ze de advertentie in de krant. Binnenkort zal dc opleiding tot A-verpleegkundige, verbonden aan een ziekenhuis in het westen van het land, weer van start gaan. Plotseling weet ze heel zeker dat ze gaan moet. Ze solliciteert en wordt aangenomen. Nog geen drie maanden later begint ze haar opleiding.
Het flatgebouw is hoog en grijs. Nienke werpt een snelle blik omhoog, voordat ze de deur openduwt die toegang geeft tot de hal cn dc liftruimte. Ze ziet in een Hits allemaal verschillende ramen. Daarachter weet ze even zoveel verschillende mensen. Nog altijd heeft het iets onwezenlijks voor haar dat zij hier woont. Dat deze flat sinds een halfjaar haar thuis is en dat de komende jaren blijven zal. Een gevoel van onbehagen overvalt haar bij die gedachte. Dat gevoel blijft, als ze zich met een korte groet voegt bij een jongen en een meisje die op de lift staan te wachten. Even later zoeft de liftdeur open. De jongen cn het meisje gaan mee tot de derde verdieping. Nienke blijft alleen achter. Als de lift op de zesde etage weer stopt, diept ze met een lichte zucht haar sleutelbos op uit haar jaszak. Ze loopt de lange gang door. Op weg naar een kamer die nog niet echt haar thuis is. Temidden van mensen met wie ze zich maar weinig verbonden voelt.
Ze draait de verwarming wat hoger en knipt ccn schemerlampje aan. Ze verlangt plotseling naar thuis. Toen ze nog op de MAVO en later op de MEAO zat, was er altijd een kop thee als ze thuiskwam. En niet te vergeten het immer luisterend oor van haar moeder. Nu zit ze hier alleen. Heeft ze dit nu werkelijk gewild? Het is haar niet meegevallen allemaal. De opleiding boeit haar gelukkig wel. De omgang met haar groepsgenoten en de mensen die op dezelfde etage van de flat wonen, verloopt echter
moeizaam. Ze voelt zich vaak onbegrepen en heeft ook het idee dat zc tekort schiet ten opzichte van dc anderen. Ze heeft maar zelden het gevoel dat ze echt tot een gesprek komt. dat zc ccht kontakt met iemand heelt. En wanneer ze een keer ccn wat diepgaander gesprek voert, ontaardt dat al gauw in een vruchteloze diskussie.
Ze wordt plotseling een beetje boos op zichzelf. Nu zit ze hier al weer te piekeren en ze bereikt er niets mee.
Bewust probeert ze haar gedachten op een ander spoor te zetten. Ze ruimt wat dingen op. Hè, gelukkig, het wordt ook al wat warmer in dc kamer. Ze gaat nog even zitten om de post door te kijken. Wat reklamedrukwerk. een dagafschrift van de postgiro. Niet veel bijzonders vandaag. Ze zal maar eens voor haar eten gaan zorgen.
De keuken delen zc met z'n achten. Mariët is al aan het koken als Nicnkc binnenkomt. Zc plaatsen over en weer ccn paar algemene, vrijblijvende opmerkingen. Dan blijft het even stil in het vertrek. Een geladen stilte, vindt Nienkc. Of verbeeldt ze zich dat maar?
Mariët roert driftig en zwijgend in een pannetje.
Dan barst ze plotseling los. ..Wat ik vandaag toch meegemaakt heb! Snap jij dat nu? Bij ons op de afdeling ligt al een paar weken een oude mevrouw. Wat ze precies heeft, is nog steeds niet helemaal duidelijk. Het is echter ccn feit dat ze vrijwel nergens meer op reageert. Op ons niet en op de familie niet. Ze krijgt sondevoeding en... nou ja, om kort te gaan: in mijn ogen vegeteert ze maar zo'n beetje. Soms hebben we ook nog de indruk dat ze pijn heeft. Zc maakt dan plotseling een heftige beweging. De familie heeft al een aantal keren, en vanmiddag zelfs met grote nadruk, verzocht om de behandeling te staken en medicijnen te geven waardoor zij rustig in kan slapen. Iedereen ziet wel in dat dal in deze situatie het beste is.
Maar begrijp jij dat nu? Nu gaat weer die arts bij ons op dc afdeling dwars liggen. Die is tegen abortus en tegen euthanasie en ik geloof nog tegen een heleboel meer. Hij vindt dat een mens niet het recht heeft om over het leven van zichzelf of van zijn medemens te beslissen. Nou. alsof wij wel voor een ander mogen beslissen dat zc daar nog weet ik hoe lang zo apathisch moet liggen en pijn moet lijden". Ze zwijgt plotseling, een beetje buiten adem van het vlugge praten.
Nienke heeft zwijgend geluisterd. een half geschilde aardappel in haar hand. Ze voelt zich niet weinig met dc situatie verlegen. Dat juist haar dit nu weer moet overkomen. Ze voelt dat ze niet kan blijven zwijgen.
