JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Anders dan anderen...?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Anders dan anderen...?

ervaringen van jongeren

18 minuten leestijd

Dit najaar hopen de verenigingen na te denken over het thema „Anders dan anderen ". Christelijke - gedoopte - jongeren staan steeds meer in een samenleving waar de waarden en normen van Gods Woord hebben afgedaan. Leven en werken in zo 'n maatschappij is niet gemakkelijk. Telkens weer word je gedwongen je houding te bepalen. Telkens moet je kiezen. Steeds meer kom je alleen te staan als je de normen van Gods Woord in je leven gezag wilt laten hebben. In de Jeugdwerk krant zei ds. G.J. van Aalst in een interview: „Alleen staan in deze wereld kun je niet alleen." 7, o is het. Daarom is het goed om er op de konferenties. op de verenigingen en op de jongerenbijeenkomsten over na te denken en over te spreken. Zo kunnen we elkaar tot steun zijn. Maar zoek bovenal steun bij de Ander! Want het gaat niet alleen om de buitenkant. Belangrijk is de vraag of het uiterlijk leven naar Gods Woord voortkomt uit liefde tot God en de naaste, of het vrucht is van bekering. Ook daarover zal gesproken worden.

Ter voorbereiding van de najaarsthemadagen hebben we aan enkele jongeren gevraagd iets te schrijven over dingen waarmee zij gekonfronteerd werden om een indruk te geven van zaken waarmee jongeren in de moderne samenleving te maken krijgen. Bij een aantal van hen konden we een begrijpelijke schroom overwinnen door te beloven dat de naam er niet hij hoefde. Om één lijn te trekken, hebben we onder alle stukjes alleen de voornaam gezet. We hopen dat deze impressies stimuleren tot het nadenken over wat jouw houding is in deze wereld. Op de najaarsthemadagen kan er dan verder over gesproken worden. Ze kunnen ook gebruikt worden bij de bespreking van het thema op de vereniging. Wil je reageren, of heb je ook een ervaring op dit gebied, schrijf dan naar Redaktie „Daniël". Postbus 79. 3440 AB Woerden. Als er voldoende reakties binnenkomen, hopen we er in „Daniël" nog een keer op terug te komen.

J. Leune

Misschien is het toch wel goed dat ik op deze school zit

Het is niet fijn om. als meisje uit een christelijk gezin, op een school te zitten waar wat de godsdienst betreft niet zo nauw gekeken wordt. Ergens was het m'n eigen schuld dat ik op die school terecht ben gekomen. Ik had geen zin om. als enige die van de basisschool naar de Havo ging. naar een andere school te gaan. Maar m'n ervaringen in de eerste drie jaar waren echt niet zo leuk. Liep ik op de gang, dan was het van: „Jongens, moet je eens kijken wat een mooie rok ze nu weer aan heeft." Heel vaak was er 's avonds wel een mooie film op de t.v. geweest. Zodra ik dan de volgende morgen in dc klas kwam. vroegen er een paar of ik die en die film wel gezien had. Natuurlijk zei ik. dat ik die niet gezien had. „O. en waarom dan niet? ", vroegen ze dan. Heel schijnheilig, want ze wisten heel goed dat wij geen t.v. hebben. En dan een druk gesmoes achter je rug. Oat doet dan best wel zeer.

De godsdienstles was best een gezellige les. maar als er diskussies kwamen, kreeg ik het altijd een beetje benauwd. Meestal hield ik er een andere mening op na dan de rest. Dan moest ik ook maar met argumenten komen en dat was heel moeilijk. Ik weet nog goed dat ik er een keer de Bijbel bij

gehaald heb. maar het resultaat daarvan was echt verschrikkehjk Dc eerstvolgende les na de godsdienstles pakten een paar jongens de Bijbel (dc leraar was er nog niet) en zochten hetgenc op dat lk had gezegd en begonnen er de spot mee te steken en een reeks vloeken was er ook nog bij nodig. Ik moest ook maar eens vertellen wat een of andere tekst in de Bijbel te betekenen had en als ik dat dan niet wist, zeiden ze: „Ben jij nu een meid van de kerk? Nou, dat is dan ook niet te merken. Dan hoefje ook niet zo'n vrome kop te trekken."

