JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Een welgestelde dame met een welbesteed leven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een welgestelde dame met een welbesteed leven

7 minuten leestijd

6 februari 1807: dat is de datum, waarop Elizabeth Maria Magdalena van der Hoop geboren werd als dochter van de Groningse burgemeester. Op 10-jarige leeftijd verloor zij haar vader. Haar moeder bleef achter met zes kinderen, waarvan "Betsy" de op één na jongste was. Als jong meisje bezocht ze een kostschool in Den Haag. Zij raakte daar bevriend met Maria Groen van Prinsterer en logeerde zodoende 's zomers op het buiten van de familie Groen aan de Vliet in Voorburg. Zij heeft daar Guillaume Groen van Prinsterer leren kennen, de man met wie ze op 23 mei 1823 trouwde. Het echtpaar Groen van Prinsterer-van der Hoop - Willem en Betsy voor familie en bekenden - woonde het ene jaar in Brussel en het andere jaar in een huis aan de Korte Vijverberg in 's-Gravenhage. Groen was in die tijd secretaris van het Kabinet des Konings. Het huwelijk is kinderloos gebleven. Betsy schrijft in één van haar brieven aan een vriendin, dat ze wel graag een kindje zou willen hebben, maar: "Of kinderen altijd het geluk des levens vermeerderen zal ik niet beslissen: dat behoef ik niet te weten, wanneer Gods liefde mij genoeg is; maar indien het bezit van kinderen waarlijk een zo groot geluk is, dan zou ik het ook daarom niet menen te mogen wensen, omdat ik reeds zóveel heb en te groot geluk dikwijls een zeer groote verzoeking is."

Een hulpe tegenover haar man

Mevrouw Groen is in verschillend opzicht een stuwende kracht geweest voor haar man. Zij staat bekend als een vrouw met een rijk geestelijk leven en een praktische inslag. Het komt ook uit in de vele, vele brieven, die zij geschreven heeft en die in verschillende archieven bewaard worden. Allard Pierson heeft van haar gezegd: "Groen is gekomen, waar hij gekomen is aan een vrouwelijke hand," en Elout van Soeterwoude noemt haar: "een voortreffelijke Echtgenoote, die inderdaad Groen's evenknie was."
Gepast, eenvoudig en bescheiden heeft zij zich ingezet voor haar man. Zij schreef brieven in meer dan één taal. Haar handschrift was "buitengewoon vast en schoon." Groen noemde haar wel "zijn secretaresse". In de zorg voor de belangen van haar man is ze zover gegaan, dat ze geschreven heeft naar de redactie van "De Bazuin". In dit blad had een smadelijke aantijging gestaan aan het adres van haar man. Ze schreef onder andere: "Zelfs de vijanden hebben hem nooit op deze wijze beschuldigd...." Een week later werd de aantijging herroepen.

Een sociaal bewogen vrouw om Christus' wil

Haar sterke overtuiging en innerlijke geloofsbeleving, zoals we alweer uit haar brieven kunnen lezen, gaven haar kracht om met Gods hulp bezig te zijn ten dienste van haar medemensen. Naai- en breischolen werden opgericht, waar ook Bijbelonderwijs werd gegeven en goede boeken voorgelezen. Zij gaf goede leiding aan haar personeel, dat werkzaam was op en in de verschillende buitens en huizen van het echtpaar Groen. 's Zondags werd het personeel ontlast. Het echtpaar Groen nam broodjes mee om tussen de kerkdiensten te gebruiken. Arme mensen werden door haar opgezocht en financieel geholpen, wanneer ze niet in staat waren zichzelf in de maatschappij te handhaven. Bekend zijn de twee hofjes, die de Groens hebben laten bouwen voor arbeiders en behoeftige oude mensen. Aan de Parkweg in Den Haag vinden we nog een groene deur met daarop in kleine letters het opschrift: "Rusthof". Achter die deur loopt een smalle gang, die uitkomt op een keurig onderhouden binnenplaats. Daar vinden we ook een bord met het volgende opschrift: " ..Rusthof" werd op 15 april 1831 gesticht door Vrouwe Elizabeth M.M. Groen van Prinsterer-van der Hoop. geb. 1807 - overl. 1879." 
De Groens onderhielden persoonlijk vele mensen. Niemand deed ooit tevergeefs een beroep op hen. Mevrouw Groen ontving ook hooggeplaatste personen. Zo was Koningin Sophie regelmatig te gast op één van de buitenplaatsen. De gastvrijheid van mevrouw Groen staat boven alle twijfel. In een brief, die zij op 10 september 1869 ontving, lezen wij: "Jufrr. v.d.H.... bracht ons uw lieve uitnodiging over. Mag ik zo vrij zijn in dier voege gebruik ervan maken, dat ik Dinsdag a.s. met vrouw en kinderen van 12 - 4 op Oud-Wassenaar doorbreng? Het diner wordt op zulk een afstand met de kinderen licht laat."

