Na veertig jaar: in verwoering terugzien 9 mei 1950 9 mei 1990
9 mei 1950
Vanaf een mistige Noordzee stoomt langzaam de „Zuiderkruis" de Nieuwe Waterweg op. Het schip brengt 1600 militairen terug uit Nederlands-Indië, waar ze enkele jaren hun dienstplicht moesten vervullen. Ze gingen er heen om orde en rust tc herstellen. Ze komen tenig nu Indonesië een zelfstandige staat is geworden.
Aan boord bevinden zich 178 militairen, die afgezonderd van dc anderen de hele zeereis op het voorschip moesten verblijven. De laatste weken en maanden in Indië hadden ze ook al in quarantaine doorgebracht, omdat er een pokkenepidemie heerste en zij zich om principiële redenen niel wilden laten inenten.
Ze werden het „detachement vaccinatieweigeraars" genoemd. Ze hadden met elkaar een moeilijke, maar ook bijzonder goede tijd. Mede door toedoen van de SGP-kamerleden ds. P. Zandt en ir. C.N. van Dis sr. kregen ze uiteindelijk toestemming onder leiding van hun kommandant. luitenant T. Buurvcld, naar Nederland terug te keren. Zo naderen ze nu met de „Zuiderkruis" dc haven van Rotterdam. Vlak voor het middaguur meren ze af aan de kade. Verlangend wordt naar en door wachtende familieleden uitgezien. Maar ze kunnen elkaar nog niet begroeten. Er worden toespraken gehouden en formaliteiten vervuld. Generaal Baaij spreekt luitenant Buurveld even en zegt tegen hem: „Ik heb al heel wat keren militairen op hun terugreis naar Nederland begeleid, maar ik heb het nog niet eerder meegemaakt dat er zo weinig zieken aan boord waren als nu."
De Koninklijke Militaire Kapel speelt het „Wilhelmus". Er is ontroering cn ook spanning om het weerzien van ouders en verloofden. Eindelijk is het zo ver. De ontscheping kan beginnen. Blijde begroetingen volgen. Honderden jongens mogen weer thuis komen.
Dan moeten ze het gewone burgerleven weer in. Dat is na hun enerverende tropenjaren toch wel even wennen. De jongens van het detachement vaccinatieweigeraars missen ook hun kameraden aan wie ze zo nauw
verbonden waren. Gelukkig zien ze elkaar al gauw weer terug. Op 25 mei is er in dc kerk van de Gereformeerde Gemeente aan de Boothstraat te Utrecht een bijeenkomst voor de gerepatrieerde militairen en hun familie. Dit samenzijn wordt belegd door dc Synodale Commissie, die zich bijzonder voor dc jongens in Indië heeft ingezet. In „Daniël" van 2 juni 1950 lezen wc dat het een onvergetelijke dag was. Twee gedeelten uit het verslag ervan volgen hieronder:
Ter afwerking van enkele zaken, die meer op het terrein van Ds Verhagen liggen, gaf Ds Ligtenberg aan deze de voorlopige verdere leiding.
Ds Verhagen spreekt enkele woorden over de Goddelijke zorg over onze jongens en ook, hoe voor hen is gezucht en geworsteld en hoe ook hun belangen zijn behartigd. Dank zij de grote steun dor gemeenten, is de Commissie daartoe steeds in staat geweest. Doch onze blijdschap is met droefheid gemengd. Wij zijn verblijd, nu zovelen mochten terugkeren, waaronder ook diegenen, die wegens het weigeren van de vaccinatie aanvankelijk niet dachten terug te mogen keren. Doch bedroefd, ziende op zo onnoemelijk veel leed in de gezinnen, waar een geliefde zoon nimmer terug zal keren. Ziende op hen, die nog in het verre Oosten verkeren, wordt dezen staande toegezongen Ps. 121 : 4.
Op deze bijeenkomst spreken ook kommandant Buurveld cn enkele teruggekeerde militairen:
Op zeer onderhoudende wijze werd door Sergt. Uithol en door S. M. A. de Wit respectievelijk gesproken over het leven in Indië en terugkeer naar het vaderland, waarbij' eerstgenoemde meer sprak over de in Indië gehouden samenkomsten rondom Gods Woord en onze belijdenis en laatstgenoemde ons verhaalde het ontstaan van het zgn. „detachement vaccinatieweigeraars". Het gaf een juist inzicht in vele doorworstelde moeilijkheden, maar deed ons ook duidelijk zien, hoe de Heere de harten neigt, ook van ministers en koningen tot volvoering van Zijn wil en raad.