Ook dc hogere klassen konden het niet laten om me te tarten. Nu ik zelf in de hoogste klas zit. heb ik er niet meer zoveel last van. Ik heb een gezellige groep en ze praten gewoon tegen je. Het gekke is. dat er ook meiden bij zijn die me vroeger des te harder plaagden. Nu behandelen ze me net als ze de rest doen. Misschien komt dat doordat ik m'n mond nu beier open kan doen. Dat leer je wel.

Aan de ene kant is het misschien wel goed dat ik op deze school zit. Dan kan ik me later, als ik werk of weet ik wat doe. beter verdedigen. Aan de andere kant is het niet zo leuk. want het is niet zo'n gezellige schooltijd om aan terug te denken. Maar van dit laatste jaar moet ik wat zien te maken. Het is het laatste jaar dus moet het ook het beste zijn.

Marleen

Van de reformatorische school naar de universiteit

Als je van de middelbare school afkomt, ga je denk ik enerzijds vol verwachting je nieuwe toekomst en studie tegemoet, maar anderzijds leeft toch de vraag bij je hoe het zal zijn in een volstrekt andere sfeer dan de sfeer van de reformatorische school, waarmee je ook van huis uit erg vertrouwd was. Ik ging studeren aan de medische fa kul teil. Vanuitje omgeving kreeg je allerlei waarschuwingen mee voor de gevaren of beter gezegd problemen die dat met zich mee zou kunnen brengen, juist omdat je wilt leven naar en vanuit Gods Woord.

Het eerste waar ik tegen opliep, wal je natuurlijk wel verwacht, is dat men dc dag niet begint en eindigt met gebed. Eerst is dat een hele vreemde ervaring, omdat je dat wèl gewend was op de middelbare school. Je ervaart het als een grote lcegle en eigenlijk ga je dan pas inzien welke waarde deze „gewoonte" heeft. Op den duur raak je hieraan gewoon en mis je het niet meer zo. maar toch....

Al vrij snel na het begin van de studie werd er een eerstejaarsweekend georganiseerd. Op het programma stond een diskoavond en de zondag was ermee gemoeid. Mij was ook duidelijk dat dc beide sexen niet gescheiden ter ruste gingen. Enerzijds wordt zo'n weekend voorgesteld als een unieke gelegenheid om met elkaar kennis te maken en om een band te krijgen tussen de eerstejaars, maar anderzijds stel jc jezelf toch de vraag of je je wel zult thuisvoelen op zo'n weekend, omdat er dingen gebeuren die je tegen de borst stuiten en waarvan je vindt dat je er niet aan mag meedoen. Ik ben niet meegegaan. Erna merkte je dat er toch min of meer groepsvorming was opgetreden, waar je aanvankelijk een beetje buiten stond. Dit was niet geheel tc wijten aan het niet meegaan; wat ook meegespeeld heeft, was dat ik me wat terughoudend opstelde tegenover m'n medestudenten in de eerste weken.

Later in het jaar. toen ik hen wal beter leerde kennen, is dat veranderd en had ik een aantal personen met wie ik echt leuk overweg kon en waarvan je merkte dat ze je waardeerden. Toch kon ik alleen maar op het

vlak van de studie goed met hen praten doordat hun leefwereld totaal anders was. Er bleef altijd een gevoelsmatig vacuüm. Daarom is het mijns inziens goed om naar een christelijke studentenvereniging en naar de kringen, die uitgaan van de Deputaten voor Studerenden te gaan.