Persoonlijke omstandigheden

Ziekten zijn haar niet bespaard gebleven. Op 10 januari 1870 schrijft Groen aan een vriend: ."Ik heb veel zorg gehad voor mijn lieve vrouw. Ze was en is nog door astmatische aandoening en zenuwgestel zeer geschokt en zal zich vooreerst zeer in acht moeten nemen." 14 maart 1879 is mevrouw Groen gestorven en daarna begraven op de begraafplaats. "Ter navolging" aan de Duinstraat/hoek prins Willemstraat te Scheveningen, waar we nu nog deze kleine begraafplaats kunnen bezichtigen. Zij bestaat uit een grafheuvel met daarin grafkelders. De heuvel is overdekt met een grasmat en bovenop de heuvel vinden we een ommuurde ruimte waar onder andere een gedenkplaat is ingemetseld ter nagedachtenis aan: Guillaume Groen van Prinsterer en zijne echtenoote Vrouwe Elizabeth Maria Magdalena van der Hoop. De gedenksteen eindigt met de tekst: "Zalig zijn de dooden die in den Heere sterven. Hunne werken volgen met hen."
Mevrouw Groen heeft haar man drie jaar overleefd en in die jaren een gedeelte van zijn nalatenschap beheerd. Deze bestond, omgerekend in geld, uit ongeveer 2 miljoen gulden, een voor die dagen formidabel bedrag.
Tijdens haar leven heeft mevrouw Groen veel geklaagd over liefdeloosheid, die zij in zichzelf gevoelde en waardoor zij zichzelf moest veroordelen. Maar ze heeft ook mogen getuigen van de genade, die in Christus Jezus haar deel geworden was. Ze stond bekend om haar grote liefde voor haar medemensen. Uit de beschrijvingen, die over haar verschenen zijn. komt ze ook naar voren als een vrouw, die de Heere vreesde.

Vrouwen in deze tijd

Vrouwen, die de Heere mogen vrezen, zijn er ook nu nog. Als u het voorrecht hebt, hen te mogen ontmoeten, dan merkt u dat. De één is gastvrij, de ander beminnelijk, een derde meelevend en een vierde behulpzaam. Wanneer u hen prijst om hun goede hoedanigheden, dan zullen ze u tegenspreken. "Nee," zeggen ze dan, "zoals u mij roemt, zo ben ik niet. Ik moet mezelf juist aanklagen, dat ik niet ben, wie ik behoorde te zijn. De Heere leert ons in Zijn Woord, dat we Hem moeten liefhebben boven alles en onze naaste als onszelf en bij mij is het precies omgekeerd." Wanneer u hen dan vraagt hoe het moet met het oog op de naderende eeuwigheid, dan krijgt u soms verrassende antwoorden. U mag dan wel eens horen: "Van mij is er geen enkele verwachting. En hetgeen ontbreekt is niet te tellen. Maar nu staat er in de Heilige Schrift dat Christus gekomen is om zondaren zalig te maken en daarop mag ik wel eens moed scheppen." Anderen zullen zeggen: "Ik? Ik ben niet rijk, niet deftig en niet goeddoende. Ik ben maar zo'n gewone huis-tuin-en keukenvrouw met een druk gezin (of een verantwoordelijke baan). Ik sjouw van 's morgens vroeg tot 's avonds laat en heb amper tijd om op adem te komen. Maar als er dan aan tafel uit de Bijbel gelezen wordt of als er 's zondags in de kerk gepreekt wordt over die heilige, grote en goeddoende God, Die zondaren zalig maakt om niet, dan mag ik weleens moed scheppen. Er is soms een beschamend besef van mijn onwaardigheid, maar ook een schreiend verlangen naar de Heere Jezus." Vrouwen, die de Heere mogen vrezen, hetzij arm of rijk, begaafd of gewoon, deftig of eenvoudig, mogen weleens zingen als zij samenkomen: 
"Dan zingen zij, in God verblijd.
Aan Hem gewijd,
van 's Heeren wegen.
Want groot is 's Heeren heerlijkheid,
Zijn majesteit,
ten top gestegen.
Hij slaat toch schoon oneindig hoog,
op hen het oog,
die need'rig knielen.
Maar ziet van ver met gramschap aan,
de ijd'le waan,
der trotse zielen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 februari 1990

Daniel | 32 Pagina's

Een welgestelde dame met een welbesteed leven

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 februari 1990

Daniel | 32 Pagina's