Whale-watching en jeugddiscussie-avonden
Over jongeren in Canada
Op de omslag van De Saambinder valt de officiële naam van ons kerkverband te lezen: "Gereformeerde Gemeenten in Nederland en Noord-Amerika". Deze wijds klinkende benaming zet ons erbij stil, dat er ook in het overzeese Gereformeerde Gemeenten te vinden zijn. Hoe gaat het leven van een kerkelijke jongere daar eraan toe? Conservatorium-studente Theone van de Weg, zelf nog maar anderhalf jaar terug van een tienjarig verblijf in Canada, schetst iets van het kerkelijke jeugdwerk aldaar. Zij doet dit onder meer aan de hand van gegevens die ze kreeg van een Canadese vriendin. Deze wordt sprekende ingevoerd. De redactie.
„Om vier uur 's ochtends zitten we bepakt en bezakt in de bus. Met dikke slaperige ogen kijken we uit naar wat komen gaat. Je kent dat wel: vol verwachting, maar op een nog te vroeg tijdstip om uitbundig te zijn. De laaghangende regenwolken ontnemen ons het zicht op de ons omringende bergen. We bevinden ons op het terrein van de voor ons zo vertrouwde Timothy Christian School en wachten nog op enkele laatkomers. Allen hebben we vele jaren in de banken van deze school doorgebracht. We kennen elkaar dan ook erg goed. De meesten van onze ouders zijn omstreeks 1950 naar dit gebied geëmigreerd en hebben hier in 1952 een Gereformeerde Gemeente gesticht. Dankzij de offervaardigheid van de leden kon er in de loop van de jaren een kleuter- en basisschool en een school voor voortgezet onderwijs tot stand komen, waar wij als eersten afstudeerden. Inmiddels zijn de laatste kampdeelnemers gearriveerd. We hebben een reis van tien uur rijden voor ons. Naar Canadese begrippen niet eens zo ver. De dichtstbijzijnde Canadese Gereformeerde Gemeente, die van Lethbridge, ligt veertien uur rijden van ons verwijderd. Deze zomerkampen zijn voor ons dan ook een uitkomst. Wij leven als Ger. Gem. jongelui toch in een vorm van kerkelijk isolement. Op dit kamp ontmoeten we de jeugd van het westen van de States (USA) en Canada.
Vrije tijd
Na veel bergen en dalen arriveren we op het "Bear Paw Camp" in de staat Washington (USA). We zoeken direct onze "cabins" op, kleine oude houten gebouwtjes, die verspreid liggen over het grote kampterrein in de bossen. In mijn cabin slapen nog tien andere meisjes. Twee van hen zijn mij onbekend. Ik introduceer mijzelf als Sue Maljaars. De andere zijn oude bekenden van vorige kampen.
Vanavond is de eerste lezing van ds. Beeke (spreek uit: Biekie) over „Wat doe ik met mijn vrije tijd". Na afloop, al wandelend naar de rivier, praten we hier nog even over na. Wat laten we toch veel tijd nutteloos voorbij gaan. Bij de rivier, die hier zo breed is dat het wel voor een meer kan doorgaan, is het zo stil.... Even zijn ook wij stil van deze prachtige natuur. Al gauw dwingen de muggen ons tot het opzoeken van onze cabins. Zo volgen er drie dagen met 's ochtends en 's avonds lezingen van ds. Beeke, zijn broer ouderling Beeke en ouderling Herfst. Er worden heel verschillende onderwerpen behandeld; zondagsheiliging, Genesis 1 vers 1: schepping versus evolutie, keuzes maken op grond van de Bijbel: Abraham en Lot, enzovoorts. De middagen worden besteed aan wandelen door de schitterende ongerepte natuur, zwemmen, kanoën, waterskiën, basketball en tennissen. Na de avondlezing maken we een gezellig kampvuur waar we dan schuimsnoepjes boven roosteren en waaromheen we later zingen. Na drie dagen van in-en ontspanning vangt een ieder de reis weer aan naar zijn of haar woonplaats op dit wijdse continent.... tot de volgende conferentie over twee jaar D.V.!
