De storm
Er loopt een jongen over de straat. Wat loopt hij vreemd.... Zo krom en zo voorovergebogen! Soms staat hij even stil om z'n muts over z'n oren tc trekken. En.... wat ziet hij rood!
Anders rent hij altijd, maar.... dat gaat vanmorgen helemaal niet. Want het waait nee het waait niet. het stormt! Ontzettend, wat een storm.... Vanmorgen toen hij wakker werd. hoorde hij alleen maar geluid! Het geluid van wind, het tikken van takken tegen de ramen van de slaapkamer, gerinkel.... toen weer een harde klap. toen weer.... het was overal een vreselijk lawaai. Ja, en toen riep moeder beneden aan de trap: „Dirk. eruit, 't is tijd. je moet naar school. Kom. vlug, het stormt!"
Vlug was hij eruit gegaan, naar beneden cn in dc kamer stond moeder, die zei: „Goedemorgen Dirk. kom nou toch eens naasi me staan, kijk eens door het raam...." Dirk keek.... en wat hij toen zag.... hun oude kastanjeboom stond.... nee, niet zoals altijd precies voor hun raam. maar de hele boom lag dwars over de tuin met de top van de takken legen de schuurdeur. Omver gewaaid door de wind. Je kon zomaar het binnenste van de boom zien. want de stam was doormiddengeknakt. Dirk zag vader in de tuin bij de boom. Die keek hoe hij die boom opzij kon krijgen....
„O", zei moeder, „vader wil natuurlijk proberen om z'n fiets uit dc schuur te pakken. Nou. dat zal niet meevallen!" Hc. daar kwam ook de buurman erbij en wat stond die te wijzen naar zijn eigen tuin'? Dirk keek ook en.... wat zag hij tussen het gras in de tuin'? Allemaal oranje stukken, o, hij snapte het al.... allemaal dakpannen. In stukken! Moeder zei: „Ze mogen wel oppassen, dat ze ook nog niet een stuk op hun hoofd krijgen...."
Wacht, daar kwam vader binnen en die riep: „De buurman zei: 't was windkracht 12 vannacht, een orkaan! Er zijn veel ongelukken gebeurd.... Tsjonge, jc zou er bang van worden..." En toen was het hoog tijd om te gaan eten. Na het eten pakte vader de Bijbel en zei: „We zullen lezen over Jezus stilt de storm." En vader las:
„En Hij opgewekt zijnde, bestrafte de wind, en zcide tot de zee: Zwijg, wees stil! En de wind ging liggen, cn er werd grote stilte. En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij zo vreesachtig? Hoe hebt gij geen geloof? En zij vreesden met grote vreze, en zeiden tot elkander: Wie is toch Deze. dat ook de wind cn de zee Hem gehoorzaam zijn? "
Toen ging vader danken, maar hij ging ook bidden. Vader vroeg aan de Heere of Hij hen wilde bewaren op de weg naar school en haar 't werk. Dat er geen ongeluk zou gebeuren. Dat zc niet plotseling zouden moeten sterven onderweg. Maar of de Heere hen nog de tijd wilde geven om een nieuw hart te krijgen.... „Heere, wilt U dan Zelf nog van U leren door Uw woorden uit dc Bijbel en door Uw Heilige Geest." En toen was het voor Dirk echt tijd om naar school te gaan.
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 maart 1990
Daniel | 32 Pagina's