Ook kun je jezelf soms een beetje tegenvallen. Al vrij snel na het begin van de studie werd begonnen aan het praktikum snijzaal. Eerst heb jc het niet zo in de gaten, maar een poosje later realiseerde ik het me ineens, dat ik toch wel een erg ..vaktechnische" houding ten opzichte van het ..voorwerp" waar ik mee bezig was. aannam. Ik ging ermee om alsof het een gewoon ding was. Waar was nu de schroom gebleven die mijns inziens passend is om met een overleden mens om te gaan?

Op kollege werden soms dingen gezegd waar je het niet mee eens was. Ik denk bijvoorbeeld aan een kollege Algemene Biologie over mechanismen uit de evolutieleer die van ..belang" zijn voor natuu rwetensch appelijk denken of aan een kollege Genetica waarin op een nogal kille manier gesproken werd over de toepassing en grote mogelijkheden van genetische technieken en screeningsmcthoden in de erfelijkheidsvoorlichting. Anderzijds is het ook een verrassing als je plotseling een docente Embryologie bij het vertonen van een dia van een acht weken oud embryo een warm pleidooi hoort voeren voor het verbieden van abortus zeker na acht weken en liefst nog ver daarvoor.

Ik heb deze studie maar één jaar gedaan: een eerste jaar heeft meer hel karakter van een inleiding in allerlei vakgebieden. waardoor ik niet echt veel te maken heb gehad met zaken waar je principieel nee tegen moest zeggen in de trant van nu-komt-het-erop-aan. Die zaken zijn er zeer zeker wel in die studie, maar niet zozeer klemmend aanwezig in het eerste jaar. Wel moest ik er steeds voor waken achter alle processen in hel menselijk lichaam - die daadwerkelijk als mechanisme gepresenteerd worden - dc grote Schepper en Onderhouder van alles te zien en dat verlies je soms onwillekeurig even uit het oog. Bovendien moet je deze twee zaken niet als gescheiden ervaren, maar als integraal samenhangend.

Inmiddels ben ik naar een tamelijk ..neutrale" studie overgestapt, overigens niet om de problemen uit de weg tc gaan. Ook daar kom je dingen tegen als een eerstejaarsweekend waar je niet aan mee kunt doen. verschillen in leefwereld, etc., maar ik heb momentcel niet echte problemen in de studie zelf. al moet je je er steeds voor hoeden dc natuurwetenschappelijke methoden op andere terreinen toe te passen. De grote vraag die er nog steeds ligt is hoe je je christen-zijn tot uitdrukking moet brengen. Natuurlijk laat je dat doorwerken in dc houding tot je medestudenten, bidden en danken voor en na het eten. je mening geven in je gesprekken met anderen, enz., maar moet je niet meer doen en hoe? Dat vind ik nog steeds erg moeilijk.

Johan

Geloof ik werkelijk (innerlijk) wat ik belijd (uiterlijk)?

Vorig jaar heb ik in het kader van mijn opleiding stage gelopen bij een algemene instelling voor welzijnswerk. Hoewel er enkelen een christelijke achtergrond hadden, viel ik als Ger. Gem.meisje toch wel op! Eerst was dat best moeilijk: „Wat zullen ze wel van me denken...? "

Een aantal zaken komt zó dichtbij, dat ik mijzelf afvroeg: „Ben ik nu écht zo apart? " Ik werd onder meer gekon-Ironteerd met homofiele kollega's. De vraag komt dan heel dichtbij: „Hoe ga ik met zo'n persoon om. zeg ik mijn standpunt in deze aan hem of haar? "

Toch heb ik hen juist ook als een voorbeeld beschouwd. Door „gewoon" met een „flikkeragenda" te lopen, komen zij voor hun geaardheid uit; waarom zou ik als christen daarover (-• de wetenschap dat mijn geaardheid „zondig" is) dan niet durven spreken....? Juist door deze ervaring, ging ik me afvragen: „Hoe kan ik laten zien (je kunt er niet altijd over spreken) dat ik anders ben? " Ik heb gemerkt datje door gedrag, kleding en taalgebruik de ander tot nadenken zet. Dat geeft soms aanleiding tot vragen van de ander: juist dan heb je de gelegenheid om iets van je geloof en belijdenis te zeggen. Niet gemakkelijk, soms weet je het voor jezelf ook nog niet zo goed te verwoorden. Tegelijkertijd kwamen er bij mij kritische vragen op over hetgeen ik de ander vertelde: gelóóf ik

werkelijk (innerlijk) wat ik met de mond belijd (uiterlijk), dat is dat ik in zonden ontvangen cn geboren ben en buiten Christus voor God niet kan versch ijnen?

