Het bronzen pad
Mijn voeten waden door een bronzen bladerzee De herfstwind jaagt de bladeren op en stuwt ze langs de wegen. De bladeren hangen sidderend aan het boomgewas. hun val houdt niemand tegen. De herfstwind tolt ze door de lucht en werpt ze naar benee.
De wind is koud. ik huiver onder 't gaan Ik zie het uitgeleefde blad zich wentelen en keren door mensenvoet vertrapt, het kan zich niet venveren, liet blad verdort, moet sterven en vergaan.
Hoe sierlijk hing het blinkend blad in volle zomertijd aan de uitgestrekte takken van de bomen Elk blad uniek van vorm en schoonheid had haar plaats genomen een plaats haar door de Schepper daar bereid.
Nu schijnt de zon op 't bronzen bladerpad. Het geel wordt goud, doet heel de omtrek stralen. Eens zullen al Gods kinderen door gouden zalen dwalen en geen vergank'lijkheid bedreigt Gods eeuw'ge gloriestad.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 november 1989
Daniel | 32 Pagina's