Luitenant Buurveld, de Commandant van het detachement vaccinatieweigeraars dankte op zeer hartelijke wijze namens alle aanwezige miltairen voor alles wat de Commissie voor hen had gedaan, terwijl in zeer gevoelvolle en ernstige woorden Burgemeester Kodde de dank en waardering der ouders vertolkte.
Na deze dag verliezen de meeste jongens elkaar op den duur uit het oog. In hun hart bewaren ze de herinneringen aan hun Indiëtijd. Bij het ouder worden groeit het verlangen elkaar nog eens te mogen ontmoeten. Dat wordt werkelijkheid op 9 mei 1990. Precies veertig jaar nadat ze in Rotterdam weer voet op vaderlandse bodem zetten, komen ze in , .Dc Schakel" te Nijkerk in reünie bijeen!
9 mei 1990
Meteen bij binnenkomst in de hal van „Dc Schakel" is al te merken hoe goed het is elkaar na veertig jaar weer terug te zien. Om tien uur heeft ieder een plaats gevonden in de zaal. die helemaal vol is.
De leiding van deze dag berust bij de heer J.C. Uithol, die destijds in Soerabaja de leesdiensten verzorgde. Hij laat zingen Psalm 147:1 - „Laat 's HEEREN lof ten hemel rijzen" - . leest Psalm 126 en gaat voor in gebed.
Hij heet de reünisten hartelijk welkom als degenen die zich in Indië schaarden rondom Schrift en belijdenis. Hij zegt het een vreugde tc vinden elkaar als oud-Indiëmakkers weer te mogen ontmoeten. Hij verwelkomt ook de echtgenotes en eveneens mevrouw Van der Meer. de weduwe van adjudant Van der Meer, met haar dochters. In Soerabaja stond haar hart en huis altijd voor onze militairen open.
Openingswoord
In zijn openingswoord ziet de heer Uithol terug op dc jaren na 9 mei 1950. De gerepatrieerde jongens mochten gezinnen stichten en zijn inmiddels al bejaard geworden. Er was veel vreugde, maar ook verdriet. De meesten hebben in deze jaren hun ouders verloren, die in de Indië-tijd zozeer met hun jongens meeleefden en voor hen hebben gebeden. Sommigen hebben ook de gang naar het graf moeten maken, omdat hun vrouw, een kind of kleinkind is overleden. Maar keer op keer werden we bepaald bij Klaagliederen 3:22 en 23: Het zijn de goedertierenheden des HEEREN dat wij niet vernield zijn. dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben. Zij zijn alle morgen nieuw. Uw trouw is groot". Dat willen we ook vandaag belijden.
De heer Uithol spreekt daarna over Psalm 126. die gedicht werd na de ballingschap. De Heere heeft ook bij ons grote dingen gedaan. Hij heeft ons in Indië en tot nu toe bewaard. Wc moeten onze kinderen en kleinkinderen over ons verblijf daar vertellen, ook al kan dat pijnlijk zijn. Was deze tijd winst of verlies voor ons? En hoe hebben wc dc jaren daarna doorgebracht? We moeten uit de geestelijke gevangenschap van dc toenemende macht der duisternis verlost worden. Op deze reünie en op alle dagen hebben we hartgrondige bekering van node. Alleen als dc Zoon ons heeft vrijgemaakt, zullen we waarlijk vrij zijn. Wc zingen uit Psalm 126: „Breng. HEER', al Uw gevang'nen weder". De heer J. den Hertog uit Mijdrecht begeleidt dc samenzang op het orgel. Meer dan veertig jaar geleden deed hij dit ook in het Javaanse kerkje te Soerabaja waar de leesdiensten gehouden werden.
Wie is wie?
