"Met kinderen omgaan, houd je jong"
Waarom kiest iemand voor een studie aan de PABO? Hoe komt het dat de laatste jaren steeds minder jongens aan de opleiding voor leerkracht basisonderwijs beginnen? Is het eigenlijk wel zo ideaal om een getrouwde vrouw als juf te hebben? En hoe moet het als er (bijvoorbeeld over een tiental jaren) geen geschikte mannelijke sollicitanten meer zijn voor een directeursfunctie? Over deze en andere vragen hebben we een gesprek gehad met ir. M. Houtman.
U bent directeur van de PABO. Wat betekent de afkorting PABO?
De aanduiding PABO betekent pedagogische academie voor het basisonderwijs. Vóór 1985 bestond er een opleiding voor kleuterleidsters en een pedagogische academie waar onderwijzers en onderwijzeressen voor de lagere school werden opgeleid. Sinds de basisschool bestaat, kennen we geen aparte opleidingen meer.
Kunt u iets vertellen over de inhoud van de opleiding?
Twee dingen krijgen de nadruk in de opleiding. Ten eerste willen we hier de mensen binnen vier jaar de nodige kennis en vaardigheden bijbrengen om op een goede manier onderwijs te geven aan kinderen van de basisschool. Concreet betekent dit dat je behoorlijk moet studeren voor de inhoud van een aantal vakken en dat je ervaringskennis opdoet door stage te lopen in de praktijk. Het tweede is een net zo belangrijk aspect. We streven ernaar dat de mensen die hier studeren in die vier jaar ook volwassen worden. Daarom stellen we in ons programma een verscheidenheid aan onderwerpen aan de orde. Dit varieert onder andere van themadagen gericht op de identiteit van onze gereformeerde gezindte tot kennismaking met een stuk maatschappelijke zorg, medische ethiek en moderne literatuur.
In advertenties kom je steeds vaker de aanduiding Hogeschool 'De Driestar' tegen. Wat wordt daarmee bedoeld?
We doen meer dan voor het basisonderwijs opleiden. Hier in Gouda leiden we ook op voor een aantal vakken voor het voortgezet onderwijs. Het gaat om de opleiding voor leraar Engels, Nederlands, wiskunde en pedagogiek. In september gaan we zelfs starten met een opleiding geschiedenis. Wij denken dat die opleidingen toch wel wat meer bekendheid zouden moeten krijgen. Er zijn ook heel wat mogelijkheden buiten het onderwijs waar deze studies een hele goede opleiding voor vormen. Bijvoorbeeld voor beroepen in de verzorgende sector, het jeugdwerk en het bedrijfsleven.
Wat beweegt jongeren om voor de PABO te kiezen?
Ik denk dat iedereen die hier komt belangstelling voor kinderen heeft of vermoedt dat 'ie dat heeft. Ik vind dat dat ook het enige gezonde motief is om aan een PABO-opleiding te beginnen.
Welke vooropleiding heb je nodig om naar de PABO te gaan?
De vooropleiding die nodig is, is de HAVO of VWO of een drie-jarige MBO-opleiding. Dat zijn de wettelijke vereisten. Het kan wel zijn dat we bij iemand die een meeromvattende vooropleiding genoten heeft, kijken of er vrijstellingen mogelijk zijn. Hij of zij begint dan in principe wel in de eerste van de PABO. Voor mensen van 21 jaar en ouder geldt een andere toelatingsregeling. Voor deze groep starten we het komende jaar ook een avondopleiding.
Om op de PABO toegelaten te worden, wordt wiskunde een verplicht examenvak. Wat vindt u daarvan?
Dat vind ik eigenlijk wel een goede zaak. Met name omdat het rekenen in het basisonderwijs erg belangrijk is. Het nut van wiskunde voor de PABO is niet zozeer dat je allerlei ingewikkelde dingen kunt uitrekenen zoals die op een HTS of een HEAO nodig zijn, maar dat je wel gestructureerd, logisch leert denken en met name die aspecten zijn voor het onderwijs heel erg belangrijk. Dat is ook de achtergrond van het feit dat wiskunde van iedere HAVO-leerling verplicht wordt. Het is dan gelukkig wel een ander wiskundeprogramma dan het huidige.
