Op de drempel van de jaren ’90
Toekomstprofetieën lijken te horen bij het passeren van de grens van een nieuw decennium. En zeker nu we op weg zijn naar het "magische" jaar 2000. De roeping van de kerk is echter niet om de toekomst te voorspellen, maar om te letten op de tekenen der tijden aan de hand van Gods Woord. "Zalig is hij, die leest en zijn zij die horen de woorden dezer profetie, en die bewaren, hetgeen in dezelve geschreven is; want de tijd is nabij" (Openb. 1: 3).
De dwang van de tolerantie
Kenmerkend voor deze eeuw waren de toonaangevende ideologieën. Het waren politieke overtuigingen met een bijna godsdienstige overtuigingskracht, toepasbaar op het geheel van mens en maatschappij. Maar, nadat facisme en nationaal-socialisme in 1945 vernietigd werden, worden inmiddels de doodsklokken geluid over het communisme. Zelfs een gematigd socialisme staat op sterk water. De radicale maatschappijkritiek van de jaren '60 en '70 is door de samenleving opgezogen en heeft innerlijk zijn werking gedaan op het gebied van gezagsverhoudingen, man-vrouw relaties en seksualiteit.
Deze ontwikkeling kon plaatsvinden omdat door het loslaten van Gods Woord, het kompas voor het maatschappelijk handelen ontbrak. En als een hogere, absolute norm ontbreekt, worden ethische keuzes bepaald door de mens zelf. Het is duidelijk dat hierdoor een ethisch oerwoud ontstaat op de vruchtbare bodem van eigenbelang, machtswellust, angst, overlevingsdrang of wat de menselijke natuur ook maar eigen is. Met een mooie term heet dit "ethisch pluralisme". In een maatschappij, waarin zoveel verschillende overtuigingen zijn, kun je niet om verdraagzaamheid heen. Tolerantie is noodzakelijk om een samenleving-zonder-vaste-maatstaf leefbaar te houden. De norm van de één is niet méér dan die van een ander. Zo mag je in deze samenleving best een overtuiging hebben, als je het maar niet aan anderen oplegt. Hiermee wordt ook het christelijk geloof tot privé-zaak. Misschien dat je het bankroet van communisme en socialisme wel met een zeker welbehagen bekijkt. Uitstekend. Maar weet wel dat dit de zoveelste bijdrage is aan een cultuur, waar overtuigingen zoals het christelijk geloof met duidelijke aanspraken op mens en maatschappij niet langer geduld werden. In een samenleving waar „tolerantie" een noodzaak is worden „intolerante" mensen en groepen niet gedoogd. En dat geldt ook voor ons, als wij Bijbelse waarden en normen in de maatschappij tot gelding willen laten komen. De vraag is hoelang het nog duurt dat een christen „normaal" kan functioneren in de samenleving die steeds „toleranter" wordt. Gehoorzaamheid aan Gods Woord kan spoedig leiden tot isolement of zelfs maatschappelijke ongehoorzaamheid met alle gevolgen van dien.
Schijnwereld en schijngenot
Je hoort om je heen wel eens de opmerking dat reformatorische mensen „wereldvreemd" zijn. Door het ontbreken van een medium als televisie weten ze niet wat er in de wereld te koop is. Soms kan deze wereldvreemdheid hinderlijk zijn, bijvoorbeeld in de benadering van andersdenkenden. Maar in veel gevallen maakt de „koopwaar" van de wereld je niet geestelijk rijker. Maar we zullen nu stilstaan bij de vraag wat „de wereld" is. Ieder mens staat bloot aan een ontelbare hoeveelheid indrukken en invloeden, die zich aan hem voordoen. Hij selecteert deze bewust of onbewust en geeft er vervolgens een betekenis aan. De humanist heeft een andere wereld dan de christen. De keuze tot euthanasie „ziet" de humanist als respect voor de mens, maar doodstraf als onmenselijk wreed. De christen ziet het eerste als overtreding van Gods gebod „Gij zult niet doodslaan", het tweede - de doodstraf - als goddelijk volmacht van de overheid. Dus vanuit de diverse levensovertuigingen gezien, zijn er ook verschillende „werelden". Waar ik echter de aandacht op wil vestigen, is het feit dat er steeds meer voor de massa een schijnwereld wordt gecreëerd. De massamedia en met name de televisie, zijn de belangrijkste middelen. De Amerikaanse mediadeskundige Neil Postman ontmaskert in zijn boek „Wij amuseren ons kapot", de televisie als een medium dat in principe slechts geschikt is voor verstrooiing. En dan maakt het niet uit of het gaat om platvloers amusement, vluchtige indrukken van een „serieus" journaal of het pseudo-wetenschappelijke van natuurfilms. Televisie is afstompend, geestdodend: het leert de mens af om kritisch na te denken. De commerciële televisie zal dit proces alleen nog maar versterken.