Er volgt nu een levendig programmaonderdeel: „Wie is wie? ". De namen van alle aanwezige reünisten worden opgelezen en wie zijn naam hoort, staat even op. Zo herkent men elkaar gemakkelijk, of soms ook niet.... Veertig jaar is een lange tijd!
Er zijn 60 mannen aanwezig van de 178 die tot het detachement niet-gevaccineerden behoorden. Ook kommandant Buurveld is er. Dan zijn er nog 78 militairen die eerder of later dan 9 mei 1950 terugkwamen. Verder zijn
er 113 vrouwen met hun mannen meegekomen.
In de nu volgende pauze wordt de kennismaking vernieuwd. Foto's worden bekeken en herinneringen opgehaald. Van dc 78 oud-Indicgangers die niet tot het detachement vaccinatiewcigeraars behoorden, zijn er enkelen die weinig bekenden zien. Toch is cr de herkenning als ze horen dat anderen op dezelfde gevaarvolle wegen hebben gereden en ook werden bewaard.
Voor degenen die zich wel hebben laten inenten toen dc pokkenepidemie uitbrak is er de herinnering aan die moeilijke beslissing. Dc tijd die in Indië werd doorgebracht is voor alle jongens een ingrijpende periode uit hun leven geweest.
Burgers in deze tijd
In plaats van ds. J.W. Verweij. die door ziekte verhinderd is, spreekt ds. F. Harinck over „Burgers in deze tijd". Ds. Harinck is lid van het Deputaatschap voor de militairen van de Gereformeerde Gemeenten.
Hij wijst op Gods sparende goedheid. Die veilig uit Indië terugbracht. Anderen hebben daar de dood gevonden en over hun heengaan wordt door nabestaanden nog steeds getreurd. Wat heeft de oorlog die we in het paradijs aan God verklaard hebben veel ellende teweeggebracht. Het is nodig de wapens in te leveren en de Heere om vrede te leren smeken.
Na de terugkeer uit Indië gingen dc militairen over tot een andere staat des levens: ze werden weer burgers in de maatschappij. Zo is voor allen een staatsverwisseling nodig. Van nature zijn we vrijwilligers in de dienst van satan. Alleen omdat de Hccrc gedachten des vredes heeft gekoesterd, kunnen door het offer van Christus vijanden met God verzoend worden.
Hij wil dat wonder werken door Zijn Heilige Geest.
Ds. Harinck hoopt dat deze dag erop terug gezien mag worden dat dc Hccrc ons te sterk is geworden. Wie dat mocht ervaren, zal zijn leven hebben leren verliezen om te mogen delen in de eeuwige overwinning.
Hij eindigt daarna met dankgebed en laat dan nog zingen Psalm 116 vers 1, 2 en 3.
Middagpauze
Tijdens de middagpauze, die bijna twee uur duurt, wordt gezamenlijk de lunch gebruikt. Ook nu weer is te merken hoe dit samenzijn wordt gewaardeerd:
„Wie had kunnen denken dat dit ooit nog eens zou gebeuren? "
„De dag is eigenlijk veel le kort."
De plannen voor een reünie waren er bij de heer Joh. Janse uit Middelburg tien jaar geleden al. Nu ze verwezenlijkt zijn. wordt de indië-tijd als het ware opnieuw beleefd. Het was voor allen die er geweest zijn een leerschool. De mannen raken er niet over uitgepraat en de vrouwen hebben elkaar ondertussen ook leren kennen, 't Is opvallend hoe hartelijk de onderlinge sfeer op deze dag is.
Het valt voor de heer Uithol niet mee iedereen om twee uur weer op zijn plaats te krijgen, maar hij is een man van de klok en het lukt hem.
Hij heropent de bijeenkomst met het laten zingen van Psalm 135. bijbellezing en gebed.
Na veertig jaren
Vooral bij dit programmapunt wordt in verwondering teruggezien.
Eerst worden de gevallenen herdacht. De heer Uithol wil alle militairen van welk onderdeel ook gedenken die in Indië hun leven gegeven
hebben. De Heere moge hun verwanten gedenken. Voor ons is het nóg genadetijd. Staande zingen we de verzen 1 en 6 van ons volkslied.
Dan wordt het woord gevoerd door enkele oud-militairen.