Uit uw antwoord zou je dus op kunnen maken dat leerkrachten die geen examen in het vak wiskunde gedaan hebben, niet geleerd hebben gestructureerd te denken?
Wiskunde is natuurlijk niet het enige vak waarbij logisch denken plaatsvindt. Als je je bij Nederlands met grammatica bezig houdt, moet je evenzeer gestructureerd kunnen denken als in de wiskunde. Ik denk alleen dat wiskunde een extra vorm van oefening is in je manier van denken.
Steeds minder jongens kiezen voor een baan in het onderwijs. Wat kunnen hiervoor mogelijke oorzaken zijn?
Ik denk dat één van de oorzaken is dat er ook de laatste 10 jaar voor jongens veel meer mogelijkheden gekomen zijn op het gebied van het hoger beroepsonderwijs. Vroeger had je de kweekschool en de HTS of je ging naar de avondschool en daarmee had je het ongeveer gehad. Daar komt bij dat de maatschappelijke status van leerkracht basisschool duidelijk minder is dan vroeger. Daarnaast is het basisonderwijs wat aan het vervrouwelijken. Dat geeft toch een wat ander beeld van de man in het basisonderwijs. Je zou kunnen spreken van een soort spiraalwerking. Doordat je dat beeld hebt, gaan er minder jongens naar de PABO, met als gevolg dat het nóg meer vervrouwelijkt en dat er nóg minder jongens naar toe gaan.
Dit betekent dat verhoudingsgewijs meer vrouwen voor de klas staan. Hoe kijkt u hier tegenaan?
Ik vind het voor het opgroeien van het kind heel belangrijk dat er op één of andere manier een evenwicht aanwezig is. Dat zowel mannen als vrouwen dienst doen als identificatiefiguur. Ik denk dat dat ook een natuurlijk scheppingsgegeven is, omdat het ook in gezinnen zo voorkomt. Het kind heeft een vader én een moeder. Beiden hebben trekken waar een kind wat van overneemt of zich mee identificeert en wat bepalend is voor de hele ontwikkeling van het kind. Als je ervan uitgaat dat onderwijs een behoorlijk stuk van de opvoeding is, dan is er veel voor te zeggen dat in het onderwijs die man-vrouw verhouding niet al te zeer moet scheef groeien. Daarbij moet je wel bedenken dat een soort wetmatigheid van: als het anders is dan gaat het fout, niet altijd opgaat. Er zijn ook één-oudergezinnen waar de opvoeding misschien wel beter plaatsvindt dan in menige twee-oudergezinnen. Toch zal niemand een éénoudergezin als ideaal zien.
De praktijk leert dat vervrouwelijking van het onderwijs veel verloop met zich meebrengt. Heeft dit consequenties voor de leerlingen?
Dat hoeft geen consequenties te hebben voor de leerlingen mits dat verloop geconcentreerd is op de zomervakanties. Het wordt anders als er door allerlei verschuivingen in één jaar verschillende leerkrachten voor één groep staan. Zeker als deze heel verschillend zijn in hun manier van lesgeven. Het gaat dan vaak ten koste van de zwakke leerlingen. Ze missen een stuk begeleiding die ze juist zo nodig hebben. En die begeleiding kan pas goed tot zijn recht komen als in een school ook voldoende continuïteit aanwezig is.
Wegens gebrek aan personeel wordt steeds vaker een beroep gedaan op getrouwde vrouwelijke leerkrachten. Hoe vindt u dat?
De vrouw moet de principebeslissing hierover binnen haar gezin nemen. Als zij naast de verplichtingen in haar gezin toch ruimte heeft om voor de klas te staan, dan is dat uiteraard mogelijk. Zij moet zich wel realiseren dat een functie in het onderwijs je voor een behoorlijk deel ook opeist, ook buiten de lesuren. Helaas gebeurt dit niet altijd. Er zijn stagescholen waar ik kan zien dat moeder voor de klas staat. Gewoon omdat er dezelfde prenten hangen als twee jaar terug. Je vreest dan dat er voor wat extra aandacht voor de klas en de individuele kinderen ook niet altijd voldoende tijd zal zijn.
