Pinksteroproep
Daar staat Simon Petrus: onverschrokken en onbevreesd. Als een rots staat hij daar voor die duizenden. Wij vragen ons af: „Is dat nu diezelfde man die vroeger, bevreesd vanwege de onderzoekende vraag van een eenvoudige dienstmaagd tot drie maal toe zijn Heere en Zaligmaker verloochende? " Ja, het is diezelfde man. Is Petrus dan zo veranderd? Is hij zelf dan plotseling zo dapper geworden?
Ach nee. Petrus is van zichzelf nog even zwak van moed en nog even klein van krachten. Maar, het is pinksteren geworden. De belofte is vervuld. En de Geest waar zijn hart mee vervuld is. ondersteunt hem. Die Geest maakt zijn tong als de pen van een vaardige schrijver. Zo staat hij daar. predikend in de betoning des Geestes en der kracht. En met veel woorden betuigt hij zijn hoorders dat Jezus van Nazareth dc Christus, de Messias is. Hij zegt tot hen wat we lezen in vers 36 van Handelingen 2: ..Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls. dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk deze Jezus, Dien gij gekruist hebt".
Hij. Die de Zoon van David is. Hij van Wie Mozes en de profeten gesproken hebben. Hij Die onder ons gewoond heeft. Hij die door vele wonderen.woorden en tekenen betoond heeft de Christus, dc Messias te zijn. Hij is door ü gekruisigd. In bloeddorst heeft dat volk van Israël het uitgeroepen: „Neem weg, neem weg, kruis Hem". Daar wijst Petrus hen op: deze Jezus. Dien gij gekruist hebt”.
Verslagen in het hart
Scherp als een speerstoot is de prediking. En wat gebeurt? Harten worden geraakt. Want kijk maar wat er staat in vers 37. „En als zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart". Hun harten werden geraakt door dat woord. Zoals een speerstoot doorsteekt, zo heeft het Woord hun hart geraakt. En zij werden verslagen in het hart. Hartewerk dus. En het kan niet anders of hartewerk moet Gods werk zijn. Want alleen de grote Maker, de Schepper van het mensenhart, is bij machte om het mensenhart te breken. Hij alleen heeft de sleutel tot dat gesloten zondaarshart. Door middel van het Woord, is het Gods Geest Die het hart opent. En wat gebeurt er dan? Ze worden verslagen in het hart.
Wat zullen wij doen?
Verslagen harten komen met de vraag: „Wat zullen wij doen mannenbroeders? " Ze hebben gehoord wat zc gedaan hebben: de Messias verworpen. Bespot, gesmaad en gehoond hebben zij Hem van Wie Mozes en de profeten gesproken hebben. Ze hebben Hem gekruisigd. O. wat voelen die pinksterlingen zich schuldig. Hoe zullen ze de straf kunnen ontgaan? Hoe zullen hun zonden vergeven kunnen worden? Hoe zullen ze ooit met God verzoend kunnen worden? En wat een gezegende uitwerking heeft de prediking in hun harten. Ze werden verslagen in het hart. Hun vraag werd: „Wat zullen wij doen mannenbroeders? ”
Heeft de prediking jou zo al aangesproken dat je geraakt werd tot in het diepste van je hart? Dat er van binnen een beroering ontstond, een vragen: „Wat zullen we doen? " Dat was de vraag van de pinksterlingen: Wal nu? Wat nu te doen? En met die vraag komen ze tot de
apostelen. Want we lezen verder in vers 37: „En zij zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat zullen wij doen man nen b roeders? ”
Bekeert u
Petrus hoeft over het antwoord geen ogenblik na te denken. Direkt is daar het antwoord:
„Bekeert u".
Was de vraag al belangrijk, nog belangrijker is het antwoord. „En Petrus zeide tot hen: Bekeert u!"
Hij overziet de schare. Het zijn cr duizenden. Er heerst grote verslagenheid onder die duizenden. En Petrus ziet daar mensen, verslagen in het hart. Mensen die schuldig staan voor de levende God. Mensen met een hemelhoge schuld en met een kostbare ziel. Mensen, die maar één keer leven en dat nooit meer over kunnen doen. Mensen, die op reis zijn naar de ontmoeting met God, naar de nimmer eindigende eeuwigheid. En dan roept hij het hun toe: „Bekeert u!"