Winter
Thuis staat ons het gewone leven weer te wachten. Een lange regenwinter staat voor de deur. In tegenstelling tot de rest van Canada hebben wij in Chilliwack een milde winter. Twee of drie weken sneeuw onderbreken de langdurige regenbuien. Daartegenover staat een lange zonnige zomer.
Omdat wij als kerk en etnische minderheid vrij geïsoleerd leven, is het gevaar van de verveling onder de jongelui, in het bijzonder tijdens de lange natte winter, reëel. We hebben dan ook een jeugdactiviteiten-commissie opgericht, die door het organiseren van allerlei bezigheden een alternatief tracht te bieden voor de vele wereldse vermaken die zo aantrekkelijk zijn voor onze jongeren. Er worden spelavonden georganiseerd in de gymzaal van onze school. We bezoeken musea in Vancouver, we zwemmen, we skiën op de vele bergen om ons heen. 's Zomers beklimmen we niet al te hoge bergen (via wandelpaden). De berg die uitgezocht wordt is qua hoogte aangepast aan de leeftijd. Op de prachtige bergmeren wordt 's zomers veel gekanood, gezwommen en gewaterskied. Aan deze activiteiten wordt dan een picknick verbonden waarbij ouderen van de kerk ook worden uitgenodigd zij krijgen gratis koffie en koek. Auto-puzzeltochten en familiekampen op een dichtbijzijnde camping worden jaarlijks georganiseerd. Binnenkort hopen we te gaan „whale-watching" (walvis kijken) aan de ruige westkust van het Vancouver Island. Ook worden er 's zomers familiekampen georganiseerd op de camping van het Cultusmeer.
Na zo'n opsomming van bezigheden zul je je afvragen: "Is er geen jeugdvereniging in Chilliwack?" Niet zoals bij jullie in Holland. Wel is er om de veertien dagen een jeugddiscussie-avond. Op zo'n avond wordt de lezing door ouderling Beeke ingeleid waarbij onderwerpen als evolutie, abortus, de doop, televisie, vruchten van de bekering, orgaandonaties, enzovoorts, aan de orde komen. In de pauze worden dan vragen op papier gezet waarna ouderling Beeke deze beantwoordt. Af en toe komen er gastsprekers. Voor de volwassenen is er een avond van bijbelstudie, die eveneens door ouderling Beeke geleid wordt.
Ik hoop dat je hiermee een indruk hebt gekregen van hoe wij hier leven."
Dertien hoorders
Tot zover Sue Maljaars. Sue behoort tot de derde generatie Nederlanders in Chilliwack. De meeste van deze generatie zijn onder de twintig. Hun opa's en oma's zijn rond 1950 naar Chilliwack gekomen. Na de tweede wereldoorlog zijn duizenden Europeanen naar Canada geëmigreerd. Veel Nederlanders van reformatorische gezindte voelden de noodzaak van het oprichten van een kerk. Alle Gereformeerde Gemeenten in Canada stammen uit deze tijd. De Amerikaanse gemeenten daarentegen zijn ouder: zij werden na een eerdere emigratiegolf (rond de eeuwwisseling) opgericht.
De Gereformeerde Gemeente van Chilliwack werd in 1952 officieel opgericht. Tijdens de eerste kerkdienst - in een houten gebouwtje - waren er dertien hoorders. Na een jaar legden de leden zelf elektriciteit aan in dit "kerkje", en ook voor toiletten werd er gezorgd. De Amerikaanse gemeenten zonden kleding, een orgel en verdere financiële steun.
Het leven van deze emigranten was moeilijk, de armoede was groot. De onderlinge band was sterk, de wederzijdse hulpvaardigheid opvallend. Deze mensen werden gekenmerkt door hun hard-werken-niet-zeuren mentaliteit die trouwens nog duidelijk waarneembaar is in het nageslacht.
Door de komst van nieuwe emigranten werd het noodzakelijk een grotere kerk te bouwen. De kerk werd door de leden zelf gebouwd. Pas in 1957 werden er één keer in de maand Engelse diensten gehouden. In 1957 werd ds. Romeyn in Chilliwack bevestigd als predikant. Na het overlijden van ds. Romeyn heeft ds. Verhoef in 1972 het beroep naar Chilliwack aangenomen. Hij heeft deze gemeente tot 1989 mogen dienen. In dat jaar kreeg hij een beroep naar Beekbergen dat hij aannam.
