Herodessen sterven, Jezus leeft!
Impressie van een reis naar Roemenië
Snelle ontwikkelingen
Op de avond van nieuwjaarsdag begonnen we aan deze lange, vermoeiende, intensieve, maar ook indrukwekkende reis. Een cabine van een vrachtwagen is een niet alledaagse ruimte voor mij. Daarbij kwam nog, dat mijn zoon me vergezelde, zodat we om de beurt wat ongemakkelijk moesten zitten. Het ongerief namen we echter voor lief, want het doel van onze reis vergoedde veel.
Met spanning hadden we in de dagen voor ons vertrek de nieuwsberichten gevolgd. Telkens verbaasden we ons weer over de grote snelheid, waarin de gebeurtenissen in Roemenië elkaar opvolgden. Dat er ook in dit land wat zou gaan gebeuren, was te verwachten, als we kijken naar de gebeurtenissen van het laatste halfjaar in Oost-Europa. Maar dat alles zich in deze topsnelheid zou ontwikkelen, had niemand verwacht. Met alle ontwikkelingen van de laatste dagen in het achterhoofd en de nodige nieuwsgierigheid naar het wel en wee van onze contaktpersonen, gingen we op pad.
Feest aan de grens
Van slapen komt niet zoveel in zo'n week. 's Avonds laat de wagen op een parkeerplaats neerzetten en de andere morgen bij het krieken van de dageraad weer weg, was ons leven in die paar dagen. Onderweg kwamen we de eerste "terugkomers" luid toeterend tegen. Je komt al met al toch wel in een bepaalde roes terecht. Dat wordt nog eens versterkt als je aan de grens (de Hongaars-Roemeense) komt. Tot voor kort was het de meest grimmige grens van Roemenië. Zes wachturen waren heel normaal, een chagrijnige behandeling behoorde tot het menu, een uiterst strenge controle stond van te voren vast. Als je niet anders gewend bent dan dit, wrijf je toch wel even je ogen uit. Wat vroeger beslist niet mogelijk was, kon allemaal: we mochten foto's maken, zelfs vanaf de wachttoren. De videocamera's werden gericht op de - bijna te - vriendelijke douaniers. Met de vingers tot een V-teken verheven, wilden ze op de foto. We kregen de Roemeense vlag aangereikt, waar de communistische herkenningstekens uitgeknipt waren. Linten met de Roemeense driekleur werden ons om de armen gebonden. Aan de grens (Oradea) waar het anders zo angstig stil was en waar men alleen maar het geluid van blaffende honden en snauwende douanebeambten hoorde, was het nu feest.
V-teken
De visa waren in korte tijd in orde bevonden, de slagbomen werden geopend en voorop in het konvooi reden we Roemenië binnen. Een merkwaardig konvooi: naast de Nederlandse wagens, waren er Fransen, Westduitsers, maar ook Oostduitsers. Voorop onze wagen hadden we dus de onttakelde Roemeense vlag, maar ook een Rodekruis-vlag, die we van een ander Nederlands team hadden gekregen. We waren, wat het doel van onze komst betreft, dus direct herkenbaar. Die rit door Roemenië zal nog lang in mijn geheugen blijven leven: overal langs de route uitgelaten zwaaiende mensen. Het V-teken heb ik nog nooit zo massaal gezien als op die dag (woensdag 3 januari 1990). Ik begreep even hoe onze bevrijders in 1945 dit ervaren moeten hebben.
Over besneeuwde wegen
Tot ongeveer 50 kilometer voor Cluj (aan de grens werd overigens deze naam niet meer genoemd, men sprak over Colosvar, de oude Hongaarse naam voor deze stad, of Klausenburg zoals zij in het Duits genoemd werd) was de weg goed bereikbaar, maar toen reden we de Karpaten in, waar hellingen van 10% heel normaal zijn. En dan 22.500 kg. mee naar boven sjouwen, dat betekende nog al eens in de slip zitten. Vooral bij Cluj werd het moeilijk. We gingen stapvoets naar boven en eerlijk gezegd, was er ook een zucht naar Boven of we er mochten komen. De stad ligt rondom in de bergen en het duurde dan ook lang voordat we haar gepasseerd waren. Toch leidde deze tocht ons in gedachten naar Psalm 125, waar gesproken wordt over een andere stad (Jeruzalem), die tussen de bergen ligt. Vooral aan het vervolg van die tekst moest ik denken: "alzo is de Heere rondom Zijn volk". De gevaarlijke afdaling mochten we zonder ongelukken maken, hoewel we nog wel even de sneeuwkettingen moesten aanleggen. Het was tegen half negen, toen we Tirgu Mures binnenreden. Deze stad ligt midden in Transsylvanië (oorspronkelijk behorend tot Hongarije) waar we de meeste contacten hebben. Juist in deze dagen bleek ook weer hoe goed het is om mensen aldaar persoonlijk te kennen. Het Rode Kruis zat met de handen in het haar, omdat het in de hulpverlening afhankelijk was van het Roemeense Rode Kruis, dat organiseren op dat moment nog leren moest.
