boeken
Kerk en Israël in gesprek door drs. M. van Campen. Uitg. Kok b.v., Kampen. 174 pag., prijs/27, 50.
Kerk en Israël in gesprek. Onder deze titel verscheen in de Reformatie Reeks als deel 27 een bock van dc hand van drs. M. van Campen, hervormd predikant te Woerden. Van Campen is iemand die grote belangstelling toont voor Israël en dat blijkt ook uit dit boek. Hij schrijft met kennis van zaken zoals ook blijkt uit het gedegen bronnenonderzoek en dat maakt dit boek dan ook waardevol.
De stof is verdeeld in vijf hoofdstukken en daarin stelt hij heel wat aan de orde. Kernvraag in dit bock is, welke roeping de christelijke kerk heeft ten opzichte van hel Joodse volk. De schrijver is van mening dat niet een missionaire benadering, maar een dialoog dc juiste weg is. In dit boek doet hij dan ook een poging deze mening te onderbouwen. Een chiliastisch gekleurde toekomstverwachting zoals ons ook vaak onder ogen komt. zal men in dil boek tevergeefs zoeken. En terecht. In het eerste hoofdstuk beschrijft Van Campen de verwijdering die tussen kerk en synagoge omstaan is. Al in een heel vroeg stadium is de substitutietheoric (vervangingsgedachte) in de christelijke kerk gaan leven. Erger is. dat dit geleid heeft tot verguizing en vervolging. Vooral de donkere middeleeuwen zijn voor de Joden een bange lijd • geweest. Het bloedige spoor •Van Jodenvervolging is in Europa uitgelopen op de Holocaust. De schrijver wijst erop dat de Nazi's zich helaas hebben kunnen beroepen op uitspraken van de grote reformator Luther. In het tweede hoofdstuk wordt belicht welke aktiviteiten de kerk ontplooid heeft om le trachten de Joden tot bekering te brengen. Terecht wijst Van Campen erop dat de andere reformatoren hierin van Luther afstand namen. Vooral Bullinger heeft zich hierover in felle bewoordingen uitgelaten.
Werden aanvankelijk op onze kerkelijke vergaderingen nogal eens besluiten genomen met een anti-Joods karakter, daarin is onder invloed van de Nadere Reformatie verandering gekomen. Velen van de „oude schrijvers" hadden een verwachting van een algemene bekering van de Joden op grond van Rom. 9-11. Een paar vertegenwoordigers van deze stroming worden door de schrijver geciteerd: Joh. Hoornbeek en W. a Brakel en van de
Cocccjanen Henricus Groenewegen. Hoewel de schrijver terwille van de beperking een keuze moest maken, mis ik hier toch wel de naam van Elsnerus die in zijn kommentaar op de Romeinenbrief hierover zo duidelijk geschreven heefl alsook de Kanttekeningen op de Slatenvertaling. Later hebben ook Messiasbelijdende Joden veel gedaan om hun broeders naar het vlees tc brengen lot het geloof in Christus, onder andere ds. F. Ragstat a Weillc en ds. Chr. Sal. Duitsch. Al bleef hun werk niet zonder vrucht, het waren toch slechts enkelingen die zich lieten dopett. In de 19e eeuw kreeg het zendingswerk ondcr Joden een sterke impuls vanuit Engeland. Van 1844-1874 werkte in Amsterdam de zendeling C.W.H. Pauli die aan 105 Joden de doop heeft bediend, terwijl het totale aantal in die tijd meer dan 400 bedroeg. Ook A. Cappadose en l. da Costa hebben het hunne hieraan bijgedragen.
In hoofstuk drie beschrijft Van Campen de ontwikkeling in de Hcrv. kerk ten aanzien van de arbeid onder de Joden. Zij zoekt het gesprek met Israël inzake het verstaan van de Heilige Schrift, in hel bijzonder betreffende het koninkrijk Gods en het getuigenis dat Jezus de Christus is.
Inderdaad geloof ik ook dat „Jodenzcnding" niet het meest geëigende woord is om aan de roeping van dc kerk ten aanzien van het Joodse volk gestalte te geven. Maar als men dan kiest voor het gesprek, ben ik met Van
Campen ook van mening dat dit dan niet „een flauw en slap praten met elkaar" mag worden. Gezien de ontwikkelingen op dit terrein, acht ik dit gevaar niet denkbeeldig. Echter, in elk geval blijkt hieruit dat in dc Herv. kerk dc Joden onderwerp van gesprek zijn en dat is helaas bij ons nog steeds niet het geval. Wij hebben een schreeuwend tekort aan predikanten en zendingswerkers zodat wij aan Joden nog helemaal niet toegekomen zijn.
Hoofdstuk vier laat zien wie dc Joodse gesprekspartner is (er zijn verschillende stromingen) met een beschrijving van enkele Joodse riten en symbolen. In het laatste hoofdstuk komen David Flusser en Pinchas Lapidc. twee orthodoxe theologen, aan het woord.
