JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Een échte refo

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een échte refo

6 minuten leestijd

„Ze hebben gewonnen, hè? " ..De laatste minuut nog. joh!, werd het één-nul!”

........en hij maakte toch een prachtig kopschot!”

....ze kunnen nou verder gaan met de Europese...”

Bert staat tc luisteren, de handen in dc zak. de jas los. de tas achteloos op dc grond. Dc jongens staan enthousiast te vertellen. Net of ze er zelf bij zijn geweest. En de namen van de spelers rollen eruit, alsof ze hen dagelijks ontmoeten. Hoe ze eraan komen? Zelfs van de wedstrijden van gisteren zijn ze op dc hoogte. Het bekende maandagmorgenbccld.

Hij staat in de kring, luistert, knikt ook. alsof hij er alles van afweet. Natuurlijk, ze moeten niet denken, dat hij een doetje is of een vroom jongetje-

Er lopen een paar andere jongens voorbij, ook uit zijn klas. Erik en Hans en Koos natuurlijk. Ze kijken naar hel lawaaierige groepje, even lijkt het alsof ze erbij willen komen staan

„Aan het eind trapte-ie-zó fel!”

„Maar hij maakte het!”

„’t Is een goeie hoor”.

Nee. ze lopen toch verder. Koos kijkt even rond. ziet ook Bert. Is er even verwondering in zijn ogen?

„Daar gaan de echte refo's. jongens!" Dat is Arnold met zijn schelle stem. Zc lachen allemaal uitbundig. Ook Bert.

Ze beginnen in de klas met dc godsdienstles. Meneer Van Haren probeert het boeiend te maken, wil altijd de leerlingen erbij betrekken en geeft ook gelegenheid tot vragen stellen. Soms komen cr vragen, meestal van dezelfde jongens en meisjes. Bert heeft ook wel eens een vraag, maar hij doet zijn mond nooit open. behalve als hem een vraag gesteld wordt. Hij kijkt wel uit. stel je voor. dat ze hem óók voor een vroom jongetje gaan verslijten.

„Meneer...” Dat is Koos weer. Voor zich ziet hij Arnold onderuit zakken en demonstratief zuchten.

„Van Laar!" Arnold schiet weer overeind. Als Van Haren met je achternaam begint... „Probeer ook je trage hersens eens in tc spannen”.

Bert grinnikt, als hij Arnold even met zijn vingers door zijn warrelige haardos ziet klauwen. Moet hij voelen of het daar wel snor zit? Waarschijnlijk zitten er meer namen van voetballers in dan van kerkvaders...

’s Middags, uit school, fietst Bert met de groep dc lange weg naar huis. Koos is ook in zijn fietsklub. Een fijne knul. altijd klaar om iemand te helpen. Als hij Arnold daarbij vergelijkt... Waarom trekt hij dan toch altijd naar dat andere groepje? Het maakt hem onrustig. Verbeten trapt hij door. tegen de straffe wind in.

Maar op maandagmorgen staat hij er tóch weer bij. Hij luistert naar de enthousiaste verhalen van de jongens. Zijn gedachten zijn er echter niet zo bij. Hoe kan het ook anders, als je niet écht geïnteresseerd bent? Totdat...

Hij schrikt op. Met een grove vloek vertelt Arnold van het verlies van zijn favoriete klub... Even is het stil in het groepje jongens. Tersluiks kijken ze elkaar aan. Het is alsof er bij Bert iets omslaat.

Hij vist zijn tas uit de grote stapel cn loopt zwijgend van het groepje vandaan naar de ingang van de school. Nee. niet té nadrukkelijk natuurlijk. maar hij heeft er wel genoeg van. Duidelijk voelt hij dat hij er een punt achter moet zetten.

Hij zoekt nu meer kontakt met Koos en zijn vrienden. Hij voelt soms de spottende blik van Arnold wel en in het begin steekt dat nog. maar al gauw laat dat hem koud.

