Als een kind ergens anders wonen moet
Jantien (16 jaar): „Vanmiddag ben ik bij mijn maatschappelijk werkster geweest. Er is nog steecls geen pleeggezin voor mij. Nu woon ik in een opvanggezin, maar daar moet ik over een maand weg. Ze zijn best aardig hoor. maar zc willen de hele dag met me praten, over school, m'n ouders, m'n vrienden enzovoort.
Zc vragen dan hoe ik alles vind. Meestal weet ik dat niet. Dan ga ik maar snel naar m'n kamer.
Volgende week moet ik mei m'n maatschappelijk werkster met tnijn ouders praten, over de problemen. Ze zullen mij wel weer de schuld geven, maar jc moest eens weten wal er allemaal gebeurde thuis. M'n maatschappelijk werkster gelooft mij wel. denk ik...."
Ongeveer 9000 kinderen wonen in pleeggezinnen. Dit zijn gewone kinderen, maar ze hebben ongewone dingen meegemaakt en dat heeft indrukken achtergelaten. In het eenvoudigste geval van pleegzorg kunnen kinderen door ziekte van dc eigen ouders tijdelijk niet meer thuis wonen. Meestal echter is er meer aan de hand.
De oorzaak voor een pleeggezinplaatsing kan liggen bij dc ouders, bij het kind of bij de relatie tussen hen beiden. Ouders kunnen door ziekte, verslaving, overspannenheid en dergelijke tijdelijk niet in staat zijn om hun kinderen op te voeden. Het is ook mogelijk, dat ouders sowieso het vermogen missen om kinderen te verzorgen en groot te brengen, door eigen handicap of eisen die de opvoeding hen stelt. Het kan ook voorkomen, dat kinderen gedrag, vertonen, dat ouders niet meer kunnen
hanteren. Door veel botsingen en spanningen kan dc onmacht van ouders zo groot worden, dal zij verder geen uitweg meer zien.
Veel kinderen die uithuis geplaatst worden zijn verwaar-
loosd. Een aantal van hen is ook mishandeld. Vaak is er tussen kind en ouder geen hand gegroeid omdat het kind is afgewezen of te weinig aandacht heeft gekregen.
Al dergelijke achtergronden hebben invloed op het gedrag van kinderen. Soms hebben zij problemen op school, of zijn ze agressief of juist erg teruggetrokken.
Veel kinderen uit probleemsituaties hebben cr moeite mee om relaties aan te gaan. Hun vertrouwen in volwassenen is vaak minimaal.
Een uithuisplaatsing geschiedt meestal pas na jaren van verdriet, hoop en wanhoop. Maar ondanks alle ervaringen uit het verleden blijft de emotionele verbondenheid met de ouders bestaan. Meestal willen ouders en kinderen regelmatig bij elkaar op bezoek. Het is daarom van belang dat pleegouders kontakt willen onderhouden met de natuurlijke ouders van hun pleegkind. Dit laatste is een essentieel verschil tussen plccgzorg en adoptie. Een pleegkind wordt nooit een eigen kind. Soms gaan pleegkinderen na jaren terug naar hun ouders en dan moeten pleegouders sterk genoeg zijn om hen weer los te laten.
„Onze buren hebben alweer een ander kind in huis. Ik begrijp niet waar ze aan beginnen. Vorige week stond er een vrouw in de straat te schreeuwen: ..Denk maar niet dat het jouw kind is".
Pas vertelde ze mij. dat ze het fijn vond om andermans kinderen op te vangen, maar dat deze jongen wel erg moeilijk was. Nou, dacht ik. je bent er toch zelf aan begonnen? "
Van pleeggezinnen wordt veel gevraagd. Ze moeten niet alleen zorgen voor tijdelijk onderdak, maar ook voor warmte, geborgenheid en duidelijkheid. Pleegouders moeten begrip op kunnen brengen voor situaties waarin kinderen en ouders terecht zijn gekomen en weg weten met vaak moeilijk en onbegrijpelijk gedrag.
Pleegzorg vraagt van alle gezinsleden volledige inzet. Het is geen gemakkelijke, maar wel een boeiende taak. die ook voldoening kan geven.
Omdat zowel kinderen als problemen erg van elkaar verschillen, bestaat er behoefte aan verschillende vormen van pleegzorg. Wi j maken het onderscheid tussen vakantie-/ weekendgezin, opvanggezin en pleeggezin.
Vakantie-/weekendgezin
Annemarie is 14 jaar. Ze woont in een tehuis. Ze gaat niet regelmatig naar haar ouders, maar weieens naar een weekendgezin.
Kinderen willen soms even weg uit hun dagelijks leefsituatie. Tehuizen zijn dan op zoek naar vakantie-/weekendadressen waar een kind regelmatig heen kan. Vakantie-adressen worden ook gezocht voor kinderen uit gezinnen die onvoldoende mogelijkheden hebben om hun kind de hele vakantieperiode op te vangen. Ouders krijgen dan enkele weken rust 0111 de opvoeding zelf weer ter hand te kunnen nemen.
Opvanggezin
Astrid (15 jaar): ..Twee jaar geleden hertrouwde mijn vader. Ik maakte steeds ruzie met mijn stiefmoeder, daardoor ging het ook slecht op school. Toen ik met een slecht rapport thuis kwam. liet m'n vader me alle hoeken van de kamer zien. Ik ben weggelopen en naar een vriendin gegaan. Haar moeder heeft een maatschappelijk werkster gebeld en die heeft een gezin voor me gezocht. Ik kan hier een poosje blijven om wat tot rust te komen en te bedenken hoe het verder moet".
In noodsituaties komen jongeren soms van het ene op het andere moment op straat te staan. Dat betekent voor een opvanggezin dat ze vandaag gebeld worden om op dezelfde dag een jongere in huis le krijgen. Dit vraagt van een gezin erg veel flexibiliteit. In een periode van ongeveer een half jaar wordt gekeken of de jongere terug kan naar huis of dat er een andere oplossing gezocht moet worden.
Pleeggezin
„Arnold kwam vier jaar geleden bij ons. een klein bang jongetje van zes jaar. Als ik er nu aan terug denk komen er veel herinneringen boven. Deze zijn niet allemaal even prettig. Steeds weer komt zijn grenzeloze angst naar voren. Alle nieuwe situaties deden hem volledig in zichzelf terugtrekken. Hij werd een soort standbeeld: door niemand bereikbaar.
Nu. vier jaar later, ontstaat enige verandering. Heel voorzichting kunnen we over dingen praten. En we hopen hem een klein beetje vertrouwen in het leven mee te kunnen geven".
Soms staat van tevoren vast. dat een kind of jongere voor langere tijd niet meer thuis kan wonen. Het is in deze situatie niet altijd duidelijk of de ouders ooit de opvoeding weer zelf aankunnen. Voor dergelijke kinderen wordt een pleeggezin gezocht, dat juist bij dit kind lijkt tc passen. Pleegouders moeten over veel uithoudingsvermogen beschikken en teleurstellingen kunnen verdragen.
Daarnaast is het van belang, dat pleegouders de vaak nare geschiedenis van het pleegkind en de mensen die daarin belangrijk zijn, kunnen respekteren. Het kind moet op zijn eigen wijze zijn afkomst, zijn ouders, in ere kunnen houden. Pas dan kan een relatie ontstaan, tussen kind en pleegouders, waarin een kind zich verder kan ontwikkelen. Deze uitdaging vraagt het vermogen om met een ander mee te kunnen denken en mee te kunnen leven. Naast verdriet en spanning kan dit voldoening en dankbaarheid geven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 maart 1990
Daniel | 32 Pagina's