Voor tieners
Jongens zus....
Hoe heeft een jongen zich te gedragen? Een jongen hoort: sterk te zijn; stoer; niet te huilen; zich verre te houden van huishoudelijke zaken; een technische knobbel te hebben; zakelijk te zijn; z'n verstand te laten spreken in plaats van zijn gevoel; nuchter te zijn; zich een beetje onverschillig voor te doen; leiding te geven/te nemen; een beroep te leren: sportief te zijn.
...meisjes zo!
Hoe heeft een meisje zich te gedragen? Een meisje hoort: afhankelijk te zijn; zich aanhankelijk te gedragen; haar gevoel de boventoon te laten voeren; zich om haar uiterlijk druk te maken; huishoudelijk aangelegd te zijn; zich zorgzaam op te stellen; bescheiden op te treden; zich laten leiden; wel wat te leren, maar liefst iets in de verzorgende beroepen; zich niet met technische aangelegenheden te bemoeien.
Zomaar wat typeringen, van wat van een meisje of jongen verwacht wordt: hier en daar opgevangen. Als moderne tiener haal je daar je schouders over op! Dat is even ouderwets, iets uit vroeger jaren!! De jongen zus, het meisje zo. Intussen weten we wel beter. Die „rollen" zijn opgelegd: door de ouders, de omgeving, onder invloed van de kerk. Dus zijn ze ook weer af te leggen en/of te verwisselen. Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid en kiest exact. Een kiene vent is er één die het huishouden kent. Zo draaien we de rollen om.
Nu is het maar de vraag of het hier écht om „rollen" gaat. Speelt een jongen voor jongen en een meisje voor meisje of zijn ze zo. Als ik in de Bijbel lees dat de Heere man en vrouw geschapen heeft, dan denk ik dat ze eigenschappen gekregen hebben die bij hun man-zijn/vrouw-zijn horen. En zich ook als zodanig zullen gedragen. Maar of die eigenschappen en die gedragingen nu precies overeenkomen met wat wij vinden dat bij een man (jongen) en vrouw (meisje) hoort....
Mensen en meningen veranderen. Als je je daarnaar moet richten, raak je snel het spoor bijster. Houd je maar aan Gods Woord. Daarin vind je richtlijnen voor jongens (bijvoorbeeld Spreuken 20: 3), meisjes (Spreuken 31: 30)en voor beiden. Dan lees je dat we voor God allemaal hetzelfde zijn: mens. Goed geschapen. Zo gemaakt dat we konden doen wat de Heere van ons vraagt en het niet meer te kunnen en te willen. Zondaar en zondares die zich niet meer kunnen gedragen zoals het behoort. Als de Heere daar je ogen voor opent, dan hoef je niet meer zo nodig de stoere bink uit te hangen. Of indruk te maken met je uiterlijk en je aantrekkelijke maniertjes. Dan ga je vragen: "Heere, leer me toch Uw wegen en leer me hoe ik wandelen moet". Op die vraag krijgt niet de jongen zus en het meisje zo'n antwoord. Op die vraag krijg je hetzelfde antwoord: "Wie Hem need'rig valt tc voet, zal van Hem zijn wegen leren".
H.I. Ambacht
M.R. de Braal-Prins
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 januari 1990
Daniel | 32 Pagina's