De heer D. de Wit uit Gouda, die ook in 1950 in Utrecht heelt gesproken, zegt ontroerd: , , 'k Zal gedenken hoe voor dezen, ons de HEER' heeft gunst bewezen". Hij moet met smart erkennen dat we de ware dankbaarheid missen, maar dringt er toch op aan als schuldigen Gods daden tc gedenken.
De grondtoon van hetgeen dc heer J. Kot uit Hardegarijp vertelt, is: „Heilig zijn. o God. Uw wegen". Wonderlijk is dc weg die de Heere gebruikt om mensen op hun plaats te brengen. Hij memoreert het meeleven van ouders, familie en predikanten in zijn Indië-tijd. Tevens wil hij met nadruk stellen, mede ter nagedachtenis aan hen die vielen, dat het Nederlandse leger in zijn totaliteit zich in Indië goed gedragen heeft.
Ook oud-kommandant T. Buurveld richt nog enkele woorden tot „zijn manschappen". Hij herinnert aan de tegenwerking cn dc vele moeilijkheden in de tijd van quanrantaine, vooral in Soerabaja. Hij mag echter ook getuigen van Gods bijzondere zorg over liet detachement niel-gevaccineerden. De toespraken maken diepe indruk.
De militair van nu
Na nog weer een uur pauze wordt het samenzijn om vier uur voortgezet met het zingen van Psalm 85 vers 3 en 4: „Merk op. mijn ziel, wat antwoord God u geeft". Deze verzen werden tijdens de bijeenkomst van 9 mei 1950 ook in Utrecht gezongen en ze spraken de jongens toen erg aan. Nu wordt cr weer van harte meegezongen.
Dan krijgt ds. JJ. Tigchelaar het woord. Hij is acht jaar zendeling geweest in Afrika en herkent als zodanig het heimwee naar en de verbondenheid met een volk waarvoor men heeft gewerkt. Hij was ook twintig jaar legcq^redikant en is nu nog enkele dagen per week in dienst als predikant voor de militairen in de strafgevangenis te Nicuwcrsluis. Dat vindt hij het mooiste werk dat hij gedaan heeft tot nu toe. Onder deze jongens die zware misdrijven hebben gepleegd en nauwelijks iets van God afweten, mag hij bemerken dat de Heere met Zijn Geest werkt.
Als hij spreekt over „De militair van nu" gaat hij eerst in op de onzekerheid die onder beroepsmil itairen heerst in verband met toenemende bezuiningen en ontwapening. Het bedrijfsleven trekt er dan ook velen weg.
Verder wijst hij op het gevaar van vermaatschappelijking van de dienst. Het systeem van bevordering en ontslag verandert. In hun vrije tijd behoeven dicnstplichtingen ook geen bevelen meer op te volgen.
De militair van nu mist over het algemeen de bereidheid tot dienen. Hij is evenals de meeste jongeren meer gericht op zichzelf dan op anderen, terwijl het leven toch ten diepste hoort te zijn een dienen van God en de naaste. Wél tonen Nederlandse soldaten bij oefeningen in Duitsland soms opmerkelijke initiatieven.
Militairen hebben de verheven taak in opdracht van de overheid de burgers tegen het kwade te beschermen; zij zullen zo nodig bereid moeten zijn hun leven daarvoor te geven. „U hebt", aldus ds. Tigchelaar tot de reünisten, „die bereidheid getoond. Ik dank u dat ik hier mocht zijn. ik dank u voor wat u hebt gedaan."
Sluiting
Na dankwoorden van de heer Jansc en kommandant Buurveld, spreekt de heer Uithol nog een zeer persoonlijk woord. Hij leest ter bemoediging enkele verzen uit Psalm 27 waar verleden, heden en toekomst in Gods hand gelegd worden.
We zingen tot slot: „Wacht dan. ja wacht, verlaat u op den HEER'." Dan eindigt ds. Tigchelaar met dankgebed, waarin hij ook het volk van Indonesië en de zendingsarbeid onder hen aan de Heere opdraagt.
Het was 9 mei 1950 een onvergetelijke dag, maar 9 mei 1990 is dat ook. Er was een samenzijn in verootmoediging en verwondering bij het terugzien op Gods daden en Zijn goedheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 juni 1990
Daniel | 32 Pagina's