Hij durft nu ook wel eens een vraag te stellen, in de klas. maar ook op de jeugdvereniging, waar hij eerst altijd met tegenzin naar toe ging. En hij moet eerlijk toegeven: de jongelui, die hij eerder als vroom betitelde, vallen erg mee. Ze kunnen toch wel interessant redeneren en ze hebben verstand van dingen waar hij nooit over nagedacht heeft. Van de weersomstuit gaat hij zich ook in allerlei aktuele onderwerpen verdiepen, je kunt toch niet altijd met een mond vol tanden zitten.

Alleen als zc een onderwerp hebben over dogmatiek of over het geloof van Gods volk. houdt hij zich een beetje achteraf. Valse schaamte... Maar ook dat gaat na verloop van tijd beter.

De groep om Arnold bestaat nog steeds. Wat een leeg-

hoofden toch. En hij schaamt zich als hij eraan denkt, dat hij er zo ook elke maandagmorgen bij stond...

Op zaterdagavond komen de ..oudjes" altijd op bezoek, opa en oma. die buiten het dorp aan een stille achteraf-weg wonen.

Opa is nog kras en erg bij de tijd. De kolïie-uurtjes worden altijd opgeluisterd door levendige diskussies met vader. Vroeger vond Bert dat geredeneer altijd maar vervelend en al gauw trok hij met het excuus „huiswerk" naar zijn eigen kamer. Maar nu luistert hij er geïnteresseerd naar. Hij herkent sommige dingen, en bijna vanzelf, mengt hij zich soms in de gesprekken. Hij voelt wel. dat opa soms even verwonderd zijn lichtblauwe ogen op hem laat rusten.

Natuurlijk, het is nog niet zo heel lang geleden dat hij hem een keer waarschuwend aansprak over zijn onverschillige houding... Daarom mag opa ook wel weten, dat hij er nu toch heel anders over is gaan denken.

„Breng ons een eindje weg. Bert", zegt opa onverwacht. als ze klaar staan om te vertrekken. ..Het is zulk prachtig weer. een wandeling is goed voor jonge benen". Bert aarzelt even. denkt aan het huiswerk, dat nog wacht. Maar vooruit, laat hij dc oude baas een plezier doen. Ze hebben dc oudjes nog. „Tot de Achterweg dan", zegt hij, „ik heb nog een berg huiswerk...”

„Natuurlijk”, grinnikt opa. ..altijd druk. nü al...”

Het is een stille zomeravond en de zon is aan het afscheid nemen met een paar laatste felle oranje strepen langs dc horizon. Bert probeert zich met zijn lange benen aan tc passen aan het tempo van de rustig voortwandelcnde oudjes. Opa keuvelt wat over het weer. over de groentetuin, waar hij nog steeds druk mee is en moppert dan over een bromfiets, die hen knetterend voorbij vliegt. Bert grinnikt even.

„Ik ga nu weer terug. opa. blokken...”

„Ja... ja, nou. wij vinden het verder wel. Wc hebben dit al zo vaak gelopen. Gezellig. Bert. dat je even mee ging. Tot ziens dan maar weer he?

En... Bert..." Nu staat opa stil. legt een hand op zijn schouder. „Jongen, het is niet hetzelfde, hóe we leven, maar het is de duivel wèl eender, hoe hij ons krijgt: goddeloos of vroom. De rijke jongeling ging bedroefd weg... Zul je er aan denken? ”

Bert loopt alleen terug. Hel is bijna donker nu. De vormen van huizen en bomen vervagen. Maar hij ziet scherp, wal opa met die paar woorden bedoelt. Hij voelt zich kriebelig worden; eerst was het niet goed. toen kreeg hij een vermaning, en nu is hel óók niet goed. krijgt hij wéér een preek...

Met lange passen loopt hij naar huis: in de verte ziel hij hel licht al door de ramen schijnen. Met een klap valt het hek achter hem dicht. Dan staat hij even stil. dc opstandigheid vloeit uit hem weg. en er is een ogenblik dat hij eerlijk legen zichzelf mag zijn: ja, ik had toen niets, maar nu heb ik ook nog niets...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 april 1990

Daniel | 32 Pagina's

Een échte refo

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 april 1990

Daniel | 32 Pagina's