Een bede op de dankdag
Ontferm, ontferm U, Heer, Laat mij Uw Naam ter eer. Het kwade spoor verlaten; En volgen 't goede pad. Dat leidt ter hemelstad. Langs moeijelijke straten,
'k Zit aan de zonden vast, Ontneem mij dezen last. En doe m' Uw negen kennen; Gij zijt de levensweg, Breek eigen overleg. En doe m' aan U gewennen.
Hoe dwaas zijn wij en slecht. Aan ijdel stof gehecht. Aan nietige aardsche dingen; Wij nachten 7 van het stof. Vergeten Uwen lof, Waar hoort men van U zingen ? O Herder mijner ziel.
Voor wien ik nederkniel, Slaak alle hechte banden; Maak mijne ziele los. De sterke zeden bros. En doe mijn hart ontbranden. Voor Uwen dienst o Heer,
Uw grooten Naam ter eer. Laat mij met U niet spotten; Der zonden vijand zijn. En gaan in de woestijn. En niet in 't spoor der zotten. Ik leg mijzelven. Heer,
Voor Uwe voeten neer. En smeek U om genade, Om wijsheid, licht en kracht. Om Uwe liefde en magt, En vrede op al mijn paden,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 oktober 1989
Daniel | 32 Pagina's