Muziek in het gezin
„Geef jij even het versjesschrift aan, Jan-Peter!" Achter Ps. 118:1 zet moeder een kruisje en vader zet in met „Laat ieder 's Heeren goedheid loven." De oudste drie kinderen kennen het vers uit 't hoofd. Machiel van 8 heeft het op school nog niet geleerd maar zingt mee vanuit z'n psalmbijbeltje. Na dit vers wordt een psalm gezongen die op de lijst van Machiel te vinden is. Hij heeft z'n bijbeltje nu niet nodig. Tenslotte zingen we nog een vers van Arjans (6 jr.) lijst. Hij zit in groep 2 en kan dus nog niet lezen. Elke dag zingen we zo met elkaar na de avondmaaltijd drie psalmen.
Op de basisschool leren de kinderen tot en met groep 6 in totaal ongeveer 130 psalmverzen. Hoewel er elke dag op school gezongen wordt, is het een hele kunst om de geleerde psalmen paraat te houden. Wie als man of vrouw voor de klas er niet direkt een vaste manier van repeteren op nahoudt, verzandt in het opgeven van de alom bekende psalmversjes. Kinderen die ook de zondagsschool bezoeken en/of het een of andere kinderkoor met hun stem verrijken, zullen een nog groter aantal psalmverzen hebben te leren.
Het is geen zaak om de school die toch al zorg draagt voor het aanleren van de diverse verzen, ook het bijhouden ervan in de schoenen te schuiven. Velen zien in de school een verlengstuk van het gezin. Wel. andersom is dan net zo goed in bepaalde opzichten geldig: wat op school gedaan wordt, behoort thuis ook gedaan te (kunnen) worden. Nu is het niet zo dat het doel van het in het gezin zingen van psalmen in het bijhouden van de geleerde psalmen ligt. Dit doel wordt ontleend aan Gods Woord. Door heel de Bijbel heen vinden we dat muziek, zang én de dienst des Heeren één geheel vormen. Daarom dient het zingen én musiceren niet zo gescheiden te worden als zou het alleen maar op school, in de kerk en op de catechisatie gebeuren. Zingen is meer dan alleen maar een onderdeel bij de opening/sluiting van de verenigingsavond of catechisatieles. Zingen is meer dan een liturgisch onderdeel in de eredienst. Bij het zingen gaat het om het verheerlijken van de Heere in blijde én droeve omstandigheden maar ook bij de dingen van elke dag. Het mag een dagelijkse bezigheid zijn en het blijkt dan vele doelen te dienen. Hoe moeilijk de inhoud van verschillende verzen ook zijn mag, het dagelijkse zingen beoogt Gods eer, het voorkomt het wegebben, het heeft aanleiding tot gesprek, het schept gezinsband en zeker niet op de laatste plaats bereidt het een weg waardoor de Heere somtijds tot Zijn kinderen spreken wil!
Veel eerder dan dat de 4-jarige kleuter naar school gaat. zingt moeder/vader al het kindergebedje met 't kind. Al op 2-jarige leeftijd is het mogelijk een psalmversje daarbij aan te leren, 's Morgens bij de koffie zingt moeder enkele gewone versjes. Wanneer de kleuter dan naar school gaat. kent het al enkele psalmversjes en talrijke andere liedjes. Nu wordt het zaak om de op school geleerde psalmversjes bij te gaan houden. In ons gezin doen we dat in een versjesschrift. Elke dag na de avondmaaltijd zingen we een drietal psalmen zittend aan tafel, 's Zondags zingen we in de kamer meerdere verzen. Jan-Peter is dan organist. De oudste drie geven een zelfgekozen psalm op, uit het versjesschrift zingen we er ook drie en de jongere kinderen. Machiel (8 jr.). Arjan (6 jr.) en Wilmar (2 jr.) zingen een versje alleen. De jongste spruit (Elmira van 1 jr.) kraait door het gezamenlijke alsook door het solozingen heen.
Muziek is meer dan zingen alleen. In ons gezin bespeelt ieder vanaf 8 jaar een instrument. Eerst wordt er twee jaar blokfluitles gevolgd waarna ieder mag kiezen met welk instrument verder gegaan wordt. Rianne (13 jr.) heeft de lessen dwarsfluit (3 jr.) al weer achter de rug. Jan-Peter (12 jr.) volgt orgelles en Marline (11 jr.) bezoekt de muziekschool voor vioolles. In totaal krijgt elk kind dus 5 jaar les. Natuurlijk zou het langer
kunnen maar met het oog op dat je elk kind hetzelfde wil geven, moetje ook je grenzen weten.
Het samen zingen geeft band. het gezamenlijk musiceren niet minder. Het geeft ook iets van voldoening en plezier. Het is zondags heel gewoon om na het zingen spontaan nog 3 a 4 kwartier tc musiceren. Geestelijke liederen cn psalmen worden dan meerstemmig gespeeld.
