Israëls ondankbaarheid verdient Gods oordeel (3)
Bijbelstudie over Hosea 11:1-7
We zagen de vorige keer dal God Israël riep door Zijn profeten, maar dat ze de afgoden dienden. We zagen hoe de Heere Israël leerde lopen en in Zijn armen nam, maar zij bekenden het niet. Je zou zeggen: nu is Gods geduld op. Nu zal Hij het volk straffen. Nee, nog niet! Het gebeurt wel. maar nog is de Heere goedertieren over hen. Hij trekt ze zelfs met liefdekoorden. En daar waren we gebleven. Jij moest nagaan hoe de Ileere ook in jouw leven bezig is re trekken met de koorden van Zijn liefde. Vecht je daar altijd nog tegen? God is nog genadig, maar Zijn geduld raakt wel een keer op. Dat zien we in deze bijbelstudie.
God onderhield Israël als een vader (vs. 4b)
Ik trok zc met mensenzelen, met touwen der liefde. Het zijn geen stalen banden maar touwen. God wil Israël op de rechte weg brengen cn houden met deze op menselijke zwakheid berekende leidingen en middelen. Die liefdekoorden zijn gevlochten met de liefde van dc Vader, de Zoon en de Heilige Geest. De Heere buigt daarin telkens weer opnieuw heel diep neer om Israël te helpen en uit te redden. Geen middel laat Hij onbeproefd dat dienen kan lot hun nut. Hij kastijdt hen tot hun nut. opdat ze Zijn heiligheid zouden deelachtig worden.
„Lout”re goedheid, liefdekoorden. waarheid zijn des Heeren paan. hun. die Zijn verbond en woorden als hun schatten gadeslaan." Met koorden van liefde Irok de Hccrc bij het allereerste begin van Israëls geschiedenis Abraham weg uit Ur der Chaldeën. Hij trok Israël uit Egypte. Hij trok en lokte ze in de woestijn om daar aan dc Sinaï naar haar hart te spreken. Zo trok Hij ze naar het beloofde land Kanaan.
Maar die liefdekoorden zijn er nog. zo zagen we al. God trekt en lokt ons in de liefelijke nodigingen van het evangelie. Daarin slaat Hij de koorden van Zijn liefde om ons hart, opdat we ons gevangen zouden laten nemen in Zijn genade, gebonden door die koorden van de liefde Gods. waarmee Hij ons hart verbreekt. Net zoals Hij Ruth meetrok met haar schoonmoeder Naomi naar het land Kanaan, Door die liefdekoorden getrokken werd ze helemaal gewillig gemaakt om die weg te gaan. Ze mag hartelijk kiezen voor God en Zijn volk.
Het tweede deel van vers 4 levert nogal wat taalkundige moeilijkheden op. De Statenvertaling gaat over op het beeld van een boer, die het knellende juk van de kop van een os afneemt om hem van tijd tot tijd verlichting tc geven van het werk en voedsel te laten eten. Je kunt de Hebreeuwse medeklinkers echter ook anders vocaliseren, en dan gaat het niet om een os maar om een zuigeling. En het ligt eigenlijk wel voor de hand dal zo hel beeld van de vaderlijke zorg in het tweede deel van vers 4 wordt voortgezet. Dan wordt dc vertaling: Ik was voor .•ijen zoals (ouders) die hun Zuigeling optillen tegen hun 'wangen. Niet alleen heeft God als een Vader heel zorgzaam en liefderijk Zijn volk Israël geleid, zoals een vader zijn gemakkelijk weglopende en dan verdwalende zoontje aan een tuigje leidt, maar Hij heeft hen zelfs met zoveel tederheid behandeld, dat het vergeleken kan worden met ouders, die hun zuigeling optillen en tegen zich aandrukken. Dit intieme beeld overtreft dus nog het „op de armen nemen" uit vers 3. Het slot van vers 4 zegt: En Ik reikte hem voeder toe. Dat zegt onze vertaling van die os. In het beeld van die zuigeling past beter: En Ik boog Mij tot hem neer om hem te eten te geven. Liefkozing, rust en voedsel, dat is het antwoord op al de wegloperij en eigenzinnigheid van Israël. Denk nog even aan de uittocht uit Egypte. God gaf Israël eten: het paaslam, als beeld van Christus. Wiens vlees waarlijk spijs en bloed waarlijk drank is. Ons pascha, dat voor ons is geslacht, namelijk Christus.
