JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Als een kind ergens anders wonen moet

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Als een kind ergens anders wonen moet

6 minuten leestijd

Jantien (16 jaar): "Vanmiddag ben ik bij mijn maatschappelijk werkster geweest. Er is nog steeds geen pleeggezin voor mij. Nu woon ik in een opvanggezin, maar daar moet ik over een maand weg. Ze zijn best aardig hoor, maar ze willen de hele dag met me praten, over school, m'n ouders, m'n vrienden enzovoort. Ze vragen dan hoe ik alles vind. Meestal weet ik dat niet. Dan ga ik maar snel naar m'n kamer. Volgende week moet ik met m'n maatschappelijk werkster met mijn ouders praten, over de problemen. Ze zullen mij wel weer de schuld geven, maar je moest eens weten wat er allemaal gebeurde thuis. M'n maatschappelijk werkster gelooft mij wel, denk ik...."
Ongeveer 9000 kinderen wonen in pleeggezinnen. Dit zijn gewone kinderen, maar ze hebben ongewone dingen meegemaakt en dat heeft indrukken achtergelaten. In het eenvoudigste geval van pleegzorg kunnen kinderen door ziekte van de eigen ouders tijdelijk niet meer thuis wonen. Meestal echter is er meer aan de hand. De oorzaak voor een pleeggezinplaatsing kan liggen bij de ouders, bij het kind of bij de relatie tussen hen beiden. Ouders kunnen door ziekte, verslaving, overspannenheid en dergelijke tijdelijk niet in staat zijn om hun kinderen op te voeden. Het is ook mogelijk, dat ouders sowieso het vermogen missen om kinderen te verzorgen en groot te brengen, door eigen handicap of eisen die de opvoeding hen stelt. Het kan ook voorkomen, dat kinderen gedrag vertonen, dat ouders niet meer kunnen hanteren. Door veel botsingen en spanningen kan de onmacht van ouders zo groot worden, dat zij verder geen uitweg meer zien. 
Veel kinderen die uit huis geplaatst worden zijn verwaarloosd. Een aantal van hen is ook mishandeld. Vaak is er tussen kind en ouder geen band gegroeid omdat het kind is afgewezen of te weinig aandacht heeft gekregen.
Al dergelijke achtergronden hebben invloed op het gedrag van kinderen. Soms hebben zij problemen op school, of zijn ze agressief of juist erg teruggetrokken. Veel kinderen uit probleemsituaties hebben er moeite mee om relaties aan te gaan. Hun vertrouwen in volwassenen is vaak minimaal. 
Een uithuisplaatsing geschiedt meestal pas na jaren van verdriet, hoop en wanhoop. Maar ondanks alle ervaringen uit het verleden blijft de emotionele verbondenheid met de ouders bestaan. Meestal willen ouders en kinderen regelmatig bij elkaar op bezoek. Het is daarom van belang dat pleegouders contact willen onderhouden met de natuurlijke ouders van hun pleegkind. Dit laatste is een essentieel verschil tussen pleegzorg en adoptie. Een pleegkind wordt nooit een eigen kind. Soms gaan pleegkinderen na jaren terug naar hun ouders en dan moeten pleegouders sterk genoeg zijn om hen weer los te laten.
"Onze buren hebben alweer een ander kind in huis. Ik begrijp niet waar ze aan beginnen. Vorige week stond er een vrouw in de straat te schreeuwen: "Denk maar niet dat het jouw kind is". Pas vertelde ze mij, dat ze het fijn vond om andermans kinderen op te vangen, maar dat deze jongen wel erg moeilijk was. Nou, dacht ik, je bent er toch zelf aan begonnen?"
Van pleeggezinnen wordt veel gevraagd. Ze moeten niet alleen zorgen voor tijdelijk onderdak, maar ook voor warmte, geborgenheid en duidelijkheid. Pleegouders moeten begrip op kunnen brengen voor situaties waarin kinderen en ouders terecht zijn gekomen en weg weten met vaak moeilijk en onbegrijpelijk gedrag. Pleegzorg vraagt van alle gezinsleden volledige inzet. Het is geen gemakkelijke, maar wel een boeiende taak, die ook voldoening kan geven. Omdat zowel kinderen als problemen erg van elkaar verschillen, bestaat er behoefte aan verschillende vormen van pleegzorg. Wij maken het onderscheid tussen vakantie-/weekendgezin, opvanggezin en pleeggezin.