Mariët verwacht een reaktie op haar betoog. Waarschijnlijk verwacht ze bijval.
Nienke vermoedt dat Mariët, als één van de weinigen op de etage, niet op de hoogte is van haar achtergrond. In dat geval had ze haar verhaal wel tegen een ander gespuid. Voorzichtig maakt Nienke een paar opmerkingen. Zc zoekt naar woorden om zo goed mogelijk over te brengen wat ze bedoelt. Dat het doel van medisch handelen nooit kan zijn om een leven te verkorten. Dat lijden wel verlicht mag en moet worden waar dat mogelijk is.
Ze beseft dat zc met deze opmerkingen ten diepste de kern nog niet raakt. Plotseling durft ze verder te praten en te zeggen dat ieder mens uniek is cn naar het beeld van God geschapen. Ieder mensenleven heeft recht op bescherming. Dc tijd van het leven is kostbaar. De dood is het einde niet.
Mariët haakt weer in op Nicnkes woorden. Tot verwondering van beiden komen ze tot een gesprek. Een gesprek over wezenlijke dingen: over leven, lijden en dood cn over God, Die daar boven staat. Er blijven veel vragen, maar zc hebben allebei het gevoel dat ze elkaar in een halfuur nader zijn gekomen, dan in het half jaar dat achter ligt.
Mariët is al lang met haar eten naar haar kamer vertrokken als Nienkc nog traag cn zonder er bij na te denken aan het aardappels schillen is. Oh. nu heeft ze cr eigenlijk al te veel. Nou ja. hoeft ze morgen ook niet te schillen.
Fijn was dat zojuist, dat gesprek met Mariët. Zc denken allebei heel anders over veel dingen. Toch was er ccn gevoel geweest van samen zoeken naar antwoorden op hele grote vragen en daarbij naar elkaar luisteren. Een gevoel waarvan zc een half uur geleden nog dacht, dat ze dat hier nooit zou kennen.
Nienke schaamt zich een beetje als ze denkt aan haar gepieker. Anderzijds is ze ook verwonderd dat dit gesprek juist kwam op een moment dat ze het zo hard nodig had. Als een lichtstraal in het donker.
Weck na week gaat voorbij.
Het blijft vaak moeilijk voor Nienke. Telkens weer zit ze met de vraag hoe ze zich op moet stellen in bepaalde situaties. Soms zegt ze dingen en is cr op hetzelfde moment dc twijfel. Had zc het toch niet anders moeten zeggen?
Heeft ze niet teveel of juist tc weinig gezegd? Soms zwijgt ze, terwijl ze eigenlijk zou moeten spreken.
Nu en dan, als kostbare geschenken, zijn er momenten die haar nieuwe moed geven.
Ze denkt aan de avond, zo'n twee weken na hun gesprek in dc keuken, dat Mariët voor haar deur stond. ..Ik wil het je toch even zeggen, Nienke.
Die mevrouw over wie ik je laatst vertelde, is vanmiddag ontslagen. Niemand begrijpt hoe het kan, dat ze nog weer opgeknapt is".
Ze denkt aan de vriendelijke mevrouw die zei: „Ik heb het liefst dat jij mc helpt".
Ze denkt aan een groepsgenootje dat onlangs vroeg: „Mag ik eens een keer met je
mee naar de kerk? Toen ik een jaar of acht was. besloten mijn ouders om met de kerk te breken. Daarna ben ik nooit meer geweest en ik heb toch het gevoel dat ik iets mis".
Ze denkt aan de man die onlangs op de afdeling lag. Zijn gezichtsvermogen was heel beperkt en hij had iedere dag gevraagd of ze een hoofdstuk uit de bijbel voor hem lezen wilde. Het had veel voor hem betekend, had hij gezegd toen hij weer terugging naar het verpleeghuis waar hij al jaren verbleef.
Stuk voor stuk zijn het momenten die ze niet meer vergeten zal.
Weer een lentenacht. Ook nu staat Nienkc voor het raam. omdat ze de slaap niet vatten kan. Ze heeft een week vakantie en is nu bij haar ouders. De sfeer van haar eigen kamer is vertrouwd. Toch wil de slaap niet komen. Ze kijkt omhoog. De maan is helder en er zijn oneindig veel sterren. Alle zijn ze geteld.
Een jaar geleden stond ze hier ook. Op deze zelfde plaats en met een hart vol vragen. Vragen waarbij zc het gevoel had dat niemand ze echt begreep.
Er is veel gebeurd het afgelopen jaar. Ze heeft een ingrijpende beslissing genomen. een keus gemaakt die verstrekkende gevolgen heeft gehad.
Ze voelt zich heel rustig worden van binnen als ze terugdenkt aan de afgelopen maanden. Het is vaak heel moeilijk geweest. Er waren echter ook andere momenten. Momenten waarop ze besefte dat ze niet alleen stond. Momenten die vertrouwen geven voor de toekomst. Omdat Hij Die de sterren telt. ook de mensen ziet en kent.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1990
Daniel | 23 Pagina's