Jonge vrienden, dat is ook de pinksteroproep van deze bondsdag. Bekeert u. Dat was het antwoord dat Simon Petrus gaf op de vraag: „Wat zullen wij doen? " Dat moet ook heden nog de prediking zijn: bekeert u. Die boodschap is nog even aktueel als toen. Die boodschap veroudert niet. Wij zijn op deze bondsdag met duizenden bijeen. Groot is ons aantal. Maar nog groter dan ons aantal is onze schuld. Nog groter dan het aantal is het gevaar dat je onsterfelijke ziel dreigt. Want zoals je in de wereld gekomen bent, kun jc voor God niet verschijnen. En in alle ernst zou ik je willen vragen: als de Heere vanavond je kostbare ziel van jouw hand zal eisen, kun je dan voor God verschijnen? O. vrienden: één ding is nodig, een zaak van leven cn van dood. namelijk dit: bekeert u.
Anders gaan denken
Dat is dc boodschap van het Woord van God. Dat is de pinksteroproep. Bekeert u.
Helaas is er tegenwoordig een soort van populaire prediking die zegt: „Bekering, dat komt later wel een keer. Wat jij moet doen, is voor Jezus kiezen. Je moet een werker voor de Heere worden. Je moet je hart openen voor de Heilige Geest. Dan zal bekering later wel komen".
Maar. vrienden, bekering komt niet later. Bekering moet allereerst komen. Waarom?
Onze val in Adam. onze natuurstaat, maakt het allernoodzakelijkst dat bekering eerst komt. Want wij hebben alle gezondigd. Wij derven de heerlijkheid Gods. Wij hebben de rug naar de Heere toegekeerd. Wij zijn op de verkeerde weg. Een brede weg die leidt tot het verderf. Wij komen uit het gesloten paradijs. Zonder God. zonder hoop en zonder Christus.
Daarom, allereerst is nodig: bekering, alkeren van de zonde en toekeren tot God. Een gehele verandering, een omdraaiing van de koers van jc levensschip. Dat is bekering. Bekeert u. Het is in het Grieks maar één woord. Dat Griekse woordje wil vooral zeggen dat bekering is een anders gaan denken. Eén van onze oudvaders zegt dat bekering is: opnieuw wijs tc worden. Vernieuwd te worden van denken.
Beste vrienden, dat is nodig: verandering van denken. Anders gaan denken over God. Want in de Bijbel is bekering altijd bekering tot God. Anders denken over God. En je zegt: „Maar. dominee, ik geloof in het bestaan van God. En ik geloof dat de Bijbel Zijn
Woord is. En ik geloof dat God de Schepper van hemel en aarde is en dat Zijn hand alles regeert en bestuurt". Je doet wel om dat alles te belijden. Maar de mensen tot wie Simon Petrus op de pinksterdag sprak, beleden het ook. En toch zegt Petrus tot hen: „Bekeert u".
Wat kunnen wij mensen verkeerde gedachten van God hebben. Een God van eigen gedachten. Een God van eigen maaksel. En daarom: bekering is nodig, vernieuwing van ons denken. Dc farizeeërs stelden zich God voor als een wettische God Die wanneer wij zouden werken en bidden, de hemel als beloning gaf. Als je zo over God denkt, dan moet ik je vanmorgen zeggen: verander je denken. Door de werken van de wet zal niemand rechtvaardig worden.
Als je denkt dat God het met de zonde niet zo nauw neemt, dat de Heere de zonde wel wat door de vingers kan zien, dan moet ik je opnieuw zeggen: verander je denken. God is te rein van ogen om het kwade te aanschouwen, en God ziet geen zonder door de vingers.
Wie ben jij?
Maar misschien zegje: „God is toch liefde? God houdt van alle mensen? " O, zeker. God is liefde. Maar dat wil niet zeggen dat alle mensen zalig worden. Dat wil niet zeggen dat God op alle mensen in gunst en ontferming neerziet.
„Maar op deze zal ik zien: op de arme en verslagenen van geest, die voor Mijn Woord beeft". Anders gaan denken over God. Anders gaan denken over jezelf. Dat is allernoodzakelijkst. Ben je wel zo goed. zo netjes en zo serieus als je denkt tc zijn? Simon Petnis houdt zijn hoorders een spiegel voor en hij zegt tot hen: Zie eens wat je gedaan hebt. Zie eens wie je bent.