Eens in de twee maanden komen ook enkele vrienden/vriendinnen. Het bespelen van een instrument geeft voor elk kind een stukje eigenwaarde; het gezamenlijk muziek maken overstijgt die waarde en zorgt voor saamhorigheid en bekoring. Daarnaast stimuleert het het beoefenen van het eigen instrument. Kinderen die binnen het gezin een instrument bespelen moeten op school tijdens de muziekles en/of op hun koor de gelegenheid krijgen het te bespelen tijdens dc samenzang of tijdens een apart programmanummer. Het gaat niet om het showen met je instrument maar het jaar en dag leren bespelen van een instrument mag ook ten dienste staan van derden. Uit bovenstaande mag niet de konklusie getrokken worden dat musiceren pas bekoring verschaft bij verscheidenheid aan instrumenten. Het bespelen van de sopraanblokfluit geelt dat ook al en dan vooral wanneer je het gezamenlijk doet.
Het trouw de lessen thuis leren, heeft soms nogal wat voeten in de aarde. Ieder kind toont daarin niet te zijn als de ander. Het ene is hierin trouw; de ander moet er steeds weer aan herinnerd worden en een volgende is al weer klaar nog voordat hij/zij begonnen is. Al met al leert het ouders heel wat over het betreffende kind.
Naast de genoemde waarden van het zingen en bespelen van instrumenten leren kinderen ook zelf muziek waarderen. Het zelf bezig zijn vormt kinderen in het krijgen van een eigen smaak.
Hopenlijk zullen ze bij het ouder worden andere vormen van muziekuitingen, zo talrijk als ze er zijn. leren waarderen naar dat ze zijn: leeg, inhoudsloos, vaak opzettelijk god-loos.
Liederen die kinderen zingen, zijn niet altijd geestelijk van inhoud. Talrijk zijn de wereldlijke liederen als daar zijn de vaderlandse liederen, de natuurliederen enzovoort. Wereldse liederen behoren wc echter niet te zingen. In dit soort liederen wordt spot gedreven met God en Zijn dienst; wordt het leven tot een konsumptie-artikel gemaakt, worden de verhoudingen tussen volwassenen cn kinderen aangetast. In populair, eigentijds taalgebruik wordt veel over de hekel gehaald waarin juist christelijke waarden liggen.
Christenen hebben hun eigen zangen muziek: daarvoor behoeven ze zich niet te schamen. Het is armoe wanneer onze kinderen de in de smaakvallende radioliederen zo gemakkelijk overnemen. Deze „goedkope" liederen blijken „peperdure" gevolgen te bewerkstelligen.
Soms geven liederen aanleiding tot gesprek. Dat kan om diverse oorzaken zijn. In mijn ouderlijk huis wilde na het zingen de een of andere aanwezige wel eens wat vertellen over wat hij/zij mee mocht maken en dat naar aanleiding van het gezongene weer in herinnering kwam.
Aanleiding tot gesprek kan ook de gezongen woorden zijn; wat betekent dit en wat wordt bedoeld met dat? Ook kan het nodig zijn in een gesprek om te korrigeren: wij kunnen door middel van liederen kinderen woorden en zaken in de mond leggen die niet in overeenstemming zijn met de strekking van Gods Woord! Alert zijn is hierbij ook nodig!
Zingen en musiceren brengt geluid voort. In verband met de buren dient overlast vermeden te worden. De ene buur kan het waarderen, dc andere niet. Hun muziek kan mij niet bekoren en andersom is ook mogelijk hoewel dit niet altijd zo is. Zelf opgegroeid in een ..zingend" gezin herinner ik me dat de ene buur de psalmen meelas/zong uit 't bijbeltje dat ze ons gevraagd had. terwijl de andere buren dc maat wel eens „meetikten" op de muur.
Kunnen alle instrumenten bespeeld worden ten nutte van psalmen en gezangen? Onder ons is er enige huiver ten opzichte van bepaalde instrumenten omdat deze direkt in verband gebracht worden met bepaalde groeperingen cn soms ook ons vijandiggezinde stromingen.
Luther heeft ergens gezegd: ..Waarom moet de duivel alle mooie instrumenten voor zich hebben? " Het gaat dan niet om welk instrument maar om waanoe we het gebruiken. Ook zingend kan ons hart verre van de inhoud zijn; echter: al zingend heeft dc Heere al menigmaal Zijn gunst willen belonen in voorgaande tijden, in het heden cn zal Hij dat ook doen in 't toekomende. Zijn gemeente zingt immers:
„’k Zal eeuwig zingen van Gods goedertierenheên. Uw waarheid 't allen tijd' vermelden door mijn reen.”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 augustus 1990
Daniel | 32 Pagina's