Gaat dit niet ten koste van het principe dat de vrouw in haar gezin hoort te zijn?
Ik denk dat je inderdaad kunt zeggen dat een vrouw in de eerste plaats haar roeping heeft in het gezin. Het is opvallend dat voor veel schoolbesturen dit principe ineens niet meer zo zwaar weegt als blijkt dat de getrouwde vrouwen echt nodig zijn. We moeten natuurlijk wel reëel zijn. We hebben er ook nooit problemen mee als huismoeders bij het bedrijfsleven betrokken zijn, zoals op de boerderij of in de winkel. Ik vind dat een vrouw, samen met echtgenoot en kinderen, moet bepalen wat ze doet met de tijd die ze over heeft. En of ze deze tijd nu vult met vrijwilligerswerk, winkelen, bij oma op visite gaan of voor de klas staan, dat maakt voor mij geen verschil.
Wat vindt u ervan als een vrouwelijke leerkracht de functie van directrice of adjunct-directrice bekleedt?
Op kleuterscholen is het nooit anders geweest. Ik heb er begrip voor als een bestuur zegt dat ze bij een gemengd gezelschap primair zoekt naar een man wanneer een directeur nodig is. Wat betreft de man-vrouw verhouding is een bepaalde gedragslijn aanwezig waar je in dat soort situaties rekening mee mag houden. Wat niet wil zeggen dat je daar principes van moet maken. Je hoeft niet geschikt te zijn voor directeur vanwege het feit dat je een man bent. Daar komen andere eigenschappen voor kijken. Je doet het onderwijs schade wanneer je een man met ontoereikende capaciteiten directeur maakt, terwijl er een vrouw is die wel de nodige capaciteiten heeft.
Kunt u uw mening bijbels funderen?
Ik zie in de Bijbel geen voorschriften dat vrouwen geen leidinggevende posities mogen innemen. Als voorbeeld kan Lydia genoemd worden die waarschijnlijk economisch zelfstandig functioneerde en een leidinggevende positie had. Aan de andere kant is er in de Bijbel een bepaalde lijn te vinden ten aanzien van de man-vrouw-relatie. Hieruit kun je afleiden dat het leidinggevende accent meer bij de man past en het verzorgende meer bij de vrouw. Opvallend is dat er talloze voorbeelden in het maatschappelijke leven binnen onze gezindte zijn waar we een vrouwelijke directiefunctie allang geaccepteerd hebben, bijvoorbeeld in de verzorgende sector. Ik zie niet in waarom dat in een basisschool niet zou kunnen.
Hoe zouden jongeren, en dan met name jongens, gemotiveerd kunnen worden om naar de PABO te gaan?
Ik denk dat ze zich moeten realiseren dat werken in het onderwijs een geweldig mooi werk is. Je gaat met mensen om. Dit heeft een duidelijke meerwaarde boven het omgaan met materialen en techniek. Zeker het omgaan met kinderen heeft een stuk spontaniteit waar je jong bij blijft. Ook moeten ze zich realiseren dat je op de PABO een brede algemene ontwikkeling meekrijgt en leert met mensen om te gaan. Dat zijn kwaliteiten die voor het functioneren binnen en buiten het onderwijs verrijkend zijn en van groot belang.
Heeft u nog een slotopmerking voor de lezers van ons blad?
Luther heeft eens gezegd: "Waarom leven we eigenlijk anders dan om kinderen op te voeden?" Hij geeft daarmee eigenlijk aan dat je als mensen niet in de eerste plaats voor jezelf moet leven, maar dat je staat in de lijn van de geslachten. En dat je in die lijn van de geslachten iets door te geven hebt. namelijk het Woord van God. Dit is de essentie van het opvoeden. Dit betekent dat je als leerkracht identificatiefiguur voor kinderen bent, waarbij je voor het geestelijk welzijn voor kinderen een hele grote rol vervult. Dat is niet eenvoudig. Maar eigenlijk is er geen mooier beroep.
M.J. Heyboer
A.M. Hoogendijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 februari 1990
Daniel | 32 Pagina's