Niet toerekeningsvatbaar - een verontschuldiging ?
Angstig en in het nauw gedreven, ja, vol van uiterste wanhoop deed de man een beroep op de griffier: I pray vou, let me go, o let me go....! De rechter had zo juist het relaas van de psychiater aangehoord. In het holst van de nacht was de man van de straat geplukt door gealarmeerde agenten en met geweld naar de psychiatrische inrichting gebracht. Vloekend in een taal die niemand begreep, bijtend en schoppend, het schuim op de mond. Thans stond de rechter voor de beslissing of deze Aziatische man terecht gedwongen was opgenomen.
Hij was op last van dc burgemeester opgepakt omdat er een ernstig vermoeden was dat hij ten gevolge van een geestesziekte een onmiddellijk dreigend gevaar opleverde voor zichzelf of voor anderen. Voor zover er ooit geheel kan worden doorgedrongen in het schemerduister van een zieke geest, was er een diagnose gesteld.
De arts deed er in het kleine spreekkamertje verslag van. De griffier noteerde in het proces-verbaal.
„Ik kan u zeggen dat er gegronde aanwijzingen zijn dat deze man een innerlijke belevingswereld heeft, waarin hij afgrijselijke gillen hoort. Ik bedoel dat hij denkt dat men tegen hem gilt. hem bedreigt. Hij raakt daardoor volkomen buiten zichzelf en wordt dol van razernij. Patiënt wordt daarbij ook zeer gevaarlijk, want hij onderkent niet dat de geluiden van binnenuit komen. Hij denkt dat zij uit de buitenwereld afkomstig zijn. Het zijn andere mensen die hem dit aandoen. Zij vallen hem aan. Die mensen wil hij tor zwijgen brengen. Het moet niet uitgesloten worden geacht dat hij zo agressief zal worden dat hij de daad bij de gedachte zal voegen en zijn woede zal koeten op wie hem ook maar in de weg komt. Dat zou. gelet op de volstrekte ongeremdheid waarvan in zijn waanzin sprake is. tot dodelijke gevolgen kunnen leiden. Als behandelend arts ben ik daarom van mening dat de burgemeester terecht de inbewaringstelling van deze man heeft bevolen. Ik verzoek u op grond van uw wettelijke bevoegdheden te beslissen dat de inbewaringstelling moet worden voortgezet”.
Inbewaringstelling voortgezet
Hij zat daar al die tijd. zo geheel alleen. Mensen spraken over hem en zijn vrijheid in een laai die hij niet verstond. Hij wilde niet blijven, hij wilde weg. Hij zou
niemand kwaad doen. I am friend. you know! Als de mensen hem nou maar met mst lieten!
De inbewaringstelling werd voortgezet, zoals in vele andere gevallen die dag. De krant van diezelfde datum bevatte het navolgende bericht:
- Indianapolis. In het restaurant van Burgerking aan de Lincoln Avenue werden tijdens de spits drie mensen doodgeschoten cn een tweetal zwaar verwond, toen een jonge man plotseling een revolver trok en om zich heen begon tc schieten. Slechts met grote moeite kon dc man worden overmeesterd. Elk motief voor de daad ontbreekt -
Niet nieuw
Zulke berichten staan dikwijls in onze kranten en meer van zulke berichten komen niet eens meer in onze kranten. Daarvoor gebeurt er teveel in onze wereld, leven er teveel mensen.
In zekere zin is het ook geen nieuws meer. Immers:
„En als Hij over aan de andere zijde was gekomen in hel land der Gergesénen, zijn Hem twee, van den duivel bezeten, ontmoet, komende uit de graven, die zeer wreed waren, alzo dat niemand door dien weg kon voorbijgaan " (Matth. 8:28).
Markus vermeldt bij deze geschiedenis dat niemand hen kon binden. Ketenen en boeien werden stuk getrokken en verbrijzeld (Markus 5:3-4). Ook elders in dc Schrift lezen we van mensen die een gevaar vormden voor zichzelf of voor anderen: Heere!
ontferm IJ over mijn zoon; want hij is maanziek, en is in zwaar lijden; want menigmaal valt hij in het vuur. en menigmaal in het water" (Matth. 17:15).
We vinden hier in wezen beide elementen terug die ook in onze wetgeving staan vermeld als het gaat om gedwongen verpleging: een onmiddellijk dreigend gevaar voor zichzelf en/of voor anderen.
Niet strafbaar?
Wat nu te doen met iemand die in een dergelijke geestesgesteldheid tot strafbare daden komt? Artikel 37 van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht bepaalt in het eerste lid als volgt:
„Niet strafbaar is hij die een feit begaat dat hem wegens de gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke storing van zijn geestvermogens niet kan worden toegerekend”.
