De storm
ons vervolgverbaal deel 3
Dan klimt de agent over de grote boomstam heen. Hij pakt Dirk bij z'n arm en trekt hem met één ruk uit de kuil. dan bukt hij zich en ziet de hond. Hij rukt dc tak van de boom en zegt: ..Ach. arm beest, jij hebt hier al een hele tijd gelegen, dat kun je wel zien.”
Dan rukt de agent nog wat lakken van de boom, net zolang tot de hond weer vrij kan komen.
„Wacht eens, hij heeft een halsband om. eens even kijken, ja, met een naam! Foxy! Wacht, ook nog een adres: Mevrouw De Witte. Wachttorenstraat 14.”
Dan bukt de agent zich heel diep. pakt Foxy op en draagt haar in z'n armen. Dat valt niet mee. want Foxy is zwaaien de stormwind duwt de agent bijna omver.
„Nou”, zegt dc agent hijgend, „we gaan Foxy thuisbrengen. Loop maar achter me aan, maar uitkijken en niet vallen...!”
En dan moeten Dirk cn Bert mee. In de politieauto, naast Foxy, achterin. En Bert denkt: „Als moeder dit wist....”
Daar gaan ze naar Wachttorenstraat 14. En buiten, in de wind, in haar tuintje staat mevrouw De Witte, 't Is al een heel oud mevrouwtje. Wat heeft ze een rimpelig gezicht, wat is zc krom en wat heeft ze een bevende stem. maar zc heeft heel vriendelijke ogen.
„O. is Foxy daar. waar was ze toch...? Ze was weggelopen, door de storm vloog de deur open. O, Foxy, waar ben jc toch geweest...? Ik loop maar steeds te zoeken en tc roepen.
O, en ik was zo bang. Ik dacht er is vast een ongeluk gebeurd. Misschien.... O. jongens, o agent, wat ben ik blij... Ik houd zoveel van Foxy.... Komen jullie allemaal toch binnen en vertel eens....”
Pas na een hele tijd komen ze weer naar buiten. En dan pas denken zc weer aan school. Die is allang begonnen en de agent zegt: „Nou. voor deze ene keer en omdat mevrouw De Witte zo blij was. zal ik jullie naar school brengen.”
En zo gebeurt het. O. Dirk en Bert zouden toch wel willen dat ze nu even hun vader en hun moeder zagen, of alle kinderen van school of de meesters en dc juffrouws.
Daar zitten ze toch maar echt in een politic-auto. En de sirene gaat even heel hard cn het zwaailicht.... nou! Maalais ze bij school komen, is het daar heel stil en niemand ziet hoe Dirk en Bert uitstappen en hoe de agent voor hen op de bel drukt.... Ja. en dan gaan ze naar binnen en is alles voorbij!
Ze tikken op de deur. Ze mogen naar binnen en de juffrouw zegt: „Bert en Dirk. waar komen jullie vandaan? Hoe komen jullie zo laat op school? ”
Ja. en dan worden Dirk en Bert eerst even heel stil Waar moeten ze toch beginnen met vertellen....! Dan zegt dc juffrouw tegen de kinderen van dc klas: „Leg maar eens allemaal je pen neer. doe je armen maar eens over elkaar.”
En dan mogen Bert en Dirk eerst alles vertellen wat ze gezien en gehoord en beleefd hebben.
Daarna moeten de andere kinderen aan Bert en Dirk vertellen van die prachtige geschiedenis uil de Bijbel, die de juffrouw deze morgen vertelde van de Heere Jezus en de storm op zee.
Dan zegt Dirk: „O, dat heeft m'n vader vanmorgen na hel eten ook uit de Bijbel gelezen. Ik snap het al. Omdat het nu bij ons ook zo stormt natuurlijk.”
En de juffrouw zegt: „Straks zullen we dc Heere danken dat Hij voor ons allemaal heeft willen zorgen en ons zo veilig op school heeft willen brengen. Wat is de Heere nog weer goed voor ons. Denken jullie daar wel eens over na? ”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 maart 1990
Daniel | 32 Pagina's