„Sie sind die Antwort"
Dominee Bustya was bijzonder verheugd over onze komst. "Sie sind die Antwort", zo begroette hij ons. En toen kwam zijn verhaal: een paar dagen voordat wij kwamen, had men een gedeelte van een vracht in Tirgu Mures gelost. Bij de verdeling van de goederen bleek, dat er een paar honderd mensen onverrichterzake teruggestuurd moest worden. En dat is verschrikkelijk. Het had dominee Bustya dan ook erg veel moeite gekost om deze mededeling te doen. Hij had echter vrijmoedigheid te zeggen, dat hij geloofde, dat er de volgende morgen weer voedsel zou zijn. Op aandringen van - zelfs - militairen, politieagenten, maar ook gemeenteleden hadden ze samen gebeden, midden op straat, om uitkomst en ziedaar "Sie sind die Antwort". Gode zij dank.
De revolutiedagen
In het lange gesprek dat volgde, vertelde hij ons iets over de revolutiedagen in Tirgu Mures: 16 doden had de stad te betreuren. Vergeleken bij andere steden waren het er niet veel, maar wat zijn getallen. Het gaat hier om 16 individuen, 16 personen, 16 mensen die voor God moesten verschijnen. Onder die 16 was ook een meisje van 18 jaar, dat lid van de gemeente van ds. Bustya was. Ze was in Sibiu (dat nu ook consequent Hermannstadt wordt genoemd) en werd daar door een securitist in de schouder geschoten. Een grote, doch niet dodelijke wond ontstond. Maar de in het nauw gedreven aanhangers van Ceausescu vernielden alles, dat nog maar enigszins nuttig kon zijn, zoals ook het bloedplasmacentrum. Het gewonde meisje kon dus geen bloed meer toegediend krijgen, zodat ze doodbloedde.
Schrikbarende tijden achter de rug
"Het was een wonderlijk kerstfeest", aldus ds. Bustya. Op onze vraag, waarover hij gepreekt had, antwoordde hij, dat het een gedeelte was, waarover hij nog nooit eerder had gesproken: de kindermoord van Bethlehem. Een huiveringwekkend thema in huiveringwekkende dagen. Herodessen (en dus ook de Ceausescu's) sterven. MAAR JEZUS BLIJFT!! En met Jezus mag de kerk verdergaan en met Hem kan de kerk ook verder. Schrikbarende tijden zijn achter de rug. Niet alleen tijdens de kerstdagen, maar ook in de jaren daarvoor. Niemand te kunnen vertrouwen! Wat een leven! "Ik wist, dat ik geen collaborateur was, maar van mijn collega's kon ik het alleen maar hopen. Het is me meer dan eens overkomen, dat ik boeken die ik van jullie ontvangen had, doorgaf aan collega's, in wie ik erg veel vertrouwen had en dan bleek toch, dat ze de Securitate op de hoogte gebracht hadden en dan mocht ik voor de zoveelste keer me weer melden. Maar dit is nu allemaal gelukkig voorbij", zo liet de dominee ons weten.
Herodessen ook in de kerk
In de kerk was sinds de revolutie ook al een en ander veranderd. Pap Laszlo, de collaborerende bisschop van Oradca was gevlucht. De bisschop van Cluj had ontslag genomen. Onbegrijpelijk dat dit soort mensen in dienst stonden van de vijanden van het christendom. Jarenlang maakten deze bisschoppen de dienst uit in de Hongaarse kerken van Roemenië en deden ze met hun predikanten, wat ze wilden. De lastigen werden weggepromoveerd (denk aan het recente voorbeeld van ds. Tökes, maar ook ds. Visky en anderen ondervonden dit). De Herodessen waren dus ook in de kerk, maar ze vergaan. Gelukkig, Jezus blijft! Met Hem komen we niet bedrogen uit. Hij zal Zijn kerk in stand houden, dwars door de verdrukking heen.