Bij elke terechtzitting zal dus niet alleen bekeken moeten worden of iemand een bepaalde daad heeft gedaan, maar eveneens of hij daarvoor gestraft moet worden. Naast de daad speelt ook de gezindheid van dc dader een grote rol. Dat is niet altijd zo geweest. In vroegere eeuwen zijn geesteszieken meestal gewoon gestraft. Pas geleidelijk is het inzicht gegroeid dat er daders zijn, die jc hun daden eenvoudigweg niet toe kunt rekenen.
Gezindheid speelt centrale rol
Voor dit inzicht kan worden geput uit de Bijbel. Immers dat de gezindheid van de mens bij het plegen van zijn daden in de Bijbel een centrale rol speelt, valt duidelijk af te leiden uit de wijze waarop de Heere Jezus uitleg geeft aan de tien geboden: Maar Ik zeg u, dat zo wie een vrouw aanziet om haar te begeren, die heeft a/rede overspel in zijn hart met haar gedaan " (Matth. 5:28).
Ook het Oude Testament geeft daarvan blijk: Een iegelijk, die zijn broeder haat. is een doodslager" (Lev. 19:17).
Denk in dit verband ook eens aan David en Uria. Wordt niet David door Nathan als de doodslager aangewezen, ook al doodde hij Uria niet zelf.
Calvijn wijst in zijn Institutie eveneens op dc innerlijke gesteldheid, als hij schrijft:
....dat her doen van de mens niet alleen naar de uiterlijke eerbaarheid, maar ook naar de innerlijke geestelijke gerechtigheid moet worden beschouwd. Dit is te begrijpen, omdat de Wetgever geestelijk is" (2e boek. hfd. VII 1.6).
Maar dan mag en moet ook het omgekeerde gelden: een doodslag die toch niet hoeft te worden gevolgd door de straf. Denk ook hier maar aan David. en zijn innerlijke gesteldheid op het moment dat hij de steen wegslingerde om Goliath te doden. Trekken wc deze lijnen door dan kom je ook uit bij hen die een zodanige innerlijke gesteldheid hebben dat zij in het geheel niet meer in staat zijn hun daden te toetsen aan normen van goed en kwaad. Ook valt te denken aan mensen die niet meer op kunnen tegen voor hen onweerstaanbare innerlijke krachten om een boze daad toch te doen.
Mensen dus die wij met het woord ontoerei: eningsvatbaar aanduiden. In onze wetgeving zijn dit soort daders straffeloos. zij het dat de rechter meestal overgaat tot het opleggen van dwangverpleging, die zich tot in lengte van jaren kan uitstrekken.
Wanneer ontoerekeningsvatbaar ?
Bij dit punt aangekomen, dringt zich uiteraard dc vraag op hoe precies beoordeeld moet worden of in een bepaald geval daadwerkelijk sprake is van ontoerekeningsvatbaarheid. De rechter zal bij het uitspreken van een dergelijk oordeel in het algemeen afgaan op psychiatrische deskundigen.
Zonder dc psychiatrie in dc vetdachtenbank tc willen zetten, ook voor ben geldt dat dc mens aanziet wat voor ogen is cn alleen God het hart kent Heel duidelijke gevallen daargelaten, is cr ook onder psychiatrische deskundigen geregeld sprake ; van twijfel en onzekerheid, met name als het gaat om het : vaststellen van dc male van ontoerekeningsvatbaarheid. Heel schriinend treedt dal /o nu cn dan aan het licht als gedurende proefverloven mensen toch weer tot soms a fsch u wel ij ke misdrij ven komen.
Het is wellicht één van de redenen dat bij het grote publiek de mening lijkt tc hebben postgevat dat vandaag dc dag het woord „ontoerekeningsvatbaar" elke celdeur open tovert. Ik denk niet dat die gedachte juist is. ook al zullen advokaten niet nalaten iedere aanwijzing in deze richting tc aksentueren. Iets anders is of het algemene strafklimaat met zijn beroep op de zogenaamde menselijkheid. op het humane. menswaardige leven niet te mild is. Daarover gaat het echter niet in dit artikel, al zal dc moderne benadering van wat dan wel menselijk is. wellicht ook doorwerken bij de bepaling door psychiaters van de toerekeningsvatbaarheid van hun patiënten. Laten we ons echter hoeden voor een al le snel oordeel. Geldt ook hier niet: Oordeelt niet. opdat gij niet geoordeeld wordt. Want. met welk oordeel gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden: n met welke maat gij meet. zal u wedergemeten worden " (Matth. 7:1-2)?
Matthew Henry wijst er bij zijn bespreking van de geschiedenis van de maanzieke knaap op dat de ziekte van dat kind hem waarschijnlijk belet heeft zelf te bidden. Zou dat thans anders zijn bij hen die naar onze menselijke wetten en maatschaven ontoerekeningsvatbaar zijn voor hun daden?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 maart 1990
Daniel | 32 Pagina's