Met belangstelling heb ik dil bock gelezen. Dat betekent echter niet dat ik het in alles met de schrijver eens ben. Zo
geloof ik ook wel dat Joodse uitleggers ons op bepaalde exegetische kwesties kunnen wijzen die wij over het hoofd zien, maar niet dat zij ons iets kunnen leren wat de wezenlijke inhoud van de Heilige Schrift betreft. Paulus zegt immers: „Hun zinnen zijn verhard en wanneer Mozes gelezen wordt, ligt een deksel op hun hart en dat geldt tot vandaag toe". Als bijvoorbeeld het Joodse feest van de vreugde der wet ons een meer en beter inzicht moet geven op gedeelten als Ps. 119. is het niet best. Dat is mij een brug te ver. Gods kinderen die door de Heilige Geest geleid worden, behoeven in ieder geval geen schade te lijden als zij geen onderwijs krijgen van dc Joden. En dat het openstaan voor wat het Jodendom ons te zeggen heeft, ons op fundamentele wijze verrijken en ons tot grote zegen kan zijn, is mij een raadsel. Ik kan dat in ieder geval niet zien. maar dat zal misschien aan mij liggen. Zo is er meer te noemen. Maar genoeg. Drs. Van Campen heeft een oprechte poging gedaan ons te konfronteren met de toekomstverwachting van Israël en daarin is hij geslaagd. Ik hoop dat onze jonge mensen er kennis van zullen nemen en dat de liefde tot het heil van Israël bij hen zal gaan leven.
ds. R. Boogaard
Verachtering in de genade; Kwaal en genezing door dr. J.R. Beeke. Uitg. De Banier, Utrecht. 1989. 100 bl/.., prijs/14, 75.
De verachtering in de genade wordt in het leven van de ware gelovige te weinig beseft. Daarom heeft dr. J.R. Beeke - predikant van de Nederlands Gereformeerde Gemeente te Grand Rapids (USA) - een korte verklaring geschreven over het praktische onderwerp van de „verachtering". In het eerste deel gaat ds. Beeke in op het afglijden van Gods kerk in het algemeen via de lijn wereldgelijkvormigheid. ongeloof, onverschilligheid. onkunde, geestelijke dodigheid, mensverheerlijking, onheiligheid en een niet heilige verwachting van God hebben. Dit afglijden spitst hij toe op het leven van Gods eigen kinderen. Volgens ds. Beeke is de eerste stap van het afwijken van Gods kinderen begonnen in de binnenkamer, door het achterwege blijven van het verborgen gebedsleven. Vervolgens wordt het hart gemist in het gebruik van de genademiddelen. De innerlijke verdorvenheden nemen toe waarvan altijd anderen de schuld krijgen. Er treedt wercldgclijkvormigheid op en de broederliefde verdwijnt.
In het tweede deel zet ds. Beeke op grond van Gods Woord en de ervaring uiteen welke middelen God gebruikt en welke stappen door God genomen worden om van deze zware zonde te genezen.
Enkele middelen om de ziel van de afkering te genezen die dc auteur noemt zijn: het Woord, de genademiddelen,
Gods grote goedertierenheid, beproevingen en Gods verlatingen. De ontdekkende stappen die God gebruikt om het verachteren in de genade te genezen zijn het geestelijk licht geven over de huidige toestand, gewijde herinneringen aan betere tijden in het geestelijk leven en het oprechte berouw. Na deze ontdekkende stappen is er ruimte voor de twee door God gebruikte vervullende stappen namelijk „een verse bediening van de genade des Heiligen Geestes en een door de Heilige Geest toegepaste openbaring van Christus en diens weldaden" (blz. 73). Dit loopt uit op een uitzien naar de volledige genezing van de schuld der zonde (rechtvaardigmaking) en ook van de smet der zonde (heiligmaking).
Het is een lezenswaardig boekje waarin je als het ware een spiegel wordt voorgehouden en aangemaand wordt om dicht bij de Heere te leven. Er spreekt een hartelijke bewogenheid uit. Bijvoorbeeld op pagina 95 waar ds. Beeke de onbekeerden aanspreekt: Vraag veel om genade, om het advies van Ralph Erskine te mogen volgen: Doe wat ge kunt om tot God te vliegen; als u niet kunt vliegen, probeer dan om zonder ophouden tot Hem te rennen; kunt u niet rennen, probeer dan tot Hem te lopen; als u niet kunt lopen omdat u misschien een been brak. kruip er dan mee naar de Heelmeester en laat het Hem zien; kunt ge niet kruipen, roep Hem dan aan. want.... „Ik heb tot het zaad van Jakob niet gezegd: oekt mijn aangezicht tevergeefs!" (Jes. 45:19). Kunt u niet roepen, zie op Hem, want.... „als een slang iemand gebeten had, zo zag hij de slang aan, en hij bleef leven" (Num. 21:9). En als u niet naar Hem kunt kijken verlang naar Hem (Psalm 119:174: O Heere, ik verlang naar Uw heil!" Zucht, ween en kreun achter Hem aan! Tenslotte als u denkt vanwege uw totale zwakheid helemaal niets te kunnen doen. wacht dan alleen maar op Hem in het gebruik van de genademiddelen; blijf maar met de lamme aan het badwater van Bethesda liggen. Wie weet hoe spoedig Hij wil komen. Ja. wacht op de Heere!”
Aankondiging
„Calvijns levenswerk belicht vanuit zijn brieven; Calvijn tussen Lutheranen en Zwinglianen" (deel 9) door P. Kuijt. Uitg. De Banier te Utrecht. 85 blz.. prijs ƒ 14.75.
W.C. Polinder
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 mei 1990
Daniel | 33 Pagina's