Uit het dagboek van een lerares
In het onderstaande artikel geeft een lerares van een middelbare school weer wat zij in haar baan zoal tegenkomt. Enkele fragmenten uit een dagboek.
Maandag
Weer een nieuwe schoolweek, 's Morgens, zoals gewoonlijk, de weekopening met alle kollega's. Een waardevolle gewoonte is dat: je belijdt zo. ook voor elkaar, dat je je taak niet in eigen krachl hoeft te doen. Ook voor de leerlingen geldt dat: er wordt in het bijzonder voor de leerlingen uit de examenklassen gebeden, die deze week tentamens hebben.
Zo'n week brengt altijd een bepaalde spanning met zich mee: voor de leerlingen, bij wie de spanning vaak van de gezichten valt af te lezen, maar ook voor de docenten, die meestal net zo benieuwd zijn naar de resultaten. Het schoolonderzoek is dan ook hèt onderwerp van gesprek vandaag.
Dinsdag
Na een lange lesdag van achl lesuren kom ik beneden in de personeelskanten Verschillende kollega's zitten er nog na te praten: altijd een gezellige afsluiting van een schooldag. Er blijkt net nog telefoon voor mc geweest te zijn. Nog even terugbellen: een gesprekje over de begeleiding van een mentorleerling.
Half vijf. Als ik m'n jas aantrekt, komt er net een kollega aanlopen, die vanmiddag nog een vergadering op school gehad heeft. Hij ziet er moe uit. Even een praatje. Hij staat nu al voor het negende jaar voor de klas. maar vertelt geen avond vrij te hebben. „Soms zuigt het je echt leeg", zegt hij. Wc praten even door. Elke baan heeft z'n schaduwkanten, en er zijn veel banen waarbij mensen meestal 's avonds ook nog druk bezig zijn.
En tenslotte zijn wc het er toch over eens dat we liever met mensen werken dan met papieren! Het kan je echt voldoening geven als je merkt dat je les goed overkomt, dat je kontakt hebt met je leerlingen of dat er betrokkenheid is bij een dagopening. Zeker als het over wezenlijk belangrijke dingen gaat, is het fijn als je aandacht voelt.
Dat zijn zondermeer dc fijne kanten van deze baan.
Wc gaan naar huis. Nog snel even boodschappen doen en koken.
Kwart voor zeven heb ik me geïnstalleerd met m'n boeken. Eerst maar m'n literatuurles voorbereiden.
Kwart over zeven gaat de bel: een vriendin die even langskomt. Even bijpraten. Nog twee telefoontjes deze avond: een kollega die belt over een repetitie. „Hoe zullen we 'm rekenen? " Dit telefoontje wordt besloten met: „Jö, ik hang op. "k Heb m'n huiswerk nog niet af!" Daarna belt nog de moeder van een mentorleerling, over de ziekte van haar zoon. Half tien: ik heb m'n lessen voorbereid. Nu de korrcktic nog.
Woensdag
Geen vlotte start vandaag: 't was laat gisteravond, eigenlijk te laat. Je merkt goed dat je niet optimaal reageert als je je niet 100% fit voelt.
Vanaf hel derde uur gaat het soepeler: van een les in de brugklas doe je zelf gewoon weer energie op. Het is een spontane, gezellige groep, die ook vandaag weer enthousiast reageert op een nieuwe opdracht. Na de les blijven er nog een paar plakken: even vertellen hoe ze zoiets bij de meester van groep acht moesten doen.
Gezellig: leuke baan is dit toch, vooral door die kontakten met leerlingen. De vrjfdeklassers die inmiddels binnengekomen zijn. kijken wal spottend naar de „brugsmurljes". Met hen heb je weer een heel ander kontakt. Ook leuk. maar op een heel andere manier, "s Middags nog even met een kollega mee op de koffie, ondanks een lichte gewetenswroeging: er liggen nog drie repetities te wachten, waar morgen nog eens twee grote bijkomen.
En er moeten nog acht lesuren voorbereid worden. Maar goed, je moet ook voor de dingen buiten school eens tijd durven vrij te maken. Na het eten thuis werk ik m'n korrektie weg. zodat ik m'n handen vrij heb voor de repetities die cr morgen weer bijkomen.
Daarna lees ik het bijbelgedeelte door dat morgen bij de dagopening gelezen moet worden. Vooraf bedenk ik altijd wat ik over zo'n gedeelte zal zeggen, hoe ik het in de klas toelichten ga.
Als afsluiting van de dag voorzie ik nog even twee diary's van een gedichtje. Inmiddels is het één uur. Ik vind het voor vandaag wel weer genoeg geweest. Eigenlijk had ik nog twee stukjes moeten schrijven, maar dat moet toch nog maar even wachten....
Hoe zei Ida Gcrhardt het ook al weer? „Mijn prachtige, mijn hondse baan"...
Vaak ligt het accent op hel eerste deel. maar vanavond neig ik toch over tot de tweede omschrijving
Donderdag
Vandaag krijg ik een briefje van een leerlinge die vorig jaai van school i> gegaan: aardig om te merken dat het ' kontakt bli|kbaai nog niet helemaal verdwenen is.
s Avonds telefoongesprckje met een studiegenote, die dit jaar voor het eerst lesgeeft. Moeilijk vindt ze het.
eigenlijk valt het erg tegen. Ik vertel haar iets over m'n eigen eerste stappen op het docentenpad.
Nü heb ik plezier en voldoening in m'n werk, maar het eerste jaar heb ik me vaak afgevraagd of dil nu de baan was die ik wilde. Zeker in het begin is het zo veeleisend, en staat er vaak nog maar weinig werkvreugde tegenover. Jc vraagt je dan wel eens af of je voor dat alles nu al die jaren gestudeerd hebt...
Gelukkig verdwijnt dat gevoel naarmate je meer ervaring krijgt. Eigenlijk zou ik nu niets anders meer willen!
Vrijdag
De laatste schooldag van deze week alweer. De weken vliegen voorbij. Om drie uur loop ik de supermarkt binnen, gelijk mei een vage kennis.
„Zo. je hebt ook al weer vrij. Die leraren hebben toch maar een lekker baantje, hè? F.en zee aan vrije tijd!" „Tja", is mijn antwoord, „zo heeft elke baan z'n leuke kanten!" En ik meen het nog ook. want mijn beroep heeft zeker leuke en mooie kanten, dat is zondermeer waar. Maar die liggen toch meestal wel op een ander gebied dan wel eens gedacht wordt!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 februari 1990
Daniel | 32 Pagina's