King-pepermunt
Ondertussen telt de gemeente in Chilliwack 457 leden en 549 doopleden. De armoede is voorbij. Op het parkeerterrein van de kerk staan 's zondags grote Amerikaanse sleeën. 's Middags worden er nog Nederlandse diensten gehouden, die voornamelijk door ouderen worden bezocht. Voor de tweede en derde generatie Nederlanders zijn nederlandstalige preken toch moeilijk te volgen. Langzaam maar zeker vervaagt de Nederlandse cultuur. De Nederlander heeft in het verleden bewezen gemakkelijk een dichtbijliggende cultuur over te nemen. In eigen land is dit duidelijk waarneembaar, maar ook in het buitenland kan de Nederlander makkelijk assimileren. Het onvoldoende kennen van de eigen cultuur, dat zeer opvallend is bij Nederlandse emigranten, maakt het overnemen van de Canadese manier van denken voor de hand liggend. Toch vindt men nog Nederlandse overblijfselen, zoals miniatuurmolens in de tuin, glasgordijnen en vensterbanken vol met plantjes waardoor je zo kunt zien waar Nederlanders wonen. Zoute drop, Hollandse kaas en zure haring zijn nog steeds erg in trek. Zelfs de King-pepermuntjes ontbreken tijdens de kerkdiensten niet. En natuurlijk is het orgel niet weg te denken uit een emigrantenhuishouden.
Tulpen
Dit vasthouden aan de cultuur van het moederland is iets dat in Canada zeer gewaardeerd wordt. Canada heeft een multiculturele samenleving. Canada's samenleving wordt gevormd door emigranten van de hele wereld. De echte Canadezen zijn immers alleen de Indianen en Eskimo's. Pas in 1497 zette de eerste blanke man zijn voetstappen in Oost-Canada. Chilliwack (West-Canada) werd pas in 1808 door de eerste blanke bezocht. Tussen 1896 en 1914 zijn miljoenen emigranten Canada en Amerika binnengestroomd. Na de tweede wereldoorlog volgde er - zoals gezegd - nog een golf van emigranten, waaronder veel Duitsers en Nederlanders. De Canadese overheid stelt er prijs op dat elke nationaliteit haar eigen cultuur uitdraagt en een intensief contact met het moederland onderhoudt om de eigen cultuur levendig Ie houden. In 1971 is dit streven voor het behoud van een multiculturele samenleving zelfs vastgelegd in de Canadese grondwet. Misschien moeilijk voor ons om ons voor te stellen, maar gezien het gebrek aan eigen geschiedenis en cultuur (de Indianen en Eskimo's lieten een geringe, primitieve cultuur achter) is het in vrede samenleven van zoveel nationaliteiten ook zeker iets om trots op te zijn. Een leuk voorbeeld van wat dit inhoudt, is Vancouver: van de tramlijn daar is elk station gewijd aan een ander land; het „Hollandse" station wordt gesierd door tulpen waarvoor de bollen elk jaar vers uit Nederland aangevoerd worden.... Wederzijds respect is er niet alleen voor de nationaliteiten, maar ook in verband met het geloof. In Canada is men eerder geneigd elkaar in dit soort dingen vrij te laten dan in Nederland.
The old country
Ook de Nederlanders hebben hun plekje in Canada gevonden. De meeste willen alleen nog naar „the old country" voor vakantie en familie-bezoek. De emigranten wonen in een nieuw land, hun kinderen in hun eigen land. In ongeveer veertig jaar is de binding met het moederland minimaal geworden. Sue, als kleinkind van de Chilliwackse emigranten verwoordt dit als volgt: „Wij zijn in dit land geboren en getogen en voelen er ons mee verbonden. Wij spreken nog een „klain beetsje Nederlans" en verstaan u alleen als u langzaam spreekt. Toch hebben wij diezelfde God van onze voorvaderen nodig en voelen ons dan ook in die zin verbonden met onze moederkerk in Nederland".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 januari 1990
Daniel | 32 Pagina's