Daarna kwam het manna in de woesti jn als brood uit de hemel en de kwakkels om hen vlees te geven. En tenslotte komt natuurlijk Kanaan. het land dat overvloeit van melk en honing. En wij? De Heere voedt nog hongerigen en dorstenden naar de gerechtigheid. Wc hadden het zostraks over een gebroken hart. Als je die honger kent naar God. zul je merken dat de Heere in de bediening van het verbond der genade voedsel toereikt, zelfs aan zuigelingen. Opent uw mond, zegt God. en Ik zal hem vervullen. Waarmee? Met die redelijke onvervalste melk van het Woord van God. Is dat Woord dierbaar voor je geworden? Als je dat mag opeten, is het je zoeter dan honing.
Als je weigert om je te bekeren... (vs. 5-7)
Alle vaderlijke zorg heeft Israël beantwoord met ontrouw (vs. 2). ondankbaarheid (vs. 3b) en de versmading van Zijn stem.
die hen terugriep (vs. 5b). Als Israël dan zo van de Heere wegloopt en niet erkentelijk is voor Zijn Vaderlijke zorg. en zelfs weigert om terug te keren van die ondankbare houding, kan de straf niet uitblijven. De zoon. die eens door Gods vaderlijke roep uit de verdrukking van Egypte werd verlost, zal tot zijn oorspronkelijke toestand in het land van Egypte terugkeren. Dat wil zeggen: ze zullen weer vervallen tot de toestand van de slavernij, waaruit de Heere hen eens had weggehaald (vs. 1). En nu zal niet de farao van Egypte, maar de koning van Assyrië hun harde meester worden.
Assur. die zal zijn koning zijn! En daarmee is de heilsgeschiedenis. de geschiedenis van Gods reddend handelen en van Zijn vaderlijke zorg ongedaan gemaakt. Zie je wel dat Gods geduld ook een einde heeft. Wie alle roepstemmen tot bekering veronachtzaamt en al Gods liefdestrekkingen weerstaat en Zijn Vaderlijke zorg miskent, die zal terdege met de Rechter te maken krijgen, die de schuldige straft. In vers 1 hoorden wc hoe God Zijn Zoon uit Egypte geroepen heeft. Jezus kwam om Zichzelf te geven tot een rantsoen voor velen. Wie echter Zijn bloed onrein acht en de Geest deigenade smaadheid aandoet, die zal ervaren dat de genadetijd heel plotseling voorbij kan zijn. Voor je het weet. sta je voor de rechterstoel van Christus. Bovendien, jonge vrienden, als je jong het eigendom van Christus mag worden, heeft de Heere - met eerbied gesproken - er ook nog wat aan. Dan zijn de beste jaren van je leven voor Hem. Daar heeft Hij recht op.
Omdat zij zich weigeren ter bekeren! Dus niet: omdat ze niet uitverkoren zijn! Ook niet omdat ze toch zo onmachtig waren om zich te bekeren. Maar heel gewoon omdat ze niet deden, wat God van hen vroeg. En zo moet je dat ook zien in je eigen leven. Laat het maar een breekpunt voor je worden, om tc breken met de zonde en dc Heere te gaan dienen. Want anders kan het nog wel eens heel laag met je aflopen.
Die terugkeer naar Egypte moeten we dus niet letterlijk verstaan, maar wc moeten hierbij denken aan verbanning en ballingschap. Dat blijkt wel uit het vervolg in vers 6: ..En het zwaard zal in zijn steden blijven, en zijn grendelen verteren". Het Assyrische leger wordt hier gesymboliseerd door ..het zwaard". Wij zouden zeggen: de krijgsmacht. Zo zullen hele steden worden afgeslacht en hele dorpen (in plaats van grendels, zie kanttekening!) zullen worden verwoest. Het slot van vers 6 betekent: daar lopen nu alle eigenzinnige beraadslagingen met de daarop volgende gedragingen van Israël op uit.