Wat ik zelf ook'erg moeilijk heb gevonden, is bet bidden voor mijn eten. Ik vroeg mijzelf af: ..Moet ik nu wel bidden, terwijl er geen rustig moment is'.'" ..Waarom bid ik eigenlijk voor m'n eten? " ..Moet ik nu steeds het gesprek van die ander onderbreken voor mijn gebed? "

Verwonderlijk, als bij het besluiten van een gezamenlijke maaltijd juist één van de buitenkerkelijke homofiele kollega's de anderen om stilte vraagt voor hen die willen danken!

Juist in de stagc-tijd heb ik het heel fijn gevonden om naar de catechisatie te gaan en aan de bijbelstudiekring deel te nemen. Je merkt dan dat je niet alleen staat in je vragen. Ook in de Bijbel kom je voorbeelden tegen die je zult herkennen. Voorbeelden waarvan je kunt leren, die je moed kunnen geven (1 Petrus 2). Vragen en twijfels in overvloed (soms heel letterlijk). Zelf heb ik gemerkt dat me de moed soms ontbreekt om de meest wezenlijke zaken met anderen tc bespreken.

Toch zijn het moeilijkheden die je bij elkaar zult herkennen. Probeer er over te praten met anderen en met God. Vraag Hem in je persoonlijk gebed om kracht en moed om in deze wereld tc getuigen.

Rita

Je baan of je geweten

Na het behalen van mijn M.T.S.-diploma ben ik gaan werken in de weg-en waterbouw. Hen vak apart om te leren hoe je moet vloeken, liegen en stelen, om van de rest maar niet te spreken. Het begon in Amsterdam, vlak bij de walletjes, "s Morgens vroeg ingeladen in een volkswagenbusje. De zware shag kwam jc bij de voordeur al tegemoet. Gesproken werd er niet veel. Af en toe hoorde je een gesmoorde vloek of een grof woord. Dat was nog maar het begin. Je stapte op het werk uit het busje het schaftwagentje in.

En daar begon het al. Een blote juffrouw op de poster keek je lachend aan. ..Ha", hoorde je achter je tegen die juffrouw. ..jij bent er gelukkig nog! Dan kunnen we vandaag de dag toch nog doorkomen." Bij de ochtenschaft. wanneer je zat te bidden voor je brood, hoorde je verschillende opmerkingen van: ..Hé. zit je te slapen? ", of ..Zit je je ochtendgebedje te doen? ". En zo ging dat lange tijd door. Maar toch mocht ik steeds blijven bidden, ook al was het soms met knikkende knieën. Ook de taal is ontzettend grof en vulgair en je gaat er soms ongemerkt aan mee doen.

Maar door eer/ijk en zo goed mogelijk met je kollega's te werken, werd ik volkomen geaccepteerd. En als je af en toe tijdens mijn gebed voor mijn brood toch nog wat hoort zeggen, dan is de reaktie: ..Hé joh. hou jc...." Erger is het geworden toen ik zelfstandig op werken kwam te staan.

Door het slechte aanbod van werk. daalden de prijzen en werd je door je baas - niet openlijk, maar met dubbelzinnige woorden - gevraagd of soms gezegd dat je hoeveelheid zand of steenslag toch wel erg weinig was. Wanneer je er geen aandacht aan schonk om er zodoende gemakkelijk vanaf te komen, werd mij dit ook wel eens duidelijk gezegd: ..Joop. we hebben voor zand en steenslag een slechte prijs opgegeven, je schrijft maar wat kubieke meters of tonnen meer." Wanneer je dan zei dat je dal niet deed. zei men: ..Hoe je het doet. bekijk jc maar. als cr op het eind van de rit maar winst wordt gedraaid."