De amusementscultuur biedt een uitweg voor eenzaamheid, verstoorde relaties, eentonige arbeid en allerhande frustraties. Die uitweg is er één van onderdompeling in een schijnwereld van glamour en glitter, sex en geweld, spanning en sensatie. Denk echter niet dat dit allemaal de godsdienst voorbij gaat. Als mensen zich steeds meer laten bepalen door emotionele impulsen, zal dit ook steeds meer invloed krijgen op vorm en inhoud van het godsdienstige beleven. Heldere uitleg en toepassing van Gods Woord zal steeds meer plaatsmaken voor andere vormen om de boodschap over te dragen: cabaret, drama, film, elektronische geluidstechniek enzovoorts. De „troost" hierin is echter geen andere dan de media te bieden heeft: verstrooiing.
In deze omgeving van gemaakte sfeer past niet de werkelijkheid van zonde en genade. Zonden worden niet beleden en vergeven, maar vergeten. Geloof wordt verward met emotie. De door de sfeer bepaalde bewustzijnsverruiming wordt aangezien voor wedergeboorte of bekering. Voor Christus' dienaars en gemeente moet gelden: "Wij dragen niet, gelijk velen, het Woord Gods te koop, maar als uit oprechtheid, maar als uit God, in de tegenwoordigheid Gods, spreken wij het in Christus" (2 Kor. 2: 17). En Christus Zelf heeft gewaarschuwd voor de verleidingen van valse Christussen en profeten in de eindtijd (Matth. 24: 23 - 24).
Op zoek naar vrijheid
In de achterliggende eeuwen werd de visie op de mens vooral bepaald door diens vrijheid. De mens was zelf in staat in vrijheid zijn weg te bepalen, in tegenstelling tot de hem omringende natuur. De mens zag zichzelf als heerser over de natuur en zette die via de techniek naar zijn hand. Dit beeld is echter achterhaald. Steeds meer komt de techniek en haar verwoestende gevolgen voor de natuur als een spookbeeld op de mens af. De „vrije" mens is geworden tot een machteloze wiens lot beslist lijkt te worden door de krachten die hij zelf heeft opgeroepen. Datzelfde gevoel van machteloosheid dringt zich op als hij een bioloog nuchter, maar ook ontnuchterend hoort vertellen waardoor erfelijke eigenschappen worden bepaald en hoe daarmee geknutseld kan worden. Hiervan krijgt iemand die dacht dat de mens nog wel enige vrijheid had en toch nog wel waardevoller was dan plant en dier, het wel erg benauwd. Is de mens wezenlijk anders dan koeien of tomaten?
En dan de grote tegenstelling. De schrikbeelden voor de toekomst verdwijnen als sneeuw voor de zon als we de nieuwe optimisten van deze tijd horen. We gaan volgens hen een Nieuw Tijdperk van ongekende mogelijkheden in, een tijd van universele harmonie tussen mens, natuur en kosmos. Door verandering van denken, door bewustzijnstransformatie zal de mens zijn geestelijke mogelijkheden leren benutten. Grenzen tussen „God" en mens, mens en natuur, verleden en toekomst, leven en dood, man en vrouw, hemel en aarde, ziel en lichaam zullen vervagen of zelfs vervallen.
New Age, het aquariustijdperk, het nieuwe rijk van vrede en vrijheid, het herwonnen paradijs heeft beloften in zich voor de door technicisme en reductionisme geteisterde Westerse mens. Het betekent een vervulling van het geestelijk vacuüm van de mens die besloten had zonder God en Zijn Woord te leven, maar die er achter gekomen is dat hij zonder iets goddelijks niet kan leven. Het betekent herwonnen vrijheid en aandacht voor de aardigheid van de mens om „als God" te willen zijn. Een Babelcultuur in nieuwe gedaante maar met dezelfde demonische oorsprong.
De ontmaskering van de man
We zagen dat allerlei ideologieën hun tijd gehad hebben. Maar... niet alle. Het feminisme - hoewel door vele niet serieus genomen - is een ideologie die niet minder totalitair is als het nationaal-socialisme en communisme. Het feminisme houdt niet stil bij de emancipatie van de vrouw, waarbij man en vrouw dezelfde maatschappelijke rechten en mogelijkheden hebben. Het gaat erom de basisstructuren van de Westerse maatschappij te veranderen. De cultuur werd en wordt immers beheerst door mannen. Men spreekt dan van een patriarchale maatschappij. Daarin heeft vader de macht. Hij heeft in principe de beschikking over vrouw en kinderen. Maar deze machtsverkondiging heeft ook invloed op het economische en sociale leven. Komt het kapitalisme met zijn uitbuiting daar niet vandaan? Wordt de natuur niet door de "mannelijke" machtswellust vernietigd? Zijn typisch vrouwelijke eigenschappen als intuïtie, gevoel en emotie niet verdrongen door rationeel denken, hardheid en ongenaakbaarheid?