Ondank is ’s werelds loon (vs. 7)
Vers 7 is erg moeilijk tc vertalen. De Heere wil hier zeggen dat Zijn volk. dat geroepen is om hem aan te hangen in hartelijke liefde en trouwe dienst, een hang heelt naar afkerigheid van Hem. Het wordt telkens wel teruggcroepen naar de Heere. maar het helpt allemaal niets. Het is verslaafd aan dc afval van God in plaats van het dienen van Hem in liefde. Ze hebben een onverbeterlijke hang naar de verkeerde kant. Israël is niet een volk. dat wel goede bedoelingen heeft om God te dienen, maar helaas telkens van de weg afdwaalt, nee. het wil gewoon niets anders. Zc „blijven hangen aan de afkering”.
Dat is even wat! Dat is even een aanklacht! Als de Heere tegen ons zou moeten zeggen dat we onwillig zijn tol het goede en alleen maar gewillig tot het kwade. Dat is een veroordeling tot in de wortel van ons bestaan. Bewuste onwil, een bewuste afkeer van God. opzettelijke vijandschap tegen God. Ja. tegen die God. die zoveel goeds heeft gedaan cn gegeven.
Ben jij beter?
„Volkomen begrijpelijk", zeg je misschien, als je zo heel die geschiedenis van Israëls ontrouw verneemt. Natuurlijk kan de straf niet uitblijven! Zij roepen wel tot de Allerhoogste, maar Hij spreekt ze geen van allen vrij. Het oordeel lijkt definitief. Het is nu voor Israël te laat om een nieuw begin te maken. Gelukkig eindigt deze perikoop toch niet helemaal zonder hoop. Een sprankje hoop straalt nog door in dc verbondswoorden „Mijn volk"!
Dat zegt God toch nog maar. ondanks alles wat er gebeurd is. „Mijn volk En uit het vervolg blijkt, dat die hoop op Gods verbondstrouw inderdaad nieuwe perspektieven opent. Maar nu jij! Dat „Mijn volk" geldt ook nog van jou. Net zoals met Israël. Jij draagt ook dat teken van Gods genadeverbond: dc heilige doop! En het formulier zegt daarvan zo mooi dat die doop „vermaant en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid, namelijk dat wij deze enige God. Vader.
Zoon cn Heilige Geest aanhangen, betrouwen en liefhebben van ganser harte, van ganser ziele, van gansen gemoede en met alle krachten, de wereld verlaten, onze oude natuur doden, en in een nieuw godzalig leven wandelen". En wat komt daar nu van terecht in jouw leven? Voel je wel. dal je eigenlijk geen reden hebt om je te verheffen boven Israël in Hosca's dagen? Maar. vanuit Gods verbondstrouw vandaan is er hoop! Vanuil Hem zijn er altijd weer nieuwe perspektieven. ook al heb je het nog zo verzondigd. Daarover gaat het in de volgende bijbelstudie, als we zullen zien dat Gods liefde het toch weer wint van Zijn oordeel. Zie je wel. er is hoop!
Vragen
1. kers 5 spreekt over hel wederkeren naar Egypte in figuurlijke : in. De statenvertaling heeft er hei woordje „niet" lussen gevoegd. Vanuit de handschriften van Ite grondtaal is hei niet nodig. Volgens de kanttekening komt hei resultaat op hetzelfde neer. Zet nog eens op een rijtje, tiat sieeds in Hosea met Egipie wordt bedoeld. Vgl. 8:13 en 9: en 6!
2. Wat : ou de reden zijn dat ha iedere keer lijkt of hel definitief afgelopen is met Israël en dat er dan toch nog Hft'r hoop is vanuit God? En wat heeft dat ons te leggen?
3 Vers 1 spreekt over een Mijtende djkehgheii van IsraH. Neemt dat een einde als je echt ut bekering komt? Of is dat blijvend ook in hel leven van Gods kinderen? Waar spreekt de Bijbel en waar de gereformeerde belijdenis over die blijvende verkeerde geneigdheid van de mens?
Vlissingen ds. C.G. Vreugdenhil
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 mei 1990
Daniel | 32 Pagina's