De storm
Ons vervolgverhaal deel 2
En daar loopt Dirk nu. Geen wonder dat hij zo vreemd loopt, zo voorovergebogen. Geen wonder dat hij niet kan rennen.... hij moet tegen de wind in. Dat valt niet mee.... soms, ja soms valt hij bijna omver.
Dan is hij bij het huis van Bert. Bert is zijn allerbeste vriend en elke morgen gaat hij hem ophalen om samen verder naar school te gaan. Ook deze morgen staat Bert al te wachten. Maar deze keer staat ook z'n moeder ernaast. Ze zegt: "Zou dat nu wel gaan in die storm, zo met z'n tweeën? Zal ik niet meegaan?"
"O nee, moeder; o nee, mevrouw, dat hoeft echt niel hoor, we komen er best! We doen heel voorzichtig, we kijken goed uit."
"Ja, maar" zegt moeder, "maar ja, jullie moeten toch maar samen.... Ik kan zusje toch ook niet meenemen in dit weer. Vooruit dan maar.... maar heel voorzicht hoor!" Dan gaan er twee jongens over de straat. Wat lopen ze vreemd.... Zo krom, zo voorovergebogen! Soms staan ze even stil.... soms vallen ze bijna over elkaar! En wat zien ze rood! Anders rennen ze altijd, maar.... dat gaat vanmorgen helemaal niet. Want het waait.... nee, het waait niet, het stormt! Opeens staan ze helemaal stil en Bert kijkt naar Dirk en Dirk naar Bert en Dirk zegt: "Hoorde jij ook wat...? "
"Ja" zegt Bert, "ik hoor wat, ik hoor een raar geluid.... Wat zou dat zijn? Ik vind het eng, kom, 't is hier zo donker, laten we maar vlug doorlopen."
Maar Dirk zegt: "Nee, even wachten, even kijken, je weet nooit.... Luister eens.... 't Komt daar vandaan, van die kant van de weg.... Kijk eens, daar.... oh, ook al allemaal omgewaaide bomen. Kijk eens wat een takken....! Zullen we oversteken, kom...!"
"Ja maar, nou, ja maar, moeder zei.... Nou goed dan, even maar", zegt Bert, "maar dan weer vlug verder..." "Nou, kom dan", zegt Dirk. Vlug steken ze over. Voorzichtig, een beetje bang, stappen ze tussen wortels en takken en stenen en staan dan stil.
"Ja, nu hoor ik het weer. Joh, hoor het lijkt wel een dier. Het is vast een dier in nood...!", zegt Dirk. "Laten we eens over die grote boom stappen, houd me eens vast."
"Zie je niks?"
"Nee, niks, o maar wacht even, ja, ik zie toch wat! Daar.... o kom eens Bert, ja, 't is een dier! Zie je daar dat wit en dat bruin."
En dan zien ze tussen de takken en de bladeren twee ogen. Twee bruine, angstige ogen. En ze horen een klagend geluid.
„Joh, Dirk, 't is een hond. Een echte! Doe jij die tak eens opzij, oh kijk eens, allemaal bloed. O wat eng, hondenbloed... Kijk daar, z'n poot zit vast. Help eens, Dirk...."
"Ja joh, maar 't gaat niet, die poot zit muurvast...."
"O, au, nou doe ik m'n hand zeer, o, au...! O help Bert, ik zak weg in een kuil, help me, Bert! O, au... au...!"
Dan horen ze achter zich een sirene, ze zien een blauw licht flitsen... Politie...! En ze horen een stem: "Hé, wat moeten jullie daar.... Hé, daar achter die boom, levensgevaarlijk! Zijn jullie nu helemaal mal geworden. Moeten jullie die boom daarachter je over je heen krijgen.... die knakt al bijna om.... He, hier jij, wegwezen en jij, kom eens hier. En 't is toch allang tijd om op school te zitten. Dat mag helemaal niet, twee jongens van jullie leeftijd nou nog op straat...."
"O maar meneer agent, er zit een hond.... Hij zit vast en ik zit ook vast in een kuil... O agent, help toch...."
En Bert zegt: "Ja agent, we kunnen er niks aan doen, we willen helpen, er is een dier in nood. O agent, die hond trilt zo en z'n poot bloedt...."
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 maart 1990
Daniel | 32 Pagina's