Nu is het zo dat er in de wegenbouw soms kleine dingen I fout gaan. maar dat die kleine ' dingen grote kosten met zich meebrengen. Je moet je werk goed organiseren om dan toch nog winst te maken. Toch word je dan voor het blok gezet, om wanneer er iets fout gaat toch maar meer tonnen of manuren op te schrijven wanneer de opdrachtgever deze moet betalen. Je baan of je geweten! Het heeft me verschillende keren mijn baan gekost. Het staat hier gemakkelijk neergeschreven. maar wanneer je voor zulke situaties geplaatst wordt, dan kost hel veel moeite en strijd om eerlijk voor je principe uit te komen. Daar kom ik lang niet altijd zonder kleerscheuren of fouten vanaf.

Joop

Gelijk voor je levenshouding uitkomen

Een aantal jaren heb ik als elektricien gewerkt in de bouw. Ik werkte daar onder ruwe en brute mensen. Mijn eerste werkdag kan ik me nog heel goed herinneren. Het was etenspauze cn na een ..eet smakelijk" gewenst te hebben, begon iedereen aan zijn hapje, dus ik ook. Thuis was ik het heel anders gewend, maar om hier zomaar voor m'n eten te bidden? Nee. liever niet gelijk de eerste dag. maar ik zou het wel doen als ik mijn kollega's een beetje beter kende. Maar hoe langer ik wachtte, des te moeilijker het werd. Toen dit na verloop van tijd toch te zwaar ging drukken, besloot ik om toch te gaan bidden en danken voor het eten. Er kwam echter geen gelach toen ik voor het eten bad. maar wel vragende gezichten vol onbegrip.

Ook van het taalgebruik schrok ik. Ik had me besl wel voorgesteld dat het wat ruwer zou zijn. maar dat het zo grof zou zijn. Nee. dal had ik niet verwacht. Ook wist ik best wel dat ik er iets van moest zeggen als er gevloekt werd. maar telkens stelde ik het uit. Na verloop van tijd merkte ik dat ik sommige woorden onbewust

overnam, zodat ik ook niets van de anderen meer kon zeggen.

Ook werd ik gekonfronteerd met totaal andere waarden en normen op alle terreinen van het leven. Dit zijn echter geen normen en waarden, want alles kan en mag.

De reakties op mijn levenshouding waren verschillend. Sommige kollega's waarvan ik vermoedde dat ze een godsdienstige opvoeding hadden genoten, reageerden soms op een brute en felle manier waarop ik vaak geen weerwoord had. Juist deze felle reakties lieten me niet los en daardoor ging ik mezelf afvragen of ze misschien geen gelijk hadden. Toch waren er ook kollega's die m'n levenshouding respekteerden. Ze fatsoeneerden hun taalgebruik als ze met mij samenwerkten. Heel moeilijk vond ik het dal sommige kollega's m'n levenshouding wel wilden respekteren. maar op voorwaarde dat ik die van hen dan ook zou respekteren en dat kon ik niet. Ik heb wel geleerd dat ik voortaan gelijk voor m'n levenshouding uitkom en nooit meer wacht totdat het zwaar gaat drukken.

Erik

Waarom hebben wij de neiging ons terug te trekken?

Bij het vak maatschappijleer op de middelbare agrarische school kwamen cr soms interessante diskussies op gang. Zo kwam het gesprek een keer op de sociale voorzieningen en de toekomstige onbetaalbaarheid ervan. Ik had toen juist een nummer van het blad ..Zicht" over de verzorgingsstaat gelezen, waarin over dit onderwerp enkele bmikbarc dingen stonden. Toen we in diskussie waren over de persoonlijke verantwoordelijkheid van mensen, kwam naar voren dat ik uit orthodoxchristelijke hoek kom en werd er gezegd, dat je geen christelijk antwoord op maatschappelijke vragen moet geven. Een christelijk antwoord op een algemene maatschappelijke vraag slaat nergens op....