Vakantie-/weekendgezin

Annemarie is 14 jaar. Ze woont in een tehuis. Ze gaat niet regelmatig naar haar ouders, maar weleens naar een weekendgezin. Kinderen willen soms even weg uit hun dagelijks leefsituatie. Tehuizen zijn dan op zoek naar vakantie-/weekendadressen waar een kind regelmatig heen kan. Vakantie-adressen worden ook gezocht voor kinderen uit gezinnen die onvoldoende mogelijkheden hebben om hun kind de hele vakantieperiode op te vangen. Ouders krijgen dan enkele weken rust om de opvoeding zelf weer ter hand te kunnen nemen.

Opvanggezin

Astrid (15 jaar): "Twee jaar geleden hertrouwde mijn vader. Ik maakte steeds ruzie met mijn stiefmoeder, daardoor ging het ook slecht op school. Toen ik met een slecht rapport thuis kwam, liet m'n vader me alle hoeken van de kamer zien. Ik ben weggelopen en naar een vriendin gegaan. Haar moeder heeft een maatschappelijk werkster gebeld en die heeft een gezin voor me gezocht. Ik kan hier een poosje blijven om wat tot rust te komen en te bedenken hoe het verder moet".
In noodsituaties komen jongeren soms van het ene op het andere moment op straat te staan. Dat betekent voor een opvanggezin dat ze vandaag gebeld worden om op dezelfde dag een jongere in huis le krijgen. Dit vraagt van een gezin erg veel flexibiliteit. In een periode van ongeveer een half jaar wordt gekeken of de jongere terug kan naar huis of dat er een andere oplossing gezocht moet worden.

Pleeggezin

"Arnold kwam vier jaar geleden bij ons, een klein bang jongetje van zes jaar. Als ik er nu aan terug denk komen er veel herinneringen boven. Deze zijn niet allemaal even prettig. Steeds weer komt zijn grenzeloze angst naar voren. Alle nieuwe situaties deden hem volledig in zichzelf terugtrekken. Hij werd een soort standbeeld: door niemand bereikbaar. Nu, vier jaar later, ontstaat enige verandering. Heel voorzichting kunnen we over dingen praten. En we hopen hem een klein beetje vertrouwen in het leven mee te kunnen geven".
Soms staat van tevoren vast, dat een kind of jongere voor langere tijd niet meer thuis kan wonen. Het is in deze situatie niet altijd duidelijk of de ouders ooit de opvoeding weer zelf aankunnen. Voor dergelijke kinderen wordt een pleeggezin gezocht, dat juist bij dit kind lijkt te passen. Pleegouders moeten over veel uithoudingsvermogen beschikken en teleurstellingen kunnen verdragen. Daarnaast is het van belang, dat pleegouders de vaak nare geschiedenis van het pleegkind en de mensen die daarin belangrijk zijn, kunnen respecteren. Het kind moet op zijn eigen wijze zijn afkomst, zijn ouders, in ere kunnen houden. Pas dan kan een relatie ontstaan, tussen kind en pleegouders, waarin een kind zich verder kan ontwikkelen. Deze uitdaging vraagt het vermogen om met een ander mee te kunnen denken en mee te kunnen leven. Naast verdriet en spanning kan dit voldoening en dankbaarheid geven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 maart 1990

Daniel | 32 Pagina's

Als een kind ergens anders wonen moet

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 maart 1990

Daniel | 32 Pagina's