Jonge vrienden, zie eens, wat je gedaan hebt. God de rug toegekeerd. Gods wet. zo heilig, stout veracht. Zie eens wat je gedaan hebt: de God Die voor je zorgt, de God die je zegent, de God die goed voor je is. bedroeven met je vele zonden cn ongerechtigheden. Zie eens wat je gedaan hebt: tegen God Die je Zijn Woord gegeven heeft. Die hel evangelie van vrije genade je laat verkondigen, tegen die God zeg je dat je in de kennis van Zijn wegen geen lust hebt. O. zie wat je gedaan hebt. Jonge vrienden, zie eens wie je bent. We zijn mensen, jij en ik. Adamskinderen. In zonde ontvangen
en geboren en daarom kinderen des toorns. Eén kostbare ziel draag je met je mee. O, overdenk je weg eens. Zie eens wat en wie je bent. Ben je klaar met wat er na dit tijdelijk leven komt? O. één ding is nodig. Daarom ook op deze bondsdag de pinksteroproep: Bekeert u.
Belijden van en breken met de zonde I
Anders gaan denken over God. Anders gaan denken over jezelf. De pinksterlingen waren verslagen in hun hart. En waar bekering is. daar tref je altijd twee dingen aan: breken met de zonde en ook belijden van de zonde. Denk ook maar eens aan die verloren zoon: „Ik zal opstaan cn tot mijn Vader gaan". Daar breekt hij met zijn verleden. Daar belijdt hij ook zijn zonden. „Want ik zal tot hem zeggen: Vader ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u". Bekering. Anders denken over God. over jezelf, en over Christus, de Zoon van God. Van nature zien wc geen gedaante, noch heerlijkheid in Hem. Dan moet je je maar niet boven Pilatus verheffen die zei: „Wat moet ik met Jezus doen". Van nature zien we geen dierbaarheid, geen gepastheid in Hem. Maar een verslagene van hart. iemand die uitroept: „Is er nog een weg? Is er nog een middel om de straf te ontgaan cn wederom tot genade te komen? ", die gaat ook anders denken over Christus. Als je dan mag horen dat er een Naam onder dc hemel gegeven is, door welke verloren zondaren nog zalig kunnen worden, dan gaat het verslagen hart hunkeren naar Jezus. „Tot wien zullen wij anders heengaan. Gij hebt de woorden des eeuwigen levens". Dan gaan we zo anders denken over het komen van Christus in deze wereld. Als je dan lezen mag in het Woord des Heeren dat Hij gekomen is. niet om te roepen rechtvaardigen, maar zondaren tot bekering, dan kan dat het hart wel eens bemoedigen. Zou het dan voor mij. groot zondaar als ik ben, nog kunnen? Zou er clan nog ccn weg zijn.' Zou cr nog ccn middel zijn om met (iod verzoend tc worden?
Oe pinksteroproep
Bekering, dat is de oproep van . pinksteren Dal is de oproep van deze bondsdag Waarom willen wij cr zo op aandringen? I Omdat wc lezen aan het einde van hel veertigste vers „Wordt behouden van dil verkeerd geslacht!" Dc pinksteroproep is gericht op dc behoudenis van zondaren. Daarom dringen wij op je hart aan: „Bekeer je. bekeer je en leef opdat je behouden mag worden. Opdat je je ziel gered zult krijgen.
Opdat je verlost zult mogen worden". Bekeert u en wordt behouden. Hoe noodzakelijk is toch de waarachtige bekering. Dat wij onbekeerd zijn. moet onze schande zijn. Dat moet ons tot schuld zijn. Want wij hebben niet het recht, jonge vrienden, om onbekeerd te zijn. O, daarom: bekeer! u en wordt behouden.
Kan dat dan. behouden worden? Met volle vrijmoedigheid antwoorden wij: „O, eeuwig wonder, dat kan! Behouden worden kan. Omdat God Zelf een weg geopend heeft en Zijn Zoon in de wereld gezonden heeft en Hem tot een Vorst en Zaligmaker heeft gesteld om aan Israël tc geven bekering en vergeving van zonde". En die God betuigt het ook heden nog: „Zo waarachtig als Ik leef. Ik heb geen lust in de dood des goddelozen, maar daarin heb Ik lust, dat hij zich bekerc en leve". Dal is de pinksteroproep: bekeert u en wordt behouden.
Zal God Die heden deze woorden nog spreken wil dan straks van jou moeten zeggen: „Gij hebt niet gewild? " O, onze plaats moet veel zijn, op onze knieën: Kom. Schepper, Heilige Geest, bekeer me. dan zal ik bekeerd zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 juni 1990
Daniel | 32 Pagina's