Het derde gebod: eerbiedig omgaan met Gods naam (2)
Gij zuil dc NAAM van de HEERE uw God. niel ijdelijk gebruiken, want de HEERE zal niet onschuldig houden die Zijn NAAM ijdelijk gebruikt. Exodus 20:7
Waarom is de HEERE toch zo streng op het misbruiken van Zijn naam? Daar zijn we de vorige keer mee gestopt. En vandaag ligt deze vraag weer opnieuw voor ons. Ik denk dat ik voor niemand van jullie iets nieuws zeg. als ik hier neerschrijf dat God Zichzelf geen namen geeft om Zich te onderscheiden van andere goden... ER IS IMMERS MAAR EEN GOD! H. Bavinck zegt: God is onbegrijpelijk en ver boven al het eindige verheven; echter in Zijn namen daalt Hij tot al hel eindige neer..."
Als God Zichzelf namen geeft, is het om aan ons. nietige, kleine, zondige mensen iets tc openbaren van Zichzelf. Om ons iets te openbaren van Zijn grootheid. macht, majesteit en heerlijkheid in de natuur en in de genade!
Als wc hier iets van gaan verstaan dan zingen wc met de dichter van Psalm 8: ..O HEERE. onze HEERE. hoe heerlijk is Uw naam op de ganse aarde!" En in verrukking des geloofs herhaalt hij het nog eens in het laatste vers van die Psalm.
Het is maar dc grote vraag in ons leven of we hier iets van kennen, door Gods Geest geleerd! Zodra dat werkelijkheid wordt, gaat ook de bede van het „Onze Vader" leven in ons hart en in ons gehele leven: „UW NAAM WORDE GEHEILIGD..."
Dan vallen gebod cn gebed in elkaar. Die omarmen elkaar als het ware in de ziel van Gods nieuwgeboren kind. Dan wordt het horen van Gods naam ccn heilig, bevend horen. Dan wordt het uitspreken van die naam een heilig, bevend spreken. Dan ga jc het begrijpen waarom die oude man in de trein huilde toen een paar jongens tegenover hem de naam van de HEERE misbruikten.
Dan ga je spreken waar alle mensen zwijgen, ook al ontbreekt je alle moed.
Dan ook wordt ons leven een zoeken te leven tot eer van Gods heilige naam. Zoals het in de Heidelbergse Catechismus staat (vraag 99): „Dat wij de Naam van God niet anders dan met vreze en eerbied gebruiken, opdat Hij door ons recht beleden, aangeroepen, en in al onze woorden en werken geprezen worde".
Heel node laat ik liggen hoe dit slaat op alle delen van het leven, in handel en wandel, in belijden en uitleven. De reeks van deze artikelen laat niet toe om hier dieper op in te gaan. Evenmin als op het gebruik van de eed. In het maatschappelijk leven bij de beëdiging van militairen, rechters, dokters en verplegenden. En wat denk je van de eden die afgelegd worden „in het midden van de gemeente des HEEREN"! Bij de doop. belijdenis, bevestiging van ambtsdragers, huwelijk... „O HEERE. leer ons Uw naam te heiligen!"
Ik hoop in een volgend artikel nog één keer terug te komen op dit gebod, in het noemen van enkele van Gods heerlijke en heilige namen, opdat we des te beter zullen beseffen waarover het gaat in dit gebod. Geve de HEERE. de God van Abram, Izak en Jakob ons enig besef van de heiligheid van Zijn heerlijke namen.
Tilburg J. van Dooijeweert
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 december 1989
Daniel | 32 Pagina's