Op zulke momenten merk je een flink verschil in visie. Er wordt langs elkaar heen gepraat. Dit soort verschillen in opvatting hoeft echter naar mijn idee geen scherpe scheiding door de klas te trekken. Je klasgenoten zijn de mensen met wie je dagelijks optrekt. Daardoor worden ze je vrienden. (Dat hangt natuurlijk wel enigszins af van de mate waarin men begrip heeft voor je standpunt.)

Als je met elkaar meeleeft en je komt bij verschillende gelegenheden bij elkaar thuis enzovoort, dan kun je jc afvragen: gooi ik mijn principes overboord? Ik heb nog niet het idee dat ik daarmee bezig ben. Ten eerste is de grens tussen wat wel en wat niet werelds is. soms moeilijk te trekken. Niet alles wat vreemd is, is per se werelds. Ten tweede ben je met je mcdeklasgenoten in een klas geplaatst en dan moet je je niet beter voelen - dat ben je niet - . maar gewoon met ze omgaan. Ik probeer me niet als buitenstaander op te stellen.

Wat mij bezighoudt, is de vraag waarom sommige andere christenen wel met hun opvatting de wereld in durven te gaan om en waarom wij meer de neiging hebben om ons terug te trekken. Hoe is in het dagelijks leven te merken, dat je in God gelooft? Dat is best een probleem. Geloof is iets persoonlijks en iets dat jc diep raakt. Hoe moet je dat tot uiting brengen in je dagelijks leven? Zelf merkte ik het verschil, toen ik enkele boeken van W, F. Hermans las. Die schrijver heeft de opvatting dat dc mens alleen voor zichzelf leeft. Dat was aan de ene kant herkenbaar: zelf leef je ook niet zo heilig. Maar dan krijg je ook door. dat het geloof een basis kan geven voor je handelen.

Je probeert vanuit de Bijbel te denken; door persoonlijke ervaringen leert men (denk ik) langzamerhand een eigen standpunt in te nemen. Het gaat om een opvatting waar je echt achter staat.

Harry

Wel in maar niet van deze wereld

Elke dag, ieder uur vraagt God dit van ons: wel in maar niet van deze wereld. Lees maar in 1 Johannes 2 vers 15 t/m 17. „Hebt de wereld niet lief' en even verder „de wereld gaat voorbij". Als jc dit even tot je door laat dringen, voel je aan de ene kant Gods eis en je verantwoordelijkheid en aan dc andere kant je onmacht. Dit moet ons uitdrijven tot God om bekering en vernieuwing door Zijn genade. Lees Romeinen 12.

God heeft ons een plaats gegeven in deze wereld, en een taak waar we niet aan voorbij mogen gaan. Die we zodanig moeten vervullen overeenkomstig Zijn wil. Dit maakt dat we als christen een aparte plaats hebben. Niet meer zijn. maar anders dienen te zijn, wat in onze gehele houding herkenbaar moet zijn. Niet alleen in kritieke situaties, zoals akties en ethische problematiek, maar in onze dagelijkse omgang met patiënten, kollega's, al onze naasten. Komt uit jouw levenswandel een ander verlangen openbaar? ? Dan kun je jc niet neutreaal opstellen. Dan zul je ook merken dat je alleen staat.

God vraagt van ons (1 Petrus 1:16): Zijt heilig, want Ik hen heilig" (afgezonderd). Als je door genade d; \t mag zien. zijn veel vragen geen vragen meer, maar zie je alles in een hoger licht. Ons leven heeft ten doel: ods eer en het hei! van onze naaste. In Zijn kracht is het mogelijk barmhartigheid te bewijzen in blijmoedigheid!

Hermien en Wilma

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 oktober 1989

Daniel | 32 Pagina's

Anders dan anderen...?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 oktober 1989

Daniel | 32 Pagina's