En dan de mannelijke invloed op de godsdienst. Feministische theologen beredeneren dat de mannen in een patriarchale maatschappij bepalen hoe God er uit ziet. God is dan de "ideale Vader"; Hij heeft absolute beschikkingsmacht over alles; Hij is de Heilige, de Almachtige. En in dit godsbeeld vindt de man dan weer aanleiding om zijn eigen machtsuitoefening te wettigen. Feministen moeten dus de aanval uitvoeren op drie fronten:
1. De overheersende positie van de man moet verder aangepakt worden. Veel is al gebeurd in achterliggende jaren, zodat de "vaderloze maatschappij" al een begrip is.
2. De patriarchale gezagsverhoudingen in het economische en sociale leven moeten het ontgelden. Een beroep op autoriteit mag in principe niet. Bovendien moeten mannelijke waarden zoals rationaliteit, zakelijkheid en overheersing van de natuur vervangen worden door vrouwelijke waarden waarin gevoel en emotie samengaan met liefde tot de natuur.
3. Het christelijke godsbeeld moet veranderen. God moet van Zijn vaderlijke, mannelijke eigenschappen bevrijd worden. Dit betekent een rigoreuze aanval op de Bijbelse uitspraken aangaande God. Voor extreme feministen is deze aanpak zelfs tot mislukken gedoemd. Zij zien dit slechts als symptoombestrijding. Niets minder dan een radicale verwerping van God en Zijn Woord en een ontkenning van de betekenis van het christelijk geloof is nodig. In deze kring zie je een „nieuwe" vorm van heidendom opduiken: terugkeer naar natuurgodsdiensten met hun moedergodinnen en vruchtbaarheidsrituelen.
De ontmanteling van de vrouw
Het feminisme heeft nog meer pijlen op zijn boog. In het bovenstaande verhaal bleef het onderscheid tussen man en vrouw nog gehandhaafd. De grote wensdroom van de feministische revolutie is echter de mens waarin mannelijke en vrouwelijke eigenschappen gecombineerd zijn. Dit wordt de androgyne mens genoemd. Dat er nu mannen met typische mannelijke en vrouwen met typisch vrouwelijke eigenschappen zijn, is volgens velen bepaald door de cultuur waarin wij mensen leven. De vrouw is duidelijk in het nadeel. De vrouw heeft het lastigste „takenpakket": het baren en voeden van kinderen. Dit brengt haar bovendien in een maatschappelijke achterstandpositie. De bevrijding van de vrouw is echter aanstaande. De techniek kan haar te hulp komen. Na kunstmatige bevruchting liggen de mogelijkheden van een kunstmatige „moederschoot" voor de hand. Dit betekent de definitieve bevrijding van de vrouw van.... haar moederschap.
Dat deze ontwikkelingen fundamentele gevolgen hebben voor de samenleving mag duidelijk zijn. Door God geschonken scheppingsordeningen van man en vrouw, huwelijk en gezin worden praktisch overbodig. Waar staan wij? De toenemende vervreemding van God en Zijn Woord zal grote gevolgen hebben voor onze positie. Wie de Bijbelse uitgangspunten voor denken en handelen, de visie op Gods plan in schepping, regering en verlossing, Zijn wil in huwelijk en gezagsverhoudingen serieus neemt, zal met veel onbegrip te maken krijgen. Hij zal bestempeld worden als onverdraagzaam, wereldvreemd, ondeskundig, onaangepast. Dat dit nadelige gevolgen zal hebben voor de maatschappelijke positie is echter niet nieuw. Tertullianus zei het al 1800 jaar geleden dat christenen alleen om de naam „christen" werden gehaat en dat dat voortkwam uit gebrek aan inzicht in wat deze naam betekende. Gebrek aan inzicht in de christen-naam. het is begrijpelijk dat de moderne geseculariseerde mens hieraan lijdt. Maar weten wij wat het inhoudt? En mogen wij het nazeggen wat de Heidelberger uitspreekt: „omdat ik door het geloof een lidmaat van Christus en alzo Zijner zalving deelachtig ben...." (H.C. vr. 32).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 januari 1990
Daniel | 32 Pagina's