Hartverwarmend welkom
Het was alweer 11 uur, Roemeense tijd 12 uur, toen we ons te slapen legden. Reyer, onze chauffeur, wilde persé in de vrachtauto slapen, die prima bewaakt werd door een paar soldaten. We werden donderdagmorgen vroeg gewekt om aan het belangrijkste deel van onze taak te beginnen. Vooraf kregen we een sober ontbijt. Toen we tegen achten bij de kerk aankwamen, stond er een paar honderd mensen op ons te wachten. Een hartverwarmend welkom. De meesten van hen moesten wachten tot elf uur voordat de distributie begon. Anderen hielpen met het uitladen van de vrachtwagen. Vooraf maakten we een sightseeing door het oude kerkgebouw. Drie huiskamers en een grote keuken, waarin zich 's zondags driemaal een kleine tweehonderd mensen verzamelden. De meesten konden alleen maar de stem van de dominee horen. Gelukkig werd een paar jaar geleden toestemming ontvangen voor nieuwbouw, waarmee gemeenteleden sindsdien hard bezig zijn. De keuken zou vanmorgen dienstdoen als distributiecentrum. Twee ketens van ieder zo'n twintig man vormden zich om de bijna 23 ton uit te laden.
Distributie
Op de bouwplaats stonden de mensen te wachten. Onder hen waren ook veel opdringerige zigeuners. Zij stonden vooraan. Ds. Bustya had de moed en de vrijmoedigheid niet ze weg te sturen. Hij verdedigde zich met: "Doe wel aan allen, in het bijzonder aan de huisgenoten". Met hun identiteitskaart ging een ieder naar het kantoortje (waar de predikantsvrouwe zat) om daar een kaartje in ontvangst te nemen. Op grond van dit kaartje konden ze dan hun voedselpakket afhalen. Tegen elf uur was het zover. Vijf bij vijf kwamen ze binnen. De tassen (dozen) werden gevuld en met dankbare blikken in de ogen verlieten ze de kerk. Een opkomend superieur gevoel moest ik onderdrukken, want wie ben ik? Ik deed toch alleen maar m'n plicht?!
De terugweg
We moesten weer weg,om voor de zondag thuis te kunnen zijn. Nog even een paar afspraakjes repeteren: 1. We komen, als God het geeft, terug. 2. De dorpen, waar nog veel meer honger geleden wordt, moeten vanuit onder andere deze stad zo spoedig mogelijk worden bezocht. 3. Een volgend transport, dat al onderweg is, moet een gewijzigde bestemming krijgen. Nog een laatste Oosterse omhelzing en we aanvaarden de terugtocht. Weer valt ons op hoe snel en grondig men afgerekend heeft met het regime. Stonden er overal langs de wegen afbeeldingen van de conducator, alles wat maar met hem en zijn manier van regeren te maken had, is verwijderd of zodanig verminkt, dat het niet meer herkenbaar is. Weer stonden er honderden kinderen aan de kant van de weg met de vingers tot het V-teken verheven. De andere hand werd aan de mond gebracht ten teken, dat ze "gummi" verwachtten en als wij niet aan die verwachtingen voldeden, veranderden hun handen in gebalde vuisten en werden de vrolijke blikken erg boos. Treffend was het spandoek, dat zo'n 20 kilometer voor de grens, aan de kant van de weg hing, waarop we in zes talen bedankt werden voor onze hulp. Het is aandoenlijk om dit geteisterde volk bezig te zien met de wederopbouw van hun land. Ze hebben weer moed sinds vele jaren. Alhoewel de angst nog steeds groot is, dat de tijden weer veranderen.
Wat de toekomst brengen moge...
Welke toekomst is er voor het Roemeense volk weggelegd? Voor we weggingen uit Nederland, hadden we bij een van de laatste maaltijden gelezen uit Joël 2. Vooral de verzen 18 t/m 22 troffen me. Heel in het bijzonders vers 21: "Vrees niet, o land: verheug u en wees blijde, want de Heere heeft grote dingen gedaan". Zouden er betere tijden aanbreken? Zou het ledental vermeerderen? Zou de secularisatie nu ook nog meer gaan toeslaan in de Roemeense kerken? Allemaal vragen, waarop we nu geen antwoorden kunnen geven. Een ding is zeker: Herodes (Ceausescu) stierf, maar Jezus leeft. En Hij ZAL zorgdragen voor Zijn gemeente. Ook die van Roemenië.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 februari 1990
Daniel | 32 Pagina's